Archive | onderwijs RSS feed for this section

How to be an artist. Deel 5

4 dec

howtobeanartist5.001

Angelina Reijkers bleek mijn blog al jaren te volgen en leek het een goed idee als ik aanstaande donderdag een Design Thinking workshop geef op NRC Live, waar zij marketeer is. Angelina was een (hele goede) student van mij op HKU Kunst en Economie waar ik sinds 2006 part-time werk. (daarover later meer). Dankjewel Angelina Reijkers!

nrclive_advertentie

Bekijk het NRC Live programma hier.

Maar terug naar het artikel van Jerry Saltz waar ik, via Wies Bronkhorst en wederom het NRC, terecht kwam; How to be an artist. Bekijk het origineel  hier. 33 lessen die je van inspiratieloze amateur naar nieuwsgierige verbeelder van je originele kijk brengen. (of in ieder geval helpen een beetje creatiever te leven.)

jerrysaltz_nrc

Ik las de lessen van Saltz en vertaalde ze in het Nederlands. Soms letterlijk. Soms liet ik stukken weg of vulde aan met eigen materiaal. Eigenlijk gebruikte ik zijn lessen als vragen aan mezelf. Dat is heel interessant schrijfexperiment en levert veel schrijfplezier en soms gewoon geknip en geplak op uit mijn eigen, oudere posts.

Enfin.

Les 1 tot en met 7 hier

Les 8, 9 en 10 hier.

Les 11 tot en met 16 hier.

Les 17, 18 en 19 hier.

Les 20. Accepteer dat je hoogstwaarschijnlijk arm zult zijn.

Ook al zien en horen we over astronomisch bedragen, glitter en glamour, rockster achtig gedrag en kunst dat meer waard wordt als het voor de helft wordt versneden, vergeet niet dat slechts 1 procent van 1 procent van 1 procent van alle kunstenaars rijk wordt van hun kunst. Je zult je misschien miskent voelen, ondergewaardeerd en niet gezien. Jammer dan. Stop medelijden met jezelf te hebben. Daarom was je niet begonnen.

Ik ben zelf ooit begonnen met schrijven om me weer te verbinden met mijn kunstenaar. Een verbinding die ik sinds de kleurschool kwijt was geraakt.

Als ventje in de eerste klas van de kleuterschool was ik verslaafd aan de waterbak. Ken je die nog? Zo’n grote bak met water waar je met allerlei obstakels, radartjes, dammetjes en sluisjes controle over het water probeert te krijgen. En das belangrijk als je op een eiland (Dordrecht) en in Nederland (onder NAP) woont. Ik vond de waterbak zo fascinerend dat ik een heel slim systeem had bedacht waardoor ik ongeveer 3 keer zoveel met de waterbak speelde als mijn minder frauduleuze mede kleuters.

Als een volwassene mij in die tijd vroeg: “Corretje, wat wil je later worden?”, antwoordde ik steevast, vol enthousiasme en met gepaste trots: “Waterbakker!” Het merendeel zei dan doodleuk: “Oh wat leuk.” Om het vervolgens weer snel over voetbal en auto’s te hebben met leeftijdsgenoten.

De waterbak was mijn lust en mijn leven en ik droomde van een succesvol leven als de beste en jongste waterbakker op aarde. (ik heb het altijd gek gevonden waarom onze planeet geen Water heette btw). Want voor een goede waterbakker is altijd werk. En ik zou, als ik van school af zou gaan meer ervaring hebben dan menig ander. Mijn politie, brandweer en piloot wordende vriendjes begrepen er ook weinig van. Gelukkig kon ik aardig voetballen.

En toen gebeurde het. Het was de zomer van 1973. Juf Jansen vertelde dat het laatste dag voor de grote vakantie was. “Jullie zijn 6 weken vrij.”

“Maar ik kan toch wel gewoon naar school komen om met de waterbak te spelen?” vroeg ik hoopvol.

Het antwoord deed mijn ogen branden en bijtend op mijn lip rende ik naar huis. Thuis kreeg mijn moeder het “grote vakantie concept”, wat natuurlijk ook hopeloos ouderwets was/is, ook niet uitgelegd aan deze kleine werkloze waterbaker. Maar ze had wel een idee. We gingen naar de HEMA en kochten daar een emmer met allerlei waterbak attributen. En ze beloofde me dat we heel vaak naar het strand zouden gaan. Nou is het strand best leuk maar nadat de zoveelste kleuter in mijn waterbak stond te pissen was ik klaar voor de tweede klas van de kleuterschool. Zouden ze daar een nog grotere waterbak hebben, dacht ik, toen ik in de rij stond om de nieuwe juf een handje te geven. In de deuropening keek ik langs de benen van de juf op zoek naar de waterbak. “Hallo Cor. Ik ben juffrouw Jannie. Heb je een leuke vakantie gehad?”

“Ja” antwoordde ik. “Maar waar is de waterbak?”

En wat de juf toen zei, is voor altijd in mijn geheugen gegrift en mijn ziel gekrast. Ze zei:

“Corretje, daar ben je nu toch wel een beetje te oud voor geworden”

Te oud? Ik was 6!

Vanaf dat moment is het downhill gegaan met mijn schoolprestaties. Op die dag verloor ik de verbinding met mijn Kunstenaar. Ik heb er jaren over gedaan om er weer achter te komen wat ik leuk vond en waar ik goed in was. De oefening ‘Het ochtendschrift’ uit het boek ‘The Artist Way’ van Julia Cameron herstelde die verbinding. Twee en half jaar lang schreef ik elke ochtend met de hand een A4tje mijn ongefilterde gedachten in mijn ongelinieerde schrift zonder de pen los te laten. Eenmaal klaar verbrandde (of verscheurde als ik in een hotel zat) mijn schrijfsels. Ook als ik het idee had dat ik net iets geniaals, briljants, unieks of wat mijn ego dan ook bedacht om het te bewaren. Heel bevrijdend. Daarna ben ik gaan bloggen en kon ik die opgebouwde discipline goed gebruiken.

 

Les 21. Definieer Succes.

Maar wees voorzichtig. Typische antwoorden zijn geld, geluk, vrijheid, “doen wat ik wil”.

Maar….als je een rijk iemand trouwt met veel geld, zou je dan tevreden zijn met al het geld. Subway verkoopt heel veel broodjes maar dat maakt ze nog niet goed.

Ok. Gelukkig zijn dan? Doe niet zo raar! Veel succesvolle mensen zijn ongelukkig en heel veel gelukkige mensen zijn niet succesvol. Ja in het gelukkig zijn.

Ik ben “succesvol” en onzeker, bang en blunder constant. Succes en geluk bevinden zich op andere plekken van het spectrum.

Wil je de echte definitie van succes? De beste is ‘tijd’, de tijd om je werk te doen. Maar hoe maak je tijd als je geen geld hebt? Je werkt full time. Je komt tijd tekort. Je hebt spijt, bent gefrustreerd, jaloers. Sorry. Maar dat is wat het is. Over een paar jaar mag je met pensioen….als je dat hebt. Over een paar jaar heb je tijd. Tijd om je eigen werk te maken.

Maar stel je nu eens voor dat je vier dagen per week gaat werken. Dan zou je je al een stuk beter voelen. Helaas daalt de depressie weer op je neer op zondagavond wetende dat je morgen weer naar die baan zonder bestemming moet die zoveel van je kostbare tijd inneemt.

De kunstenaar in je pikt het niet meer en gaat een strijd op leven en dood aan met de loonslaaf en vindt een manier om nog maar 3 dagen per week te ‘werken’. Iets wat 80% van alle kunstenaars die Saltz kent doen. Ze werken in een museum, gallery, voor een kunstenaar, als docent (zoals ik), als een kunstcriticus (zoals Saltz ;-), bij een boekhandel (zoals Levi bij De Bengel), vertaler enz.

En dan is de depressie over. Je hebt meer tijd om je werk te maken. Succesvol te zijn.

En dan?

Aan het werk. Of stoppen met kunstenaar zijn.

 

 

GRLPWR

9 okt

GRLPWR.001

On January 26, 2013 at 05.39 I started to write, not a book but this blog. I started to write about Design Thinking, Human Centered Design. About empathy, creativity and prototyping. I shared everything I ever did with DT, everything I knew about DT and everything I wanted with DT. But maybe even more what I still did not knew, did and could do. And by writing and sharing I found my way in life…..and work. This is post number 1.367 and it is time; AGAIN. Just like that Saturday morning in January 2013 I feel this is a turning point.  And like Usain Bolt would not stop halfway at 50 meter I will not stop at 51.

A week ago I was in Riyadh at the Glowork Career Fair:

‘It is the number one female career fair and recruitment related conference in Saudi Arabia that is endorsed by The Ministry of Labor and the Human Resources Development Fund.

The Glowork Career Fair is a Saudi-centric, three-day program designed to empower women with all educational backgrounds and experiences. The program effectively aids women in becoming active agents in today’s booming workforce by enriching their job-hunting opportunities, soft, and personal skills.

The career fair is composed of three major parts

Conference, we invite the top 200 student from universities around the Kingdom to listen to speakers coming from around the world

Workshops, more than 40 workshops that aims to develop personal and soft skills for job seekers.

Exhibition, where more than 80 company gather under one roof to showcase their opportunities.’

The Dutch Embassy had asked me to give a lecture on creative thinking at the conference and a workshop on Design Thinking. After the lecture I met several women who were interested in the slides I shared. And two of them asked me if I had the time to discuss a project they were working on. So the day after we had coffee and I listened to their stories. And it was not their project that made the biggest impact on me. It was their personal situation. It made a big impact. When we walked towards the exit I saw this sign saying “Give A Shit” and asked the waiter to take a picture. I made their faces black. I don’t want put their lives in danger. They already took a huge risk talking and having coffee with me.

That night I couldn’t sleep and finally got up in the middle of the night. I threw away the format for the Design Thinking workshop I made earlier. Kill your darlings. Game over. I decided to make something the participants of the workshop could work with themselves. To inspire them and facilitate them with the tools they could use to change things. One part inspiration and supporting information and one part activation; a design thinking by doing workshop on Women Empowerment.

That night I found out about the 17 Sustainable Development Goals of the United Nations and the 2030 Vision Statement of Crown Prince and Chairman of the Council of Economic and Development Affairs Mohammad bin Salman bin Abdulaziz Al-Saud:

The Design Thinking workshop was attended by 17 women and I started the workshop with this song:

Followed by:

GRLPWR_STEPAHEAD2018.001GRLPWR_STEPAHEAD2018.002GRLPWR_STEPAHEAD2018.003GRLPWR_STEPAHEAD2018.004

 

 

 

 

 

 

 

 

The World’s Largest Lesson pt 2 – with thanks to Sir Ken Robinson and Emma Watson from World’s Largest Lesson on Vimeo.

GRLPWR_STEPAHEAD2018.008GRLPWR_STEPAHEAD2018.009GRLPWR_STEPAHEAD2018.010GRLPWR_STEPAHEAD2018.011GRLPWR_STEPAHEAD2018.012GRLPWR_STEPAHEAD2018.013GRLPWR_STEPAHEAD2018.014

That would be the Challenge for the workshop. I warned them there would be hurdles on the way ahead.GRLPWR_STEPAHEAD2018.015

 

 

 

 

 

 

So they needed:

GRLPWR_STEPAHEAD2018.018

I gave them background info I copied and pasted from the UN SDG site.

Goal5_genderequaility

GRLPWR_STEPAHEAD2018.019GRLPWR_STEPAHEAD2018.020GRLPWR_STEPAHEAD2018.021GRLPWR_STEPAHEAD2018.022GRLPWR_STEPAHEAD2018.023GRLPWR_STEPAHEAD2018.024GRLPWR_STEPAHEAD2018.025GRLPWR_STEPAHEAD2018.026GRLPWR_STEPAHEAD2018.027GRLPWR_STEPAHEAD2018.028GRLPWR_STEPAHEAD2018.029GRLPWR_STEPAHEAD2018.030GRLPWR_STEPAHEAD2018.031Schermafbeelding 2018-10-09 om 07.35.28GRLPWR_STEPAHEAD2018.034GRLPWR_STEPAHEAD2018.035GRLPWR_STEPAHEAD2018.036GRLPWR_STEPAHEAD2018.037GRLPWR_STEPAHEAD2018.038GRLPWR_STEPAHEAD2018.039GRLPWR_STEPAHEAD2018.040GRLPWR_STEPAHEAD2018.041GRLPWR_STEPAHEAD2018.042GRLPWR_STEPAHEAD2018.043

I showed them this ad about invisible barriers:

 

 

 

 

 

 

 

 

And changed “Always Coca Cola” into “Always Girlpower” and used Google translate to translate it into Arabic.

GRLPWR_STEPAHEAD2018.045

And that they can make a difference:

GRLPWR_STEPAHEAD2018.056GRLPWR_STEPAHEAD2018.057GRLPWR_STEPAHEAD2018.060GRLPWR_STEPAHEAD2018.061GRLPWR_STEPAHEAD2018.062GRLPWR_STEPAHEAD2018.063

I felt welcome because of this quote from Crown Prince  Mohammad bin Salman bin Abdulaziz Al-Saud:

GRLPWR_STEPAHEAD2018.064

But that they were also supported by his 2030 vision statement. I showed some quotes and asked them from who the quotes were:

GRLPWR_STEPAHEAD2018.065GRLPWR_STEPAHEAD2018.066

The last quote of part one of the workshop was:

Schermafbeelding 2018-10-09 om 06.36.21

I asked them from who it was. They replied in choir “Crown Prince  Mohammad bin Salman bin Abdulaziz Al-Saud.”

But it is not.

GRLPWR_STEPAHEAD2018.067

We ended part one with:

 

 

 

 

We were halfway. So why stop:

 

 

 

 

 

After the break we started with part 2:

I asked them their definition of Design and we shared and learned from all the different perspectives on Design:

GRLPWR_STEPAHEAD2018.072GRLPWR_STEPAHEAD2018.073GRLPWR_STEPAHEAD2018.074GRLPWR_STEPAHEAD2018.075GRLPWR_STEPAHEAD2018.076GRLPWR_STEPAHEAD2018.077

To support this mentality I showed them this:

 

 

 

And explained them that every design starts with a desire to change something:

GRLPWR_STEPAHEAD2018.079

 

 

That in this workshop we would be working with this challenge:

GRLPWR_STEPAHEAD2018.083

…using the Triple Diamond Model to work with:

Schermafbeelding 2018-10-09 om 06.56.27

They zoomed out, discussed what worked well and what could be improved.

We formulated ‘How Could We……? questions, Brainstormed and Prototyped……and ended with asking what was Good, Bad and Unexpected.

At the end I promised to share alle the video’s and material.

So here you are ladies. Let’s take it further.

Schermafbeelding 2018-10-09 om 07.08.47

….and

GRLPWR_STEPAHEAD2018.059

Download the whole presentation here:

GRLPWR_STEPAHEAD2018

 

 

Alles Goed?

23 jun

ALLESGOED.001

Wow what a week. Dit was de drukste week van dit jaar.

Schreef ik ‘druk’? Schreef ik ‘dit jaar’?

Laat ik beginnen met die laatste. Ik denk van de afgelopen 51 jaar. En ik schreef ‘druk’. Wat een raar woord eigenlijk, druk. Ik heb iets met dat woord. Ik krijg het vaak te horen als antwoord als ik mensen vraag hoe het met ze gaat. Ongelooflijk hoeveel mensen dan zeggen ‘druk’. Ik vind het een ongelooflijk stom antwoord. Want wat wil je daarmee nu eigenlijk zeggen? Dat je (te) veel te doen hebt? Dat je je zaakjes niet op orde hebt? Zeg je met ‘druk’ dat je dat fijn vindt, druk zijn, of juist niet en vind je eigenlijk dat iemand anders wat van die druk van jou zou moeten overnemen? Of denk je misschien dat ik het interessant vind als jij zegt dat je druk bent. Denk je misschien dat ik denk dat je een beetje uit je neus zit te eten, dat je te weinig doet, lui bent of te weinig carrière maakt? Of zeg je dat je druk bent in de hoop dat ik ook zeg dat ik druk ben zodat we allebei een reden hebben om weer snel druk te gaan zitten doen.

Druk dus.

Het kan ook gebeuren dat iemand mij eerst vraagt. Ik krijg dan vaak de vraag ‘Alles goed?’ Een vriend van mij vraagt het me al jaren, echt al meer dan 10 jaar en steevast is mijn antwoord ‘Veel maar niet alles’.

Alles goed? Ja druk.

Gelukkig heb ik een oplossing gevonden in het boek van Jane McGonigal ‘SuperBetter’ The Power of Living Gamefully. Gefundeerd op wetenschappelijk onderzoek en gebaseerd op de ervaringen van meer dan een half miljoen mensen. Het kern van het boek is een simpel en transformatief idee; we kunnen dezelfde psychologische krachten, die we tonen als we games spelen, inzetten bij uitdagingen in het echte leven. Denk daarbij aan trauma’s, ziekten of gewoon een betere versie van jezelf worden. Kortom, de principes die in games werken, werken ook in het echte leven.

Ik ben groot fan van haar werk. Haar boeken en TED talks zijn een belangrijke inspiratie bron. En het leuke aan haar laatste boek is dat ze ook vol staan met zogenaamde Quests waarmee je op zeer eenvoudige wijze zelf kunt ervaren wat het is om te werken aan je

  • mentale
  • fysieke
  • emotionele en
  • sociale

weerstand.

Ik zal dat even kort toelichten. Deze slides komen uit een presentatie over Speelsheid die ik gaf aan docenten op HKU en leggen de 4 krachten uit.HKU_playfulness_29012018.001HKU_playfulness_29012018.002HKU_playfulness_29012018.003HKU_playfulness_29012018.004HKU_playfulness_29012018.005HKU_playfulness_29012018.006HKU_playfulness_29012018.007HKU_playfulness_29012018.008HKU_playfulness_29012018.009HKU_playfulness_29012018.010HKU_playfulness_29012018.011

Heb je er een geprobeerd?

Maar even terug naar mijn verhaal over druk  als antwoord op de vraag hoe het met je gaat.

Als iemand mij tegenwoordig vraagt hoe het met me gaat dan is mijn antwoord “ik geef mijn dag tot nu toe een (hier vul ik een cijfer tussen 0-10 in) en vraag vervolgens direct wat hun cijfer is. Om na het gegeven cijfer vervolgens te vragen “Is er iets wat ik kan doen om dat cijfer met 1 punt te verhogen?” Enigszins realistische verzoeken voer ik direct uit. Zo gaf ik de afgelopen tijd een massage, stuurde ik een hilarisch filmpje, rende ik de trap op en af en haalde ik voor een de garderobe dame in Tivoli een bakje thee.

De eerste keer dat ik dit uitprobeerde was uit het boek van Jane en heet Plus-One Better (pagina 71)

Hoe deze werkt?

Ik leg hem uit als je het NU probeert.

OK?

Mooi.

Gaat ie.

Kies drie mensen.

  1. iemand die graag iets van je hoort
  2. iemand waar jij graag iets van hoort
  3. iemand die verbaasd zal zijn als ie iets van je hoort

Nu heb je een keuze.

Easy is keuze 1

Medium is keuze  1 en 2

Hard is alle drie.

Vervolgens stuur je ze NU een WhatsApp, sms, mail, FB bericht of postduif en vraag je:

“Als je je dag tot nu een cijfer zou moeten geven tussen 0-10 wat zou dat cijfer dan zijn?”

Het grote wachten ia aangebroken. Heb je al antwoord?

Reageer op de antwoorden met het volgende bericht:

“Is er iets wat ik kan doen om dat cijfer met een punt te verhogen?”

Ik las net deze post voor aan mijn hele goede (fiets) vriend Jacco die met keelontsteking op bed ligt. Hij gaf ondanks die keelontsteking de dag een 8 en ik kan daar een 9 van maken als ik van deze post een podcast maak.

Dus is stop nu even met schrijven want ga nu druk doen met hoe ik een een podcast kan maken.

 

 

Oh I’m Free

7 jun

OHIMFREE.001

Ken je dat gevoel? Zeker nu het zulk lekker weer is. En zeker als je eindelijk een goed lopende luchtgekoelde 2 liter Volkswagen T2 uit 1979 hebt om lekker weg te gaan? Misschien wel echt helemaal weg, gewoon de wijde wereld in? Om vervolgens weer terug te komen in je, voor je trip helemaal schoongemaakte huis waar je goede vriend die ene cactus geen water hoefde te geven maar wel netjes de post op de keukentafel heeft gelegd met een post-it erop “Ben blij dat je weer thuis bent”.

Het mooie aan weg gaan zijn voor mij ook de voorbereidingen. Goed nadenken over wat je allemaal (niet) meeneemt. Eigenlijk is het schrijven op dit blog ook een mentale minivakantie. Ik bepaal met welke woorden ik vandaag op vakantie ga. Want dat is me weer duidelijk geworden de afgelopen dagen. Het publiceren op dit blog zorgt ervoor dat ik elke dag op vakantie ga in mijn  eigen verhaal. Ik kom ook weer allerlei mensen tegen die met me mee gaan en net als wanneer ik in mijn Blauw Witte Volkswagen T2 rijd even een duimpje opsteken of een glimlach toewerpen. Anderen maken even een praatje, zeggen lieve woorden of geven een compliment. Ja schrijven op dit blog is te vergelijken met rijden in een oude Volkswagenbus.

Het schrijven van en de feedback op een verhaaltje doet me nadenken over wat ik geschreven heb en geeft me soms inspiratie voor het volgende. Zo kan het zomaar gebeuren dat ik de avond van te voren echt weet wat ik ga schrijven en dat toch niet doe omdat ik al schrijvende een ander weg insla. Dat toestaan is vrijheid.

Ik vind dit eigenlijk wel een mooie afsluiter voor vandaag.

Ik rijd toch nog even door.

Een lezer van mijn blog vertelde me ooit dat het leuke aan dit blog was dat hij nooit wist waar hij ’s ochtends weer naar toe ging.

Ik wel. Met het FAN TAS TISCHE boek van John Thackara, How to Thrive in the Next Economy op het dashboard rijd ik naar Amsterdam en ontmoet ik Claud Biemans (niet Claudia John). Zij ontdekte dat er in haar stad op een vierkante kilometer 300 verschillende plantensoorten huisden, vergeleken met 50 verschillende op een zelfde dichtbij gelegen oppervlakte “managed countryside”. Claud: “Bijen weten dit heel goed en zijn tegenwoordig  meer in steden te vinden.”

Ik lees verder dat Claud wandelingen organiseert waar ze mensen langs de ecologische hoekjes en gaatjes in de stad leidt en laat zien waar planten niet alleen overleven maar juist floreren. Want,zo lees ik verder, “veel van deze stadsnatuur is eetbaar. Kruiden, blaadjes en eetbare bloemen groeien op muren en stoepen.

En over Lynn Shore van Urban Herbology. Zij is een van een groeiende groep stads foerageurs (is dat Nederlands?) en helpt stadsbewoners kruiden te zoeken, ermee te koken en te leren over medicinale samenstellingen.

Into the wild krijgt voor mij zo een heel andere invulling.

Ik zie het helemaal voor me. Met de T2 naar Amsterdam. Ik heb plek voor nog 7 personen. Wie gaat er mee?

Met Noltee.

In de T2.

Ik zet een muziekje op in de T2. De stem van Eddie Vedder mengt zich met het geluid van mijn gereviseerde luchtgekoelde tweeliter Volkswagen motor.

I’m free
Setting forth in the universe
Oh I’m free
Setting forth in the universe

 

 

Fran Tastic

5 nov

frantastic.001

Fran Edgerley is een van de oprichters van Assemble, een design/kunst/architect collectief in Londen. Ik ontmoette Fran in Queretaro waar we allebei sprekers waren op een congres over design en architectuur. ‘Haar’ collectief won de Turner Prize in 2015. Wikipedia daarover:

De Turner Prize, genoemd naar de Engelse schilder William Turner, is een jaarlijks toe te kennen prijs voor een Brits kunstenaar onder de vijftig.

De organisatie ligt bij de Tate Gallery en is ingesteld in 1984. Het is publicitair Engelands belangrijkste kunstprijs geworden. De prijs wordt tegenwoordig het meest geassocieerd met conceptuele kunst, alhoewel alle kunstvormen meedingen en menig schilder de prijs heeft gewonnen.

Sinds 2004 bedraagt het prijzengeld £40,000.

De prijs is zowat het equivalent van de Prijs Jonge Belgische Schilderkunst in België, de Prix Marcel Duchamp in Frankrijk en The Vincent Award in Nederland.

Tot vandaag was ik in de veronderstelling dat zij het eerste collectief waren die de vooraanstaande prijs wonnen. Maar op de lijst van de winnaars zie ik ook ‘The Otolith Group’ staan. Klikkend naar hun website lees ik dat het om een kunstenaars duo gaat. Dat is iets anders dan een collectief. Assemble begon met 16. OK. Ander verschil is dat Assemble geen kunstenaars collectief is maar een collectief van zeer divers pluimage. Laat ik ze makers noemen. Makers die gewenste situaties maken. Makers die dingen laten gebeuren. Samen werken door samen te maken. Het gaat ze om het samen maken, het proces, niet zozeer om de uitkomst, vertelde Fran in haar presentatie. Van hun website vertaal ik:

In haar projecten probeert Assemble de typische disconnectie tussen het publiek en het proces waarmee plaatsen worden gemaakt aan te pakken. Ze hanteren daarbij een aanpak waarbij men onderling afhankelijk is en samen werkt. Tevens proberen ze  het publiek actief als deelnemer te betrekken in de realisatie van hun projecten.

Je zou het social design kunnen noemen.

Tijdens haar presentatie vertelde ze over hun eerste project; The Cineroleum.

The Cineroleum was een eigen initiatief dat een verlaten benzine station in Londen transformeerde in een bioscoop.

Exif_JPEG_PICTURE

Het project was een experiment voor de verkenning van het potentieel voor het hergebruik  van de 4.000 verlaten benzine stations in Engeland. Tevens was The Cineroleum een improvisatie op de rijke iconografie en de decadente interieurs uit de gouden tijd van de film theaters.

cineroleum_gordijn

Klassieke elementen werden  opnieuw ontworpen voor de ‘langs de weg’  locatie, gebruik makend van goedkoop industrieel materiaal, gebruikte of gedoneerde materialen.

Klapstoelen van steigerhout, school tafels en banken werden bekleed met formica en het auditorium werd omsloten door een drie kilometer lang met de hand genaaid harmonica gordijn.

Cineroleum_Zander_animation5cineroleum_proces

Het duidelijk zichtbaar met de hand gemaakte Cineroleum werd ter plekke gebouwd door een team van meer dan 100 vrijwilligers. Samen lerend en experimenterend geholpen door de tijdens het prototype proces geschreven handleidingen. Fix it as you go.

Anders dan de buiten de stad multiplex bioscopen vierde The Cineroleum juist de sociale ervaring van het naar de film gaan. Van de popcorn machine en de bar in de oude benzinepompshop tot het filmprogramma van toegankelijke klassiekers.

Afgescheiden van de drukste eenbaansweg in Europa door een gordijn bood The Cineroleum plek voor collectief escapisme en een publiek spektakel voor de voorbijgangers. Aan het eind van de film ging het gordijn omhoog daarmee het publiek van de verbeelding van de film weer in het dagelijks theater van de straat duwend.

cineroleum_theend

Ik ben Fan van Fran.

 

 

De Why, How en What van Design

4 nov

whyhowwhatdesign.001

Een van mijn favoriete definities van design is van Herbert Simon, een Amerikaanse wetenschapper. Daar kwam ik net achter toen ik op mijn blog in het zoekscherm ‘definitie design’ intikte en op ‘zoek’ drukte. Herbert Simon definieert design als volgt: “Everyone designs who devises courses of action aimed at changing existing situations into preferred ones.” Goede ontwerpers sluiten met hun ontwerpen aan bij de wensen van hun doelgroep. Goede ontwerpen raken ons. Niet alleen omdat hun ontwerpen goed werken maar omdat ze ons emotioneel raken. Positief raken. Bladerend door de eindexamen werken van de Design Academy stel ik me de vraag wat de studenten hebben ontworpen. Welke huidige situatie hebben ze getransformeerd in een gewenste situatie? Welke positieve bijdrage levert het ontwerp aan de wereld? Om antwoord te krijgen op die vraag probeer ik antwoord te krijgen op de vraag aan welke positieve emotie het ontwerp appelleert (de Why) en wat de boodschap, het verhaal (de How) is wat het ontwerp wil vertellen. En om mezelf een beetje te helpen pak ik er het positieve emoties lijstje van Barbara Fredrickson bij. Zij heeft onderzocht dat er 10 vormen van positiviteit het dagelijkse leven van mensen het meeste kleuren. Natuurlijk bestaan er meer vormen maar uit haar onderzoek blijkt dat deze het meest voorkomen:

1. Vreugde

2. Dankbaarheid

3. Sereniteit

4. Belangstelling

5. Hoop

6. Trots

7. Plezier

8. Inspiratie

9. Ontzag

10. Liefde

Kijkend naar de ontwerpen stel ik me de vraag hoe de gebruiker zich moet voelen als ze in aanraking komen met het ontwerp? Het maken van een keuze uit dit lijstje maakt al een hoop ‘los’ en bedenk ook het geen exacte wetenschap is. Ik ben niet op zoek naar de Waarheid. Ik ben op zoek naar het Waarom? Vervolgens ga ik op zoek naar de How. De boodschap die het ontwerp wil vertellen. Een boodschap die betekenisvol en relevant is voor de gebruiker. Als ik de behoefte (de Why) en de boodschap (de How) heb kan ik de vraag (de What) waar het ontwerp een antwoord op is  formuleren: “Bedenk ideeën (de What) die ……………(de doelgroep)…………………(de Why)………………(de How).”

– nieuwsgierigheid
– verbeeldingskracht
– discipline
– vasthoudendheid
en
SAMENWERKEN.
Want zo stelt de Wachter, en ik vertaal even:
Kunstgeschiedenis wordt traditioneel gepresenteerd als de maker’s individuele strijd naar zelfexpressie. De afgelopen 50 jaar echter is het aantal makers dat SAMENWERKT exponentieel gestegen. De geïnterviewde makers bieden inzichten die leerzaam zijn voor iedereen die met anderen effectief willen samenwerken aan creatieve projecten.
ellenmaradewachter
Ik wilde vandaag een werk van de Design Academy delen dat me geraakt had. In de categorie Social Design. En ik eindig met een boekentip vol inzichten over hoe makers samenwerken.
Vraag niet hoe het kan.
Maar profiteer er van.

Kill your darlings

5 jul

killings.001

Weet je wat ik altijd heel lastig vind? Brainstormen met een groep als ik van te voren zelf al een heeeeeeel goed idee heb.

Ik vind het dan heeeeeeel moeilijk om nog naar andere ideeën te luisteren.

listensilent.001

En vind het heeeeeeel moeilijk om stil te zijn want het liefst vertel ik alleen maar over mijn fantastische idee.

listensilent.002

Gelukkig heeft Julia Cameron me leren loslaten. HardCOR loslaten. Bijna drie jaar schreef ik elke ochtend een pagina in mijn ochtendschrift zonder lijntjes met mijn rechterhand. Gewoon wat in je opkomt. Je blijft schrijven ook als je niet weet wat je moet schrijven. Dat schrijf je dat op ‘ik weet niet wat ik moet schrijven.’ Als je je pagina vol hebt geschreven dan verscheur of verbrandt (pas op in hotelkamers met rookmelders) wat je net geschreven hebt. En soms wil je dat echt niet omdat je wat je net geschreven hebt heel graag terug wilt lezen, of bewaren, of aan een ander wilt laten lezen, of welke andere hele goede reden je ook bedenkt om het te bewaren.

Maar dat mag niet van Julia dus dan doe je dat niet. Ik heb ochtenden gehad dat ik overwoog om maar te stoppen met het ochtendschrijfritueel zodat ik dat ene blaadje kon bewaren. Soms leken de blaadjes wel kilo’s te wegen en kreeg ik ze bijna niet verscheurd. Alsof ik een stukje van mezelf weggooide. Ik weet niet hoe eea psychologisch  werkt maar daarna voelde ik me juist in die gevallen enorm bevrijd. ‘Kill your darlings’ noemen sommige dat.

Gisteren en eergisteren gaf ik een workshop Design Thinking voor een groep internationale studenten waarvan ik wist dat een aantal al heeeeeele goede ideeën hadden. Dus kreeg iedereen gisterenochtend als opwarmingsoefening een A4tje met de vraag om daar in hun eigen taal op te schrijven wat ze dachten, en te blijven schrijven. Niet opkijken blijven schrijven. Ik stond met mijn laser voor de groep en richtte mijn laser op hun schrift bij aarzelingen. Na een minuut of twee werden de eerste schrijfhanden al gewapperd en vingers gestrekt. Ik verliet vervolgens het lokaal om drie minuten later terug te komen. Iedereen zat nog keurig te schrijven. Toen de eerste student zijn blaadje omdraaide om daar verder te schrijven bedankte ik iedereen en vroeg ze hoe ze zich voelden. Dat varieerde van ‘energiek’ tot ‘relaxt’. Van ‘all over the place’ tot ‘super gefocust’. Een student vertelde trots dat hij tot een belangrijk inzicht was gekomen en hield het blaadje als een groot geschenk vast.  We wisselden nog wat ervaringen en vroeg de groep vervolgens om hun blaadje te verscheuren. Vertwijfeling en onrust vulde het lokaal. Serieus? Ja echt waar. Ik was al gaan rondlopen met een klein vuilniszakje en vroeg iedereen zijn verscheurde ochtendschrijfsel in het vuilniszakje te stoppen. Weigeringen sloeg ik streng af en dwong ze toch echt hun schrijfsel los te laten. Toen ik bij de student met het grote geschenk aankwam zag ik dat hij een leeg blaadje in het vuilniszakje stopte en op zijn ochtendsschrijfsel was gaan zitten. Wat strenge steeds dichterbij komende blikken deden hem uiteindelijk afstand doen van zijn geschenk.

Ik hing het vuilniszakje aan de muur en vroeg de groep hoe ze zich voelde. Emoties gierden door het lokaal. Verdriet, euforie, vreugde en boosheid. Het hele emotionele spectrum kwam voorbij.

De student die net zijn grote geschenk was kwijt geraakt zat er verslagen bij maar langzaam kwam er een glimlach op zijn gezicht. Het loslaten was begonnen. Met een laatste blik op het graf van zijn lieveling maakte hij ruimte voor nieuwe ideeën.

Ik zag hem gedurende de dag nog wel af en toe melancholiek naar zijn verscheurde lieveling in het vuilniszakje kijken.

vuiliszakje.jpg

 

BKE END

4 jul

BKEEND.001

Afgelopen zaterdag mailde ik Rene van Kralingen, mijn BKE Docent, mijn aanvullende werk voor mijn Basiskwalificatie Examinering. Wat begon als een word document eindigde in een vraag en antwoord blog.

Wil je dat allemaal nog eens na lezen, ja die mensen zijn er, dan heb je hier mijn eerste document met de vragen van Rene:

toetscyclus_cor_noltee_19mei2017 – met feedback van Rene v Kralingen

En hier de posts die ik schreef:

BKE RENE

BKE RENE 2

BKE RENE 3

En gisteren kreeg ik van Rene te horen dat ik aan de eisen van het BKE heb voldaan. En dat Rene “hoopt dat ik de toets/beoordelingsdilemma’s blijf delen op mijn blog…………..ze zijn leerzaam voor jou en mij.”

Dus dan doe ik dat. In, zoals Rene zo mooi wist te verwoorden in zijn beoordeling;

“fonetische toetstaal”

En dat benoemen van mijn fonetisch toetstaalgebruik was precies het inzicht wat Rene me eerder aan de telefoon gaf toen ik hem verbaal uitlegde waar ik mee bezig was. Hij zei dat ik het gewoon moest opschrijven zoals ik het vertelde. Ik heb nu geleerd dat dat, in BKE termen fonetische toetstaal, heet 🙂

Op het podium van ‘beste leraar die ik ooit gehad heb’ staat Rene nu naast Meneer Simons, mijn wiskundeleraar op het Atheneum.

Trouwe lezers weten dat ik een echt alfa mannetje ben. Maar weinig weten dat ik eigenlijk  dierenarts wilde worden. Net als mijn beste vriend Hans. Hans was een kei in wiskunde, scheikunde en natuurkunde. Ik was een drama. Maar ik hield van dieren en van Hans dus koos ik het meest beta pakket wat je maar kunt bedenken.

In de tweede klas van het Atheneum had ik een 5 voor wiskunde en de rest zesjes. Aan alle kanten werd er getwijfeld of die beta kant niet de verkeerde kant voor me was. Ik was een hetero alfamannetje in een beta klas. Dat is natuurlijk vragen om problemen.

Problemen stapelde zich op en hulp kwam uit een onverwachtse hoek. In de vorm van Meneer Simons. In de derde klas kreeg ik een nieuwe wiskunde leraar. Een kleine, oudere man uit Brabant genaamd Meneer Simons. En Meneer Simons was een held. Ten eerste omdat ik aan het eind van het schooljaar een 8 had voor wiskunde maar met name omdat hij met humor een klas testosteron in bedwang hield met grappen en grollen. Als jij dacht grappig te zijn was hij net even grappiger. Hij had een een soort intelligente humor waar ik jaloers op was. Zo wilde ik ook zijn. Maar dat vertelde ik natuurlijk niet. Als 16 jarige grapjas van de klas zei je natuurlijk niet dat je net als Meneer Simons wilde zijn. Maar Meneer Simons was mijn superheld. Ik heb het hem nooit verteld maar stiekem wisten wij het denk ik wel van elkaar.

Het mooiste voorbeeld van hoe Meneer Simons omging met ongeoorloofde acties in de klas was de volgende.

Ik zat naast Hans in de middenrij  en gooide een propje richting de vuilnisbak die naast de deur stond, zo’n 6 meter verder. Via de muur belandde het propje precies……………naast de prullenbak. Meneer Simons zag het maar ging ongestoord verder. Ik ben netjes opgevoed dus stapje op, pakte het propje en gooide het op een meter precies…………..naast de prullenbak. Nu had ik wel alle aandacht. Niet alleen van de klas maar ook van Meneer Simons. De zo quasi nonchalante actie transformeerde zich in een knap zielige vertoning die nog erger werd toen ik voor de derde keer het propje precies naast de prullenbak gooide. Mijn superheld kon het niet meer aanzien en schoot me te hulp. Meneer Simons pakte het propje en zei tegen me dat ik het helemaal verkeerd deed.

Hij droeg me op om drie meter van de prullenbak op de grond te gaan liggen met mijn hoofd richting de prullenbak. Alsof gehypnotiseerd lag ik 5 seconden later op de grond in het wiskunde lokaal. Meneer Simons gaf een voorstelling. Zijn publiek keek ademloos toe. Wat ging hier gebeuren.

Hij vroeg me of ik links of rechts was. Rechts zei ik. ‘Ok, dan moet je het propje met je linkerhand gooien. Met je linkerhand over je rechterschouder, zonder te kijken.’ IK twijfelde geen moment. Meneer Simons had alles onder controle. Het propje zweefde door de lucht, stuiterde op de rand van prullenbak. De klas hield de adem in. Daar lag ik dan met gesloten ogen midden in het wiskunde lokaal. Het propje viel precies…………in de prullenbak.

‘Zo doe je dat Cor.’ En hij stak zijn hand uit en trok me omhoog. Een luid applaus vulde de ruimte. Met een kleine buiging nam Meneer Simons het applaus in ontvangst en ging verder met de cosinus regel. Alsof er niets gebeurd was.

Een van mijn favoriete creatieve denktechnieken is “De Superheld”.  Je vraagt je dan af hoe jouw favoriete superheld het zou oplossen. Ik heb er nu drie twee. Batman, Meneer Simons en Rene van Kralingen. En geloof me, ze komen alle drie altijd met hele originele ideeën.

Rene bedankt.

PS

Ik zie nu overal BKE.

Deze nam ik in de trein die vanuit Utrecht Rotterdam binnen rijdt.

BKE_trein

 

 

 

BKE Rene 2

12 jun

bkerene2.001

Dit is een vervolg op mijn post van vorige week over mijn Basis Kwalificatie Examinering (BKE) die docenten opleidt tot toetsexperts.

De 280 eerstejaars HKU Kunst en Economie studenten zijn in groepen ingedeeld, weten wat ze te doen staat en komen op dinsdag met hun plastic tas op school waarop ze bij binnenkomst een papieren vodje krijgen wat ze die week gebruiken als een paspoort.

UNDESIGN2016_paspoort.001Na het bijwonen van colleges en afronden van opdrachten ontvangen de studenten een stempel op hun paspoort en uit de groep studenten met de meeste stempels werden 10 ‘winnaars’ getrokken die naar het What Design Can Do Congres mochten. Een prachtige prijs die normaal zo’n € 100 kost. Ook de begeleiders kregen vrijkaarten voor het congres.

Regelmatig gebruik ik het ‘paspoort’ principe bij meerdaagse, verschillende onderdelen bevattende programma’s en ben elke keer weer verbaasd hoe goed zo’n simpel beloningssysteem werkt. Het plaatje van juf van de lagere school werkt blijkbaar ook (of nog steeds) voor eerstejaars HBO studenten.

Moeilijkheid vorig jaar was dat door ruimte gebrek de groep opgedeeld werd in even en oneven groepen waardoor niet iedereen tegelijk het begin en afsluitcollege volgde. Dit jaar is er de beschikking over een grote collegezaal waar wel iedereen in past wat veel meer rust bij de studenten en begeleiders zal geven.

Enfin. Tijdens dit seminar leren de studenten dat in deze onvoorspelbare wereld mensen het uitgangspunt zijn voor menselijke oplossingen door stapsgewijs en samenwerkend hun creatieve vertrouwen te vergroten. De leerlingen volgen hierin de stappen van het Tripple Diamond Design Thinking model.

Gebruikmakend van het Tripple Diamond Model, leren de studenten stapsgewijs en in teamverband tot een oplossing te komen om de opvang en integratie van vluchtelingen in stedelijke gebieden te verbeteren. Hun oplossing wordt verbeeld in de vorm van een stopmotion filmpje.

De filmpjes worden aan het eind van de week gepresenteerd. 40 (40 x7=280) groepen tonen een 1-1.30 minuut durend stopmotionfilmpje aan een jury bestaande uit een team van 2 docenten en 2 professionals uit het werkveld.  De docenten beoordelen geen groepen die ze zelf hebben begeleid. De professionals zien alleen het eindresultaat. De professionals hebben ruime ervaring in  het beoordelen van creatief werk als creative en/of strategy director bij design/communicatie bureaus. Vooraf ontvangen de professionals een uitgebreide briefing waarin het programma wordt toegelicht.

Vorig jaar maakte ik gebruik van dit beoordelingsformulier:

stopmotion_beoordeling_UNDESIGN2016.001

Aan het eind van de beoordeling kwam er een teleurgesteld team naar me toe. Ze waren teleurgesteld omdat hun filmpje beoordeeld was met een dun zesje. Ze vonden het cijfer geen afspiegeling van het werk wat ze hadden verricht gedurende de week. Dat kon ik als begeleidend docent alleen maar beamen. Ze waren heel gedisciplineerd te werk gegaan en hadden alle deelopdrachten serieus aangepakt. In de bovenstaand beoordelingformulier  was echter alleen aandacht voor het eindresultaat, het stopmotion filmpje.

Dit jaar is mijn uitdaging dan ook hoe ik het proces onderdeel kan maken van de beoordeling zodat de beoordeling een niet alleen een reflectie is van het eindresultaat en zo beter aansluit bij het doel van de hoofdfase waar UNDESIGN onderdeel van is:

“De student is in staat om met gebruikmaking van creatieve tools te komen tot een dienst, product, concept of bedrijf dat sociale, economische of culturele (meer)waarde genereert en zet daarbij zijn gedegen kennis en ervaring met branding en storytelling in.”

De Toetscyclus. Stap 1. Het Basisontwerp.

De opleiding Kunst en Economie heeft als doel bij
 te dragen aan de kennis en kunde van ondernemerschap en management in de creatieve industrie.

De KE-professional is zich bewust van de context waarin zijn werk moet functioneren en ziet het belang van zijn bijdrage aan het oplossen van maatschappelijke vraagstukken (‘creation of value’), zoals het vluchtelingenprobleem in UNDESIGN.

UNDESIGN, aan het eind van jaar 1, is onderdeel van de hoofdfase van Kunst en Economie. De KE-professional kan bijdragen aan de ontwikkeling van het werkveld en de veranderende context. De KE-professional ontwikkelt in de KE-opleiding vijf competentiegebieden. Deze competentiegebieden stellen de afgestudeerde KE-professional in staat om sociale, economische of culturele (meer)waarde te leveren zowel binnen als (bijvoorbeeld in crossover situaties) buiten de bestaande culturele waardeketen. De competentiegebieden zijn onderverdeeld in een hoofdfase (jaar 1, 2) en de specialisatiefase (jaar 3, 4).

UNDESIGN in jaar 1 is onderdeel van het competentiegebied Art and Creation:

Hetgeen terugkomt in het vorig jaar geformuleerde leerdoel van Undesign;

De student kan bepaalde creatieve werkvormen inzetten bij het oplossen van diverse vraagstukken.

Dit grote omvangrijke leerdoel zou ik dit jaar willen onderverdelen in een aantal concretere, op het Tripple Diamond Model, gebaseerde leerdoelen. En deze met de begeleiders en studenten aanscherpen.

Wordt vervolgd.

BKE RENE

3 jun

BKErene.001

Het is 6.08 en ik zit aan de eettafel met een dubbele espresso. Ik was al om 5.43 wakker net als gisteren (05.14) en donderdag (05.18) vroeg dus. Vandaag is het zaterdag. Een bijzondere zaterdag want vanavond ga ik met mijn goede vriend Daniel naar de opening van ‘s-werelds grootste Mondriaan tentoonstelling ooit. Misschien ben ik onbewust toch een beetje nerveus. De dresscode is namelijk ‘a touch of red, yellow, blue’.

Tijdens mijn Marie Kondo opruimactie heb ik met mijn rode Boss pak in mijn handen gestaan en gevoeld of ik blij werd van mijn rode Boss pak. Blij is niet het goede woord. De emoties gieren door mijn lijf als ik alleen al aan mijn rode Boss pak denk. Ik droeg het tijdens de begrafenis van mijn moeder die daar waarschijnlijk trots van had gezegd ‘die Cor he, wat een droge’. En ik droeg het tijdens mijn Pecha Kucha tijdens de master kunsteducatie waarbij ik, staand in mijn rode Boss pak met het hart in mijn keel 6 minuut 40 mijn mond hield met achter mij op het scherm een groot rood vlak waarvan de schaduw in 20 stappen van rechtsboven naar linksonder verschoof. (een Pecha Kucha is een presenattievorm waarbij je verhaal doet ondersteund door 20 plaatjes die elk 20 seconden blijven staan. Het enige wat ik gezegd had was dat “Cor Noltee helaas niet aanwezig kon zijn).

Maar ik dwaal af. Want ik denk toch niet dat dat de reden is waarom ik hier zo vroeg zit te typen op mijn vrije zaterdagochtend. De reden dat ik hier zit te typen is Rene van Kralingen. Rene is mijn docent in de BKE training die ik volg als docent aan de Hoge School voor de Kunsten in Utrecht. De BKE training is een cursusonderdeel van de didactische training die ik, moet, volgen. Moet, moet……ik heb natuurlijk een keus maar ondanks het feit dat ik een master in kunsteducatie heb en al 10 jaar uitstekende feedback van studenten, docenten en mijn directeur ontvang, heb ik geen didactische aantekening. Ik ben zo’n praktijk geval dat het onderwijs is ingerold. In 2006 vroeg een collega van het reclamebureau waar ik werkte of ik voor hem wilde invallen. Of ik een college wilde geven over ‘Inspiratie’. De avond voor het college ben ik toen met mijn camera voor mijn boekenkast gaan staan en trok er half de boeken uit waar ik ter plekke, weer, geïnspireerd door raakte. Ik fotografeerde de covers en zette deze in een Keynote en liet die zien met mijn verhaal wat mij zo inspireerde in die boeken. Die avond na het college stuurden drie studenten Gabrielle Kuiper een mail, of ik geen les kon komen geven op HKU. De ochtend erna belde Gabrielle Kuiper dus met die vraag: “Cor, zou je les willen geven op HKU?” Dat wilde ik wel. Je moet wat als werkloze waterbakker. Dat lesgeven bestond uit 6 colleges van 90 minuten aan tweede jaars HKU Kunst en Economie studenten. Ik deed dat op basis van het boek van Daniel Pink, “Een compleet nieuw brein”, dat ik toen aan het lezen was en sindsdien op de verplichte literatuurlijst staat van HKU. Dat kwam heel goed uit want in dat boek beschrijft Pink de 6 rechter hersenhelft vaardigheden die wij hier in het Westen moeten ontwikkelen om producten en diensten te ontwikkelen die mensen emotioneel raken;

1. Empathie, je kunnen inleven

2. Symfonie, combinaties kunnen maken

3. Verhaal, een verhaal kunnen maken

4. Design, niet alleen iets dat werkt maar ook iets moois kunnen maken

5. Humor, spel en plezier kunnen inzetten

6. Zingeving. Betekenis kunnen toevoegen.

Zo bracht Daniel Pink me via een TBWA\ collega, Gabrielle Kuiper en enkele geïnspireerde studenten op het podium van de grote zaal van HKU Kunst en Economie. Elf jaar later zit ik op zaterdagochtend uit te leggen over het hoe, wat, waarom, wanneer en wie van de BKE.

Maar ik dwaal af…..weer. Sorry Rene.

Ja. Ik schrijf deze post namelijk voor Rene van Kralingen. Want Rene is de hoofdreden dat ik hier zon enthousiast zit te schrijven. Rene gaf me gisteren namelijk feedback op het document dat ik ingeleverd had om mijn BKE te halen. De Basis Kwalificatie Examinering (BKE) leidt docenten op tot toetsexperts die het antwoord hebben op deze en andere complexe toetsvraagstukken;

“Is mijn voldoende wel echt een voldoende?”
“De toets is heel slecht gemaakt, hoe kan dat nou?”
“Hoe kun je de redenaties en argumentaties van studenten toetsen?”
“Mijn collega is veel soepeler in haar beoordeling dan ik. Hoe kunnen we op één lijn komen?”

Tijdens de BKE komen de volgende onderwerpen o.a. aan bod:

  • Toetskwaliteit: toetscyclus, kwaliteitsborging, indicatoren van kwaliteit
  • Toetsvormen: schriftelijk, praktisch, mondeling, eindwerkstuk, assessment
  • Alignment: toetsprogramma, toetsbeleid
  • Instrumentarium: rubric, normering, toetsmatrijs

En na afloop kun je:

  • De kwaliteit van de eigen toetspraktijk en gebruikte werkwijzen screenen
  • Een weloverwogen keuze maken voor geschikte toetsvormen
  • Een bij eindvereisten passend toets- en beoordelingsplan opstellen
  • Toetsen en andere beoordelingsinstrumenten ontwerpen en samenstellen
  • Methoden voor resultatenanalyse, cesuurbepaling en toetsevaluatie in de praktijk gebruiken

Docenten en medewerkers onderwijsontwikkeling bij HKU moeten een BKE halen. Dus ook ik. En bij het woordje ‘moeten’ gebeuren er rare dingen in het hoofd en lijf van Cor Noltee. En dat is precies wat Rene heel goed begreep toen hij me gisteren telefonisch aanhoorde en vragen bleef stellen. Zijn opmerking ” je moet het gewoon opschrijven zoals je het nu tegen mij vertelt”, was precies de juiste snaar. Of was het dat ik Rene gewoon een hele aardige vent vind en hem heel hoog heb staan. Laat ik weer niet teveel afdwalen. Het is zaterdagochtend 06.52 en Cor Noltee schrijft aan zijn BKE geïnspireerd door Rene.

College’s duren bij HKU meestal 90 minuten met soms een pauze na 45 minuten.

Even pauze dus.

07.05

Zo. Dubbele espresso. Daar gaan we weer.

De BKE bestaat uit een aantal bijeenkomsten waar je heel praktisch aan de slag gaat met de theorie. Je gebruikt een eigen onderwijs situatie waarbij je de opgedane kennis inzet om de toetsing ervan te verbeteren.  Ik gebruik daarvoor de module ‘UNDESIGN’. UNDESIGN is een 4 daags programma voor alle 280 eerstejaars HKU Kunst en Economie studenten die vorig jaar in juni voor het eerste plaatsvond. En hoe dat ontstaan is zal ik even toelichten. Nadat ik part time aan de slag was gegaan naar aanleiding van mijn inspiratie college werd ik gevraagd of ik wilde invallen voor het vak Creativiteit en Concept voor eerstejaars. Het vak bestond uit hoorcollege’s aanvullend op het boek Creativiteit Hoe?Zo! van Igor Byttebier. Elke week een college van 90 minuten. Vooral veel zenden en weinig interactie. Da’s ook best lastig met ruim 200 studenten in een zaal…..dacht ik toen. Maar wat ik veel storender vond was dat het ritme van 6 weken elke week 90 minuten college waarbij het gevraagde ‘huiswerk’ (hoofdstukken lezen en opdrachten doen) lang niet door iedere student werd gedaan. Lang niet betekent eigenlijk bijna helemaal niet. Mijn conclusie toen was dat je het vak Creativiteit toch echt moest Doen en dat die week ertussen je uit de Flow van het Doen haalde. Toen ik een jaar later weer voor het vak werd gevraagd, heb ik vriendelijk bedankt waarop Gabrielle Kuiper me vroeg “maar hoe zou jij het doen dan?”.  Tien jaar van proberen, ontwikkelen, falen en veel energie, vooral met HKU collega Danielle Cuppens hebben geleid tot een van de 5 competentiegebieden Art and Creation (A&C) . Deze competentiegebieden stellen de afgestudeerde KE-professional in staat om sociale, economische of culturele (meer)waarde te leveren zowel binnen als (bijvoorbeeld in crossover situaties) buiten de bestaande culturele waardeketen. De competentiegebieden zijn onderverdeeld in een hoofdfase (jaar 1, 2) en de specialisatiefase (jaar 3, 4). UNDESIGN, aan het eind van jaar 1, is onderdeel van de hoofdfase van Kunst en Economie.

Zijn jullie er nog?

HKU, Kunst en Economie, Jaar 1, 5 competentie gebieden, Art and Creation:

Schermafbeelding 2017-06-03 om 07.45.30.png

Het  deel “De student is in staat om strategische samenwerkingsverbanden, waar ontwerpers en makers onderdeel van uitmaken, ten gunste van de optimaliering van creatieve en zakelijke processen (waardecreatie en/of co-creatie) te ontwerpen en te realiseren.” leren de studenten niet tijdens UNDESIGN. Echter de case waarmee de studenten aan de slag gaan bij UNDESIGN is wel een prachtig voorbeeld van een strategisch samenwerkingsverband. Dit jaar gaan de studenten weer aan de slag met de  Refugee Challenge van What Design Can Do die vorig werd geïntroduceerd;

Vluchtelingen die asiel zoeken in een gastland zijn beperkt in hun mogelijkheden. Zij hebben geen toegang tot werk, weinig of geen geld en beperkt in hun bewegingsvrijheid. Families zijn uit elkaar gerukt en asielzoekers leven onder moeilijke omstandigheden met geringe mogelijkheden tot het creëren van een persoonlijke levenssfeer. Zelfs als, na maanden of jaren wachten, asiel wordt toegekend, moet de echte integratie nog op gang komen. Je ‘mens’ voelen is uitermate moeilijk onder deze omstandigheden.

Deze fundamentele uitdaging is onderdeel van de wereldwijde What Design Can Do Refugee Challenge, een gedeelde ontwerpwedstrijd door design platform What Design Can Do, UNHCR en de IKEA Foundation.

Ik was op de Challenge gestuit via een goede relatie van mij; Marie de Vos die toentertijd als design researcher werkte bij STNDBY in Amsterdam. Marie heeft een belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling van de What Design Can Do Refugee Challenge en met name in het verzamelen van inzichten en in het kaart brengen van de behoeften van de verschillende stakeholders in het vluchtelingen vraagstuk. En dat was precies het onderdeel wat in voorgaande jaren te veel tijd kostte voor de leerlingen om zelf te doen en ook een vaardigheid betrof die ze nog niet geleerd hadden. Toen Marie me uitlegde dat de What Design Can Do Refugee Challenge bestond uit de resultaten van hun onderzoek verwoord en verbeeld in 5 briefs vroeg ik of de challenge mocht gebruiken als basis voor mijn UNDESIGN seminar en Marie jurylid wilde zijn en de stoplotion filmpjes van de 40 groepen studenten aan het einde van de week wilde beoordelen. Dat wilde ze en het leek me verder een goed idee als ik het voorhanden materiaal eerst zelfde testte. Dat deed ik met een tweetal groepen Master Crossover Creativity studenten in de rol van facilitator en vervolgens als deelnemer in een sessie in Amsterdam waarbij Marie de facilitator was. Zo had ik het programma van twee kanten kunnen ervaren en evalueren. Mijn conclusie was dat de What Design Can Do Refugee Challenge uitstekend materiaal was en om te bouwen naar een 4 -daags programma voor alle 280 eerstejaars HKU Kunst en Economie studenten waarbij deze aan het eind van UNDESIGN

“In staat is om met gebruikmaking van creatieve tools te komen tot een dienst, product, concept of bedrijf dat sociale, economische of culturele (meer)waarde genereert en zet daarbij zijn gedegen kennis en ervaring met branding en storytelling in.”

Het is nu 8.26

Tijd voor een pauze.

Het is 09.10 Een banaan, sinaasappel, citroen, sla, spinazie en kiwi shake en een goede evaluatie met mijn vrouw over gisteravond en daar gaan we weer.

Met de What Design Can Do Refugee Challenge had ik prachtig, zelf geteste “creatieve tools om te komen tot een dienst, product, concept of bedrijf dat sociale, economische of culturele (meer)waarde genereert.”

Marie tipte me nog op een mooie film “Welcome”;

Kurdish teen Bilal (Firat Ayverdi) has traveled all the way to the north of France in the hope of reuniting with his girlfriend in England. To get around a legal technicality, he decides to swim across the English Channel — even though he’s unable to swim. Simon Calmat (Vincent Lindon), the local swimming instructor who is struggling with his own impending divorce, agrees to train Bilal for his grueling journey. The two soon form a strong bond that helps them in unexpected ways.

Ik had haar namelijk verteld dat ik in de aanloop en op de eerste dag van het 4 daagse UNDESIGN programma de studenten echt wilde onderdompelen in de context en emotie van het vluchtelingen vraagstuk. Een week van te voren stuurde ik de studenten (en 6 HKU begeleiders) deze mail:

“Dag Toekomstige Vluchteling,

Volgende week gaan we aan de slag met de What Design Can Do Refugee Challenge. Hiervoor hebben jullie van Ineke van den Berg al het programma ontvangen.
Voor een goed verloop van de week is het belangrijk dat jullie een aantal zaken voorbereiden. Het programma is zo ontworpen dat het NOODZAKELIJK is dat je deze voorbereiding doet. Goed doet. Met aandacht. Mede omdat je in teams werkt en je zonder goede voorbereiding je op voorhand je team op achterstand zet.
Hoe ziet die voorbereiding eruit?
1. Hier vind je meer informatie aan over het project.
Kijk niet naar de data. Die gelden niet voor ons.
Lees het document.
2. Hier staan de 5 Briefs:
Maak een keuze uit een van de 5 Briefs en lees vervolgens deze Brief GRONDIG door. Print deze uit en neem hem mee dinsdag mee. Deel van de kennismaking van je team is delen welke brief je hebt gekozen en waarom. Uiteindelijk kies je als team 1 brief waar je mee gaat werken. Dus nogmaals. Het is belangrijk dat je weet welke Briefs er zijn en, dat je er een gekozen hebt…….en heel goed hebt gelezen. Het geeft je namelijk de noodzakelijke basis en verdieping in de opdracht en maakt het vervolg een intensere leer-en team ervaring.
3. Je vluchtelingen plastic tas.
Dinsdag neem je een plastic tas mee waarin de spullen zitten die je mee zou nemen als je NU zou moeten vluchten. Ja NU. Niet morgen of straks. Nu. Je staat in je huis en moet bepalen wat je meeneemt. Je hoort een Tank de straat in denderen. Je hebt 2 minuten. Wat neem je mee? Je teddybeer? Je oude kroel? Het horloge van je opa dat ie op zijn sterfbed aan je gaf? WAT NEEM JE MEE.
De inspiratie voor dit idee komt van:
Deze voorbereiding is veel werk. Dit doe je niet in een uurtje. Het kost je zeker een halve dag. Die hebben we in het rooster ook ingepland….op maandag. Het fijne wel is dat je het ook de komende dagen kunt doen wanneer JIJ wil, waar je wil. Op het strand, in de trein, op bed, de hangmat, de sauna.
Geniet nog maar even van je vrijheid. Dinsdag is het voorbij 🙂 Dan krijg je vluchtelingen paspoort en staan de What Design Can Do Coaches je op te wachten bij de ingang van het vluchtelingenkamp…..to help YOU to make a DIFFERENCE.
We kijken ENORM uit naar volgende week. Een geweldige kans om onze Kunst en Economie in te zetten om een waardevol verschil te maken.”
De oproep aan de studenten voor het vullen van hun vluchtelingen plastic tas inspireerde de coaches tot schrijven van verhalen en foto’s van hun tassen:

Via radio 1 en twitter heb ik het gezien, maar kan het niet geloven: Utrecht is al bezet. De tanks trekken naar het zuiden en zijn dichtbij. In de verte kan ik ze al horen, het is onheilspellend. Ik weet dat we straks het getril in de straten zullen voelen.

Ik roep de kinderen om nu meteen hun stevigste schoenen aan te doen, en om een trui en regenjas aan te doen. Ze moeten het rugzakje pakken dat ik vorige week al heb klaar gezet. Dat deed ik toen in feite om het lot te bezweren, maar nu is er geen ontkomen meer aan. Hun tandenborstels had ik erin gestopt, verder nog niets. En een aantal strippen medicijnen voor onze middelste  dochter, anders redt ze het alsnog niet. Pak ieder een waterflesje mee en vul het, snel!
En ik? Mijn goeie schoenen, het zakmes, de oude zwarte wollen legertrui van mijn vader waar nog wat van zijn grijswitte haartjes uit de wol steken, mijn regenjack, een foto van ons gezin van vlak na Tiba’s transplantatie – toen leefden we dóór na die enorme beproeving, met zijn vijven, dus nu lukt het ons vast ook. Die foto zal me herinneren aan bovenmenselijke kracht en wat wij samen kunnen.
Twee boekjes die door mijn voorouders zijn geschreven, omdat ik die altijd om me heen voel, en omdat de Romantiek uit hun verhalen nodig zal zijn om mij er doorheen te slepen in barre tijden.
Zelf moet ik ook schrijven, dus een schrift met pen.
Een usb stick met foto’s van betere tijden.
Mijn paspoort.
Twee plastic tasjes, waarvoor eigenlijk?
Een waterfles. Ik kan hem niet meer vullen. We moeten opschieten.
plastictas
Vervolgens ontvingen de 6 coaches 1.Workshop Manual LowRes waarin het proces en alle materialen in stonden. De studenten ontvingen deze via mail aan het eind van de eerste dag om ze niet teveel info aan het begin van de module te geven.
Het programma voor de week zag er als volgt uit:
Schermafbeelding 2017-06-03 om 09.50.47
Met dank aan rots in de rooster branding Ineke van den Berg.
Korom de eerste dag (dinsdag)  onderdompeling en kennismaking met elkaar en de coaches. En woensdag en donderdag in de ochtend uitlegcollege waarin stap voor stap het door de studenten reeds ontvangen workshopmanual werd toegelicht en uitgelegd. Vervolgens gingen studenten zelf aan de slag en kwamen de coaches op vooraf gecommuniceerde tijden bij de groepen langs om ze begeleiden (niet beoordelen)
Schema voor woensdag en donderdag:Schermafbeelding 2017-06-03 om 09.56.13
Het is 10.00
Ik voel een pauze aankomen.
Pauze.
%d bloggers liken dit: