How to be an artist. Deel 5

4 dec

howtobeanartist5.001

Angelina Reijkers bleek mijn blog al jaren te volgen en leek het een goed idee als ik aanstaande donderdag een Design Thinking workshop geef op NRC Live, waar zij marketeer is. Angelina was een (hele goede) student van mij op HKU Kunst en Economie waar ik sinds 2006 part-time werk. (daarover later meer). Dankjewel Angelina Reijkers!

nrclive_advertentie

Bekijk het NRC Live programma hier.

Maar terug naar het artikel van Jerry Saltz waar ik, via Wies Bronkhorst en wederom het NRC, terecht kwam; How to be an artist. Bekijk het origineel  hier. 33 lessen die je van inspiratieloze amateur naar nieuwsgierige verbeelder van je originele kijk brengen. (of in ieder geval helpen een beetje creatiever te leven.)

jerrysaltz_nrc

Ik las de lessen van Saltz en vertaalde ze in het Nederlands. Soms letterlijk. Soms liet ik stukken weg of vulde aan met eigen materiaal. Eigenlijk gebruikte ik zijn lessen als vragen aan mezelf. Dat is heel interessant schrijfexperiment en levert veel schrijfplezier en soms gewoon geknip en geplak op uit mijn eigen, oudere posts.

Enfin.

Les 1 tot en met 7 hier

Les 8, 9 en 10 hier.

Les 11 tot en met 16 hier.

Les 17, 18 en 19 hier.

Les 20. Accepteer dat je hoogstwaarschijnlijk arm zult zijn.

Ook al zien en horen we over astronomisch bedragen, glitter en glamour, rockster achtig gedrag en kunst dat meer waard wordt als het voor de helft wordt versneden, vergeet niet dat slechts 1 procent van 1 procent van 1 procent van alle kunstenaars rijk wordt van hun kunst. Je zult je misschien miskent voelen, ondergewaardeerd en niet gezien. Jammer dan. Stop medelijden met jezelf te hebben. Daarom was je niet begonnen.

Ik ben zelf ooit begonnen met schrijven om me weer te verbinden met mijn kunstenaar. Een verbinding die ik sinds de kleurschool kwijt was geraakt.

Als ventje in de eerste klas van de kleuterschool was ik verslaafd aan de waterbak. Ken je die nog? Zo’n grote bak met water waar je met allerlei obstakels, radartjes, dammetjes en sluisjes controle over het water probeert te krijgen. En das belangrijk als je op een eiland (Dordrecht) en in Nederland (onder NAP) woont. Ik vond de waterbak zo fascinerend dat ik een heel slim systeem had bedacht waardoor ik ongeveer 3 keer zoveel met de waterbak speelde als mijn minder frauduleuze mede kleuters.

Als een volwassene mij in die tijd vroeg: “Corretje, wat wil je later worden?”, antwoordde ik steevast, vol enthousiasme en met gepaste trots: “Waterbakker!” Het merendeel zei dan doodleuk: “Oh wat leuk.” Om het vervolgens weer snel over voetbal en auto’s te hebben met leeftijdsgenoten.

De waterbak was mijn lust en mijn leven en ik droomde van een succesvol leven als de beste en jongste waterbakker op aarde. (ik heb het altijd gek gevonden waarom onze planeet geen Water heette btw). Want voor een goede waterbakker is altijd werk. En ik zou, als ik van school af zou gaan meer ervaring hebben dan menig ander. Mijn politie, brandweer en piloot wordende vriendjes begrepen er ook weinig van. Gelukkig kon ik aardig voetballen.

En toen gebeurde het. Het was de zomer van 1973. Juf Jansen vertelde dat het laatste dag voor de grote vakantie was. “Jullie zijn 6 weken vrij.”

“Maar ik kan toch wel gewoon naar school komen om met de waterbak te spelen?” vroeg ik hoopvol.

Het antwoord deed mijn ogen branden en bijtend op mijn lip rende ik naar huis. Thuis kreeg mijn moeder het “grote vakantie concept”, wat natuurlijk ook hopeloos ouderwets was/is, ook niet uitgelegd aan deze kleine werkloze waterbaker. Maar ze had wel een idee. We gingen naar de HEMA en kochten daar een emmer met allerlei waterbak attributen. En ze beloofde me dat we heel vaak naar het strand zouden gaan. Nou is het strand best leuk maar nadat de zoveelste kleuter in mijn waterbak stond te pissen was ik klaar voor de tweede klas van de kleuterschool. Zouden ze daar een nog grotere waterbak hebben, dacht ik, toen ik in de rij stond om de nieuwe juf een handje te geven. In de deuropening keek ik langs de benen van de juf op zoek naar de waterbak. “Hallo Cor. Ik ben juffrouw Jannie. Heb je een leuke vakantie gehad?”

“Ja” antwoordde ik. “Maar waar is de waterbak?”

En wat de juf toen zei, is voor altijd in mijn geheugen gegrift en mijn ziel gekrast. Ze zei:

“Corretje, daar ben je nu toch wel een beetje te oud voor geworden”

Te oud? Ik was 6!

Vanaf dat moment is het downhill gegaan met mijn schoolprestaties. Op die dag verloor ik de verbinding met mijn Kunstenaar. Ik heb er jaren over gedaan om er weer achter te komen wat ik leuk vond en waar ik goed in was. De oefening ‘Het ochtendschrift’ uit het boek ‘The Artist Way’ van Julia Cameron herstelde die verbinding. Twee en half jaar lang schreef ik elke ochtend met de hand een A4tje mijn ongefilterde gedachten in mijn ongelinieerde schrift zonder de pen los te laten. Eenmaal klaar verbrandde (of verscheurde als ik in een hotel zat) mijn schrijfsels. Ook als ik het idee had dat ik net iets geniaals, briljants, unieks of wat mijn ego dan ook bedacht om het te bewaren. Heel bevrijdend. Daarna ben ik gaan bloggen en kon ik die opgebouwde discipline goed gebruiken.

 

Les 21. Definieer Succes.

Maar wees voorzichtig. Typische antwoorden zijn geld, geluk, vrijheid, “doen wat ik wil”.

Maar….als je een rijk iemand trouwt met veel geld, zou je dan tevreden zijn met al het geld. Subway verkoopt heel veel broodjes maar dat maakt ze nog niet goed.

Ok. Gelukkig zijn dan? Doe niet zo raar! Veel succesvolle mensen zijn ongelukkig en heel veel gelukkige mensen zijn niet succesvol. Ja in het gelukkig zijn.

Ik ben “succesvol” en onzeker, bang en blunder constant. Succes en geluk bevinden zich op andere plekken van het spectrum.

Wil je de echte definitie van succes? De beste is ‘tijd’, de tijd om je werk te doen. Maar hoe maak je tijd als je geen geld hebt? Je werkt full time. Je komt tijd tekort. Je hebt spijt, bent gefrustreerd, jaloers. Sorry. Maar dat is wat het is. Over een paar jaar mag je met pensioen….als je dat hebt. Over een paar jaar heb je tijd. Tijd om je eigen werk te maken.

Maar stel je nu eens voor dat je vier dagen per week gaat werken. Dan zou je je al een stuk beter voelen. Helaas daalt de depressie weer op je neer op zondagavond wetende dat je morgen weer naar die baan zonder bestemming moet die zoveel van je kostbare tijd inneemt.

De kunstenaar in je pikt het niet meer en gaat een strijd op leven en dood aan met de loonslaaf en vindt een manier om nog maar 3 dagen per week te ‘werken’. Iets wat 80% van alle kunstenaars die Saltz kent doen. Ze werken in een museum, gallery, voor een kunstenaar, als docent (zoals ik), als een kunstcriticus (zoals Saltz ;-), bij een boekhandel (zoals Levi bij De Bengel), vertaler enz.

En dan is de depressie over. Je hebt meer tijd om je werk te maken. Succesvol te zijn.

En dan?

Aan het werk. Of stoppen met kunstenaar zijn.

 

 

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: