Archive | play RSS feed for this section

Kikker slikken

17 aug

KIKKERSLIKKEN.001

Schrijven begon bij mij met een pen vastpakken en in een ongelinieerd A5 schriftje opschrijven wat ik dacht. Voordat ik begon met bloggen schreef ik 2,5 jaar elke ochtend in mijn Ochtendschrift en verbrandde of verscheurde (als ik bijvoorbeeld in een met brandmelders uitgerust hotel zat) mijn ochtendschrijfsels. Ik had deze oefening uit het boek van Julia Cameron, The Artist Way, en het leerde mij een paar belangrijke dingen:

  1. Het maakt niet uit hoe laat ik opsta, ik wil altijd blijven liggen. Dus kon ik net zo goed de wekker een uur eerder zetten;
  2. Met je hand in de vroege ochtend opschrijven wat je denkt voelt als het resetten van je harde schijf. Daarna douchen is het veel rustiger in je hoofd. Alle dingen waar je aan denkt in de vroege ochtend heb je namelijk al opgeschreven en weggedaan;
  3. Het is een geweldige Start oefening die me leerde dat elke actie begint met…………. actie. ‘Just Do It’ van Nike werkt niet voor mij. Als ik tegen mezelf, en al helemaal tegen een ander zeg, “ik ga het doen”, blokkeer ik. Ik doe het of doe het niet. Mark Twain zou het Ochtendschrijft waarschijnlijk anders zien; die zei dat als het eerste wat je iedere dag doet een levende kikker eten is, de rest alleen maar meevalt;
  4. Het verbranden van wat je hebt geschreven is een hardCOR training loslaten. Soms schrijf je namelijk dingen op die je heel graag wilt bewaren of delen. Dan toch de fik erin zetten is heeeeel bevrijdend……..en lastig;
  5. Het Ochtendschrift voelt als een kleine overwinning op je interne saboteur; de nee schuddende, met zijn middelvinger naar je wijzende Kabouter.

En die Kabouter was in de jaren bijna net zo groot geworden als mijn ego. Met als resultaat dat ik de Kunstenaar in mij en de weg volledig kwijt was.

Het schrijven in de ochtend zonder doel heeft me gek genoeg enorm geholpen juist die weg terug te vinden….naar mezelf. Want ik was die weg sinds de kleuterschool al kwijt.

Als ventje in de eerste klas van de kleuterschool was ik verslaafd aan de waterbak. Ken je die nog? Zo’n grote bak met water waar je met allerlei obstakels, radartjes, dammetjes en sluisjes controle over het water probeert te krijgen. En das belangrijk als je op een eiland (Dordrecht) en in Nederland (onder NAP) woont. Ik vond de waterbak zo fascinerend dat ik een heel slim systeem had bedacht waardoor ik ongeveer 3 keer zoveel met de waterbak speelde als mijn minder frauduleuze mede kleuters.

Als een volwassene mij in die tijd vroeg: “Corretje, wat wil je later worden?”, antwoordde ik steevast, vol enthousiasme en met gepaste trots: “Waterbakker!” Het merendeel zei dan doodleuk: “Oh wat leuk.” Om het vervolgens weer snel over voetbal en auto’s te hebben met leeftijdsgenoten.

De waterbak was mijn lust en mijn leven en ik droomde van een succesvol leven als de beste en jongste waterbakker op aarde. (ik heb het altijd gek gevonden waarom onze planeet geen Water heette btw). Want voor een goede waterbakker is altijd werk. En ik zou, als ik van school af zou gaan meer ervaring hebben dan menig ander. Mijn politie, brandweer en piloot wordende vriendjes begrepen er ook weinig van. Gelukkig kon ik aardig voetballen.

En toen gebeurde het. Het was de zomer van 1973. Juf Jansen vertelde dat het laatste dag voor de grote vakantie was. “Jullie zijn 6 weken vrij.”

“Maar ik kan toch wel gewoon naar school komen om met de waterbak te spelen?” vroeg ik hoopvol.

Het antwoord deed mijn ogen branden en bijtend op mijn lip rende ik naar huis. Thuis kreeg mijn moeder het “grote vakantie concept”, wat natuurlijk ook hopeloos ouderwets was/is, ook niet uitgelegd aan deze kleine werkloze waterbaker. Maar ze had wel een idee. We gingen naar de HEMA en kochten daar een emmer met allerlei waterbak attributen. En ze beloofde me dat we heel vaak naar het strand zouden gaan. Nou is het strand best leuk maar nadat de zoveelste kleuter in mijn waterbak stond te pissen was ik klaar voor de tweede klas van de kleuterschool. Zouden ze daar een nog grotere waterbak hebben, dacht ik, toen ik in de rij stond om de nieuwe juf een handje te geven. In de deuropening keek ik langs de benen van de juf op zoek naar de waterbak. “Hallo Cor. Ik ben juffrouw Jannie. Heb je een leuke vakantie gehad?”

“Ja” antwoordde ik. “Maar waar is de waterbak?”

En wat de juf toen zei, is voor altijd in mijn geheugen gegrift en mijn ziel gekrast. Ze zei:

“Corretje, daar ben je nu toch wel een beetje te oud voor geworden”

Te oud? Ik was 6!

Vanaf dat moment is het downhill gegaan met mijn schoolprestaties. Ik heb er jaren over gedaan om er weer achter te komen wat ik leuk vond en waar ik goed in was.

Ik geloof dat spel de belangrijkste en meest krachtige, aangeboren vaardigheid is om je te ontwikkelen en dingen te veranderen. En als ik er zo op terug kijk was het Ochtendschrift misschien wel het spel dat me weer op het pad richting mijn kunstenaarschap zette. En spel definieer ik (volgens Bernard Suits) als een vrijwillige poging tot het overwinnen van een overbodig obstakel.

Kikkers doorslikken als middel om dichter bij je Kunstenaarschap te komen.

Slik.

Alles Goed?

23 jun

ALLESGOED.001

Wow what a week. Dit was de drukste week van dit jaar.

Schreef ik ‘druk’? Schreef ik ‘dit jaar’?

Laat ik beginnen met die laatste. Ik denk van de afgelopen 51 jaar. En ik schreef ‘druk’. Wat een raar woord eigenlijk, druk. Ik heb iets met dat woord. Ik krijg het vaak te horen als antwoord als ik mensen vraag hoe het met ze gaat. Ongelooflijk hoeveel mensen dan zeggen ‘druk’. Ik vind het een ongelooflijk stom antwoord. Want wat wil je daarmee nu eigenlijk zeggen? Dat je (te) veel te doen hebt? Dat je je zaakjes niet op orde hebt? Zeg je met ‘druk’ dat je dat fijn vindt, druk zijn, of juist niet en vind je eigenlijk dat iemand anders wat van die druk van jou zou moeten overnemen? Of denk je misschien dat ik het interessant vind als jij zegt dat je druk bent. Denk je misschien dat ik denk dat je een beetje uit je neus zit te eten, dat je te weinig doet, lui bent of te weinig carrière maakt? Of zeg je dat je druk bent in de hoop dat ik ook zeg dat ik druk ben zodat we allebei een reden hebben om weer snel druk te gaan zitten doen.

Druk dus.

Het kan ook gebeuren dat iemand mij eerst vraagt. Ik krijg dan vaak de vraag ‘Alles goed?’ Een vriend van mij vraagt het me al jaren, echt al meer dan 10 jaar en steevast is mijn antwoord ‘Veel maar niet alles’.

Alles goed? Ja druk.

Gelukkig heb ik een oplossing gevonden in het boek van Jane McGonigal ‘SuperBetter’ The Power of Living Gamefully. Gefundeerd op wetenschappelijk onderzoek en gebaseerd op de ervaringen van meer dan een half miljoen mensen. Het kern van het boek is een simpel en transformatief idee; we kunnen dezelfde psychologische krachten, die we tonen als we games spelen, inzetten bij uitdagingen in het echte leven. Denk daarbij aan trauma’s, ziekten of gewoon een betere versie van jezelf worden. Kortom, de principes die in games werken, werken ook in het echte leven.

Ik ben groot fan van haar werk. Haar boeken en TED talks zijn een belangrijke inspiratie bron. En het leuke aan haar laatste boek is dat ze ook vol staan met zogenaamde Quests waarmee je op zeer eenvoudige wijze zelf kunt ervaren wat het is om te werken aan je

  • mentale
  • fysieke
  • emotionele en
  • sociale

weerstand.

Ik zal dat even kort toelichten. Deze slides komen uit een presentatie over Speelsheid die ik gaf aan docenten op HKU en leggen de 4 krachten uit.HKU_playfulness_29012018.001HKU_playfulness_29012018.002HKU_playfulness_29012018.003HKU_playfulness_29012018.004HKU_playfulness_29012018.005HKU_playfulness_29012018.006HKU_playfulness_29012018.007HKU_playfulness_29012018.008HKU_playfulness_29012018.009HKU_playfulness_29012018.010HKU_playfulness_29012018.011

Heb je er een geprobeerd?

Maar even terug naar mijn verhaal over druk  als antwoord op de vraag hoe het met je gaat.

Als iemand mij tegenwoordig vraagt hoe het met me gaat dan is mijn antwoord “ik geef mijn dag tot nu toe een (hier vul ik een cijfer tussen 0-10 in) en vraag vervolgens direct wat hun cijfer is. Om na het gegeven cijfer vervolgens te vragen “Is er iets wat ik kan doen om dat cijfer met 1 punt te verhogen?” Enigszins realistische verzoeken voer ik direct uit. Zo gaf ik de afgelopen tijd een massage, stuurde ik een hilarisch filmpje, rende ik de trap op en af en haalde ik voor een de garderobe dame in Tivoli een bakje thee.

De eerste keer dat ik dit uitprobeerde was uit het boek van Jane en heet Plus-One Better (pagina 71)

Hoe deze werkt?

Ik leg hem uit als je het NU probeert.

OK?

Mooi.

Gaat ie.

Kies drie mensen.

  1. iemand die graag iets van je hoort
  2. iemand waar jij graag iets van hoort
  3. iemand die verbaasd zal zijn als ie iets van je hoort

Nu heb je een keuze.

Easy is keuze 1

Medium is keuze  1 en 2

Hard is alle drie.

Vervolgens stuur je ze NU een WhatsApp, sms, mail, FB bericht of postduif en vraag je:

“Als je je dag tot nu een cijfer zou moeten geven tussen 0-10 wat zou dat cijfer dan zijn?”

Het grote wachten ia aangebroken. Heb je al antwoord?

Reageer op de antwoorden met het volgende bericht:

“Is er iets wat ik kan doen om dat cijfer met een punt te verhogen?”

Ik las net deze post voor aan mijn hele goede (fiets) vriend Jacco die met keelontsteking op bed ligt. Hij gaf ondanks die keelontsteking de dag een 8 en ik kan daar een 9 van maken als ik van deze post een podcast maak.

Dus is stop nu even met schrijven want ga nu druk doen met hoe ik een een podcast kan maken.

 

 

Ceci n’est pas…

8 jun

CECINESTPAS.001

In zijn TED talk laat Stewart Brown van het National Institute for Play het overtuigende bewijs zien dat spel de meest krachtige vaardigheid is te leren. En in dit geval zelfs te overleven.

Dit bewijs komt uit Canada in de vorm van een 600 kilogram zware, hongerige ijsbeer.  De hongerige ijsbeer loopt met een ‘ik eet je op’ blik op twee Huskys af die aan een ketting zitten. En wat normaal gesproken een kort gevecht zou zijn waar de dood op volgt, duikt een van de huskies, vlak voordat de ijsbeer wil toeslaan, in elkaar en begint met zijn staart te kwispelen. Het ‘play’ signaal van de husky (het kwispelen) transformeert het dierlijke killerinstinct van de ijsbeer in een speelstemming en de ijsbeer en de husky beginnen een speels ballet.

Hij toont tevens de cover van The New York Times:

Schermafbeelding 2018-06-08 om 08.35.49Schermafbeelding 2018-06-08 om 08.36.02Schermafbeelding 2018-06-08 om 08.36.18Schermafbeelding 2018-06-08 om 08.36.31Schermafbeelding 2018-06-08 om 08.36.44Schermafbeelding 2018-06-08 om 08.36.56Schermafbeelding 2018-06-08 om 08.37.09

Ik moest weer aan Brown en zijn TED talk denken toen ik gisteren voor de half jaarlijkse controle bij de tandarts was. In de hoek bij de receptie stond deze:

IMG_1910

Enig idee wat het is?

Nee.

Nee.

Nee.

Een parapluhouder?

Neeeeeeeeee.

Dit is een vrijwillige poging tot het overwinnen van een overbodig obstakel.

Althans ik had niet het idee dat de moeder van het ventje dat daar op zijn knieën naast het object zat de opdracht had gekregen om te proberen zijn armbandje in een keer van boven naar beneden te laten zwiepen. Wat niet lukte maar hij bleef het proberen, hardop tegen zichzelf pratend. Gamers falen in 80% van de gevallen maar blijven het ook proberen.  Hij was duidelijk in Flow, die gefocuste mentale staat waarin uitdaging en vaardigheden in balans zijn en je niet meer bewust bent van tijd en plaats. Hij was, om met de woorden van Johan Huizinga te spreken, willens en wetens in een “magische cirkel gestapt, een gebied waarin de werkelijkheid van alledag  wordt opgeheven en waarin gebeurtenissen dus geen gevolgen hebben voor de werkelijkheid.”

Waar veel volwassenen de parapluhouder niet eens zien, zien kinderen overal magische cirkels.

Ik ben inmiddels 51, inclusief leesbrilletje. Ik wou dat ik een bril had die die magische cirkels liet zien.

 

 

Oh I’m Free

7 jun

OHIMFREE.001

Ken je dat gevoel? Zeker nu het zulk lekker weer is. En zeker als je eindelijk een goed lopende luchtgekoelde 2 liter Volkswagen T2 uit 1979 hebt om lekker weg te gaan? Misschien wel echt helemaal weg, gewoon de wijde wereld in? Om vervolgens weer terug te komen in je, voor je trip helemaal schoongemaakte huis waar je goede vriend die ene cactus geen water hoefde te geven maar wel netjes de post op de keukentafel heeft gelegd met een post-it erop “Ben blij dat je weer thuis bent”.

Het mooie aan weg gaan zijn voor mij ook de voorbereidingen. Goed nadenken over wat je allemaal (niet) meeneemt. Eigenlijk is het schrijven op dit blog ook een mentale minivakantie. Ik bepaal met welke woorden ik vandaag op vakantie ga. Want dat is me weer duidelijk geworden de afgelopen dagen. Het publiceren op dit blog zorgt ervoor dat ik elke dag op vakantie ga in mijn  eigen verhaal. Ik kom ook weer allerlei mensen tegen die met me mee gaan en net als wanneer ik in mijn Blauw Witte Volkswagen T2 rijd even een duimpje opsteken of een glimlach toewerpen. Anderen maken even een praatje, zeggen lieve woorden of geven een compliment. Ja schrijven op dit blog is te vergelijken met rijden in een oude Volkswagenbus.

Het schrijven van en de feedback op een verhaaltje doet me nadenken over wat ik geschreven heb en geeft me soms inspiratie voor het volgende. Zo kan het zomaar gebeuren dat ik de avond van te voren echt weet wat ik ga schrijven en dat toch niet doe omdat ik al schrijvende een ander weg insla. Dat toestaan is vrijheid.

Ik vind dit eigenlijk wel een mooie afsluiter voor vandaag.

Ik rijd toch nog even door.

Een lezer van mijn blog vertelde me ooit dat het leuke aan dit blog was dat hij nooit wist waar hij ’s ochtends weer naar toe ging.

Ik wel. Met het FAN TAS TISCHE boek van John Thackara, How to Thrive in the Next Economy op het dashboard rijd ik naar Amsterdam en ontmoet ik Claud Biemans (niet Claudia John). Zij ontdekte dat er in haar stad op een vierkante kilometer 300 verschillende plantensoorten huisden, vergeleken met 50 verschillende op een zelfde dichtbij gelegen oppervlakte “managed countryside”. Claud: “Bijen weten dit heel goed en zijn tegenwoordig  meer in steden te vinden.”

Ik lees verder dat Claud wandelingen organiseert waar ze mensen langs de ecologische hoekjes en gaatjes in de stad leidt en laat zien waar planten niet alleen overleven maar juist floreren. Want,zo lees ik verder, “veel van deze stadsnatuur is eetbaar. Kruiden, blaadjes en eetbare bloemen groeien op muren en stoepen.

En over Lynn Shore van Urban Herbology. Zij is een van een groeiende groep stads foerageurs (is dat Nederlands?) en helpt stadsbewoners kruiden te zoeken, ermee te koken en te leren over medicinale samenstellingen.

Into the wild krijgt voor mij zo een heel andere invulling.

Ik zie het helemaal voor me. Met de T2 naar Amsterdam. Ik heb plek voor nog 7 personen. Wie gaat er mee?

Met Noltee.

In de T2.

Ik zet een muziekje op in de T2. De stem van Eddie Vedder mengt zich met het geluid van mijn gereviseerde luchtgekoelde tweeliter Volkswagen motor.

I’m free
Setting forth in the universe
Oh I’m free
Setting forth in the universe

 

 

Fran Tastic

5 nov

frantastic.001

Fran Edgerley is een van de oprichters van Assemble, een design/kunst/architect collectief in Londen. Ik ontmoette Fran in Queretaro waar we allebei sprekers waren op een congres over design en architectuur. ‘Haar’ collectief won de Turner Prize in 2015. Wikipedia daarover:

De Turner Prize, genoemd naar de Engelse schilder William Turner, is een jaarlijks toe te kennen prijs voor een Brits kunstenaar onder de vijftig.

De organisatie ligt bij de Tate Gallery en is ingesteld in 1984. Het is publicitair Engelands belangrijkste kunstprijs geworden. De prijs wordt tegenwoordig het meest geassocieerd met conceptuele kunst, alhoewel alle kunstvormen meedingen en menig schilder de prijs heeft gewonnen.

Sinds 2004 bedraagt het prijzengeld £40,000.

De prijs is zowat het equivalent van de Prijs Jonge Belgische Schilderkunst in België, de Prix Marcel Duchamp in Frankrijk en The Vincent Award in Nederland.

Tot vandaag was ik in de veronderstelling dat zij het eerste collectief waren die de vooraanstaande prijs wonnen. Maar op de lijst van de winnaars zie ik ook ‘The Otolith Group’ staan. Klikkend naar hun website lees ik dat het om een kunstenaars duo gaat. Dat is iets anders dan een collectief. Assemble begon met 16. OK. Ander verschil is dat Assemble geen kunstenaars collectief is maar een collectief van zeer divers pluimage. Laat ik ze makers noemen. Makers die gewenste situaties maken. Makers die dingen laten gebeuren. Samen werken door samen te maken. Het gaat ze om het samen maken, het proces, niet zozeer om de uitkomst, vertelde Fran in haar presentatie. Van hun website vertaal ik:

In haar projecten probeert Assemble de typische disconnectie tussen het publiek en het proces waarmee plaatsen worden gemaakt aan te pakken. Ze hanteren daarbij een aanpak waarbij men onderling afhankelijk is en samen werkt. Tevens proberen ze  het publiek actief als deelnemer te betrekken in de realisatie van hun projecten.

Je zou het social design kunnen noemen.

Tijdens haar presentatie vertelde ze over hun eerste project; The Cineroleum.

The Cineroleum was een eigen initiatief dat een verlaten benzine station in Londen transformeerde in een bioscoop.

Exif_JPEG_PICTURE

Het project was een experiment voor de verkenning van het potentieel voor het hergebruik  van de 4.000 verlaten benzine stations in Engeland. Tevens was The Cineroleum een improvisatie op de rijke iconografie en de decadente interieurs uit de gouden tijd van de film theaters.

cineroleum_gordijn

Klassieke elementen werden  opnieuw ontworpen voor de ‘langs de weg’  locatie, gebruik makend van goedkoop industrieel materiaal, gebruikte of gedoneerde materialen.

Klapstoelen van steigerhout, school tafels en banken werden bekleed met formica en het auditorium werd omsloten door een drie kilometer lang met de hand genaaid harmonica gordijn.

Cineroleum_Zander_animation5cineroleum_proces

Het duidelijk zichtbaar met de hand gemaakte Cineroleum werd ter plekke gebouwd door een team van meer dan 100 vrijwilligers. Samen lerend en experimenterend geholpen door de tijdens het prototype proces geschreven handleidingen. Fix it as you go.

Anders dan de buiten de stad multiplex bioscopen vierde The Cineroleum juist de sociale ervaring van het naar de film gaan. Van de popcorn machine en de bar in de oude benzinepompshop tot het filmprogramma van toegankelijke klassiekers.

Afgescheiden van de drukste eenbaansweg in Europa door een gordijn bood The Cineroleum plek voor collectief escapisme en een publiek spektakel voor de voorbijgangers. Aan het eind van de film ging het gordijn omhoog daarmee het publiek van de verbeelding van de film weer in het dagelijks theater van de straat duwend.

cineroleum_theend

Ik ben Fan van Fran.

 

 

Nobody likes changes…

2 nov

Except for a wet baby.

stretch.001

Ik weet niet hoe het bij jullie zit maar als ik een update krijg voor bijvoorbeeld Keynote, het programma waar ik mijn presentaties mee maak, skip ik die altijd. Ik ben gewend aan de ‘omgeving’ waarin ik werk. Ik weet zonder na te denken aan welke knoppen  ik moet draaien voor het gewenste resultaat. Dat voelt vertrouwd. Een beetje zoals je in het donker de lichtknop in je slaapkamer weet te vinden. Stel je voor dat iemand die stiekem verplaatst. Kennen jullie de scene uit Amelie waarin zij in het huis van de boze buurman de lampen door minder sterkere verwisselt en zijn pantoffels voor dezelfde in een maat kleiner? Horror van de bovenste plank.

Het niet updaten wordt ook gevoed door de aanname dat de update niet beter is, dat hij me het leven niet makkelijker maakt. Maar dat is zoals gezegd een aanname. Want ik weet het niet. Nou, niet helemaal in het geval van die Keynote update. Ik gebruik namelijk altijd Helvetica voor mijn presentaties die ik dan iets versmal. Dat kon ‘vroeger’ heel makkelijk door het woord in zijn geheel naar het midden te ‘trekken’. Alsof je de letters met je vingers een beetje dichterbij elkaar duwde. Nu moet ik in het paneel rechts op een icoontje drukken, dan weer op een icoontje drukken en vervolgens zo’n 7 keer op het min tekentje drukken. Steve had dit NOOIT goed gevonden.

Voor de meeste dingen die we de hele dag doen hebben onze hersenen patronen aangelegd. Dat is wel zo makkelijk. Dan hoeven we niet bij elke herhaalde handeling na te denken. Want stel je voor dat je voor elke deur een origineel plan ging bedenken om in  die andere ruimte te komen.

De afgelopen maanden schreef ik bijna elke ochtend over mijn avonturen met mijn bus in Zuid Afrika. Dat was ook een patroon geworden. Heel lekker. Toen ik vanochtend achter mijn laptop ging zitten voelde ik weerstand. Het is lekker om een een doel te hebben en daar stukje bij beetje dichterbij te komen. En het verhaal te zien groeien. Nu moet ik weer opnieuw beginnen.

Maar het is ook fijn om nieuwe dingen te doen. Want als we nieuwe dingen doen  stretcht onze tijd. En daarmee kom ik, zonder dat ik dat wist toen ik begon te schrijven op het thema van de Dutch Design Week: Stretch.

De komende dagen deel ik mijn favoriete Design Academy Graduation projecten. Nieuw doel. Nieuwe reis.

Tot morgen.

Te gek hoe een balletje kan rollen

20 jul

KNIKKER.001

Eergisteren gaf ik een Design Thinking college op de universiteit van Stellenbosch. Ik had mezelf min of meer uitgenodigd via kennissen van mijn vader waarvan ik wist dat hun dochter daar professor is. Ik kreeg een plek in hun Visiting Artists Program en na het college kwam er een student naar me toe die vroeg of ik de Marble Machine kende. Het spel en design element uit mijn college deed haar denken aan de Marble Machine van Wintergatan, een Zweedse kunstenaar/muzikant. Ik vertelde haar dat ik hem niet kende en vroeg haar of ze me wilde mailen. Dat deed ze gisteren en WOW wat is dit gaaf.

Komt het omdat ik vroeger een fervent knikkeraar was of omdat ik gefascineerd ben door alles wat rolt? Of was ik geraakt door de schoonheid van de machine? Hoe alles met elkaar samenwerkte, de interactie van mens, machine en knikkers? En het klinkt ook nog eens geweldig. Ik vind het ook gewoon een heerlijk nummer. Dat al meer dan 50.000.000 keer is bekeken op youtube.

En wat blijkt, Martin Molin, de maker, had een paar jaar geleden Museum Speelklok in Utrecht bezocht en was zo geïnspireerd geraakt door de collectie dat hij vervolgens met het bouwen van de knikkermachine begon. Het heeft hem uiteindelijk 14 maanden, 3000 schroeven, heel veel platen mutliplex en 2000 knikkers gekost maar het resultaat is GE-WEL-DIG! En tot 20 augustus te zien in Museum Speelklok in Utrecht

Helaas ben ik tot 24 augustus in Zuid Afrika.

Gek hoe een balletje kan rollen.

Ik rol weer verder met mijn Volkswagen Machine.

IMG_1048

 

 

Kill your darlings

5 jul

killings.001

Weet je wat ik altijd heel lastig vind? Brainstormen met een groep als ik van te voren zelf al een heeeeeeel goed idee heb.

Ik vind het dan heeeeeeel moeilijk om nog naar andere ideeën te luisteren.

listensilent.001

En vind het heeeeeeel moeilijk om stil te zijn want het liefst vertel ik alleen maar over mijn fantastische idee.

listensilent.002

Gelukkig heeft Julia Cameron me leren loslaten. HardCOR loslaten. Bijna drie jaar schreef ik elke ochtend een pagina in mijn ochtendschrift zonder lijntjes met mijn rechterhand. Gewoon wat in je opkomt. Je blijft schrijven ook als je niet weet wat je moet schrijven. Dat schrijf je dat op ‘ik weet niet wat ik moet schrijven.’ Als je je pagina vol hebt geschreven dan verscheur of verbrandt (pas op in hotelkamers met rookmelders) wat je net geschreven hebt. En soms wil je dat echt niet omdat je wat je net geschreven hebt heel graag terug wilt lezen, of bewaren, of aan een ander wilt laten lezen, of welke andere hele goede reden je ook bedenkt om het te bewaren.

Maar dat mag niet van Julia dus dan doe je dat niet. Ik heb ochtenden gehad dat ik overwoog om maar te stoppen met het ochtendschrijfritueel zodat ik dat ene blaadje kon bewaren. Soms leken de blaadjes wel kilo’s te wegen en kreeg ik ze bijna niet verscheurd. Alsof ik een stukje van mezelf weggooide. Ik weet niet hoe eea psychologisch  werkt maar daarna voelde ik me juist in die gevallen enorm bevrijd. ‘Kill your darlings’ noemen sommige dat.

Gisteren en eergisteren gaf ik een workshop Design Thinking voor een groep internationale studenten waarvan ik wist dat een aantal al heeeeeele goede ideeën hadden. Dus kreeg iedereen gisterenochtend als opwarmingsoefening een A4tje met de vraag om daar in hun eigen taal op te schrijven wat ze dachten, en te blijven schrijven. Niet opkijken blijven schrijven. Ik stond met mijn laser voor de groep en richtte mijn laser op hun schrift bij aarzelingen. Na een minuut of twee werden de eerste schrijfhanden al gewapperd en vingers gestrekt. Ik verliet vervolgens het lokaal om drie minuten later terug te komen. Iedereen zat nog keurig te schrijven. Toen de eerste student zijn blaadje omdraaide om daar verder te schrijven bedankte ik iedereen en vroeg ze hoe ze zich voelden. Dat varieerde van ‘energiek’ tot ‘relaxt’. Van ‘all over the place’ tot ‘super gefocust’. Een student vertelde trots dat hij tot een belangrijk inzicht was gekomen en hield het blaadje als een groot geschenk vast.  We wisselden nog wat ervaringen en vroeg de groep vervolgens om hun blaadje te verscheuren. Vertwijfeling en onrust vulde het lokaal. Serieus? Ja echt waar. Ik was al gaan rondlopen met een klein vuilniszakje en vroeg iedereen zijn verscheurde ochtendschrijfsel in het vuilniszakje te stoppen. Weigeringen sloeg ik streng af en dwong ze toch echt hun schrijfsel los te laten. Toen ik bij de student met het grote geschenk aankwam zag ik dat hij een leeg blaadje in het vuilniszakje stopte en op zijn ochtendsschrijfsel was gaan zitten. Wat strenge steeds dichterbij komende blikken deden hem uiteindelijk afstand doen van zijn geschenk.

Ik hing het vuilniszakje aan de muur en vroeg de groep hoe ze zich voelde. Emoties gierden door het lokaal. Verdriet, euforie, vreugde en boosheid. Het hele emotionele spectrum kwam voorbij.

De student die net zijn grote geschenk was kwijt geraakt zat er verslagen bij maar langzaam kwam er een glimlach op zijn gezicht. Het loslaten was begonnen. Met een laatste blik op het graf van zijn lieveling maakte hij ruimte voor nieuwe ideeën.

Ik zag hem gedurende de dag nog wel af en toe melancholiek naar zijn verscheurde lieveling in het vuilniszakje kijken.

vuiliszakje.jpg

 

BKE END

4 jul

BKEEND.001

Afgelopen zaterdag mailde ik Rene van Kralingen, mijn BKE Docent, mijn aanvullende werk voor mijn Basiskwalificatie Examinering. Wat begon als een word document eindigde in een vraag en antwoord blog.

Wil je dat allemaal nog eens na lezen, ja die mensen zijn er, dan heb je hier mijn eerste document met de vragen van Rene:

toetscyclus_cor_noltee_19mei2017 – met feedback van Rene v Kralingen

En hier de posts die ik schreef:

BKE RENE

BKE RENE 2

BKE RENE 3

En gisteren kreeg ik van Rene te horen dat ik aan de eisen van het BKE heb voldaan. En dat Rene “hoopt dat ik de toets/beoordelingsdilemma’s blijf delen op mijn blog…………..ze zijn leerzaam voor jou en mij.”

Dus dan doe ik dat. In, zoals Rene zo mooi wist te verwoorden in zijn beoordeling;

“fonetische toetstaal”

En dat benoemen van mijn fonetisch toetstaalgebruik was precies het inzicht wat Rene me eerder aan de telefoon gaf toen ik hem verbaal uitlegde waar ik mee bezig was. Hij zei dat ik het gewoon moest opschrijven zoals ik het vertelde. Ik heb nu geleerd dat dat, in BKE termen fonetische toetstaal, heet 🙂

Op het podium van ‘beste leraar die ik ooit gehad heb’ staat Rene nu naast Meneer Simons, mijn wiskundeleraar op het Atheneum.

Trouwe lezers weten dat ik een echt alfa mannetje ben. Maar weinig weten dat ik eigenlijk  dierenarts wilde worden. Net als mijn beste vriend Hans. Hans was een kei in wiskunde, scheikunde en natuurkunde. Ik was een drama. Maar ik hield van dieren en van Hans dus koos ik het meest beta pakket wat je maar kunt bedenken.

In de tweede klas van het Atheneum had ik een 5 voor wiskunde en de rest zesjes. Aan alle kanten werd er getwijfeld of die beta kant niet de verkeerde kant voor me was. Ik was een hetero alfamannetje in een beta klas. Dat is natuurlijk vragen om problemen.

Problemen stapelde zich op en hulp kwam uit een onverwachtse hoek. In de vorm van Meneer Simons. In de derde klas kreeg ik een nieuwe wiskunde leraar. Een kleine, oudere man uit Brabant genaamd Meneer Simons. En Meneer Simons was een held. Ten eerste omdat ik aan het eind van het schooljaar een 8 had voor wiskunde maar met name omdat hij met humor een klas testosteron in bedwang hield met grappen en grollen. Als jij dacht grappig te zijn was hij net even grappiger. Hij had een een soort intelligente humor waar ik jaloers op was. Zo wilde ik ook zijn. Maar dat vertelde ik natuurlijk niet. Als 16 jarige grapjas van de klas zei je natuurlijk niet dat je net als Meneer Simons wilde zijn. Maar Meneer Simons was mijn superheld. Ik heb het hem nooit verteld maar stiekem wisten wij het denk ik wel van elkaar.

Het mooiste voorbeeld van hoe Meneer Simons omging met ongeoorloofde acties in de klas was de volgende.

Ik zat naast Hans in de middenrij  en gooide een propje richting de vuilnisbak die naast de deur stond, zo’n 6 meter verder. Via de muur belandde het propje precies……………naast de prullenbak. Meneer Simons zag het maar ging ongestoord verder. Ik ben netjes opgevoed dus stapje op, pakte het propje en gooide het op een meter precies…………..naast de prullenbak. Nu had ik wel alle aandacht. Niet alleen van de klas maar ook van Meneer Simons. De zo quasi nonchalante actie transformeerde zich in een knap zielige vertoning die nog erger werd toen ik voor de derde keer het propje precies naast de prullenbak gooide. Mijn superheld kon het niet meer aanzien en schoot me te hulp. Meneer Simons pakte het propje en zei tegen me dat ik het helemaal verkeerd deed.

Hij droeg me op om drie meter van de prullenbak op de grond te gaan liggen met mijn hoofd richting de prullenbak. Alsof gehypnotiseerd lag ik 5 seconden later op de grond in het wiskunde lokaal. Meneer Simons gaf een voorstelling. Zijn publiek keek ademloos toe. Wat ging hier gebeuren.

Hij vroeg me of ik links of rechts was. Rechts zei ik. ‘Ok, dan moet je het propje met je linkerhand gooien. Met je linkerhand over je rechterschouder, zonder te kijken.’ IK twijfelde geen moment. Meneer Simons had alles onder controle. Het propje zweefde door de lucht, stuiterde op de rand van prullenbak. De klas hield de adem in. Daar lag ik dan met gesloten ogen midden in het wiskunde lokaal. Het propje viel precies…………in de prullenbak.

‘Zo doe je dat Cor.’ En hij stak zijn hand uit en trok me omhoog. Een luid applaus vulde de ruimte. Met een kleine buiging nam Meneer Simons het applaus in ontvangst en ging verder met de cosinus regel. Alsof er niets gebeurd was.

Een van mijn favoriete creatieve denktechnieken is “De Superheld”.  Je vraagt je dan af hoe jouw favoriete superheld het zou oplossen. Ik heb er nu drie twee. Batman, Meneer Simons en Rene van Kralingen. En geloof me, ze komen alle drie altijd met hele originele ideeën.

Rene bedankt.

PS

Ik zie nu overal BKE.

Deze nam ik in de trein die vanuit Utrecht Rotterdam binnen rijdt.

BKE_trein

 

 

 

Dezelfde andere

26 jun

dezelfdeandere.001

Gisteren schreef ik over de Moped van J.M. Arsath Ro’is. Het verhaal deed me denken aan de film Smoke met Harvey Keithel. Een winkeltje in New York is het verbindende verhaal element van de personages in de film. Een van de personages maakt jarenlang dezelfde foto van exact dezelfde plek. Dat zijn natuurlijk niet allemaal dezelfde foto. Alleen het standpunt is hetzelfde. En het tijdstip herinner ik me nu. Het resultaat is boeken vol met ‘dezelfde andere’ foto.

Ik houd van dat soort projecten. Helemaal als het resultaat niet meer zichtbaar is. Kunstwerken die uitgeprint worden voor een kijker en daarna in de papierversnipperaar gaan. Een van mijn favorieten is van een Chinese kunstenaar waarvan ik het werk in maart in Shanghai zag. Sorry dat ik slecht ben in het onthouden van namen, zeker Chinese.

Zijn  werk herinner ik me nog goed. Ik maakte er een foto van:

IMG_8611

Het zijn 30 stapeltje ‘servetten’. Het resultaat van 30 jaar met water op een servet schrijven. Het resultaat is niet meer te lezen. Prachtig!

Het doet me denken aan de periode van voor 26 januari 2013. De dag dat ik met dit blog begon. ik schreef toen in mijn ochtendschrift en verbrandde of verscheurde wat ik in de ochtend schreef. HardCOR loslaten was dat. Heel anders dan wat ik nu aan het doen ben. Want jij leest nu wat ik geschreven heb.

Voor mijn ochtendschrift  (uit het boek The Artist Way van Julia Cameron) mediteerde ik. Dat heb ik twee maanden geleden weer opgepakt. Mijn ideale ochtend zit inmiddels vol met rituelen.

Ze komen allemaal op hetzelfde neer maar zijn allemaal anders;

Los laten.

Daarbij denk ik aan een van de beste films die ik ken. Fight club van David Fincher met Brad Pitt, Edward Norton en Helena Bonham Carter. De film krijgt een 8,9 op IMDB (838.134 stemmen). Daar zit mijn 9 ook bij. De film is een emotionele testosteron achtbaan over kwaliteit in het leven. De boodschap die de film brengt is na tien minuten al duidelijk. De commercieel geworden wereld gaat naar de knoppen omdat niemand meer weet aan welke dingen waarde te hechten. De aan praatgroepen verslaafde Jack (Edward Norton) past precies in deze wereld maar voelt dat er iets ontbreekt. Bij het ontmoeten van zijn tegenpool Tyler (Brad Pitt), een man die zich bezig houdt met het maken van zeep uit menselijk vet, ontstaat Fight Club. ‘Fight Club’ is zeer origineel, erg verontrustend en prachtig in beeld gebracht. Een film die je twee keer gezien moet hebben. Want de tweede keer vond ik hem nog beter.

Stel je voor je zit met Tyler in de auto. Hij rijdt. Achterin zitten nog twee gasten. Het is donker, het regent en jullie rijden zo’n 100 km/u met tegemoet komend verkeer.

En dan laat Tyler het stuur los. De auto raakt de vangrail. Een vrachtwagen nadert.

Doe nu je ogen dicht, druk op play hieronder en Just Let Go.

JUST LET GO.

 

 

 

 

%d bloggers liken dit: