Archive | design RSS feed for this section

GRLPWR

9 okt

GRLPWR.001

On January 26, 2013 at 05.39 I started to write, not a book but this blog. I started to write about Design Thinking, Human Centered Design. About empathy, creativity and prototyping. I shared everything I ever did with DT, everything I knew about DT and everything I wanted with DT. But maybe even more what I still did not knew, did and could do. And by writing and sharing I found my way in life…..and work. This is post number 1.367 and it is time; AGAIN. Just like that Saturday morning in January 2013 I feel this is a turning point.  And like Usain Bolt would not stop halfway at 50 meter I will not stop at 51.

A week ago I was in Riyadh at the Glowork Career Fair:

‘It is the number one female career fair and recruitment related conference in Saudi Arabia that is endorsed by The Ministry of Labor and the Human Resources Development Fund.

The Glowork Career Fair is a Saudi-centric, three-day program designed to empower women with all educational backgrounds and experiences. The program effectively aids women in becoming active agents in today’s booming workforce by enriching their job-hunting opportunities, soft, and personal skills.

The career fair is composed of three major parts

Conference, we invite the top 200 student from universities around the Kingdom to listen to speakers coming from around the world

Workshops, more than 40 workshops that aims to develop personal and soft skills for job seekers.

Exhibition, where more than 80 company gather under one roof to showcase their opportunities.’

The Dutch Embassy had asked me to give a lecture on creative thinking at the conference and a workshop on Design Thinking. After the lecture I met several women who were interested in the slides I shared. And two of them asked me if I had the time to discuss a project they were working on. So the day after we had coffee and I listened to their stories. And it was not their project that made the biggest impact on me. It was their personal situation. It made a big impact. When we walked towards the exit I saw this sign saying “Give A Shit” and asked the waiter to take a picture. I made their faces black. I don’t want put their lives in danger. They already took a huge risk talking and having coffee with me.

That night I couldn’t sleep and finally got up in the middle of the night. I threw away the format for the Design Thinking workshop I made earlier. Kill your darlings. Game over. I decided to make something the participants of the workshop could work with themselves. To inspire them and facilitate them with the tools they could use to change things. One part inspiration and supporting information and one part activation; a design thinking by doing workshop on Women Empowerment.

That night I found out about the 17 Sustainable Development Goals of the United Nations and the 2030 Vision Statement of Crown Prince and Chairman of the Council of Economic and Development Affairs Mohammad bin Salman bin Abdulaziz Al-Saud:

The Design Thinking workshop was attended by 17 women and I started the workshop with this song:

Followed by:

GRLPWR_STEPAHEAD2018.001GRLPWR_STEPAHEAD2018.002GRLPWR_STEPAHEAD2018.003GRLPWR_STEPAHEAD2018.004

 

 

 

 

 

 

 

 

The World’s Largest Lesson pt 2 – with thanks to Sir Ken Robinson and Emma Watson from World’s Largest Lesson on Vimeo.

GRLPWR_STEPAHEAD2018.008GRLPWR_STEPAHEAD2018.009GRLPWR_STEPAHEAD2018.010GRLPWR_STEPAHEAD2018.011GRLPWR_STEPAHEAD2018.012GRLPWR_STEPAHEAD2018.013GRLPWR_STEPAHEAD2018.014

That would be the Challenge for the workshop. I warned them there would be hurdles on the way ahead.GRLPWR_STEPAHEAD2018.015

 

 

 

 

 

 

So they needed:

GRLPWR_STEPAHEAD2018.018

I gave them background info I copied and pasted from the UN SDG site.

Goal5_genderequaility

GRLPWR_STEPAHEAD2018.019GRLPWR_STEPAHEAD2018.020GRLPWR_STEPAHEAD2018.021GRLPWR_STEPAHEAD2018.022GRLPWR_STEPAHEAD2018.023GRLPWR_STEPAHEAD2018.024GRLPWR_STEPAHEAD2018.025GRLPWR_STEPAHEAD2018.026GRLPWR_STEPAHEAD2018.027GRLPWR_STEPAHEAD2018.028GRLPWR_STEPAHEAD2018.029GRLPWR_STEPAHEAD2018.030GRLPWR_STEPAHEAD2018.031Schermafbeelding 2018-10-09 om 07.35.28GRLPWR_STEPAHEAD2018.034GRLPWR_STEPAHEAD2018.035GRLPWR_STEPAHEAD2018.036GRLPWR_STEPAHEAD2018.037GRLPWR_STEPAHEAD2018.038GRLPWR_STEPAHEAD2018.039GRLPWR_STEPAHEAD2018.040GRLPWR_STEPAHEAD2018.041GRLPWR_STEPAHEAD2018.042GRLPWR_STEPAHEAD2018.043

I showed them this ad about invisible barriers:

 

 

 

 

 

 

 

 

And changed “Always Coca Cola” into “Always Girlpower” and used Google translate to translate it into Arabic.

GRLPWR_STEPAHEAD2018.045

And that they can make a difference:

GRLPWR_STEPAHEAD2018.056GRLPWR_STEPAHEAD2018.057GRLPWR_STEPAHEAD2018.060GRLPWR_STEPAHEAD2018.061GRLPWR_STEPAHEAD2018.062GRLPWR_STEPAHEAD2018.063

I felt welcome because of this quote from Crown Prince  Mohammad bin Salman bin Abdulaziz Al-Saud:

GRLPWR_STEPAHEAD2018.064

But that they were also supported by his 2030 vision statement. I showed some quotes and asked them from who the quotes were:

GRLPWR_STEPAHEAD2018.065GRLPWR_STEPAHEAD2018.066

The last quote of part one of the workshop was:

Schermafbeelding 2018-10-09 om 06.36.21

I asked them from who it was. They replied in choir “Crown Prince  Mohammad bin Salman bin Abdulaziz Al-Saud.”

But it is not.

GRLPWR_STEPAHEAD2018.067

We ended part one with:

 

 

 

 

We were halfway. So why stop:

 

 

 

 

 

After the break we started with part 2:

I asked them their definition of Design and we shared and learned from all the different perspectives on Design:

GRLPWR_STEPAHEAD2018.072GRLPWR_STEPAHEAD2018.073GRLPWR_STEPAHEAD2018.074GRLPWR_STEPAHEAD2018.075GRLPWR_STEPAHEAD2018.076GRLPWR_STEPAHEAD2018.077

To support this mentality I showed them this:

 

 

 

And explained them that every design starts with a desire to change something:

GRLPWR_STEPAHEAD2018.079

 

 

That in this workshop we would be working with this challenge:

GRLPWR_STEPAHEAD2018.083

…using the Triple Diamond Model to work with:

Schermafbeelding 2018-10-09 om 06.56.27

They zoomed out, discussed what worked well and what could be improved.

We formulated ‘How Could We……? questions, Brainstormed and Prototyped……and ended with asking what was Good, Bad and Unexpected.

At the end I promised to share alle the video’s and material.

So here you are ladies. Let’s take it further.

Schermafbeelding 2018-10-09 om 07.08.47

….and

GRLPWR_STEPAHEAD2018.059

Download the whole presentation here:

GRLPWR_STEPAHEAD2018

 

 

Alles Goed?

23 jun

ALLESGOED.001

Wow what a week. Dit was de drukste week van dit jaar.

Schreef ik ‘druk’? Schreef ik ‘dit jaar’?

Laat ik beginnen met die laatste. Ik denk van de afgelopen 51 jaar. En ik schreef ‘druk’. Wat een raar woord eigenlijk, druk. Ik heb iets met dat woord. Ik krijg het vaak te horen als antwoord als ik mensen vraag hoe het met ze gaat. Ongelooflijk hoeveel mensen dan zeggen ‘druk’. Ik vind het een ongelooflijk stom antwoord. Want wat wil je daarmee nu eigenlijk zeggen? Dat je (te) veel te doen hebt? Dat je je zaakjes niet op orde hebt? Zeg je met ‘druk’ dat je dat fijn vindt, druk zijn, of juist niet en vind je eigenlijk dat iemand anders wat van die druk van jou zou moeten overnemen? Of denk je misschien dat ik het interessant vind als jij zegt dat je druk bent. Denk je misschien dat ik denk dat je een beetje uit je neus zit te eten, dat je te weinig doet, lui bent of te weinig carrière maakt? Of zeg je dat je druk bent in de hoop dat ik ook zeg dat ik druk ben zodat we allebei een reden hebben om weer snel druk te gaan zitten doen.

Druk dus.

Het kan ook gebeuren dat iemand mij eerst vraagt. Ik krijg dan vaak de vraag ‘Alles goed?’ Een vriend van mij vraagt het me al jaren, echt al meer dan 10 jaar en steevast is mijn antwoord ‘Veel maar niet alles’.

Alles goed? Ja druk.

Gelukkig heb ik een oplossing gevonden in het boek van Jane McGonigal ‘SuperBetter’ The Power of Living Gamefully. Gefundeerd op wetenschappelijk onderzoek en gebaseerd op de ervaringen van meer dan een half miljoen mensen. Het kern van het boek is een simpel en transformatief idee; we kunnen dezelfde psychologische krachten, die we tonen als we games spelen, inzetten bij uitdagingen in het echte leven. Denk daarbij aan trauma’s, ziekten of gewoon een betere versie van jezelf worden. Kortom, de principes die in games werken, werken ook in het echte leven.

Ik ben groot fan van haar werk. Haar boeken en TED talks zijn een belangrijke inspiratie bron. En het leuke aan haar laatste boek is dat ze ook vol staan met zogenaamde Quests waarmee je op zeer eenvoudige wijze zelf kunt ervaren wat het is om te werken aan je

  • mentale
  • fysieke
  • emotionele en
  • sociale

weerstand.

Ik zal dat even kort toelichten. Deze slides komen uit een presentatie over Speelsheid die ik gaf aan docenten op HKU en leggen de 4 krachten uit.HKU_playfulness_29012018.001HKU_playfulness_29012018.002HKU_playfulness_29012018.003HKU_playfulness_29012018.004HKU_playfulness_29012018.005HKU_playfulness_29012018.006HKU_playfulness_29012018.007HKU_playfulness_29012018.008HKU_playfulness_29012018.009HKU_playfulness_29012018.010HKU_playfulness_29012018.011

Heb je er een geprobeerd?

Maar even terug naar mijn verhaal over druk  als antwoord op de vraag hoe het met je gaat.

Als iemand mij tegenwoordig vraagt hoe het met me gaat dan is mijn antwoord “ik geef mijn dag tot nu toe een (hier vul ik een cijfer tussen 0-10 in) en vraag vervolgens direct wat hun cijfer is. Om na het gegeven cijfer vervolgens te vragen “Is er iets wat ik kan doen om dat cijfer met 1 punt te verhogen?” Enigszins realistische verzoeken voer ik direct uit. Zo gaf ik de afgelopen tijd een massage, stuurde ik een hilarisch filmpje, rende ik de trap op en af en haalde ik voor een de garderobe dame in Tivoli een bakje thee.

De eerste keer dat ik dit uitprobeerde was uit het boek van Jane en heet Plus-One Better (pagina 71)

Hoe deze werkt?

Ik leg hem uit als je het NU probeert.

OK?

Mooi.

Gaat ie.

Kies drie mensen.

  1. iemand die graag iets van je hoort
  2. iemand waar jij graag iets van hoort
  3. iemand die verbaasd zal zijn als ie iets van je hoort

Nu heb je een keuze.

Easy is keuze 1

Medium is keuze  1 en 2

Hard is alle drie.

Vervolgens stuur je ze NU een WhatsApp, sms, mail, FB bericht of postduif en vraag je:

“Als je je dag tot nu een cijfer zou moeten geven tussen 0-10 wat zou dat cijfer dan zijn?”

Het grote wachten ia aangebroken. Heb je al antwoord?

Reageer op de antwoorden met het volgende bericht:

“Is er iets wat ik kan doen om dat cijfer met een punt te verhogen?”

Ik las net deze post voor aan mijn hele goede (fiets) vriend Jacco die met keelontsteking op bed ligt. Hij gaf ondanks die keelontsteking de dag een 8 en ik kan daar een 9 van maken als ik van deze post een podcast maak.

Dus is stop nu even met schrijven want ga nu druk doen met hoe ik een een podcast kan maken.

 

 

Pluk de Stad

13 jun

PLUKDESTAD.001

“You eat, learn and cook what you grew up with… What would happen if we change our perception and let other senses guide our way in the kitchen?”

Bovenstaande quote heb ik van Valerie Kuster en postte ik eerder.

Wel eens gekookt zonder recept? Of met het enige dat je nog in de (koel)kast had? Heb je wel eens gekookt met ingrediënten die je zelf ‘plukte’ of zelf verbouwde? Zoals Cees? Ooit  had ik samen met twaalf Summerschool studenten een workshop Symfonie bij Valerie Op het Dak in Rotterdam. Na een leerzame en inspirerende presentatie over onze eet, koop en kook gewoonten gingen we het dak op. De grootste dakakker van Europa. Op zoek naar ingrediënten voor de lunch. De opdracht was om  juist die ingrediënten te kiezen die we niet kenden of ons bijvoorbeeld lieten leiden door een kleur. Een mooie oefening loslaten. Iets kiezen wat je normaal nooit zou kiezen of omdat je het juist NIET kent.

Alle twaalf studenten kozen elk een eigen kleurpallet waar ze, de door hun gekozen ingrediënten op etaleerden:

foodgreen

foodpink

foodyellow

foodgrey

Vervolgens werden de twaalf kunststukjes gefotografeerd, uitgeprint en naast elkaar opgehangen.

12food

Daarna  maakte Valerie 3 groepjes van vier. Deze 4 tallen moesten in overleg met elkaar een nieuw pallet maken die de basis vormde voor de gezamenlijk te maken lunch.

foodfour

Het was een mooie ervaring waar eetverhalen en tradities van over de hele wereld werden gedeeld. Het team moest samenwerken om uiteindelijk een lunch op tafel te krijgen. Het was een geweldige teambuilder en een krachtige oefening loslaten om vervolgens letterlijk onze tanden in te zetten en te genieten van de heerlijke Food Symfonieën.

Straks zie ik Valerie weer Op het Dak. Aanleiding was het boek van John Thackara, How to thrive in the next economy, wat ik aan het lezen ben. Ik las er dat Claud Biemans (niet Claudia John) ontdekt heeft dat er in haar stad op een vierkante kilometer 300 verschillende plantensoorten huisden, vergeleken met 50 verschillende op een zelfde dichtbij gelegen oppervlakte “managed countryside”. Claud: “Bijen weten dit heel goed en zijn tegenwoordig meer in steden te vinden.”

Verder las ik dat Claud wandelingen organiseert waar ze mensen langs de ecologische hoekjes en gaatjes in de stad leidt en laat zien waar planten niet alleen overleven maar juist floreren. Want, zo las ik verder, “veel van deze stadsnatuur is eetbaar. Kruiden, blaadjes en eetbare bloemen groeien op muren en stoepen.

En over Lynn Shore van Urban Herbology. Zij is een van een groeiende groep stads foerageurs (is dat Nederlands?) en helpt stadsbewoners kruiden te zoeken, ermee te koken en te leren over medicinale samenstellingen.

Ik legde via LinkedIn contact met beide dames maar bedacht me later dat Valerie en Op het dak een stuk ‘dichterbij’ zijn. Dus zitten we straks op het dak om Into the Wild City of Rotterdam te bespreken. Een idee om te overleven in de stad met wat de natuur te bieden heeft. Wil je de hoogte blijven van de datum wanneer we Into the Wild City van Rotterdam gaan? Stuur mij dan een mailtje; cornoltee@mac.com

Pluk de Dag.

Dag!

 

 

 

Pogoën in Brugge

11 jun

POGOENINBRUGGE.001

Gisteren had ik kunnen schrijven maar deed het niet want na mijn bezoek aan Hermanus in de Langestraat 51-53 in Brugge, MOEST ik, eenmaal thuis, even motor rijden. Schermafbeelding 2018-06-11 om 05.28.55

De Triumph voor de deur is van hem en die in de winkel van haar en zij zijn van elkaar. Zij doet de koffie en hij de kleding. Twee winkels naast elkaar aan de achterkant met elkaar verbonden. De koffie was erg goed en ik ontdekte er Wrenchmonkees, een Deens kledingmerk gemaakt door en voor motorrijders/monteurs. Het deed me denken aan Stone Island.

Schermafbeelding 2018-06-11 om 05.38.38

Hij en zij hebben hun baan opgezegd en zelfs hun prachtige VW T1 verkocht om de winkel te starten en binnenkort gaan ze verhuizen naar net buiten de stad zodat mensen geen € 10 parkeergeld hoeven te betalen als ze ‘even’ een straffe bak koffie gaan halen. Wat ik knap gedaan vind, is dat ze met de koffiebar de balans hebben gevonden tussen stoer en huiselijk. Lichte kleuren en warme materialen voor de koffiekant, stoer en mannelijk voor de motorkant. En misschien wel het beste is dat ze net buiten het hele drukke centrum zitten waar je na 10 minuten of dood gereden wordt door een paardenkoets met filmende toeristen of je acuut zin krijgt om te gaan pogöen;

Pogo is een dans uitgevoerd op hardrock, metal, hardcore, ska en punk. Ook komt dit voor in de hardcore house, terrorcore en speedcore-scene.

De dans bestaat uit het in het rond, in de lucht en tegen elkaar aanspringen. Het werkwoord is pogoën. Afhankelijk van de ruigheid van de muziek wordt er regelmatig ook in het wilde weg geslagen en geschopt. Over het algemeen is het pogoën op ska het minst gewelddadig, dit komt het dichtst bij het originele pogoën; op zeer snelle, ruige hardcore, metal en punk, is het veel agressiever en pijnlijker, dit is pitten. Het veroorzaakt regelmatig blessures aan de voeten, tenen, hielen, achillespezen en kneuzingen vanwege valpartijen en het stevig raken van de mensen om de danser heen. Ook gebeurt het soms dat men per abuis iemand een forse elleboogstoot in het gezicht geeft.

Pogöen op het ritme van het hoefgetrappel van de paarden. Dan ben je zo van die 6,2 miljoen toeristen af.

Mocht je ooit van plan zijn een stad als Brugge (of Venetië) of welke toeristenstad te bezoeken, ga dan heel vroeg op. Zorg ervoor dat je om 7.00 op straat loopt. Dan zie je de stad tot leven komen en lijkt het wel of je op een filmset loopt. Zo waren we een keer in Venetië en liepen we om 7.15 ALLEEN op het San Marco plein.

Na de koffie en de croissant bij Hermanus vertrokken we op onze eigen fietsen naar Sanseveria; Bagels! Ik moest even wennen aan de eigenaar die ons op geheel eigen wijze van de zonder gereserveerd bordje gereserveerde tafel naar de grote tafel achterin de winkel verwees en al helemaal toen hij ons tussen neus en lippen door meldde dat de grote groep Amerikanen in het begin van de winkel hem ‘het bloed onder de nagels vandaan haalden’. Maar naar ons was ie heel vriendelijk en de bagels werkelijk fantastisch.  De live likes teller stond gisteren op:

likescounter

Toen ik net (14 uur later) op hun Facebook pagina keek waren daar twee bij gekomen.

Schermafbeelding 2018-06-11 om 06.26.45

Misschien toch iets minder hard werken, minder druk en meer humble zijn Bert.

Schermafbeelding 2018-06-11 om 06.29.57

Whatever. Mijn Like heb je.

 

 

 

Achteruitkijkspiegels op terrassen

9 jun

ACHTERUITKIJKSPIEGEL.001

Er zijn er bij die het echt leuk doen hoor. Die begrijpen dat als je bijna 0,2 % van van je maandinkomen betaalt voor een espresso in een gelegenheid die bedacht is om eten en drinken te bereiden en te serveren voor betalende gasten, dat daar bepaalde etiketten bij horen. Nu hoef je voor mij echt geen kloon van Jort Kelder te zijn, liever niet zelfs, maar enige kennis van of gevoel voor het horeca vak verwacht ik toch wel voor die 0,2 %.

Jaja natuurlijk kunnen sommige er niets aan doen als ze dat nooit verteld, uitgelegd of voor gedaan zijn. Maarrrrrrrrrrrr bepaalde dingen kun je als (bijbanende) genderneutrale horecamedewerker beter niet doen.

Zo zaten wij gisteren met vrienden in een horeca gelegenheid op een niet nader te noemen terras in een niet nader te noemen stad in Nederland. Met zijn vieren. Onze vrienden zaten op een bank tegenover ons en mijn vrouw en ik  op twee stoelen. Links en rechts van de tafel was een kleine ruimte en dan stond er weer een tafel. Dus aan een kant een hele lange bank met daarvoor tafeltjes en stoelen. De bank grensde aan een glazen wand direct aan het water. Ik had een prachtig uitzicht op het water en onze vrienden hadden dan weer het voordeel dat ze een kussentje hadden. Tja uitzicht of kussentje je kunt niet alles hebben. Midden in ons gesprek hoor ik opeens in mijn rechteroor, tussen mijn vrouw en mij, een damesstem zeggen “Goedenmiddag, kan ik iets voor u betekenen?” Ingeklemd tussen de armleuningen van het terrasstoeltje probeerde ik oogcontact te maken met de vriendelijke dame, want dat was ze zeker, maar het enige waar ik oogcontact mee had was het serienummer van het apparaat waarmee zij de bestelling opnam. Ik had mijn bovenlijf en nek inmiddels zover gedraaid dat ik er nog maar net een hees en schor “een espresso alstublieft” uit kon krijgen.

Werkelijk perplex en sprakeloos terug draaiend checkte ik voor alle zekerheid of er echt geen ruimte was naast ons tafeltje. Dat was aan beide gevallen niet het geval, er was meer dan voldoende ruimte om de bestelling aan de kop van ons tafeltje op te nemen en ons alle vier aan te kunnen kijken. Dat bewees zij ook later zelf toen zij, godzijdank, de drankjes voor onze overbuurvrienden niet uitserveerde door tussen mijn vrouw en mij in te gaan hangen maar dat vanaf de kop van de tafel te doen.

Verder deed ze echt haar best. Ze kwam zelfs nog een keer vragen of “Verder alles naar wens?” was, wat ik eigenlijk een hele rare vraag vind omdat ie impliceert dat er blijkbaar dingen waren die niet naar wens waren , terwijl we nog nergens over geklaagd hadden.

Het doet me denken aan Paul Bennett die in zijn TED talk het voorbeeld laat zien van een fietsachteruitkijkspiegel die ze op een rolstoel hebben gemonteerd zodat de patiënt in de rolstoel oogcontact kan hebben met de ziekenhuis medewerker die hem/haar rond duwt.

Achteruitkijkspiegels op terrassen?

Proost.

https://embed.ted.com/talks/lang/nl/paul_bennett_finds_design_in_the_details

Ceci n’est pas…

8 jun

CECINESTPAS.001

In zijn TED talk laat Stewart Brown van het National Institute for Play het overtuigende bewijs zien dat spel de meest krachtige vaardigheid is te leren. En in dit geval zelfs te overleven.

Dit bewijs komt uit Canada in de vorm van een 600 kilogram zware, hongerige ijsbeer.  De hongerige ijsbeer loopt met een ‘ik eet je op’ blik op twee Huskys af die aan een ketting zitten. En wat normaal gesproken een kort gevecht zou zijn waar de dood op volgt, duikt een van de huskies, vlak voordat de ijsbeer wil toeslaan, in elkaar en begint met zijn staart te kwispelen. Het ‘play’ signaal van de husky (het kwispelen) transformeert het dierlijke killerinstinct van de ijsbeer in een speelstemming en de ijsbeer en de husky beginnen een speels ballet.

Hij toont tevens de cover van The New York Times:

Schermafbeelding 2018-06-08 om 08.35.49Schermafbeelding 2018-06-08 om 08.36.02Schermafbeelding 2018-06-08 om 08.36.18Schermafbeelding 2018-06-08 om 08.36.31Schermafbeelding 2018-06-08 om 08.36.44Schermafbeelding 2018-06-08 om 08.36.56Schermafbeelding 2018-06-08 om 08.37.09

Ik moest weer aan Brown en zijn TED talk denken toen ik gisteren voor de half jaarlijkse controle bij de tandarts was. In de hoek bij de receptie stond deze:

IMG_1910

Enig idee wat het is?

Nee.

Nee.

Nee.

Een parapluhouder?

Neeeeeeeeee.

Dit is een vrijwillige poging tot het overwinnen van een overbodig obstakel.

Althans ik had niet het idee dat de moeder van het ventje dat daar op zijn knieën naast het object zat de opdracht had gekregen om te proberen zijn armbandje in een keer van boven naar beneden te laten zwiepen. Wat niet lukte maar hij bleef het proberen, hardop tegen zichzelf pratend. Gamers falen in 80% van de gevallen maar blijven het ook proberen.  Hij was duidelijk in Flow, die gefocuste mentale staat waarin uitdaging en vaardigheden in balans zijn en je niet meer bewust bent van tijd en plaats. Hij was, om met de woorden van Johan Huizinga te spreken, willens en wetens in een “magische cirkel gestapt, een gebied waarin de werkelijkheid van alledag  wordt opgeheven en waarin gebeurtenissen dus geen gevolgen hebben voor de werkelijkheid.”

Waar veel volwassenen de parapluhouder niet eens zien, zien kinderen overal magische cirkels.

Ik ben inmiddels 51, inclusief leesbrilletje. Ik wou dat ik een bril had die die magische cirkels liet zien.

 

 

Oh I’m Free

7 jun

OHIMFREE.001

Ken je dat gevoel? Zeker nu het zulk lekker weer is. En zeker als je eindelijk een goed lopende luchtgekoelde 2 liter Volkswagen T2 uit 1979 hebt om lekker weg te gaan? Misschien wel echt helemaal weg, gewoon de wijde wereld in? Om vervolgens weer terug te komen in je, voor je trip helemaal schoongemaakte huis waar je goede vriend die ene cactus geen water hoefde te geven maar wel netjes de post op de keukentafel heeft gelegd met een post-it erop “Ben blij dat je weer thuis bent”.

Het mooie aan weg gaan zijn voor mij ook de voorbereidingen. Goed nadenken over wat je allemaal (niet) meeneemt. Eigenlijk is het schrijven op dit blog ook een mentale minivakantie. Ik bepaal met welke woorden ik vandaag op vakantie ga. Want dat is me weer duidelijk geworden de afgelopen dagen. Het publiceren op dit blog zorgt ervoor dat ik elke dag op vakantie ga in mijn  eigen verhaal. Ik kom ook weer allerlei mensen tegen die met me mee gaan en net als wanneer ik in mijn Blauw Witte Volkswagen T2 rijd even een duimpje opsteken of een glimlach toewerpen. Anderen maken even een praatje, zeggen lieve woorden of geven een compliment. Ja schrijven op dit blog is te vergelijken met rijden in een oude Volkswagenbus.

Het schrijven van en de feedback op een verhaaltje doet me nadenken over wat ik geschreven heb en geeft me soms inspiratie voor het volgende. Zo kan het zomaar gebeuren dat ik de avond van te voren echt weet wat ik ga schrijven en dat toch niet doe omdat ik al schrijvende een ander weg insla. Dat toestaan is vrijheid.

Ik vind dit eigenlijk wel een mooie afsluiter voor vandaag.

Ik rijd toch nog even door.

Een lezer van mijn blog vertelde me ooit dat het leuke aan dit blog was dat hij nooit wist waar hij ’s ochtends weer naar toe ging.

Ik wel. Met het FAN TAS TISCHE boek van John Thackara, How to Thrive in the Next Economy op het dashboard rijd ik naar Amsterdam en ontmoet ik Claud Biemans (niet Claudia John). Zij ontdekte dat er in haar stad op een vierkante kilometer 300 verschillende plantensoorten huisden, vergeleken met 50 verschillende op een zelfde dichtbij gelegen oppervlakte “managed countryside”. Claud: “Bijen weten dit heel goed en zijn tegenwoordig  meer in steden te vinden.”

Ik lees verder dat Claud wandelingen organiseert waar ze mensen langs de ecologische hoekjes en gaatjes in de stad leidt en laat zien waar planten niet alleen overleven maar juist floreren. Want,zo lees ik verder, “veel van deze stadsnatuur is eetbaar. Kruiden, blaadjes en eetbare bloemen groeien op muren en stoepen.

En over Lynn Shore van Urban Herbology. Zij is een van een groeiende groep stads foerageurs (is dat Nederlands?) en helpt stadsbewoners kruiden te zoeken, ermee te koken en te leren over medicinale samenstellingen.

Into the wild krijgt voor mij zo een heel andere invulling.

Ik zie het helemaal voor me. Met de T2 naar Amsterdam. Ik heb plek voor nog 7 personen. Wie gaat er mee?

Met Noltee.

In de T2.

Ik zet een muziekje op in de T2. De stem van Eddie Vedder mengt zich met het geluid van mijn gereviseerde luchtgekoelde tweeliter Volkswagen motor.

I’m free
Setting forth in the universe
Oh I’m free
Setting forth in the universe

 

 

Leren leven lezen

6 jun

LERENLEVENLEZEN.001

De afgelopen maanden heb ik veel gelezen over duurzaamheid. En geluisterd. Ik woon nu, tijdelijk, in Papendrecht nadat de school waar ik vorig jaar woonde afgebroken werd en mijn nieuwe appartement in Rotterdam nog niet klaar is. En om met het OV naar Utrecht te gaan betekende dat ik met mijn vouwfiets eerst naar het pontje naar Dordrecht moest fietsen, overstak, naar het station in Dordrecht fietste, mijn fiets dubbelvouwde en met de trein naar Rotterdam ging, fiets uitvouwde naar perron 14 liep met mijn 39 jaar oude Peugeot aan de hand, hem dubbelvouwde, naar Utrecht ging, onderweg las en in Utrecht mijn ouwe vouwert weer rijklaar maakte en naar Oudenoord 700 fietste. Van deur tot deur 2 uur. Maar het gebeurde ook wel eens dat mijn ouwe vouwert en ik niet mee konden en een trein moesten overslaan omdat ie te vol was. Toen dat twee dagen achter elkaar gebeurde, knapte er iets in mijn ‘hard proberen echt duurzamer te leven  brein’. Fuck duurzaamheid. Fuck NS. Fuck tijd. Ik ga met de auto. Mijn 28 jaar oude Alfa Romeo Spider wel te verstaan. Van Peugeot, Pont, Peugeot, Trein, Peugeot naar Spider. En weet je? Het milieu knaagde veel minder hard aan me dan mijn gulzige naar kennis vergarende brein. In de trein kon ik namelijk lezen en op de A15 in de ochtendspits bleek dat niet zo’n goed idee. Overigens de tijdswinst was minimaal. Ik deed er met de Spider 1 uur en 45 minuten over. 15 minuten korter maar 45 minuten niet kunnen lezen. Mijn brein vond dat niet fijn. Ik klaagde erover tegen mijn vrouw en binnen 0,3 seconden kwam zij met de oplossing. Zij maakte een verbinding die ik met mijn breincapaciteit ook zeker zelf had kunnen maken maar er gewoon niet op kwam. Ze zei “waarom ga je niet heel vroeg rijden en dan eerst sporten zoals je deed toen je in Amstelveen werkte (en in Dordrecht woonde)?” Ik schaamde me bijna dat ik dat zelf niet had bedacht. Wat een briljant idee. Een week lang probeerde ik uit hoe laat ik uit Papendrecht moest vertrekken om om 7.00 bij Fit For Free te zijn waar ik inmiddels een abo had genomen omdat ze in de buurt van mijn werk zitten en om 7.00 al open zijn. Als ik om 6.00 in de Spider zat, was ik net voor 7.00 in Utrecht en liep ik op mijn gemakje naar FFF om daar vervolgens eerst een half op de hometrainer te zitten……en te trappen. Dat viel niet mee. Bij de aanvang van mijn Master Kunsteducatie had ik mijn racefiets aan de wilgen gehangen. Ik had ruim 2 en half jaar niet gefietst. Ik begon met 10 minuten waar geen eind aan kwam om vervolgens nog een uur aan de gewichten te hangen. Om 8.45 stond ik dan Fris For Free buiten, ruim op tijd om te gaan werken. Ik voelde me fysiek en emotioneel uitstekend alleen intellectueel had mijn Kabouter wel e.e.a. te klagen. Hij vond het best een goed en slim idee maar vond ik het nu niet zonde van de tijd om 2 uur per dag in de auto te zitten terwijl ik ook 1,5 uur had kunnen lezen in de trein? Ik had dat deels opgevangen door op de hometrainer te lezen maar dat bleek toch niet echt een ideale oplossing. Ik was op dat moment Superbetter van Jane McGonigal aan het lezen en besloot ook het audioboek te kopen. Een beetje lezen en veeeeeel luisteren op de heen en terugweg legde mijn Kabouter het zwijgen op. Aarde zucht en steunt nog wel onder mijn oude Spider. Tja duurzamer leven is nog niet zo makkelijk.

Zie zo Caro

5 jun

ziezocaro.001

Zo. Daar ben ik weer. Na maanden van lezen, luisteren, reflecteren, twijfelen, net niet beginnen, zit ik nu weer ouderwets te typen. Mijn vertrouwde rode vlak, zwarte en witte 7% versmalde Helvetica Kapitalen hoopvol aanstarend naar wat er komen gaat. Deze keer geen beloftes van dat ik het elke dag ga doen, een jaar lang of alleen over duurzaamheid of spel of biomimicry ga hebben. Nee deze keer omdat het gewoon weer tijd werd en omdat Caro me net vertelde dat ze mijn posts miste.

Ik wil het er niet te lang over hebben.

Hiero. Ik ben er weer.

En waar zal ik eens beginnen. Er is niet echt een begin te duiden. Het is een lang en traag  proces geweest. Daniel Pink zou het Drive noemen. Volgens hem worden mensen gedreven door doel (zingeving), eigen keuzes (autonomie) en ergens beter in worden.

Ik wil beter worden in hoe we manieren kunnen bedenken en uitproberen om de wereld beter achter te laten voor onze (klein)kinderen. Een geweldig voorbeeld las ik in het FAN TAS TISCHE boek van John Thackara, How to Thrive in the Next Economy. Thackara ken ik als directeur van het voormalig Nederlands Vormgevingsinstituut en de door hen georganiseerde Doors of Perception congressen. De eerste was in 1993:

‘In 1993 organiseerde het instituut in samenwerking met Mediamatic en de Amsterdamse Maatschappij voor Oude en Nieuwe Media de eerste Doors of Perception-conferentie in de RAI Amsterdam. Zo’n tweehonderd specialisten op het gebied van nieuwe media en computernetwerken samen met ecologisch geïnteresseerden oplossingen voor een duurzamere wereld zochten.[2] De conferentie was oorspronkelijk gepland in het Stedelijk Museum, maar door toenemende animo werd deze verplaatst.[3]”

Erop terugkijkend was dat misschien wel het begin van het inzicht dat Design een positief verschil kan maken. Ik zag er het geweldige werk van Toshio Iwai. Zijn musical insects en Team Work Station waren technologische openbaringen voor me. Voorbeelden waarbij technologie en mensen samensmelten in een leer omgeving.

Of was het die keer dat ik samen met mijn vriend RenéPaul bij V2, Instituut voor de Instabiele Media was? Toendertijd nog gevestigd in Den Bosch. In de grote ruimte, waar René en ik de enige bezoekers waren, stond een groot, strak opgemaakt 2 persoons bed. Een installatie van Paul Sermon, genaamd Telematic Dreaming. Van bovenaf werden er mooie beelden van wolken op geprojecteerd. Precies op het witte bed. Ik liep naar de rand van het bed en stond te genieten van de mooie beelden op dit, toch ietwat vreemde projectiescherm. Opeens verscheen er  een vrouw in een sexy nachthemdje op het bed. Zij was van boven gefilmd en werd van boven geprojecteerd door de beamer die boven het bed hing. Hmmmm…….interessant….hoorde ik mezelf denken. Ik stond aan de rechterkant van het bed en zij verscheen aan de linkerkant op het bed. Ze schuifelde wat over het bed en bleef op een gegeven moment precies stil zitten waar ik stond. Da’s toevallig, dacht ik nog. Het werd wel heel toevallig toen ze met beide armen van de rand van het bed waar ik stond naar achteren bewoog om aan te geven dat ik ook op bed moest komen. Ik trapte mijn schoenen uit en ging net als zij op het bed zitten. Ze bewoog haar handen precies langs mijn benen en het was alsof ik haar echt voelde. Het voelde een beetje alsof je voor het eerst met een vriendinnetje naar de bioscoop gaat en je haar hand net niet aanraakt terwijl je naar de film zit te kijken maar eigenlijk alleen maar denkt aan de ruimte tussen de hand van jou en haar. Heel spannend dus. Op een gegeven moment ging ik op mijn rug liggen met mijn hoofd op het kussen. Zij kwam op haar zij naast me liggen en bewoog haar hand langzaam van mijn hoofd naar mijn buik. Het was alsof me streelde. Toen ze zich op haar rechter zij draaide met haar knieen opgetrokken ging ik precies zo liggen. Lepeltje aan lepeltje. Mijn hart bonsde in mijn keel. Het leek wel of ik vreemd ging.  Toen ik mijn hand van haar hoofd naar haar kont bewoog sprong ze van het bed af en was het afgelopen.

Het was 1993 en de dame bevond zich op een zelfde formaat bed in een kamer een aantal straten verderop. Op vier monitoren rondom het bed kon zij precies zien waar ik me bevond in.  De videoverbindingen werden gemaakt door 3 dubbele ISDN verbindingen. Het met camera’s en beeldschermen verplaatsen in andere ruimtes heeft me altijd gefascineerd en oa geinspireerd tot het bouwen van de CamCar. 

25 jaar geleden waren er nog dure, driedubbele ISDN verbindingen, grote camera’s en beamers nodig om videocontact en interactie mogelijk te maken. Nu heeft zelfs mijn 83 jarige vriend Cees een Samsung Szoveel en een iPad.  Het is heeeeeel hard gegaan de afgelopen 25 jaar. En wat betekent dit allemaal?

Maar ik dwaal af. Heerlijk.

Ik wilde het hebben over het voorbeeld dat ik in Thackara’s boek las. Een voorbeeld van hoe we de wereld beter achter kunnen laten. Het staat op pagina 55 van zijn boek How to Thrive in the Next Economy, hoofdstuk 4 MAKE ROOM! MAKE ROOM!

Hij stelt hier de vraag of depaving (het ontdoen van wegen en bebouwing) genoeg land kan vrijmaken om een explosief groeiende populatie te voeden. Wegen en parkings bedekken meer dan 50% van de meeste stads-en winkelcentra; in stadscentra in alleen al de V.S. bevinden zich 2.000.000.000 parkeerplaatsen. Met zo’n gemiddeld 4 per parkeerplaats kunnen we daar dus makkelijk alle mensen op de wereld kwijt. Mooi scenario voor een Walking Dead Sequel.

Nu is 2 miljard parkeerplaatsen heel en het terugbrengen van beton naar vruchtbare grond een enorme klus, dus bedacht een stel uit Turijn het volgende;

Laten we onze kinderen een stuk vruchtbare grond geven. Het stel had de grond verkregen uit een erfenis maar moesten daarvoor eerst een paar betonnen garages slopen die erop stonden. Het was ongelooflijk veel werk; beton moest geknipt en gebroken worden en de brokken afgevoerd. Het vruchtbaar maken van de grond kostte truckladingen  vol vuil, houtskool en meer. Het zal ongetwijfeld een lang, duur en vuil werk geweest zijn. Maar het was vooral een disruptief idee. Heus omdenken. Want normaal gesproken ga je weer bouwen op een vrijgekomen stuk grond, toch? Afbreken om er vruchtbare grond van te maken is in ieder geval nog nooit bij mij opgekomen.

Bij het stel in Turijn dus wel. Het eindresultaat was een stuk grond waar gras en bloemen groeien. Slecht tientallen vierkante meters, niets in vergelijking met de resterende 1.000.000.000.000 maar het is een eerste stap.

Deze post voelt ook weer als een eerste stap. Ik loop weer.

Dank je Caro.

 

Shit Story

14 nov

shitstory.001

In mijn poging een overzicht te maken van mijn favoriete Design Academy eindexamen projecten van dit jaar probeer ik eerst antwoord te krijgen op de vraag waarom ik in mijn voorbereiding voor Social Design kies als eerste categorie in het 500 pagina tellende jaarboek van de Design Academy. Social Design definieer ik als het gezamenlijk transformeren van een huidige situatie in een gewenste situatie. De afgelopen dagen gaf ik voorbeelden van Fran Edgerley (ASSEMBLE),  Jeroen Everaert (MOTHERSHIP), Theaster Gates  en Gap Fillers. Vandaag wil ik het hebben over een voorbeeld dat ik las in het nieuwe boek van Dan en Chip Heath; The Power of Moments.

Ongelooflijk maar waar maar er zijn nog steeds zo’n miljard mensen die geen toegang hebben tot schoon stromend water. Niet uit een kraan om te drinken en niet in een toilet om te door te spoelen. Wat voor ons heel normaal is is voor velen een bron  van ziekten en, zacht uitgedrukt (leuke woordspeling), heel vervelend. Ik ben me de laatste tijd weer meer bewust van het feit hoe luxe het is dat er vers, schoon water uit de kraan komt. De gootsteen in de badkamer was namelijk verstopt. Meerdere ontstoppings pogingen in de vorm van toegediende agressieve vloeistoffen hadden niet het gewenste resultaat. Het water liep niet door. Nou heeeeeeeel langzaam. En dan duurt het heel lang voor je uitgespuwde tandenpastaspeeksel die ronddrijft in een centimeter diepe waterlaag weg gespoeld is. Want ik laat het niet zo achter voor de tandenpoetsers na mij. Toen ik vrijdagavond zonder mijn tanden te poetsen naar bed ging was de maat vol. Bij de Gamma kocht ik een drie meter lange flexibele metalen slang, verwijderde de siffon en penetreerde de afvoer. Op zo’n 50 centimeter was er geen beweging meer in de slang te krijgen. Het leek alsof ik in een niet te nemen chicane was beland. Meerdere pogingen strandden in een bocht op 50 centimeter van de start/finish. Draaien en gas geven hadden geen enkele zin. Zo moet Jos Verstappen zich gevoeld hebben in de races waarin zijn bolide hem in de steek liet. Mijn verhaal deelde ik afgelopen zaterdag met een vriendin en zij stelde de ouderwetse gootsteenontstopper voor. Met deze geleende gootsteenontstopper en de tip om het terugloop afvoer gat af te plakken, liet ik gisteren een beetje water in de afvoer lopen en zette de rubber mond op de afvoer.  Het resultaat van wat er toen gebeurde wordt geen cliffhanger maar iets wat wij als normaal zien; schoon doorstromend water. Ik ben weer extra blij met vers stromend water.

Maar wat te doen als dat er niet is. Geen stromend water om te drinken en geen stromend water om je poep en plas weg te spoelen? Dan poep en plas je buiten. Wat in grote delen van de wereld de gewoonste zaak van de wereld is. En dan zijn er natuurlijk hulporganisaties die denken dat het het plaatsen van Dixi’s het probleem oplossen. Die denken van de huidige situatie; iedereen poept en plast buiten naar de gewenste situatie: iedereen poept en plast in een Dixi te gaan……door Dixi’s te plaatsen. Dus wordt er geld ingezameld, sponsors geregeld, hard gelopen op lagere scholen en noem maar op. Resultaat. Niemand poept en plast in zo’n Dixi. Een van de redenen werd mooi verwoord door een bewoner van het dorpje in Azië waar de Dixi stond; ik ga toch niet mijn behoefte doen in een huisje dat duurder is dan mijn eigen huis. En zo waren er meerdere redenen dat niemand gebruikt maakte van de geplaatste toiletten. Nobody likes change, except a wet baby…..en die kunnen nog niet lopen.

Als je gaat ontwerpen, een huidige situatie wilt veranderen in een gewenste situatie, moeten de stakeholders, in dit geval de bewoners, wel de noodzaak voelen om te veranderen. En daar ontbrak het aan. Maar hoe veroorzaak je die klik bij de bewoners. Hoe zet je hun mentale switch van OFF naar ON.

Ik schaar het volgende voorbeeld onder social design omdat het prachtig laat zien dat zelfs als je als ontwerper weet wat de huidige en gewenste situatie is, je transformatie gedoemd is te mislukken als je de gebruikers niet mentaal meekrijgt in die verandering. Omdat ze niet weten, niet willen dus niet kunnen veranderen. Waarom zouden ze?

Eerst moest ze de huidige situatie uitgelegd worden. En niet met een Powerpoint in een klaslokaaltje. Nee ze moesten de ernst van de huidige situatie voelen, ruiken, horen en proeven. Mensen met zwakke magen kunnen nu afhaken. Morgen kom ik met een frisser verhaal. Tot morgen. Daaaaaag.

 

 

Hallo Die Hard. Jij denkt dat je maag het aankan. Komt ie.

Om de huidige situatie te verkennen gingen de ontwerpers naar een dorp toe en vroegen een aantal inwoners of ze mee wilden doen aan een onderzoek over water. Ze gingen met hen in gesprek en vroegen ze ook of ze wilde aangeven waar ze poepten en plasten. Na een wat ongemakkelijke start, menig bewoner schaamde zich toch om over het onderwerp te praten, laat staan hun favoriete poepplek te delen, kwam de groep los en werden er volop plas en poepplekken gedeeld. Om de huidige situatie nog beter, visueel, in kaart te brengen werd de bewoners gevraagd gele kalk te strooien op de poep en plas plekken. Grote cirkels waar veel werd gepoept en geplast, kleine op de geheime, verder van het dorp gelegen plekken. Resultaat. Bijna het hele dorp was geel. De zwarte dikke poepvliegen staken mooi af tegen het geel en waren daardoor nog meer zichtbaar.

Staand in het gele slagveld en omringd door een druk zoemend leger van vliegende poepsoldaten vroeg een van de ontwerpers of hij een glaasje water kon krijgen. Even later vroeg hij een van de bewoners of hij dat glas water op zou drinken waarop deze het glas aannam, een paar slokken nam en het weer halfleeg teruggaf. Hierop trok de ontwerper een haar uit zijn hoofd, liet het aan de bewoners zien en liep vervolgens naar een grote gele cirkel en roerde zijn haar opzichtelijk in een hoop poep. Met omgekeerde hand liep hij met de poephaar omhoog gericht terug naar de groep die terugdeinsde alsof hij een dodelijk wapen droeg. Het aantal vieze gezichten trekkende bewoners en de  kokhals geluiden vermenigvuldigde zich in rap tempo toen de ontwerper de haar in het halfvolle glas water doopte en heen en weer roerde om het vervolgens weer aan de bewoner die net de helft had opgedronken aan te bieden. Deze had beide handen nodig om zijn kokhals te onderdrukken en deed een stap achteruit. De ontwerper vertelde vervolgens dat een vlieg zes poten heeft en de bewoners al jaren elkaars poep aten.

Als je een huidige situatie wilt veranderen in een gewenste situatie moet je gebruikers wel mentaal meekrijgen. Want ‘nobody likes change……except a wet baby’

%d bloggers liken dit: