Archive | Uncategorized RSS feed for this section

Purple Rule 22/500

22 sep

Op de Kungsleden stortte ik regelmatig ter aarde. Niet van uitputting en zeker niet omdat ik teveel bij me zou hebben. Ik ging regelmatig op mijn knieën voor de blauwe bes. In augustus vind je ze overal. Kiloknallers in de bonus. 3 halen niet betalen. Met wat water, dat ook overal gratis verkrijgbaar is, en havermout een perfect ontbijt.

Dagenlang stap voor stap onderdeel zijn van de omgeving met als grootste afleiding de neiging om de omgeving vast te leggen met mijn mobiel. Toeristen met camera’s die ALLES vast leggen was nog niet zo heel lang geleden een beeld waar ik altijd een beetje lacherig om deed. Nu ben ik, en velen met mij, net zo erg. Erger nog want we delen ze ook nog eens met de hele wereld. Zoals nu. Met jou.

Tijdens mijn afstuderen deed ik onderzoek naar De Stijl (opgericht in 1917) en leerde ik veel van de brieven die de leden elkaar schreven. Die brieven werden 4 keer per dag bezorgd! In de jaren ’20 van de 20e eeuw werd dat verlaagd naar drie, en in 1932 naar twee bezorgmomenten per dag. Vanaf 1969 werd nog maar één keer per dag bezorgd. Nu worden we permanent bestookt met ‘post’. Gisteren zat ik in de trein. Het was druk. In de ruimte tussen de coupes was ik met 8 anderen. Een had een grote draadloze koptelefoon op, 2 hadden ‘oortjes’ in, degene naast me zat hard te tikken op haar mobiel, en de rest zat te swipen. Ikzelf luisterde naar een van mijn favoriete podcasts ‘Nooit meer slapen’. Er was geen oogcontact. Iedereen was ergens anders. Een spontaan gesprek aanknopen, een grapje maken, een compliment……geen beginnen aan. Iedereen stond op ‘pauze’. Zo dichtbij en zo ver weg.

Toen ik een paar jaar geleden met mijn vriend Daniel naar Prince ging in de Ziggo Dome gold er een Purple Rule; geen gebruik van je mobiel tijdens het concert. Deed je dat wel stond er binnen NO TIME een beveiliger voor je neus die je verzocht je mobiel weg te doen of de zaal te verlaten.

Volgende keer neem ik zo’n beveiliger mee tijdens een meerdaagse hike.

Het gevecht 21/500

20 sep

Dit is een vervolg op de vorige post. Wat een vervolg is op de post ervoor en die weer op daarvoor. Zo scroll je in een fractie van een seconde tientallen kilometers door het Noorden van Zweden, de Kungsleden. Maarten en ik staan aan de waterkant te wachten tot we in het bootje mogen stappen en onze portemonnee weer mogen trekken. Als geboren en getogen eilandbewoner ben ik gewend om met een bootje van de ene naar de andere kant verplaatst te worden en ik snap dat het om een businessmodel gaat maar het gat in mijn hand is bijna niet meer te dichten. Ik schakel mentaal snel naar ‘het is wat het is’, zet mijn rugzak in de punt van de boot en laat het landschap aan me voorbij glijden. Aan de overkant is het gat in mijn hand alweer dicht en had ik het voor geen goud willen missen. In de verte zien we het uitkijkpunt waar we gisteren een fantastisch uitzicht hadden op de delta waar we nu uitstappen en besluiten te gaan ontbijten in een kleine cabin aan het water. De ontbijten zijn altijd memorabel. We nemen er de tijd voor. Krackers met rendiersmeerkaas, cola en een 3% biertje. ‘Probably the best beer in the world’ staat er op het blikje. Het is een primeur. Bier en cola bij het ontbijt. Maar wie houdt ons tegen?

En dan voel ik iets achter me. Niet fysiek maar zo’n gevoel van dat er iemand naar me zit te kijken, ons zit te bespieden. Ik weet dat dat niet kan. De ruimte is goed afgesloten en was leeg toen we kwamen en de deur is in de tussentijd niet open gegaan. Ik onderdruk de neiging om om te kijken, zet mijn tanden weer in de kracker met rendiersmeerkaas en spoel het door met cola. En dan voel ik toch echt iets op mijn rechterschouder. Ik draai in een soort spastische beweging 45 graden rechtsom en zie………..

Niks. Maarten kijkt me aan en vraagt niet eens wat er aan de hand is. We maken wel vaker spastische bewegingen tijdens deze trip. Muggen ontwijkend of van onszelf afslaand. We kijken ook niet meer raar op als we onverwachts een klap van de ander krijgen. Liever een flinke tik dan een paar uur jeuk. In het begin van de trip waarschuwden we elkaar nog eerst verbaal. Zo van “d’r zit een mug op je wijsvinger van je linkerhand”. We waren inmiddels aardig bedreven in het met zo weinig mogelijk woorden in zo kort mogelijke tijd de lokatie van de vampiervlieg aan te geven. We kwamen er al snel achter dat het efficiënter was om de waarschuwing achterwege te laten en zelf direct actie te ondernemen. We werden er steeds beter in.

Mijn laatste hap kracker met rendiersmeerkaas is een uitnodiging voor nog een kracker met rendiersmeerkaas. Ik wrijf onbewust boven mijn linkerwenkbrauw. Ben ik toch nog gepakt. Gelukkig was Maarten met de koffie bezig. Weer voel ik iets op mijn rechterschouder. Nu draai ik me langzamer en met een grotere straal om zodat ik meer afstand heb tot de muur. Mijn ogen zijn zo goed als mijn armen lang zijn en op deze afstand zie ik wat mij uitdaagt:

Met een grote grijns draai ik me weer om. “Het was een dronken octopus die met me wilde vechten.”

“Oh” zegt Maarten droog. “Nog een tortilla met tonijn?”

Lekker Maarten.

Batman, Superman en Cees de Vries 16\500

22 jul

‘Fijn dat hij ook steeds na tegenslag toch weer de draad op weet te pakken.’ Schreef de dochter van Cees als reactie op mijn post op Cees zijn 88ste verjaardag. En dat vind ik eigenlijk nog beter verwoord dan wat ik schreef. Ik gebruikte het woord ‘vasthoudendheid’ maar ‘veerkrachtig’ dekt meer de lading. En bij het woord veerkracht denk ik aan de vier vormen van veerkracht die Jane McGonigal noemt in haar geweldige boek ‘Superbetter’. Games zijn oefeningen in veerkracht; sociale, mentale, emotionele en fysieke veerkracht. Door het vrijwillig overwinnen van sociale, mentale, emotionele en fysieke obstakels trainen we onze veerkracht. Qua veerkracht is Cees een superheld. Hij komt niet van Krypton, is ook niet gebeten door een radioactief bestraald spinnetje en rijdt niet in een Batmobile maar een Toyota Aygo. Cees is een superheld omdat hij elke keer weer nieuwe uitdagingen voor zichzelf creëert. Allemaal ‘vrijwillige pogingen tot het overwinnen van overbodige obstakels’. Zelfs het verbouwen van zijn eigen voedsel in zijn moestuin voldoet aan de vier elementen van een spel;

  1. Een helder doel
  2. Duidelijke regels
  3. Feedback
  4. Vrijwillige deelname

Toen Cees niet meer kon voldoen aan de regel ‘ik doe het zelf’ stopte hij met spelen in de moestuin. Het fysieke obstakel werd te groot en dus bedacht hij weer een nieuwe uitdaging.

Ik zie regelmatig ‘van 8 tot 88 jaar’ op de verpakking van spellen staan. Daar trekt Cees zicht niets van aan. Hij blijft spelen. Ook in zijn 89ste levensjaar.

Heel speciaal. 15/500

20 jul

Vandaag is het woensdag. En vandaag is ook Cees jarig. Cees is vandaag 88 geworden. Cees was de vriend van mijn overleden moeder. En toen mijn moeder in 2011 overleed erfde ik de frietpan. Mijn moeder en Cees aten elke woensdag friet met frikandel speciaal.

Sinds 2011 ziet mijn woensdagavond er zo uit:

De oplettende kijker ziet een aantal verschillen. Zo staan er op de tweede foto twee schaaltjes peertjes. Soms staat er een bakkie soep. Groentensoep, bruinen bonen soep of erwtensoep. Altijd zelf gemaakt en tot een aantal jaar geleden uit eigen tuin. Ik was enthousiast afnemer van de groenten en fruit uit de tuin van Cees. Cees stopte met de 300 m2 moestuin toen hij niet meer alles zelf kon doen. De aardappels komen niet meer uit eigen tuin en de frietpan is vervangen door een airfryer. Maar verder is de woensdagavond mijn anker van de week. Over ankers gesproken. Cees vaart al heel zijn leven. Eerst de wereld rond, toen op de bok en later met de Joy. Maar toen Joy een paar jaar geleden volledige uitbrandde door een ontploffende gastank van de buurboot betekende dat het einde van Cees zijn vaaravonturen. Tuurlijk niet. Cees kocht een nieuwe boot. Was weken bezig met het perfectioneren van de uitrusting en was twee weken geleden nog in de Biesbosch met Joy2.

Cees surft ook nog. Op het internet. Op zijn iPad. Hij is beter op de hoogte van wat er in de wereld gebeurt dan ik. En al helemaal op voetbal gebied. Niet alleen buiten het veld, ook op het veld. Zijn analyses zijn vaak beter dan wat ik op TV hoor. Daarnaast is Cees begenadigd kunstschilder, verhalen verteller, ex kanarie en vissenkweker. Ter land, ter zee en in de lucht. Cees is overal geweest. Maar woensdag eten we friet met frikandel speciaal in Dordrecht met links uitzicht op de rivier:

en voor mij:

Cees is mijn grote voorbeeld als het gaat om vasthoudendheid en nieuwsgierigheid.

Heel speciaal.

Cees gefeliciteerd!

Nederland op zijn kop 14/500

17 jul

Zijn kop? Haar kop? Diens kop? We moeten op onze woorden letten. Woorden en taal verbinden maar zijn ook obstakels om met elkaar in gesprek te gaan. Gisteren lag ik op mijn rug op het zand in Zeeland. Met mijn ogen dicht hoorde ik in de verte twee mannen druk pratend in een vreemde taal mijn kant op lopen. Ik had geen idee waar ze het over hadden. Als ik zou moeten gokken welke taal ze spraken, zou ik zeggen Russisch. Heel anders dan de Amsterdammer die met zijn aanhang naast ons was neergestreken en wel even zou vertellen hoe dat schuiltentje opgezet moest worden. Heel irritant….zo horizontaal luisterend in het zand.

Ik moet denken aan toen ik een training in Shanghai gaf. In mijn vrije tijd was ik de metro ingestapt, met nog 26 miljoen Chinezen. Toch heb ik nog nooit zo’n relaxed ritje in de metro meegemaakt. Ik verstond niets van wat er om me heen gezegd werd èn begreep niets van alle teksten die ik om me heen zag. Heerlijk rustig in mijn hoofd. Geen aanknopingspunten om ergens een oordeel over te hebben.

Ik heb geen oordeel over wat er op dit moment met de boeren gebeurd. Ik weet er gewoon te weinig van af. Wat ik wel weet is dat we met elkaar in gesprek moeten blijven. En niet alleen wij mensen. We moeten ook luisteren naar het gras, de koeien en de strontvlieg.

Wat als we een Ambassade van de Akker zouden oprichten. Naar het model van de Ambassade van de Noordzee:

‘De zee en het leven in de zee is van zichzelf. Vanuit dit uitgangspunt is de Ambassade van de Noordzee opgericht. Hier luisteren we naar de politieke stemmen van de dingen, planten, dieren, microben en mensen in en rond de Noordzee.

We hebben een route tot 2030 uitgestippeld. Eerst gaan we leren luisteren naar de zee, vervolgens leren spreken met om ten slotte te kunnen onderhandelen namens de zee en het leven in de zee.’

Hoe dan?

Als we het model van de Ambassade van de Noordzee volgen zou dat er zo uit kunnen zien:

FASE 1: LUISTEREN (2022 – 2025)

Vertrekkend vanuit de onderzoeksvraag ‘Wat doet de Akker?’ zal de Ambassade zo goed mogelijk luisteren naar de Akker. In teams die bestaan uit kunstenaars, wetenschappers, verhalenvertellers, bodem biologen en beleidsmakers wordt geluisterd naar de Akker in vier casussen: Stem voor de Regenworm, Ondergrondsgeluid, Toekomst van de Stikstof en de Wereld van de Wind op de Akker.

FASE 2: SPREKEN (2025 – 2028)

Met luistermethoden die zijn ontwikkeld in fase 1 kan de Akker zich laten zien, horen, voelen, ruiken en proeven in een nieuwe vorm van politiek activisme. In deze fase ligt de focus op de vertegenwoordiging van de Akker en het vergroten van de aanwezigheid van de Akker in de politiek en de samenleving.

FASE 3: ONDERHANDELEN (2028 – 2031)

Na de spreekfase zal de Ambassade zich op diplomatieke wijze inzetten voor een meer Akker-inclusieve democratie. Een belangrijk onderdeel van deze fase is het laten ‘landen’ van de opgedane inzichten in het huidige web van menselijke wetten, belangen en regelgeving.

Welke kunstenaars en ontwerpers zouden we de opdracht geven manieren te bedenken te luisteren naar de stem van de Akker. Welke beelden, media, verhalen en manieren van waarnemen kunnen ons hierbij helpen? Laten we werken aan een ‘instrumentarium’ van kunstwerken, concepten en methodes die ons helpen te luisteren naar de politieke stem van de Akker.

En als ik een vlag zou ontwerpen voor de akker is dat niet deze:

Ook niet deze:

Wat als je ze op elkaar legt. Mooi idee!

Maar nog beter vind ik deze. Waar de twee ‘paarsen’ niet tegenover elkaar staan maar met elkaar verbonden zijn.

Wat als je onderwijs als een kado ziet? 13/500

16 jul

Afgelopen donderdag gaf ik een stoomcursus design thinking aan zo’n 60 fysiotherapie docenten. Ze hadden een teamdag en waren overdag lekker sportief en creatief bezig geweest. Toen ik einde middag het restaurant aan het water binnenliep zat de sfeer er al goed in. En hier en daar ook al een biertje en een wijntje. Kortom de perfecte ingrediënten voor een vrijwillige poging tot het overwinnen van overbodige obstakels. Ik vertelde ze dat we in ruim een uur nieuw onderwijs zouden gaan ontwikkelen. Iets wat normaal toch gauw een paar maanden duurt. “Drie jaar!” riep iemand. De toon was gezet. Dit wordt pret. En dat werd het.

Hoe dan?

Door ze elkaar om en om te bevragen over een kennis kado dat ze zelf een keer hadden gegeven. Een leerervaring die ze ooit hadden ontworpen waar de ‘student’ achteraf echt blij mee was. Er achter te komen waarom die ander dat kennis kado had ontworpen, een ontwerpopdracht te formuleren, ideeën te bedenken en te verrijken, er 1 te kiezen om vervolgens een prototype van dat alternatieve kennis kado voor de ander in elkaar te knutselen.

Ruim een uur en 13 stappen later gaven de duo’s elkaar het kennis kado dat ze voor elkaar ontworpen hadden. De laatste stap was het vragen van feedback.

“Vraag NOOIT. Wat vind je ervan?”

Als ze elkaar dat hadden gevraagd was menig antwoord geweest:

“Leuk! Biertje?”

Wat je dan wel moet vragen?

Dat is het beste kennis kado dat ik een keer heb gekregen.

Nieuwsgierig? Mooi.

Loopt u even mee. 12/500

12 jul

Weet je wat zo leuk is aan schrijven? Het is een soort mentale wandeling in een vaag bekende stad waar de doodlopende straatjes soms toch een doorgang hebben. Oude bekenden trekken je een deur in waardoor je in een steeds lichter wordende herinnering komt te staan. De blanco pagina vult zich met straatjes en mensen en de ene keer ontstaat er makkelijker een verbinding met de mensen dan de andere keer. Al wandelend ontstaat het verhaal en dat verhaal ‘loopt’ altijd verrassend af.

“Waar ik nu weer ben geweest?!”

Zo moet ik nu denken aan een installatie die ik in de jaren negentig tegenkwam van de Australische kunstenaar Jeffrey Shaw; The Legible City (De leesbare stad).

De leesbare stad van Jeffrey Shaw

Zittend op een fiets, fiets je door Amsterdam of New York waarbij de gebouwen woorden zijn en de zinnen ontstaan terwijl je door de virtuele woordenstad fietst. In de jaren negentig heb ik een aantal waanzinnige ervaringen mogen beleven. Installaties van kunstenaars die ervaringen bouwden met de opkomende, interactieve, digitale technologieën. Ervaringen die je een andere wereld in trekken. De jaren 90 hebben een grote impact gehad op mij als (game)designer. Ik voel me een cybercowboy. Als 12 jarig jochie draaide ik plaatjes en als 30 jarig jochie draaide ik rondjes in het prototype van mijn CamCar; een radiografische bestuurbare auto (1:10) met een kleuren video camera die draadloos verbonden was met een videobril waarin ik het live videobeeld vanuit dat autootje zag.

Als 55 jarig jochie vind ik het nog steeds heel leuk mensen op het verkeerde been te zetten met een glimlach. Mijn goede vriend Maarten noemt mij al 30 jaar Joker. Mensen verbinden met een glimlach….of een frons. Ik geloof dat de kortste weg naar de ander een glimlach is. Ik moest daar laatst nog aan denken toen ik de metro uitlopend iedereen groette. Inclusief glimlach. Het viel me op dat veel mensen oortjes of koptelefoons ophebben en mij dan niet horen en er daardoor geen verbinding ontstaat.

Ik realiseer me dat ik nu schrijf over een ervaring in de echte stad waar ik terecht ben gekomen via een mentale wandeling en een fietsrit in een digitale leesbare stad.

Over drie weken stap ik met mijn hike maat Maarten (een andere) in de nachttrein om in 16 uur van Stockholm naar Abisko te rijden. Noord Zweden. Het begin van de Kungsleden. Een soort Pieterpad in Zweden. Maar eerst nog twee etappes van dat Pieterpad in Nederland.

Wandelen. Niet om ergens te komen maar om ergens te zijn.

Leuk dat je even meeliep.

11/500 Beste collega,

11 jul

Gisteren deelde ik dat voor Corona MASSIVELY MULTIPLAYER THUMBWRESTLING mijn favoriete begin van elke les/training/presentatie was.

“En na Corona?”

Dat is een hele goede vraag. Er is niet iets wat maar enigszins in de buurt komt. Want hoe laat je mensen in 1 minuut 10 positieve emoties ervaren? Vaak begon ik met een raadseltje:

“Wie heeft er meer initialen dan letters in z/h roepnaam?”

Dan is er altijd wel iemand die z/h hand opsteekt waarna ik uitleg dat ik

Officieel ‘Bernardus Cornelis Albertus Maria’ heet en mijn roepnaam Cor is.

4 initialen en 3 letters in mijn roepnaam C=1 O=2 R=3

Sommige mensen kijken me dan wat vaag/verbaasd/afwachtend/glimlachend aan. Zie je. Ik kom zeker niet aan de 10 positieve emoties van Jane McGonigal’s MASSIVELY MULTIPLAYER THUMBWRESTLING.

Vervolgens vertel ik dat ‘Cor’ de meest voorkomende naam is in andere woorden en merken en laat dit filmpje zien:

Het filmpje werd gemaakt door een collega creatief team toen ik bij FHV/BBDO (een reclamebureau) werkte. Ze hadden op een donderdagavond FotoFucks gemaakt met mijn naam, uitgeprint en in mijn kamer gehangen. Het beste afscheidskado…..toen ik er nog werkte. Dat zou niet lang meer duren. Misschien wisten zij meer dan ik.

Er wordt vaak heel veel tijd en aandacht gestoken in afscheidskado’s. Of je nu van baan switcht of dood gaat, men is zelden zo enthousiast over je. Toen ik een aantal jaar geleden op een personeelsuitje de prachtige, tranentrekkende afscheidsrede voor een vertrekkende collega wegpinkte, bedacht ik het volgende. Ik zou de dag dag erna mijn beoordelingsgesprek met mijn directeur hebben en schreef die avond met de hand een welgemeende afscheidsbrief voor haar. Ik las de brief voor aan het eind van het beoordelingsgesprek. Ik wilde de beoordeling wel zuiver houden. Dat zult u begrijpen.

Voor velen is het bijna vakantietijd. Jullie zullen je collega’s hopelijk heel lang niet zien. Misschien tijd voor een bedankje?

Vriendelijke groet,

Bernardus Cornelis Albertus Maria Noltee

Dit is ook goed 10/500

10 jul

Ik schreef al eerder over ‘Dit is goed’. De podcast van Janine Abbring waarin ze hele goede professionals vraagt wat zij het beste in hun vakgebied vinden. Variërend van fotograaf Robin de Puy tot parfumeur Spyros Drosopoulos.

Fotograaf Robin de Puy koos als haar hoogtepunt een zwart-wit foto met daarop het vijftienjarige zwangere meisje Tiny.

Parfumeur Spyros Drosopoulos koos het Eau de Toilette Jacomo de Jacomo. Een luchtje uit 1980 dat nog steeds te koop is, maar door de jaren heen wel is aangepast.

Als Janine mij dat weer zou vragen, wat ze natuurlijk niet gaat doen. Niet alleen omdat ze me niet kent maar omdat ik daar al antwoord op gegeven heb. Maar OK, stel. Dan zou ik eerst moeten nadenken over het vakgebied. Voordat ik nu in een identiteitscrisis beland. Want wat is nu mijn vak? Houd ik het bij……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………uhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhh………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………jaha. Das is een hele goede vraag Janine.

Als ik een wordcloud maak van de feedback op mijn laatste presentatie op een congres voor vernieuwing in zorgonderwijs ziet dat er zo uit:

Het meest voorkomende woord is ‘inspirerend’. Laat ik dat koppelen aan het thema van het congres ‘onderwijs’. Dan zou de vraag zijn “Wie is de meest inspirerende docent?”

Ik twijfel tussen Jane McGonigal en Sir Ken Robinson.

Dan ga ik voor Jane. Zij heeft mij geïnspireerd nieuwe dingen te doen in het onderwijs. Ik las twee van haar boeken, die ik het meest heb aanbevolen aan anderen. Ik keek al haar TED-talks en ontmoette haar een keer in Utrecht. Door haar zeg ik altijd “Play is de meest krachtige aangeboren vaardigheid om te leren.” En met Play bedoel ik niet alleen Spel maar ook Humor en Plezier.

En wat vind ik dan het beste van Jane? Massive Multiplayer Duimpje Drukken:

Wat gebeurt er als je het volledige TED publiek laat opstaan en in contact met elkaar brengt? Chaos, dus. Ten minste, dat is wat er gebeurde toen Jane McGonigal het TED publiek haar favoriete spelletje probeerde te leren.

Voor Corona was het mijn favoriete begin van elke les/training/presentatie waar ik de mensen nog niet niet kende.

“En na Corona?”

Dat is een hele goede vraag Janine.

Yesman 9/500

9 jul

Ik woon op minder vierkante meter dan ik oud ben. Ja nou en. Inderdaad. Nou en. Toch schoot dat zinnetje in mijn hoofd toen ik net mijn blanco blog pagina opende. En ik heb geleerd dat als mijn oneindig grote en supersnelle onbewuste mij dat soort zinnetje doorgeeft ik ‘gewoon’ moet doorschrijven. Waar komt dat zinnetje vandaan, vraag ik me af. Misschien komt het omdat van de week onze kleinzoon hier bleef slapen. Klein appartement. Klein zoon? Whatever. Doorschrijven.

Mijn tijd met hem is een vrijwillige poging tot het overwinnen van overbodige obstakels, zoals Bernard Suits zo mooi ‘spel’ definieert. Dat woordje vrijwillig moet ik even toelichten want zo voelt het zeker niet altijd. Soms komt hij naar me toe, uit het niets, trekt aan mijn shirt, kijkt me dwingend en uitermate serieus aan en zegt dan “shirt uit, vechte!” Het is geen vraag vandaar het uitroepteken. Hij heeft zijn shirt dan al uit en met zijn bolle buikje en gebalde vuistjes kijkt hij me vervaarlijk aan. Zeg dan maar eens nee. Alternatieven als ‘Boekje lezen?’, ‘Spelen?’ worden vriendelijk maar dwingend afgewezen met een woord; Vechteeeeeee. Zijn oogjes samenknijpend als een hypnotiseur die je in zijn wereld trekt. Binnen een minuut rollen we door de kamer, vliegt hij door de lucht en springt hij zonder enige angst van de bank in mijn armen. Mijn uitdaging zit hem in zo ruig mogelijk te doen zonder dat er gewonden vallen. Hij probeert echt van me te winnen maar ook zonder mij pijn te doen. Soms verliest hij zich wel eens in het gevecht en zet hij als een heuse Mike Tyson zijn tandjes in mijn schouder. Net iets te hard maar niet gemeen. Op mijn “au” reageert hij dan altijd heel lief met een oprecht “solly Nonno” en een kus om vervolgens met zijn volle gewicht op mijn buik te springen….oefffffff.

Al ‘vechtend’ verkennen we het onbekende en onverwachte binnen het vertrouwde. Ik heb inmiddels in de gaten hoe ik het gevecht kan eindigen. Door hem in een greep te houden waar hij geen kant op kant met zijn mollige lijfje. Daarbij geluiden makend alsof het mijn laatste krachtsinspanning is. Op zijn “gewonnen” laat ik hem dan los en begint het ‘gevecht’ opnieuw. Bel voor de tweede ronde. Het ritueel herhaalt zich maar na een paar minuten ben ik degene die geen kan meer op kan. Dat is echt een uitdaging, hem het gevoel te geven dat dat echt zo is. Wat altijd goed werkt is het niet door zijn armpjes vastgepakte deel van mijn lijf heftig heen en weer te bewegen begeleid met een gesmoord en diep laag “ahhhhhhhhhhh” gevolgd door een totale verslapping mijner zijde. Voor hem is dit het signaal voor een licht satanisch glimlachje en een euforisch “gwonne”. Op mijn “wat ben je toch sterk” zie ik hem een beetje groeien en op het vooruitzicht dat we “morgen weer vechten” pak ik onze shirts, kleden we ons aan en rusten even uit. Niet te lang want de Playmobil roept en

altijd ja zeggen ook al heb je geen zin.

Zoals Jim Carey in Yesman.

%d bloggers liken dit: