Archive | Uncategorized RSS feed for this section

Loopt u even mee. 12/500

12 jul

Weet je wat zo leuk is aan schrijven? Het is een soort mentale wandeling in een vaag bekende stad waar de doodlopende straatjes soms toch een doorgang hebben. Oude bekenden trekken je een deur in waardoor je in een steeds lichter wordende herinnering komt te staan. De blanco pagina vult zich met straatjes en mensen en de ene keer ontstaat er makkelijker een verbinding met de mensen dan de andere keer. Al wandelend ontstaat het verhaal en dat verhaal ‘loopt’ altijd verrassend af.

“Waar ik nu weer ben geweest?!”

Zo moet ik nu denken aan een installatie die ik in de jaren negentig tegenkwam van de Australische kunstenaar Jeffrey Shaw; The Legible City (De leesbare stad).

De leesbare stad van Jeffrey Shaw

Zittend op een fiets, fiets je door Amsterdam of New York waarbij de gebouwen woorden zijn en de zinnen ontstaan terwijl je door de virtuele woordenstad fietst. In de jaren negentig heb ik een aantal waanzinnige ervaringen mogen beleven. Installaties van kunstenaars die ervaringen bouwden met de opkomende, interactieve, digitale technologieën. Ervaringen die je een andere wereld in trekken. De jaren 90 hebben een grote impact gehad op mij als (game)designer. Ik voel me een cybercowboy. Als 12 jarig jochie draaide ik plaatjes en als 30 jarig jochie draaide ik rondjes in het prototype van mijn CamCar; een radiografische bestuurbare auto (1:10) met een kleuren video camera die draadloos verbonden was met een videobril waarin ik het live videobeeld vanuit dat autootje zag.

Als 55 jarig jochie vind ik het nog steeds heel leuk mensen op het verkeerde been te zetten met een glimlach. Mijn goede vriend Maarten noemt mij al 30 jaar Joker. Mensen verbinden met een glimlach….of een frons. Ik geloof dat de kortste weg naar de ander een glimlach is. Ik moest daar laatst nog aan denken toen ik de metro uitlopend iedereen groette. Inclusief glimlach. Het viel me op dat veel mensen oortjes of koptelefoons ophebben en mij dan niet horen en er daardoor geen verbinding ontstaat.

Ik realiseer me dat ik nu schrijf over een ervaring in de echte stad waar ik terecht ben gekomen via een mentale wandeling en een fietsrit in een digitale leesbare stad.

Over drie weken stap ik met mijn hike maat Maarten (een andere) in de nachttrein om in 16 uur van Stockholm naar Abisko te rijden. Noord Zweden. Het begin van de Kungsleden. Een soort Pieterpad in Zweden. Maar eerst nog twee etappes van dat Pieterpad in Nederland.

Wandelen. Niet om ergens te komen maar om ergens te zijn.

Leuk dat je even meeliep.

11/500 Beste collega,

11 jul

Gisteren deelde ik dat voor Corona MASSIVELY MULTIPLAYER THUMBWRESTLING mijn favoriete begin van elke les/training/presentatie was.

“En na Corona?”

Dat is een hele goede vraag. Er is niet iets wat maar enigszins in de buurt komt. Want hoe laat je mensen in 1 minuut 10 positieve emoties ervaren? Vaak begon ik met een raadseltje:

“Wie heeft er meer initialen dan letters in z/h roepnaam?”

Dan is er altijd wel iemand die z/h hand opsteekt waarna ik uitleg dat ik

Officieel ‘Bernardus Cornelis Albertus Maria’ heet en mijn roepnaam Cor is.

4 initialen en 3 letters in mijn roepnaam C=1 O=2 R=3

Sommige mensen kijken me dan wat vaag/verbaasd/afwachtend/glimlachend aan. Zie je. Ik kom zeker niet aan de 10 positieve emoties van Jane McGonigal’s MASSIVELY MULTIPLAYER THUMBWRESTLING.

Vervolgens vertel ik dat ‘Cor’ de meest voorkomende naam is in andere woorden en merken en laat dit filmpje zien:

Het filmpje werd gemaakt door een collega creatief team toen ik bij FHV/BBDO (een reclamebureau) werkte. Ze hadden op een donderdagavond FotoFucks gemaakt met mijn naam, uitgeprint en in mijn kamer gehangen. Het beste afscheidskado…..toen ik er nog werkte. Dat zou niet lang meer duren. Misschien wisten zij meer dan ik.

Er wordt vaak heel veel tijd en aandacht gestoken in afscheidskado’s. Of je nu van baan switcht of dood gaat, men is zelden zo enthousiast over je. Toen ik een aantal jaar geleden op een personeelsuitje de prachtige, tranentrekkende afscheidsrede voor een vertrekkende collega wegpinkte, bedacht ik het volgende. Ik zou de dag dag erna mijn beoordelingsgesprek met mijn directeur hebben en schreef die avond met de hand een welgemeende afscheidsbrief voor haar. Ik las de brief voor aan het eind van het beoordelingsgesprek. Ik wilde de beoordeling wel zuiver houden. Dat zult u begrijpen.

Voor velen is het bijna vakantietijd. Jullie zullen je collega’s hopelijk heel lang niet zien. Misschien tijd voor een bedankje?

Vriendelijke groet,

Bernardus Cornelis Albertus Maria Noltee

Dit is ook goed 10/500

10 jul

Ik schreef al eerder over ‘Dit is goed’. De podcast van Janine Abbring waarin ze hele goede professionals vraagt wat zij het beste in hun vakgebied vinden. Variërend van fotograaf Robin de Puy tot parfumeur Spyros Drosopoulos.

Fotograaf Robin de Puy koos als haar hoogtepunt een zwart-wit foto met daarop het vijftienjarige zwangere meisje Tiny.

Parfumeur Spyros Drosopoulos koos het Eau de Toilette Jacomo de Jacomo. Een luchtje uit 1980 dat nog steeds te koop is, maar door de jaren heen wel is aangepast.

Als Janine mij dat weer zou vragen, wat ze natuurlijk niet gaat doen. Niet alleen omdat ze me niet kent maar omdat ik daar al antwoord op gegeven heb. Maar OK, stel. Dan zou ik eerst moeten nadenken over het vakgebied. Voordat ik nu in een identiteitscrisis beland. Want wat is nu mijn vak? Houd ik het bij……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………uhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhhh………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………jaha. Das is een hele goede vraag Janine.

Als ik een wordcloud maak van de feedback op mijn laatste presentatie op een congres voor vernieuwing in zorgonderwijs ziet dat er zo uit:

Het meest voorkomende woord is ‘inspirerend’. Laat ik dat koppelen aan het thema van het congres ‘onderwijs’. Dan zou de vraag zijn “Wie is de meest inspirerende docent?”

Ik twijfel tussen Jane McGonigal en Sir Ken Robinson.

Dan ga ik voor Jane. Zij heeft mij geïnspireerd nieuwe dingen te doen in het onderwijs. Ik las twee van haar boeken, die ik het meest heb aanbevolen aan anderen. Ik keek al haar TED-talks en ontmoette haar een keer in Utrecht. Door haar zeg ik altijd “Play is de meest krachtige aangeboren vaardigheid om te leren.” En met Play bedoel ik niet alleen Spel maar ook Humor en Plezier.

En wat vind ik dan het beste van Jane? Massive Multiplayer Duimpje Drukken:

Wat gebeurt er als je het volledige TED publiek laat opstaan en in contact met elkaar brengt? Chaos, dus. Ten minste, dat is wat er gebeurde toen Jane McGonigal het TED publiek haar favoriete spelletje probeerde te leren.

Voor Corona was het mijn favoriete begin van elke les/training/presentatie waar ik de mensen nog niet niet kende.

“En na Corona?”

Dat is een hele goede vraag Janine.

Yesman 9/500

9 jul

Ik woon op minder vierkante meter dan ik oud ben. Ja nou en. Inderdaad. Nou en. Toch schoot dat zinnetje in mijn hoofd toen ik net mijn blanco blog pagina opende. En ik heb geleerd dat als mijn oneindig grote en supersnelle onbewuste mij dat soort zinnetje doorgeeft ik ‘gewoon’ moet doorschrijven. Waar komt dat zinnetje vandaan, vraag ik me af. Misschien komt het omdat van de week onze kleinzoon hier bleef slapen. Klein appartement. Klein zoon? Whatever. Doorschrijven.

Mijn tijd met hem is een vrijwillige poging tot het overwinnen van overbodige obstakels, zoals Bernard Suits zo mooi ‘spel’ definieert. Dat woordje vrijwillig moet ik even toelichten want zo voelt het zeker niet altijd. Soms komt hij naar me toe, uit het niets, trekt aan mijn shirt, kijkt me dwingend en uitermate serieus aan en zegt dan “shirt uit, vechte!” Het is geen vraag vandaar het uitroepteken. Hij heeft zijn shirt dan al uit en met zijn bolle buikje en gebalde vuistjes kijkt hij me vervaarlijk aan. Zeg dan maar eens nee. Alternatieven als ‘Boekje lezen?’, ‘Spelen?’ worden vriendelijk maar dwingend afgewezen met een woord; Vechteeeeeee. Zijn oogjes samenknijpend als een hypnotiseur die je in zijn wereld trekt. Binnen een minuut rollen we door de kamer, vliegt hij door de lucht en springt hij zonder enige angst van de bank in mijn armen. Mijn uitdaging zit hem in zo ruig mogelijk te doen zonder dat er gewonden vallen. Hij probeert echt van me te winnen maar ook zonder mij pijn te doen. Soms verliest hij zich wel eens in het gevecht en zet hij als een heuse Mike Tyson zijn tandjes in mijn schouder. Net iets te hard maar niet gemeen. Op mijn “au” reageert hij dan altijd heel lief met een oprecht “solly Nonno” en een kus om vervolgens met zijn volle gewicht op mijn buik te springen….oefffffff.

Al ‘vechtend’ verkennen we het onbekende en onverwachte binnen het vertrouwde. Ik heb inmiddels in de gaten hoe ik het gevecht kan eindigen. Door hem in een greep te houden waar hij geen kant op kant met zijn mollige lijfje. Daarbij geluiden makend alsof het mijn laatste krachtsinspanning is. Op zijn “gewonnen” laat ik hem dan los en begint het ‘gevecht’ opnieuw. Bel voor de tweede ronde. Het ritueel herhaalt zich maar na een paar minuten ben ik degene die geen kan meer op kan. Dat is echt een uitdaging, hem het gevoel te geven dat dat echt zo is. Wat altijd goed werkt is het niet door zijn armpjes vastgepakte deel van mijn lijf heftig heen en weer te bewegen begeleid met een gesmoord en diep laag “ahhhhhhhhhhh” gevolgd door een totale verslapping mijner zijde. Voor hem is dit het signaal voor een licht satanisch glimlachje en een euforisch “gwonne”. Op mijn “wat ben je toch sterk” zie ik hem een beetje groeien en op het vooruitzicht dat we “morgen weer vechten” pak ik onze shirts, kleden we ons aan en rusten even uit. Niet te lang want de Playmobil roept en

altijd ja zeggen ook al heb je geen zin.

Zoals Jim Carey in Yesman.

Meer darkrooms. 8/500

8 jul

Wanneer heb je voor het laatst een interessant gesprek gevoerd met een vreemde? Interessant als in dat het een dialoog was, dat het verbindend was en inspirerend, dat je aan het eind van het gesprek hoopte diegene nog een keer te zien? Ik moet denken aan het idee voor TomTom dat een collega team bij TBWA, het reclamebureau waar ik werkte, bedacht hadden. Jullie kennen de plattegronden wel die aan de rand van een gemeente staan. Om de zoeker te helpen staat er een pijl op de kaart waarbij staat ‘U bevindt zich hier’. Wat hadden ze nu gedaan? Ze hadden een sticker gemaakt in hetzelfde lettertype en dezelfde grootte met de tekst ‘omdat u geen TomTom heeft’

U bevindt zich hier omdat u geen TomTom heeft. Briljant.

Had je geen TomTom dan moest je de auto uit voor een plattegrond of het raam laten zakken en roepen: “Hallooo mag ik u iets vragen? Weet u misschien waar de Voorstraat is?” De diversiteit aan uitleggen die ik in mijn leven heb gekregen zijn heel divers. Van; staccato, militaristische links, rechts, tweede links, derde rechts daar is de Voorstraat. Tot; hier aan het einde van de weg daar bij die molen aan de rechterkant naar links, dan bij de grote boom rechts, na ongeveer 350 meter de tweede links, niet de eerste want die loopt dood……..

Leuke, gekke, ongemakkelijke ontmoetingen met onbekenden. Het maakt het leven leuk, gek en ongemakkelijk.

Tegenwoordig komen we de auto niet meer uit voor routehulp. We stappen in de auto en vragen Google de route. Heel efficiënt. We kijken op een schermpje om te zien waar we zijn in plaats van om ons heen om te zien waar we zijn.

Maar het heeft ook voordelen. Ik denk dat het aantal echtscheidingen na de introductie van de TomTom drastisch is verminderd. Menig “je had toch beter niet deze afslag kunnen nemen” is de druppel geweest die de ‘compleet zinloze opmerkingen’ emmer deed overlopen. Nu vertrouwen we op Google. Geen discussie.

Contact met onbekenden. Sommige zijn meesters in het starten en voeren van een gesprek met een onbekende. Andere komen niet verder dan ‘het weer’ of “Hoe gaat het?” of “Wat doe jij?”

Ik schreef eerder over een fantastische ontmoeting met 8 onbekenden. En dit schrijvende denk ik aan een bijzonder experiment dat Coca Cola ooit uitvoerde. Gebaseerd op het inzicht dat het 7 seconden duurt om een vooroordeel te vormen op basis van hoe iemand eruit ziet. Ze nodigden 6 vreemden uit om elkaar in een ander licht te zien. Door ze in het donker aan een ronde tafel te zetten en dat met infrarood te filmen.

Coca Cola in the dark

Misschien helemaal geen slecht idee om bij de volgende online meeting met onbekenden te camera uit te zetten. Licht uit. Verbinding aan.

De strontvlieg en ik. 7/500

7 jul

De gedisciplineerde, vasthoudende verbeelding van mijn nieuwsgierigheid. “Nou, zo gedisciplineerd is het niet. Je hebt gisteren niet geschreven.” hoor ik mijn Kabouter zeggen. Ik begon deze serie met het idee om 1 keer per week te schrijven, toen elke dag en nu een keer per week niet.

 En Cor heeft den zevenden dag gezegend, en dien geheiligd; omdat Hij op denzelven gerust heeft van al Zijn werk, hetwelk Cor geschapen had, om te volmaken.

Want in zes dagen heeft Cor de woorden en de zinnen gemaakt, de beelden en de herinneringen en al wat daarin is, en Hij rustte ten zevenden dage.

Schrijven op dit blog is eigenlijk een beetje God spelen. Ik creëer een wereld in mijn eentje. Is er eigenlijk een geloof waar de ‘God’ samenwerkt? Hoe had de wereld eruit gezien als God een maatje had gehad, een soulmate? Maar ik snap het wel. In je eentje kan je gewoon lekker door. Geen gezeur, overleg of compromis. Alsjeblieft. In 6 dagen een Paradijs en zoek het dan maar lekker uit. Wel van die appel afblijven. Een paar miljard jaar later geloven we steeds minder in Goden. We geloven in Groei. Oneindige groei. En dat is een probleem op een planeet waar de voorraden eindig zijn. We kijken meer naar schermen dan naar elkaar en worden verslaafd gemaakt door logaritmes die onze aandacht verkopen aan bedrijven.

Als Moeder Aarde een Instagram account zou hebben, wat zou ze dan posten? Of zou ze meer Twitterfan zijn. Toen Burger King in 2009 The Whopper Sacrifice actie voor Facebook bedacht waarbij je een gratis Whopper kreeg als je 10 vrienden ontvriendde, liep het storm. Binnen no time werden er bijna 234.000 Facebookers ontvriend. Goed voor 23.000 gratis Whoppers. Moeder Aarde heeft geen gratis Whopper nodig om de mensheid te ontvrienden.

Moeder Aarde is 22.500 keer ouder dan wij. Vroeger leerde ik respect voor oudere te tonen door U te zeggen. Moeder aarde is om U tegen te zeggen. We mogen haar op onze blote knietjes danken dat we hier, even, mogen zijn. Trouwens. Als Moeder Aarde moest kiezen tussen de mensheid of de insecten prefereert ze een strontvlieg boven mij.

Heerlijk zo’n rustdag. Zet alles weer even in perspectief.

Roll up for the mystery tour 6/500

5 jul

Sinds het begin van deze nieuwe serie blogpost hebben jullie, als je alle posts gelezen hebt, kennis gemaakt met Thomas Rau, Ton Rodenburg, Yoda, Kabouter, Leidinggevende HKU Kunst en Economie, Waldorf en Stattler, Anna-Maria Gianattasio, Jan Rotmans, Mauricio Catalan, Student HKU KE, Noah Noltee, Janine Abbring, 8 onbekenden, John D. Liu, Frans Noltee en Emiel Heijnen. Om te komen waar ik nu ben heb ik honderden mensen ontmoet, duizenden woorden uitgewisseld, miljoenen meters afgelegd. Waar te beginnen? Geen beginnen aan. Toch heeft ‘iets’ me aangezet om gewoon te beginnen. Een keuze te maken. Gewoon te doen……uhhhh….ongewoon te doen. Mijn zoon NoaH verwoordde het mooi afgelopen zondag. “Elke post is een soort tijdmachine. Je gaat terug in de tijd en reflecteert op die ervaring, die ontmoeting.” En er komt een moment dat we in het NU zijn. Ik heb geen idee wanneer dat zal zijn. Het idee voor deze nieuwe 500 posts serie was eigenlijk gebaseerd op het idee dat ik een keer per week zou posten. 500 weken is ongeveer 10 jaar. Hoeveel mensen zou ik in 10 jaar meer onderdeel van ruimteschip aarde kunnen laten voelen? Meer bemanning dan passagier. Meer betrokken. Meer bewust. Minder egoïstisch. En dat allemaal SAMEN. Samen op ontdekking. Samen op expeditie op SpaceShip Earth. Want hoe ziet je omgeving eruit als je die met andere ogen bekijkt. Hoe ziet je omgeving eruit zonder oordeel? Met een frisse blik.

Een prachtig voorbeeld van deze blik is het boek DE AUTONAUTEN VAN DE KOSMOSNELWEG. Het boek gaat over Julio Cortázar en zijn vrouw Carol Dunlop die in 1982 besluiten om in hun rode VW T2 in ruim een maand alle 62 parkeerplaatsen van de tolweg tussen Parijs en Marseille te bezoeken. 2 per dag waar ze per P minstens 2 uur moeten blijven en bij de tweede P overnachten. Niet met het doel om ergens te komen maar om ergens te zijn, observeren en beschrijven ze flora, fauna, mensen en voertuigen op een manier die je doet stilstaan en meeneemt in details waar je normaal met 130 km/uur voorbij raast. Waar iedere bezoeker zo snel mogelijk weer door wilt, plegen zij in alle rust hun onderzoek van Parklandia, zoals ze alle aaneengeschakelde P’s en hun bewoners noemen. Typend in of rondom hun rode VWT2 beschrijven ze hun omgeving als ontdekkingsreizigers die nieuw land ontdekken. Toen ik het boek op pagina 188 dichtsloeg met mijn duim nog tussen de pagina’s trok ik de gelukkige conclusie dat ik nog niet op de helft was. Vaak lees ik als de reizigers van de tolweg. Gefocust op het doel en niet op de reis.

Als je vertraagt, inzoomt en beschrijft, zie je meer, leer je meer. En dat is precies het probleem met onderwijs. Als je van tevoren het leerdoel vastlegt word je een reiziger van de tolweg. Wat als ik je vraag om te tellen hoe vaak de spelers in het wit de bal overgooien? Ken je dit filmpje niet? Bekijk dan eerst het filmpje voordat je doorleest.

Dan zie je de gorilla niet. En dat is toch best jammer als je aan het ontdekken bent.

Expedition Spaceship Earth is de naam van het seminar dat ik ontwikkelde voor HKU. Een periode van twee weken waar we samen op ontdekking gingen. Geïnspireerd door kunstenaars en ontwerpers daarna zelf aan de slag met wat Emiel Heijen ‘Wicked Art Assignments’ noemt; vrije èn begrensde maakopdrachten waarbij de maker vrij is in de vorm (een film, een gedicht, een dans, whatever) maar beperkt is in het onderwerp (bijvoorbeeld bezit). Zo maakte een student geïnspireerd door Thomas Rau’s Tegenlicht aflevering ‘Het einde van bezit’ en de maakopdracht ‘Bedenk en maak een afscheidsritueel voor een object waar je afscheid van wil nemen’ een film waarin hij met ontbloot bovenlijf, op zijn knieën in de camera kijkend heel langzaam het T-shirt van zijn ex, dat al jaren in zijn kast lag, uit-en aantrekt. Met op de achtergrond een dreigend en donkere soundtrack. Heel indrukwekkend.

Het samen bekijken van de verschillende expressies op dezelfde opdracht is een prachtige manier zo’n thema te verkennen en elkaar te leren kennen in het makerschap.

Het originele idee om elke week een post te schrijven duurde me te lang. Dan rijd ik een week lang op de tolweg. Boooooooring. Voorlopig neem ik elke dag een afslag.

Ik moet denken aan de film van de The Beatles; Magical Mystery Tour. En wat lees ik op Wikipedia???????

De film Magical Mystery Tour is geïnspireerd door de georganiseerde uitstapjes, die heel populair waren in de tijd dat de leden van de Beatles jong waren. In het begin van de 20e eeuw werd daarvoor een janplezier gebruikt, later, zoals in de film, een touringcar. Bij een ‘mystery tour’ wisten de deelnemers van tevoren niet waar de bus hen brengen zou; The Beatles voegden er het element ‘magisch’ aan toe.

Bij het seminar Expedition SpaceShip Earth wisten de deelnemers ook niet waar ik ze zou brengen.

Tot morgen.

Do or do not. There is no try. 5/500

4 jul

Op 26 januari 2013 besloot ik een jaar lang elke dag de wekker een uur eerder te zetten. Om 6.00 drukte ik 1 keer op snooze. Om 6.09 stond ik op en schreef om 6.12 ‘iets’ over design thinking. Over empathie, creativiteit of prototypen. Om 7.00 publiceerde ik zonder het na te te lezen. Soms werd het 7.30. Maar het was een jaar lang het eerste wat ik creëerde. De gedisciplineerde, vasthoudende verbeelding van mijn nieuwsgierigheid. In deze omschrijving ontbreekt het vijfde element van het creatief vermogen; samenwerken. Dat uurtje in de ochtend was pure ME time. De ontwikkeling van mijn kunstenaarschap en mijn strijd met mijn Kabouter die altijd van alles vindt van wat ik denk, maak en deel. Ik zei ook altijd dat het het beste ‘ding’ was, wat ik ooit gedaan had. En dat is natuurlijk niet heel slim. Om dat te denken en zeker niet om te zeggen. Het degradeert al het andere. Want dat is dan sowieso minder en het werpt een enorme drempel op om weer iets anders te doen in je ME time. En die drempel werd een berg toen ik met CORona nog meer ME time mogelijkheid kreeg. Alle Design Thinking workshops, trainingen en presentaties werden gecanceld. Meer ME time. Minder omzet. En het beste wat ik ook gedaan had al gedaan. Garantie voor een hardCOR crisis. Ik was eigenlijk ook wel een beetje klaar met Design Thinking ook wel Human Centered Design genoemd. Dat Human Centered was de oorzaak van een wereldwijde crisis. Onze verslaving aan (oneindige) groei; meer omzet en meer likes. Kan het ook Planet Centered? Kun je ook ontwerpen met de planeet als stakeholder. Kunnen we sowieso wel iets terug doen voor moeder aarde? In de VPRO Tegenlicht aflevering Groen Goud maakte ik kennis met John D. Liu die vanaf 1995 in opdracht van de Chinese overheid de restauratie van het Löss-plateau op camera vast legde. Sindsdien is Liu bezig met zijn wereldwijde missie om woestijnen te vergroenen en biodiversiteit te herstellen. In de aflevering zit een overvloeier die een kantelpunt in mijn denken veroorzaakte:

Ik schreef me in voor de online cursus A business approach to sustainable landscape restauration van de Erasmus Universiteit en maakte kennis met Commonland:

‘Building a new balance between ecology, economics and hope.

The world’s landscapes and ecosystems are degrading at an unprecedented pace. It’s in our common interest to build resilient landscapes, restore healthy ecosystems and create regenerative businesses for generations to come.

Now more than ever, the world needs viable solutions based on social and ecological needs, science and entrepreneurship. For this to happen, we need a practical holistic approach that everybody understands.

4 Returns: a holistic and practical framework that acts as the common language of global landscape restoration.

4 Returns is a science-based framework that is proven in practice. Developed in close collaboration with leading scientific institutes, business schools, farmers and experts, 4 Returns transforms degraded ecosystems by focusing on 4 key returns over the course of a single generation (20 years).’

20 jaar! Mijn leeftijd plus 20 was 73. Ik dacht; doen. Helaas had mijn vader zijn 1.200 ha grond in Zuid Afrika verkocht en Kabouter had nog een waslijst aan redenen om het niet te doen.

“Do or do not. There is no try.” zegt Yoda. Ik deed het niet maar de cursus en die overvloeier hadden een deurtje open gezet. Een deurtje van Human Centered naar Planet Centered. Nu ik dit zo schrijf realiseer ik me wat er toen gebeurde; Een maker genaamd John D. Liu inspireerde mij met twee in elkaar overvloeiende beelden en liet mij een hoopvolle toekomst zien die mij de inspiratie en energie gaf het deurtje verder open te duwen. En wie stond daar?

Emiel Heijnen.

Dit is goed. 4/500

3 jul

Twee dagen geleden vroeg Anna Maria of het seminar wat ik ontwikkeld had voor HKU ook online kan. Gisteren gaf ik daar via een omweg deels antwoord op door mijn online lepel experiment te delen. Hierin leerde ik dat je online gebruik kunt maken van de fysieke ruimte waar iedereen zich bevindt met de bijbehorende materialen. Vandaag wil ik een online ervaring delen die me inspireerde online gebruik te maken van het tijdstip waarop je online samenkomt. Als Janine Abbring in haar podcast ‘Dit is goed’ mij zou vragen wat ik de beste online ervaring zou vinden, zou ik met onderstaand Oerol voorbeeld komen:

Building Conversation is een platform voor Dialogical Art waarbij al 6 jaar onderzocht wordt hoe we met elkaar kunnen praten. De eerste fundamenten werden tijdens Oerol 2014 gelegd. Tijdens Oerol 2020. (Het Imaginaire Eiland) onderzochten ze verder, in vier performatieve gesprekken vanaf het moment dat de eerste zonnestralen het eiland Terschelling strelen, tot zonsondergang. 

Want hoe praten we nu met elkaar? Wat doet de sociale afstand en het gebrek aan fysiek contact met de manier waarop we ons nu tot elkaar verhouden? Worden we er ook afstandelijker van, of ontstaat er een nieuw soort nabijheid, een andere manier van verbonden zijn? En wat doet de virtuele ruimte met ons samenzijn en onze woorden? Ik heb het mogen ervaren in een

Impossible Conversation on the Future 

Hoe praat je over de toekomst? Hoe roep je beelden op van dat wat nog niet is? Voor Impossible Conversation on the Future ging Building Conversation te raden bij de Jezuïeten die een gesprekspraktijk ontwikkelden om te spreken over abstracte begrippen. Een methode waarin je met elkaar vertraagt en persoonlijke beelden verbindt, door te schrijven, te lezen en samen te spreken.

Het gesprek begon toen de zon opkwam boven het eiland Terschelling en startte om 5.11 uur. Ik was nog nooit zo vroeg opgestaan voor een Zoom meeting. De enige instructie die we kregen was dat we een groot stuk papier en pen nodig hadden en onze camera naar buiten moesten richten. Om 5.08 logde ik in en belandde in een Zoomsessie met uiteindelijk 8 anderen, onbekenden met op de achtergrond hun live, donkere buitenbeeld. Er werd niet gesproken en het voelde een beetje als gluren bij de buren. Wetende dat anderen ook bij jou aan het gluren zijn. Ongemakkelijk maar toch veilig. 8 deelnemers en een facilitator creëerde een raster van 3 bij 3. Ik kon zo mooi iedereen zien. Dat was mijn eerste inzicht; 9 is een mooi Zoom aantal.

Na de uitleg vroeg de facilitator ons allemaal persoonlijk “Doe je mee?” Iedereen deed mee en er werd ons gevraagd om in stilte gedetailleerd een moment te beschrijven waarin we ons juist wel of juist niet verbonden voelde met onszelf, de ander of de omgeving. Een moment dus. Als schrijvende werd het langzaam lichter en toen iedereen klaar was vroeg de facilitator ons wie er wilde beginnen om zijn/haar verhaal voor te lezen. Na het voorlezen bedankte hij de lezer, reageerde verder niet en vroeg weer wie zijn of haar verhaal wilde voorlezen. De 8 verhalen waren heel divers, heel persoonlijk en soms heel kwetsbaar. Niet echt het soort verhalen die je met een vreemde in de fysieke wereld zou delen. Tenzij het je therapeut is.

Vervolgens vroeg de facilitator om iets uit het verhaal van een ander te gebruiken voor nieuw persoonlijk moment waar je je verbonden voelde met jezelf, de ander of de omgeving. Weer ging iedereen in stilte schrijven en vroeg de facilitator toen iedereen klaar was wie er wilde beginnen om zijn/haar verhaal voor te lezen. Na het voorlezen bedankte hij de lezer, reageerde verder niet en vroeg weer wie zijn of haar verhaal wilde voorlezen. De 8 verhalen stonden nu in verbinding met elkaar en resulteerde in een hele sterke emotionele verbinding met die ander zonder ook maar een woord MET die ander gesproken te hebben. Een aantal verhalen was geïnspireerd op het verhaal van een mevrouw waarvan de echtgenoot op de dag van de verhuizing naar hun nieuwe huis in de slaapkamer van hun nieuwe huis was overleden. Gevoelens van troost, hoop, dankbaarheid en liefde werden via Zoom uitgewisseld met de opkomende zon als achtergrond.

Als laatste vroeg de facilitator ons om in een, twee of drie woorden de ervaring te beschrijven. Het meest voorkomende woord was ‘verbinding’. Ik had me nog nooit zo verbonden gevoeld met een vreemde. Sterker nog ik voel me zelden zo verbonden met een bekende.

Deze ervaring leerde mij dat een specifiek moment (de zonsopgang), vrijwilligheid, duidelijke regels, luisteren en schrijven in stilte en de veiligheid van thuis leidt tot het een gevoel van kwetsbaarheid en verbinding met de ander.

Het was inmiddels licht geworden. Ik klapte mijn laptop dicht. Daar zat ik. Alleen. Verbonden met vreemden. Dit was goed. Heel goed Janine.

Expedition SpaceShip Earth, 3/500

2 jul

“Kan UNSCHOOL ook online?” vroeg Anna Maria gisteren. Gisteren schreef ik over UNSCHOOL, het seminar dat ik ontwikkelde voor HKU. “Ontwikkelde? Je deed gewoon maar wat.” hoor ik Kabouter zeggen. Daar heeft Kabouter eigenlijk gewoon gelijk. Ik deed gewoon wat. Maar zie je het verschil? Ik liet het woordje ‘maar‘ weg. Ik deed gewoon. ‘Gewoon doen’ zeggen we dan vaak. “Ongewoon doen” zei Jan Rotmans laatst toen ik samen met hem besturen van zorginstellingen aan het experimenteren probeerde te krijgen. Dingen ongewoon doen. Want als je doet wat je altijd deed, krijg je wat je altijd kreeg. Rotmans over de onderwijstransitie:

Vraag een docent met ervaring hoe die de afgelopen decennia het onderwijs heeft zien veranderen en zij schiet spontaan in een burn-out. Schaalvergroting, bureaucratie en top-down structuren zijn de grote boosdoeners. Of zoals Rotmans schrijft: vroeger had je op de middelbare school een rector, twee conrectoren (die ook les gaven) en een conciërge. Nu heb je een rector, een conrector, een onderwijscoördinator, een onderwijsplanner, onderwijsmonitoren en onderzoeksmonitoren.
Het is dan ook geen hogere wiskunde om te bedenken wat er nodig is in het onderwijs: minder managers, meer leraren. Platte en horizontale organisaties met zo weinig mogelijk bureaucratie en overhead. Meer ruimte en vrijheid voor scholen en leraren om hun eigen weg te vinden en te experimenteren.
Rotmans ziet een groeiende beweging van onderop die experimenteert in het onderwijs. De overheid kan daarbij het verschil maken door deze onderwijsvernieuwing te omarmen en te helpen opschalen, en dus niet zoals nu vanuit controle en beheersing af te remmen of tegen te werken.
Daarnaast is het onderwijs cruciaal om mensen af te leveren die de duurzaamheidstransitie verder kunnen helpen. Rotmans ziet steeds meer voorbeelden van innovatieve campussen waar bedrijven en onderwijsinstellingen nauw samenwerken.

Meer ruimte om je eigen weg te vinden en te experimenteren. En die heb ik altijd gekregen bij HKU en daar ben ik HKU heel dankbaar voor. Ik mocht en mag ‘ongewoon doen’. En als je een lokaal binnenstapt voor een seminar UNSCHOOL, you must unlearn what you have learned, verwacht je geen hoorcollege met slides. Tijdens Corona liep je sowieso geen lokaal binnen. Iedereen zat thuis. Heel ongewoon. En sommige hadden hun camera niet eens aan. In het begin vond ik dat heel onbeleefd, onbeschoft zelfs. Maar een andere context veroorzaakt ander gedrag. Als ik zelf een online training volgde en de trainer ‘gewoon’ een hoorcollege gaf, vond ik het heerlijk om op de bank te liggen met mijn ogen dicht en oortjes in. Ik ben wel eens met kwijl op mijn wang een uur later wakker geworden. Heel gewoon.

Als docent/trainer vind ik Corona het beste wat me sinds 1993 is overkomen. Didactisch dan hè. Ik noem Zoom een uitbreiding van mijn ludodidactische pallet. In gewoon Nederlands; meer mogelijkheden samen spelenderwijs te leren. En ik geloof dat spel de meest krachtige en aangeboren vaardigheid is om te leren. Dus toen we na jaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaren praaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaten over online onderwijs opeens moesten doen, zag ik dat als een geweldige uitdaging.

In 2019 plakte Mauricio Catalan met duct tape een banaan tegen de muur. Het conceptuele werk bestaande uit een echtheidscertificaat en gedetailleerde tekeningen en instructies voor de juiste vertoning leverde heel veel aandacht op en hij verkocht er twee. Voor $ 120.000 per stuk. Ik dacht, dat kan ik ook, dingen tegen de muur plakken voor aandacht. Voor het geld hoefde ik het niet te doen 😉

Dus daar zat ik dan. In Zoom, camera aan met op de achtergrond, goed zichtbaar een lepel op de muur geplakt. Ik had bedacht dat als iemand over die lepel zou beginnen ik een opdracht met ze zou doen. “En als niemand er iets over opmerkt?” vroeg mijn zoon. Dan doe ik er niets mee. Dat vond hij nogal ongewoon. Ik dacht ‘ongewoon doen!’

Het bedenken, voorbereiden en uitschrijven van een opdracht kost tijd en aandacht en het feit dat het misschien helemaal niet uitgevoerd zou worden, leverde een bijzondere spanning op. Die spanning loopt op naarmate de tijd verstrijkt. Zou ik teleurgesteld zijn als niemand er iets over op zou merken en we dus die opdracht niet zouden doen? Ja. Maar aan de andere kant zou ik hard kunnen lachen om het feit dat we het niet doen terwijl ik zeker weet dat een aantal studenten zich afvraagt wat die lepel daar doet maar het om wat voor reden niet vragen.

Na 35 minuten verscheen er een bericht in de chat:

“Cor, niet om het een of ander maar waarom hangt er een lepel aan de muur?”

Ha! Ik feliciteerde de vraagsteller die zei dat de vraag van een andere student via Whatsapp was gekomen. Deze wilde niet/durfde niet/of wist niet hoe de chatfunctie werkte?? Het was in ieder geval het startschot voor de vrijwillige poging tot het overwinnen van overbodige obstakels: pak een lepel, maak een foto met de lepel in beeld en maak van deze foto je Zoomachtergrond. Je hebt 10 minuten. Na een paar minuten verschenen de eerste achtergronden. De een nog gaver dan de ander. Het voelde een beetje als een adventskalender waarvan de luikjes één voor één open gingen.

“Hoe maak je een Zoomachtergrond?” vroeg een van de studenten. Voordat ik het antwoord kon geven legde een medestudent het al uit. In rap tempo verschenen er nog meer ‘lepelzoomachtergronden’. Een aantal schermen bleven helemaal zwart. Die waren misschien toch in slaap gevallen.

Afgezien van dat het spannend en nieuwsgierig makend is om dit soort ’triggers’ te implementeren, had ik gebruik gemaakt van het feit dat iedereen thuis is. Een veilige omgeving met spullen zoals een lepel om dingen mee te maken. Te experimenteren. Ongewoon te doen.

Online onderwijs bood/biedt me de mogelijkheid gebruik te maken van het voordeel van ’thuis’ zijn. Het klaslokaal wordt de wereld. Dat zou eigenlijk niet ongewoon moeten zijn. Het experiment zette mij AAN om veel meer gebruik te maken van de wereld om ons heen. En het scheelt mij een hoop gesjouw met bananen en lepels naar het klaslokaal.

%d bloggers liken dit: