Archive | prototyping RSS feed for this section

Kikker slikken

17 aug

KIKKERSLIKKEN.001

Schrijven begon bij mij met een pen vastpakken en in een ongelinieerd A5 schriftje opschrijven wat ik dacht. Voordat ik begon met bloggen schreef ik 2,5 jaar elke ochtend in mijn Ochtendschrift en verbrandde of verscheurde (als ik bijvoorbeeld in een met brandmelders uitgerust hotel zat) mijn ochtendschrijfsels. Ik had deze oefening uit het boek van Julia Cameron, The Artist Way, en het leerde mij een paar belangrijke dingen:

  1. Het maakt niet uit hoe laat ik opsta, ik wil altijd blijven liggen. Dus kon ik net zo goed de wekker een uur eerder zetten;
  2. Met je hand in de vroege ochtend opschrijven wat je denkt voelt als het resetten van je harde schijf. Daarna douchen is het veel rustiger in je hoofd. Alle dingen waar je aan denkt in de vroege ochtend heb je namelijk al opgeschreven en weggedaan;
  3. Het is een geweldige Start oefening die me leerde dat elke actie begint met…………. actie. ‘Just Do It’ van Nike werkt niet voor mij. Als ik tegen mezelf, en al helemaal tegen een ander zeg, “ik ga het doen”, blokkeer ik. Ik doe het of doe het niet. Mark Twain zou het Ochtendschrijft waarschijnlijk anders zien; die zei dat als het eerste wat je iedere dag doet een levende kikker eten is, de rest alleen maar meevalt;
  4. Het verbranden van wat je hebt geschreven is een hardCOR training loslaten. Soms schrijf je namelijk dingen op die je heel graag wilt bewaren of delen. Dan toch de fik erin zetten is heeeeel bevrijdend……..en lastig;
  5. Het Ochtendschrift voelt als een kleine overwinning op je interne saboteur; de nee schuddende, met zijn middelvinger naar je wijzende Kabouter.

En die Kabouter was in de jaren bijna net zo groot geworden als mijn ego. Met als resultaat dat ik de Kunstenaar in mij en de weg volledig kwijt was.

Het schrijven in de ochtend zonder doel heeft me gek genoeg enorm geholpen juist die weg terug te vinden….naar mezelf. Want ik was die weg sinds de kleuterschool al kwijt.

Als ventje in de eerste klas van de kleuterschool was ik verslaafd aan de waterbak. Ken je die nog? Zo’n grote bak met water waar je met allerlei obstakels, radartjes, dammetjes en sluisjes controle over het water probeert te krijgen. En das belangrijk als je op een eiland (Dordrecht) en in Nederland (onder NAP) woont. Ik vond de waterbak zo fascinerend dat ik een heel slim systeem had bedacht waardoor ik ongeveer 3 keer zoveel met de waterbak speelde als mijn minder frauduleuze mede kleuters.

Als een volwassene mij in die tijd vroeg: “Corretje, wat wil je later worden?”, antwoordde ik steevast, vol enthousiasme en met gepaste trots: “Waterbakker!” Het merendeel zei dan doodleuk: “Oh wat leuk.” Om het vervolgens weer snel over voetbal en auto’s te hebben met leeftijdsgenoten.

De waterbak was mijn lust en mijn leven en ik droomde van een succesvol leven als de beste en jongste waterbakker op aarde. (ik heb het altijd gek gevonden waarom onze planeet geen Water heette btw). Want voor een goede waterbakker is altijd werk. En ik zou, als ik van school af zou gaan meer ervaring hebben dan menig ander. Mijn politie, brandweer en piloot wordende vriendjes begrepen er ook weinig van. Gelukkig kon ik aardig voetballen.

En toen gebeurde het. Het was de zomer van 1973. Juf Jansen vertelde dat het laatste dag voor de grote vakantie was. “Jullie zijn 6 weken vrij.”

“Maar ik kan toch wel gewoon naar school komen om met de waterbak te spelen?” vroeg ik hoopvol.

Het antwoord deed mijn ogen branden en bijtend op mijn lip rende ik naar huis. Thuis kreeg mijn moeder het “grote vakantie concept”, wat natuurlijk ook hopeloos ouderwets was/is, ook niet uitgelegd aan deze kleine werkloze waterbaker. Maar ze had wel een idee. We gingen naar de HEMA en kochten daar een emmer met allerlei waterbak attributen. En ze beloofde me dat we heel vaak naar het strand zouden gaan. Nou is het strand best leuk maar nadat de zoveelste kleuter in mijn waterbak stond te pissen was ik klaar voor de tweede klas van de kleuterschool. Zouden ze daar een nog grotere waterbak hebben, dacht ik, toen ik in de rij stond om de nieuwe juf een handje te geven. In de deuropening keek ik langs de benen van de juf op zoek naar de waterbak. “Hallo Cor. Ik ben juffrouw Jannie. Heb je een leuke vakantie gehad?”

“Ja” antwoordde ik. “Maar waar is de waterbak?”

En wat de juf toen zei, is voor altijd in mijn geheugen gegrift en mijn ziel gekrast. Ze zei:

“Corretje, daar ben je nu toch wel een beetje te oud voor geworden”

Te oud? Ik was 6!

Vanaf dat moment is het downhill gegaan met mijn schoolprestaties. Ik heb er jaren over gedaan om er weer achter te komen wat ik leuk vond en waar ik goed in was.

Ik geloof dat spel de belangrijkste en meest krachtige, aangeboren vaardigheid is om je te ontwikkelen en dingen te veranderen. En als ik er zo op terug kijk was het Ochtendschrift misschien wel het spel dat me weer op het pad richting mijn kunstenaarschap zette. En spel definieer ik (volgens Bernard Suits) als een vrijwillige poging tot het overwinnen van een overbodig obstakel.

Kikkers doorslikken als middel om dichter bij je Kunstenaarschap te komen.

Slik.

Achteruitkijkspiegels op terrassen

9 jun

ACHTERUITKIJKSPIEGEL.001

Er zijn er bij die het echt leuk doen hoor. Die begrijpen dat als je bijna 0,2 % van van je maandinkomen betaalt voor een espresso in een gelegenheid die bedacht is om eten en drinken te bereiden en te serveren voor betalende gasten, dat daar bepaalde etiketten bij horen. Nu hoef je voor mij echt geen kloon van Jort Kelder te zijn, liever niet zelfs, maar enige kennis van of gevoel voor het horeca vak verwacht ik toch wel voor die 0,2 %.

Jaja natuurlijk kunnen sommige er niets aan doen als ze dat nooit verteld, uitgelegd of voor gedaan zijn. Maarrrrrrrrrrrr bepaalde dingen kun je als (bijbanende) genderneutrale horecamedewerker beter niet doen.

Zo zaten wij gisteren met vrienden in een horeca gelegenheid op een niet nader te noemen terras in een niet nader te noemen stad in Nederland. Met zijn vieren. Onze vrienden zaten op een bank tegenover ons en mijn vrouw en ik  op twee stoelen. Links en rechts van de tafel was een kleine ruimte en dan stond er weer een tafel. Dus aan een kant een hele lange bank met daarvoor tafeltjes en stoelen. De bank grensde aan een glazen wand direct aan het water. Ik had een prachtig uitzicht op het water en onze vrienden hadden dan weer het voordeel dat ze een kussentje hadden. Tja uitzicht of kussentje je kunt niet alles hebben. Midden in ons gesprek hoor ik opeens in mijn rechteroor, tussen mijn vrouw en mij, een damesstem zeggen “Goedenmiddag, kan ik iets voor u betekenen?” Ingeklemd tussen de armleuningen van het terrasstoeltje probeerde ik oogcontact te maken met de vriendelijke dame, want dat was ze zeker, maar het enige waar ik oogcontact mee had was het serienummer van het apparaat waarmee zij de bestelling opnam. Ik had mijn bovenlijf en nek inmiddels zover gedraaid dat ik er nog maar net een hees en schor “een espresso alstublieft” uit kon krijgen.

Werkelijk perplex en sprakeloos terug draaiend checkte ik voor alle zekerheid of er echt geen ruimte was naast ons tafeltje. Dat was aan beide gevallen niet het geval, er was meer dan voldoende ruimte om de bestelling aan de kop van ons tafeltje op te nemen en ons alle vier aan te kunnen kijken. Dat bewees zij ook later zelf toen zij, godzijdank, de drankjes voor onze overbuurvrienden niet uitserveerde door tussen mijn vrouw en mij in te gaan hangen maar dat vanaf de kop van de tafel te doen.

Verder deed ze echt haar best. Ze kwam zelfs nog een keer vragen of “Verder alles naar wens?” was, wat ik eigenlijk een hele rare vraag vind omdat ie impliceert dat er blijkbaar dingen waren die niet naar wens waren , terwijl we nog nergens over geklaagd hadden.

Het doet me denken aan Paul Bennett die in zijn TED talk het voorbeeld laat zien van een fietsachteruitkijkspiegel die ze op een rolstoel hebben gemonteerd zodat de patiënt in de rolstoel oogcontact kan hebben met de ziekenhuis medewerker die hem/haar rond duwt.

Achteruitkijkspiegels op terrassen?

Proost.

https://embed.ted.com/talks/lang/nl/paul_bennett_finds_design_in_the_details

Fran Tastic

5 nov

frantastic.001

Fran Edgerley is een van de oprichters van Assemble, een design/kunst/architect collectief in Londen. Ik ontmoette Fran in Queretaro waar we allebei sprekers waren op een congres over design en architectuur. ‘Haar’ collectief won de Turner Prize in 2015. Wikipedia daarover:

De Turner Prize, genoemd naar de Engelse schilder William Turner, is een jaarlijks toe te kennen prijs voor een Brits kunstenaar onder de vijftig.

De organisatie ligt bij de Tate Gallery en is ingesteld in 1984. Het is publicitair Engelands belangrijkste kunstprijs geworden. De prijs wordt tegenwoordig het meest geassocieerd met conceptuele kunst, alhoewel alle kunstvormen meedingen en menig schilder de prijs heeft gewonnen.

Sinds 2004 bedraagt het prijzengeld £40,000.

De prijs is zowat het equivalent van de Prijs Jonge Belgische Schilderkunst in België, de Prix Marcel Duchamp in Frankrijk en The Vincent Award in Nederland.

Tot vandaag was ik in de veronderstelling dat zij het eerste collectief waren die de vooraanstaande prijs wonnen. Maar op de lijst van de winnaars zie ik ook ‘The Otolith Group’ staan. Klikkend naar hun website lees ik dat het om een kunstenaars duo gaat. Dat is iets anders dan een collectief. Assemble begon met 16. OK. Ander verschil is dat Assemble geen kunstenaars collectief is maar een collectief van zeer divers pluimage. Laat ik ze makers noemen. Makers die gewenste situaties maken. Makers die dingen laten gebeuren. Samen werken door samen te maken. Het gaat ze om het samen maken, het proces, niet zozeer om de uitkomst, vertelde Fran in haar presentatie. Van hun website vertaal ik:

In haar projecten probeert Assemble de typische disconnectie tussen het publiek en het proces waarmee plaatsen worden gemaakt aan te pakken. Ze hanteren daarbij een aanpak waarbij men onderling afhankelijk is en samen werkt. Tevens proberen ze  het publiek actief als deelnemer te betrekken in de realisatie van hun projecten.

Je zou het social design kunnen noemen.

Tijdens haar presentatie vertelde ze over hun eerste project; The Cineroleum.

The Cineroleum was een eigen initiatief dat een verlaten benzine station in Londen transformeerde in een bioscoop.

Exif_JPEG_PICTURE

Het project was een experiment voor de verkenning van het potentieel voor het hergebruik  van de 4.000 verlaten benzine stations in Engeland. Tevens was The Cineroleum een improvisatie op de rijke iconografie en de decadente interieurs uit de gouden tijd van de film theaters.

cineroleum_gordijn

Klassieke elementen werden  opnieuw ontworpen voor de ‘langs de weg’  locatie, gebruik makend van goedkoop industrieel materiaal, gebruikte of gedoneerde materialen.

Klapstoelen van steigerhout, school tafels en banken werden bekleed met formica en het auditorium werd omsloten door een drie kilometer lang met de hand genaaid harmonica gordijn.

Cineroleum_Zander_animation5cineroleum_proces

Het duidelijk zichtbaar met de hand gemaakte Cineroleum werd ter plekke gebouwd door een team van meer dan 100 vrijwilligers. Samen lerend en experimenterend geholpen door de tijdens het prototype proces geschreven handleidingen. Fix it as you go.

Anders dan de buiten de stad multiplex bioscopen vierde The Cineroleum juist de sociale ervaring van het naar de film gaan. Van de popcorn machine en de bar in de oude benzinepompshop tot het filmprogramma van toegankelijke klassiekers.

Afgescheiden van de drukste eenbaansweg in Europa door een gordijn bood The Cineroleum plek voor collectief escapisme en een publiek spektakel voor de voorbijgangers. Aan het eind van de film ging het gordijn omhoog daarmee het publiek van de verbeelding van de film weer in het dagelijks theater van de straat duwend.

cineroleum_theend

Ik ben Fan van Fran.

 

 

Te gek hoe een balletje kan rollen

20 jul

KNIKKER.001

Eergisteren gaf ik een Design Thinking college op de universiteit van Stellenbosch. Ik had mezelf min of meer uitgenodigd via kennissen van mijn vader waarvan ik wist dat hun dochter daar professor is. Ik kreeg een plek in hun Visiting Artists Program en na het college kwam er een student naar me toe die vroeg of ik de Marble Machine kende. Het spel en design element uit mijn college deed haar denken aan de Marble Machine van Wintergatan, een Zweedse kunstenaar/muzikant. Ik vertelde haar dat ik hem niet kende en vroeg haar of ze me wilde mailen. Dat deed ze gisteren en WOW wat is dit gaaf.

Komt het omdat ik vroeger een fervent knikkeraar was of omdat ik gefascineerd ben door alles wat rolt? Of was ik geraakt door de schoonheid van de machine? Hoe alles met elkaar samenwerkte, de interactie van mens, machine en knikkers? En het klinkt ook nog eens geweldig. Ik vind het ook gewoon een heerlijk nummer. Dat al meer dan 50.000.000 keer is bekeken op youtube.

En wat blijkt, Martin Molin, de maker, had een paar jaar geleden Museum Speelklok in Utrecht bezocht en was zo geïnspireerd geraakt door de collectie dat hij vervolgens met het bouwen van de knikkermachine begon. Het heeft hem uiteindelijk 14 maanden, 3000 schroeven, heel veel platen mutliplex en 2000 knikkers gekost maar het resultaat is GE-WEL-DIG! En tot 20 augustus te zien in Museum Speelklok in Utrecht

Helaas ben ik tot 24 augustus in Zuid Afrika.

Gek hoe een balletje kan rollen.

Ik rol weer verder met mijn Volkswagen Machine.

IMG_1048

 

 

Kill your darlings

5 jul

killings.001

Weet je wat ik altijd heel lastig vind? Brainstormen met een groep als ik van te voren zelf al een heeeeeeel goed idee heb.

Ik vind het dan heeeeeeel moeilijk om nog naar andere ideeën te luisteren.

listensilent.001

En vind het heeeeeeel moeilijk om stil te zijn want het liefst vertel ik alleen maar over mijn fantastische idee.

listensilent.002

Gelukkig heeft Julia Cameron me leren loslaten. HardCOR loslaten. Bijna drie jaar schreef ik elke ochtend een pagina in mijn ochtendschrift zonder lijntjes met mijn rechterhand. Gewoon wat in je opkomt. Je blijft schrijven ook als je niet weet wat je moet schrijven. Dat schrijf je dat op ‘ik weet niet wat ik moet schrijven.’ Als je je pagina vol hebt geschreven dan verscheur of verbrandt (pas op in hotelkamers met rookmelders) wat je net geschreven hebt. En soms wil je dat echt niet omdat je wat je net geschreven hebt heel graag terug wilt lezen, of bewaren, of aan een ander wilt laten lezen, of welke andere hele goede reden je ook bedenkt om het te bewaren.

Maar dat mag niet van Julia dus dan doe je dat niet. Ik heb ochtenden gehad dat ik overwoog om maar te stoppen met het ochtendschrijfritueel zodat ik dat ene blaadje kon bewaren. Soms leken de blaadjes wel kilo’s te wegen en kreeg ik ze bijna niet verscheurd. Alsof ik een stukje van mezelf weggooide. Ik weet niet hoe eea psychologisch  werkt maar daarna voelde ik me juist in die gevallen enorm bevrijd. ‘Kill your darlings’ noemen sommige dat.

Gisteren en eergisteren gaf ik een workshop Design Thinking voor een groep internationale studenten waarvan ik wist dat een aantal al heeeeeele goede ideeën hadden. Dus kreeg iedereen gisterenochtend als opwarmingsoefening een A4tje met de vraag om daar in hun eigen taal op te schrijven wat ze dachten, en te blijven schrijven. Niet opkijken blijven schrijven. Ik stond met mijn laser voor de groep en richtte mijn laser op hun schrift bij aarzelingen. Na een minuut of twee werden de eerste schrijfhanden al gewapperd en vingers gestrekt. Ik verliet vervolgens het lokaal om drie minuten later terug te komen. Iedereen zat nog keurig te schrijven. Toen de eerste student zijn blaadje omdraaide om daar verder te schrijven bedankte ik iedereen en vroeg ze hoe ze zich voelden. Dat varieerde van ‘energiek’ tot ‘relaxt’. Van ‘all over the place’ tot ‘super gefocust’. Een student vertelde trots dat hij tot een belangrijk inzicht was gekomen en hield het blaadje als een groot geschenk vast.  We wisselden nog wat ervaringen en vroeg de groep vervolgens om hun blaadje te verscheuren. Vertwijfeling en onrust vulde het lokaal. Serieus? Ja echt waar. Ik was al gaan rondlopen met een klein vuilniszakje en vroeg iedereen zijn verscheurde ochtendschrijfsel in het vuilniszakje te stoppen. Weigeringen sloeg ik streng af en dwong ze toch echt hun schrijfsel los te laten. Toen ik bij de student met het grote geschenk aankwam zag ik dat hij een leeg blaadje in het vuilniszakje stopte en op zijn ochtendsschrijfsel was gaan zitten. Wat strenge steeds dichterbij komende blikken deden hem uiteindelijk afstand doen van zijn geschenk.

Ik hing het vuilniszakje aan de muur en vroeg de groep hoe ze zich voelde. Emoties gierden door het lokaal. Verdriet, euforie, vreugde en boosheid. Het hele emotionele spectrum kwam voorbij.

De student die net zijn grote geschenk was kwijt geraakt zat er verslagen bij maar langzaam kwam er een glimlach op zijn gezicht. Het loslaten was begonnen. Met een laatste blik op het graf van zijn lieveling maakte hij ruimte voor nieuwe ideeën.

Ik zag hem gedurende de dag nog wel af en toe melancholiek naar zijn verscheurde lieveling in het vuilniszakje kijken.

vuiliszakje.jpg

 

Dezelfde andere

26 jun

dezelfdeandere.001

Gisteren schreef ik over de Moped van J.M. Arsath Ro’is. Het verhaal deed me denken aan de film Smoke met Harvey Keithel. Een winkeltje in New York is het verbindende verhaal element van de personages in de film. Een van de personages maakt jarenlang dezelfde foto van exact dezelfde plek. Dat zijn natuurlijk niet allemaal dezelfde foto. Alleen het standpunt is hetzelfde. En het tijdstip herinner ik me nu. Het resultaat is boeken vol met ‘dezelfde andere’ foto.

Ik houd van dat soort projecten. Helemaal als het resultaat niet meer zichtbaar is. Kunstwerken die uitgeprint worden voor een kijker en daarna in de papierversnipperaar gaan. Een van mijn favorieten is van een Chinese kunstenaar waarvan ik het werk in maart in Shanghai zag. Sorry dat ik slecht ben in het onthouden van namen, zeker Chinese.

Zijn  werk herinner ik me nog goed. Ik maakte er een foto van:

IMG_8611

Het zijn 30 stapeltje ‘servetten’. Het resultaat van 30 jaar met water op een servet schrijven. Het resultaat is niet meer te lezen. Prachtig!

Het doet me denken aan de periode van voor 26 januari 2013. De dag dat ik met dit blog begon. ik schreef toen in mijn ochtendschrift en verbrandde of verscheurde wat ik in de ochtend schreef. HardCOR loslaten was dat. Heel anders dan wat ik nu aan het doen ben. Want jij leest nu wat ik geschreven heb.

Voor mijn ochtendschrift  (uit het boek The Artist Way van Julia Cameron) mediteerde ik. Dat heb ik twee maanden geleden weer opgepakt. Mijn ideale ochtend zit inmiddels vol met rituelen.

Ze komen allemaal op hetzelfde neer maar zijn allemaal anders;

Los laten.

Daarbij denk ik aan een van de beste films die ik ken. Fight club van David Fincher met Brad Pitt, Edward Norton en Helena Bonham Carter. De film krijgt een 8,9 op IMDB (838.134 stemmen). Daar zit mijn 9 ook bij. De film is een emotionele testosteron achtbaan over kwaliteit in het leven. De boodschap die de film brengt is na tien minuten al duidelijk. De commercieel geworden wereld gaat naar de knoppen omdat niemand meer weet aan welke dingen waarde te hechten. De aan praatgroepen verslaafde Jack (Edward Norton) past precies in deze wereld maar voelt dat er iets ontbreekt. Bij het ontmoeten van zijn tegenpool Tyler (Brad Pitt), een man die zich bezig houdt met het maken van zeep uit menselijk vet, ontstaat Fight Club. ‘Fight Club’ is zeer origineel, erg verontrustend en prachtig in beeld gebracht. Een film die je twee keer gezien moet hebben. Want de tweede keer vond ik hem nog beter.

Stel je voor je zit met Tyler in de auto. Hij rijdt. Achterin zitten nog twee gasten. Het is donker, het regent en jullie rijden zo’n 100 km/u met tegemoet komend verkeer.

En dan laat Tyler het stuur los. De auto raakt de vangrail. Een vrachtwagen nadert.

Doe nu je ogen dicht, druk op play hieronder en Just Let Go.

JUST LET GO.

 

 

 

 

New, now, here

6 jun

newnowhere.001

NOMA is een heel goed restaurant in Kopenhagen. Ik heb er zelf nog nooit gegeten maar mensen die er verstand van hebben wel en zij verkozen het meerdere malen tot beste restaurant ter wereld.

De afgelopen week heb ik twee docu’s gezien over NOMA.

https://www.npoplus.nl/play/3doc/2017-05-25/KN_1690542/303176

https://www.npo.nl/3doc/18-05-2017/KN_1690535

Nieuwsgierig naar hoe zij zo goed zijn en blijven. Wat zijn de ingrediënten van hun succes?

Afgezien van dat het allemaal gemotiveerde, kundige professionals zijn die onder  leiding van Rene Rezepi op de toppen van hun creatieve tenen lopen, is de zaterdagavond de basis van hun constante vernieuwing.

Op zaterdagavond wordt het personeel uitgedaagd om met nieuwe recepten te komen. Volgens drie simpele regels:

  1. Nieuw
  2. Lokaal
  3. Nu

Een vrijwillige poging tot het overwinnen van overbodige obstakels.

Is het nieuw?

Is het van hier?

Groeit het nu?

Vervolgens wordt het gerecht door iedereen geproefd en besloten of het op het menu komt of misschien nog een beetje moet worden aangepast. In presentatie bijvoorbeeld.

En dan kan het zomaar gebeuren dat je gefrituurd sperma op je bord krijgt. Of mieren op je garnaal.

Lekker.

 

 

 

 

De trailer van mijn dood

5 jun

theend

Ik ben Katholiek opgevoed, gedoopt, gevormd, zelfs misdienaar geweest en niet misbruikt. En vandaag is het Pinksteren. Tweede Pinksterdag. Maar wat vieren we dan eigenlijk? Ik moest het even opzoeken. Met Pinksteren vieren we het feit dat De Heilige Geest terugkeert op aarde. De 50ste dag na Pasen. Gisteren was ik ook 50 en vandaag is het de 51ste dag na Pasen. Vandaag zit ik in mijn 51ste levensjaar. Toevallig? Nee natuurlijk niet. Het is maar waar je betekenis aangeeft. Maar bijzonder is het wel met name omdat ik gisteren op aanraden van mijn vrouw samen met haar (zij had hem al gezien) de documentaire ‘Spring & Arnaud – Kunst, liefde en sterfelijkheid’ zag.

In de documentaire vertelt Spring Hurlbut over haar werk Airborne (2008). Een video van 19.40 waar je ziet wat er gebeurt als je de deksel van een urn van een overledene verwijdert en de kleine asdeeltjes zich als wolken verspreiden;

“Death is one of the most important moments in life. The moment of freedom and transformation.”

De dood heeft voor mij altijd iets claustrofobisch gehad. Voor altijd opgesloten liggen in een kist 1,5 meter in de grond of je dood lang op de vensterbank (of donkere kast) van je nabestaande(n).

Na het zien van een een deel van Airborne weet ik wat ik wil als ik dood ben.

Ik wil gecremeerd worden en dat het openen van de urn gefilmd wordt tegen een zwarte achtergrond. Vervolgens “knallen we er een muziekje onder” zoals mijn pa zou zeggen;

Hallelujah van Jeff Buckley.

Dat ziet en klinkt er dan ongeveer zo uit:

Ik hoop dat de premiere nog even uitgesteld wordt en dat jij bij de voorstelling aanwezig bent.

 

 

 

1917/2017.003/100

4 jun

destijlbroche.001

Ken jij Cor Noltee?

Is dat die prijswinnende reclamecreatief?

Nee niet dat ik weet.

Of bedoel je die gast die een jaar lang zijn wekker om 6.00 uur zette en voor 7.00 een verhaal over Design Thinking publiceerde op zijn blog?

Nee ik geloof het  niet.

Ook niet die experience designer die in 1997 een radiografische model auto voorzag van een draadloze kleuren videocamera en deze verbond met een head mounted display zodat het leek alsof je in het autootje zat?

Is vast niet dezelfde.

Ook niet die Professor aan de Politecnico in Milaan.

Lijkt me zeer onwaarschijnlijk.

Is het dan die master kunsteducatie die met zijn ontwerp onderzoek jonge kinderen spelenderwijs verbond met moderne kunst door ze een opvolger te laten maken op een werk van Piet Mondriaan?

Nou dat zou kunnen. Ik ken hem eigenlijk alleen maar als de ontwerper van de De Stijl Broche. Geïntroduceerd tijdens de opening van de grote Mondriaan tentoonstelling in het Haags Gemeente Museum. Voor € 19,17 te koop in een oplage van 100 omdat het 100 jaar geleden is dat De Stijl werd opgericht.

Welke nummer heb jij?

Nummer drie.

Ik wil hem ook.

Leuk is ie he. Stuur hem een mailtje, er zijn er vast nog wel: cornoltee@mac.com

destijlbroche_003.jpg

 

 

 

 

 

Geen standaard verhaal

24 apr

geenstandaardverhaal.001

Vorige week ben ik ontsnapt. Ontsnapt aan de gevolgen van te weinig aandacht.

1 april heb ik mijn zwarte Ducati 900 super light weer van stal gehaald. Met nieuwe ketting en tandwielen. Rijdt beter dan ooit. Dankzij Ruud. Ruud doet het onderhoud en is goed. Heel goed. Ruud weet wat ie doet. Ik houd van vakmannen als Ruud. Die met hun handen maken  wat er niet goed uit ziet, vreemd klinkt of raar aanvoelt.

De eerste keer weer rijden is een geweldige ervaring. Zodra ik op mijn Ducati zit verandert mijn hele ‘zijn’. Daar helpt de outfit ook aan mee. Ik ben er van overtuigd dat ik beter rijd met motorpak. Het aantrekken is een opwarmer van de zintuigen die op vol vermogen moeten gaan presteren.

Enfin. Ik was op een mooie dag naar Utrecht gereden. Met de motor is dat max 50 minuten vanuit Dordrecht. Ook in de spits. Een augmented reality man-machine game met maar een leven. Volledige focus op de omgeving, vooruit kijkend, zoekend naar aanleidingen voor verandering. Rekening houdend en met respect voor de ander. Want niet iedereen is zo gefocust als ik en houdt rekening met de acceleratie van een motor. Opeens ben ik er.

Ik weet zeker dat in een niet al te verre toekomst motorrijden verboden wordt. Dan kijkt men terug en vraagt zich verbijsterd af dat dat mocht. Zittend op een motor met 130 km/uur over de snelweg. Je mocht zelfs iemand achterop nemen.

Tot die tijd geniet ik weer met volle teugen van mijn Italiaanse tweewieler.

Ik verheugde me dan ook om aan het eind van de dag van Utrecht naar Dordrecht te rijden.  Ik liep naar mijn motor die op zijn zijstandaard op de parkeerplaats achter HKU stond. Pakte met mijn linkerhand het stuur vast en zwaaide mijn rechter been over de motor heen en ging zitten. Met mijn linkervoet tikte ik de standaard in, zette mijn helm op, deed mijn handschoenen aan en deed de sleutel in het contact. Draaide de sleutel twee tikken naar rechts, schoof de choke uit, zette hem in zijn vrij en startte. Zonder het gas aan te raken, leerde ik van Ruud. Vervolgens duwde ik met mijn linkervoet de versnelling in zijn 1 en reed zachtjes weg, licht naar links sturend. Een harde klap en flinke duw van links en ik wist het meteen. Mijn standaard. Ik had hem terug getikt maar dat had ik niet gecontroleerd. Ik was te gretig, te graag wilde ik rijden.

Ik schrok me kapot en baalde van mezelf. Dit was onnodig en ik realiseerde me dat ik geluk had gehad. Als ik met standaard uit eerst naar rechts had gestuurd, snelheid had gemaakt en dan naar links gestuurd had……….ik wil er niet aan denken. Ik had echt geluk gehad. Wat een eikel was ik. Levensgevaarlijk. Een ongeluk zit in zo’n klein hoekje. Dit soort stommiteiten lopen soms dodelijk af.

Enfin. Ik keek of alles nog werkte. Ik kon schakelen, remmen en sturen en het leek OK. Totdat ik op de snelweg belandde en ik terug moest schakelen. Dat lukte niet. Rollend met de koppeling in en versnelling in zijn 5 probeerde ik terug te schakelen. Dat ging niet  . Mijn snelheid nam af en in zijn 5 met  20km/u gas geven vindt een Ducati niet fijn. Het lukte toch om met lage snelheid te blijven rijden en ik vond een manier om te schakelen. Eerst een beetje omhoog duwen en dan met een tik naar beneden. Ik legde toen nog niet de link met de standaard omdat ik daarvoor gewoon had kunnen schakelen. Toen even later ook mijn toerenteller uitviel werd het eng. Wat was er aan de hand? Ik was bang dat er iets ernstig mis was.

Op de P zag ik wat er was gebeurd. Door de klap was ook het stangetje van de versnelling gebogen. Nu ik dat wist, bedacht ik een nog beter schakelalternatief . Veilig kwam ik thuis. Ik klapte mijn standaard uit en liet de motor naar links zakken. En op het punt waar hij normaal tot stilstand komt, was er nog zeker 10 centimeter te gaan voordat de standaard de grond zou raken. Ik was blij dat ik het zo rustig aan had gedaan anders was de motor ook nog gevallen. Weer zittend op de motor opende ik de deur van het binnenterrein en reed naar mijn stalling. Onderweg zoekend naar een steen als steun, die ik snel vond en net van de grond kon pakken in mijn strakke leren pak. Wat een gedoe.

Ik belde meteen Ruud en kon de dag erna terecht. Maar daar kwam van alles tussen.

Een drukke week verder belde gisteren mijn goede vriend Arie. Arie is handig met staal, aluminium en maakt oa heel speciale precisie onderdelen voor de scheepvaart en vliegtuig industrie. Echt waanzinnig. Arie heeft niet alleen een geweldig technisch inzicht, veel ervaring en een geweldig netwerk, Arie is ook een estheet. Hij maakt het niet alleen werkend, het werkt ook nog eens mooi, en ziet er ook nog eens prachtig uit. Zo liet hij me vandaag de tassen zien die hij op zijn Ducati had gemonteerd. Ongelooflijk. Slim, sterk, makkelijk en stijlvol. Arie is een stijlvolle vakman en vandaag mocht ik meekijken hoe Arie mijn standaard ging maken. Arie keek, nam maten, probeerde, boorde gaten, sleep randen, soldeerde, zaagde en fikste het op een manier en met een snelheid waar mijn ‘makershart’ sneller van ging kloppen. Arie is een vakman en een vriend waar ik nog een hoop van leren kan.

Hier het stuk dat afgebroken was.

IMG_0336

Arie zei dat ik geluk had gehad. Dat mijn carter niet gescheurd was.

Ik heb geluk gehad.

En ben gelukkig met Arie.

Dank je wel Arie.

 

 

 

 

%d bloggers liken dit: