Tijdens mijn ontwerp onderzoek voor de master kunsteducatie kwam ik tot een belangrijk nieuw inzicht. Tijdens de eerste playtest van mijn prototype vertelde ik de leerlingen van groep 6 van basisschool Het Landje dat ik zelf ook student was, aan het leren en een experiment wilde doen. Ik vroeg ze of ze wisten wat een experiment was en samen besloten we dat dat het proberen van iets nieuws was wat niet kon mislukken. Ik merkte dat dat een hele veilige en uitdagende context bood. Ook voor mezelf. Sterker nog het voelde enorm bevrijdend en uitdagend.
Ik vraag me af wat er met de kwaliteit van onderwijs zou gebeuren als we maar twee ontwerpprincipes zouden toepassen:
onderwijs is vrijwillig
onderwijs is samen leren. Dus ook de docent.
Ik kwam laatst het woord ‘leerverrassing’ tegen.
Zullen we het woord onderwijs veranderen in leerverrassing?
Wikipedia definieert onderwijs zo:
Het onderwijs is het overbrengen van kennis, vaardigheden en attitudes met vooraf vastgelegde doelen. Daarbij houdt men rekening met een beginsituatie, volgt men een onderwijsstrategie en worden de resultaten geëvalueerd, onder meer door toetsing, zelfevaluatie en peerevaluatie (collegiale toetsing). Onderwijs wordt binnen een door de overheid bepaalde structuur gegeven door personen die daarvoor speciaal zijn opgeleid, zoals onderwijzers, leraren en docenten.
Cor Noltee definieert een leerverrassing zo….en kan daar wel wat hulp bij gebruiken:
Een leerverrassing is het samen vrijwillig creëren van Kennis (wat je weet x wat je wilt x wat je kan x wat je gedaan hebt) vanuit een gezamenlijke uitdaging.
Gisteren werd ik via Skype uit Karlsruhe geïnterviewd door een Chinese studente (Chen) die ik in Italië ontmoet had. En woensdag was ik in Wolvega. Twee totaal verschillende ervaringen. In Wolvega was de fysieke afstand klein, de geestelijke afstand groot en weinig interactie. Met Chen precies andersom. Grote fysieke afstand, kleine geestelijke afstand en heel veel interactie. In Wolvega was ik zender en dan is het logisch dat het publiek niet terugpraat maar in een interview zou het toch vreemd zijn als ik geen antwoorden op de vragen zou geven. Gelukkig was Chen goed voorbereid en ging het over een van mijn favoriete onderwerpen; creativiteit.
Chen vroeg mij onder andere wanneer ik mij het meest creatief voelde. In mijn antwoord gaf ik aan dat de voorbeelden die ik ging geven voorbeelden waren van situaties waarin ik alleen ideeën aan het bedenken was en dat het of in opdracht was of vrij.
Voorbeeld 1. Cor bedenkt ideeën voor een uitdagende opdracht.
Al een aantal jaar geef ik 2 keer per jaar een workshop Design Thinking aan De Noordelingen;
De Noorderlingen is een TopProgramma Ondernemerschap, voor ambitieuze en ondernemende studenten uit Noord-Nederland. Het is een uitdagend onderwijsprogramma voor studenten die hun ondernemersidee willen omzetten naar een eigen bedrijf, of hun bestaande bedrijf willen laten groeien. Hierbij worden ze gecoacht en geadviseerd door succesvolle ondernemers en experts uit de regio.
Dat begrip regio nemen ze heel breed. Dordrecht – Groningen is een treinreis van 3 uur en 3 minuten. Maar die treinreis is een van de voorwaarden voor mijn persoonlijk creatieve topprestaties. Eenmaal in Rotterdam aangekomen haal ik bij LaPlace een ontbijt met een grote Cappuccino met honing en neem plaats in de intercity die in een keer naar Groningen rijdt. Twee uur en achtendertig minuten in de stilte coupe waarbij ik niets anders doe dan me voorbereiden op de workshop. Ik kan geen kant op. Ik open mijn laptop en scroll door mijn Keynote en geef mezelf een uitdaging. In grote lijnen is de workshop klaar maar zittend in de stiltecoupe met mijn koffie en ontbijtje daag ik mezelf uit om iets aan het programma toe te voegen wat ik nog NOOIT gedaan heb. Ideeën bedenkend en uitproberend worden afgewisseld met langdurig uit het raam staren. Dat bewuste afwisselen met het onbewuste is cruciaal. Je onbewuste is veel sneller dan je bewuste en oneindig veel groter. Staren zonder sturen. Kedeng keneng. Laat de ideeën maar komen. Groningen komt vanzelf dichterbij. Het feit dat ik kan werken met volledige aandacht en toch fysiek verder kom, draagt bij aan het efficiëntie/productiviteitsgevoel.
Kortom. De creativiteits verhogende ingrediënten op een rijtje:
uitdaging
hard werken afwisselen met hard naar buiten staren
me laten vervoeren over een langere periode
vaste plek
koffie en iets te eten
stilte
geen andere taken/afspraken die dag
Voorbeeld 2. Cor bedenkt ideeën zonder opdracht; spontaan.
Afgelopen dinsdag was ik bij De Zwijger in Amsterdam. Voor de presentatie van Christien Meindertsma. Ik kende Meindertsma van haar drie jaar durend onderzoek naar alle afgeleide producten die van varkens afkomstig zijn. Het boek PIG 05049 is een verzameling foto’s van alle afgeleiden van één enkel anoniem varken (Pig 05049). Tijdens haar onderzoek deed ze een aantal onverwachte ontdekkingen: grondstoffen van het varken worden gebruikt in producten zo divers als munitie, medicijnen, fotopapier, hartkleppen, remmen, kauwgom, porselein, cosmetica, sigaretten, conditioner en biodiesel.
Ik zie zelden varkens maar kom er dagelijks mee in contact, blijkbaar.
Na het varkenboek ontwierp ze oa producten van schapenwol. Zoals de touwpoef:
Uitvoerig materiaalonderzoek dat uiteindelijk leidt tot prachtige gebruiksvoorwerpen.
Wat ik verder bijzonder vind, is dat ze samen met beeldmakers het onderzoek werkelijk schitterend vastlegt. Omringd door 9 projectieschermen kwam haar onderzoek echt tot leven.
Bovenstaand plaatje ondersteunde haar laatste project; vlas. Het heeft geleid tot een product; de Flax Chair. De Flax Chair is een biologisch afbreekbare stoel gemaakt van de lange en korte vezels van vlas in combinatie met PLA, een afbreekbaar melkzuurplastic. Het vilt dat hieruit ontstaat is een nieuw materiaal. Het feit dat het materiaal van zowel de lange als de korte vlasvezel is gemaakt, het dragend genoeg is voor een stoel én het biologisch afbreekbaar is, maakt het tot een bijzonder nieuw product. De stoel wordt uit één lap stof gemaakt en laat daardoor geen restproduct achter.
De VPRO maakte er een mooi kort filmpje over. Bekijk hem zeker hier.
Ik zat inmiddels op het puntje van mijn stoel en besloot ter plekke de stoel te kopen. Dat bleek nog niet te kunnen maar ik sta gelukkig wel op de intekenlijst voor de eerste serie, die een dag na mijn verjaardag uitkomt.
This year I explored the Dutch Design Week. For me it’s the event of the year and this year I took the time to see and read ALL works at the Design Academy Eindhoven graduation show. It took me 3 days to read the book (460 pages) and see my selection of work and speak to the alumni. I’m sharing some of my favorite works on this blog connecting the works by Tate Modern’s ‘Ways of Looking’. Want to know more about Tate Modern’s ‘Ways of Looking’? Look here.
My last post was about ‘Afvalbank’, a bench you can kick litter in by Wouter Vastenouw.
What is it? The object.
A bench? A bin? A garbage game? A campaign about ‘litter on the street awareness’?
What is it about? The subject.
Encourage people to play? Cleaning the streets?
Today I will use the subject ‘Encourage people to play’ to make a connection with the graduation work of Snir Gedasi:
“Children in war zones are forced to stay in an underground shelter. They lose their freedom, the ability to explore their surrounding and their childhood.
Safe Ground is an aboveground modular shelter (with an angle that provides more possibilities according to the needed size and the surrounding) – Integrated playground.
The time to run to a shelter is usually between 15 seconds and three minutes.
The proximity of the Safe Ground shelter shortens the time to run to a safe place.
Children can play outdoors and in case of a missile attack they are directly safe in the shelter.
Safe Ground is a Physical as well as mental protection that makes the experience of an attack and of the shelter a bit less cold and frightening.
The children as well as their parents can feel safer and more free.”
And kids can even play in the dark:
The opposite of play isn’t work but depression. I believe that if you take away the possibilities of children to play they will become depressed…..sooner or later.
Watch this great TED talk by Stuart Brown to learn more about the power of play:
I wonder how they get these concrete structures at their destination. What is they could make their own with this printer:
“In August 2010 I took my first solar machine – the Sun-Cutter – to the Egyptian desert in a suitcase. This was a solar-powered, semi-automated low-tech laser cutter, that used the power of the sun to drive it and directly harnessed its rays through a glass ball lens to ‘laser’ cut 2D components using a cam-guided system. The Sun-Cutter produced components in thin plywood with an aesthetic quality that was a curious hybrid of machine-made and “nature craft” due to the crudeness of its mechanism and cutting beam optics, alongside variations in solar intensity due to weather fluctuations.
In the deserts of the world two elements dominate – sun and sand. The former offers a vast energy source of huge potential, the latter an almost unlimited supply of silica in the form of quartz. The experience of working in the desert with the Sun-Cutter led me directly to the idea of a new machine that could bring together these two elements. Silicia sand when heated to melting point and allowed to cool solidifies as glass. This process of converting a powdery substance via a heating process into a solid form is known as sintering and has in recent years become a central process in design prototyping known as 3D printing or SLS (selective laser sintering). These 3D printers use laser technology to create very precise 3D objects from a variety of powdered plastics, resins and metals – the objects being the exact physical counterparts of the computer-drawn 3D designs inputted by the designer. By using the sun’s rays instead of a laser and sand instead of resins, I had the basis of an entirely new solar-powered machine and production process for making glass objects that taps into the abundant supplies of sun and sand to be found in the deserts of the world.
My first manually-operated solar-sintering machine was tested in February 2011 in the Moroccan desert with encouraging results that led to the development of the current larger and fully-automated computer driven version – the Solar-Sinter. The Solar-Sinter was completed in mid-May and later that month I took this experimental machine to the Sahara desert near Siwa, Egypt, for a two week testing period. The machine and the results of these first experiments presented here represent the initial significant steps towards what I envisage as a new solar-powered production tool of great potential.”
Yesterday we (HKU) had a fantastic start of a new course called Art Histories. In 10 weeks all second year Art & Economics students read the great book ‘What are you looking at? 150 years of Modern Art in the Blink of an Eye’ by Will Gompertz. At the end they will write a research report in which they connect themselves in five steps with ‘Father of all’ Cézanne. These connections can be pieces of art or makers from the book or pieces of art or makers the students choose themselves. They connect themselves via a contemporary maker in five steps with Cézanne, each making a unique history art journey. Every week students read two chapters from the book and select 6 works of art/makers and print them on A5 cards. Before they start playing with the cards they will get a lecture in which an example personal art journey from one of our teachers will be given. Connecting Cézanne with a contemporary maker and themselve. In making the connecting every connection has to be validated by at least one source. We gave them Tate’s Ways of Looking to help them what kind of connection their is between the maker-maker/maker-piece of art/pieces of art. The connection can be based on:
In the 45 minutes workshop after the lecture we discussed the cards of the students. Then the had to make a 5 steps network starting with Cézanne. One of the students made a card with The Joker (Heath Ledger) and another one had Piet Mondrian. Do you know how they connected the two? Isolation. Then another student replaced Piet by Vincent van Gogh and called the connection “Insanity”.
It was an instructive and fun way to learn more about each other and art history. The students that did not make their homework were disappointed. They could not connect, could not play.
In 1998 I developed my own piece of great technology; a radio controlled car with a wireless color video camera connected with a head mounted display (video glasses).
Yesterday I shared another piece of amazing technology. Garmin records your bike race and transforms it into a Google maps video with all the racestatistics. When I showed it to my son in law he asked me “Do you know Lily?” I said no and he showed me the ready, throw, go camera.
It’s the camcar combined with and google maps. Just add garmin for the stats.
Last Tuesday I had a job interview and part of the interview was a 15 minute tour for 16/17 year old HAVO 4 students designed by the applicants. The Dordrechts Museum was looking for Museum Guides. Preparing my Tour doubt struck me hard on Sunday night. Was what I made interesting for 16/17 year old young adolescents and was it unique or could it be done by any other applicant? I decided that it was not and threw away what I had and started all over. I decided to take this sentence from my application letter as my starting point;
“this job would be the easiest way to get get my grand father in the museum again”
So the question became “How can I get my grandfather (a dutch impressionist 1903-1967) into the museum again?”
After all it was 43 years ago that he had an exhibition in the Dordrechts Museum.
I decided to bring my grandfather with me and do the tour together. Kabouter did not like the idea at all and said the they would never let me take my grandfather with me into the museum. I did it anyway. I wrapped up the self portrait I bought years ago from Bert Jintes. Bert was a art historian and friend of my grandfather and wrote a fantastic book about the work and life of my grandfather. Bert’s book became an important connection in the tour.
Tuesday at 12.45 we arrived at he museum. It had been quite a challenge to transport grandfather with my small folding bike. But we managed. I parked grandfather next to the entrance of the museum and told the receptionist I had a meeting for a job interview at 13.00. In the meanwhile I bought 3 postcards of a portret painting by Jan Veth in the Museumshop and waited for the 3 people from the museum who would role-play 16/17 year old students as part of the interview. The 3 were all members of the education department of the museum. One of them was curious about what was inside the big brown package. I told them we first had to find the Jan Veth painting and asked them to follow ‘us’. I heard that one of them said to security that it was ‘okay’, meaning that it was okay for me to take that big brown package into the museum. I though “Yes. We are in!”
As soon as we arrived in the room where the Jan Veth painting was hanging I parked grandfather under the Jan Veth painting and asked the three who wanted to unwrap the big brown package. In the meanwhile security also entered the room and watched me carefully. I told the painting was a self portrait of my grandfather Cor Noltee and that it was mine. I continued my tour with the bizar story of Bert Jintes.
Gisteren was ik op pad met Barry Stolp. Ik schreef al eerder over Barry. Ik zocht net de post op en die begon precies hetzelfde; ‘Gisteren was ik op pad met…..’ Blijkbaar heb ik de dag nadat ik met Barry op pad ben geweest wat te delen. Enfin hier het geweldige verhaal van Barry over het hebben van een idee. Maar terug naar gisteren. Gisteren reden we naar Amsterdam en hadden daar een gesprek met Capitola. Capitola is een jong bedrijf met zo’n 20 “coders en creatives” en zeggen op hun website:
We don’t talk but prototype. That’s what keeps us and our clients ahead of the game.
En dat lieten ze zien aan de hand van een prototype van de Hololens van Microsoft. De Hololens is een bril met twee transparante schermpjes waar je doorheen kunt kijken en waar objecten op geprojecteerd kunnen worden. Zo worden de echte en de virtuele wereld gemixt en hoe kun je dat op dit moment beter prototypen dan met PokemonGo. Met het prototype haalde ze de internationale pers. Adformatie daarover:
“Freakin’ incredible, fantastic, ’the only game I want to play’. Zo omschrijven internationale media de uitvinding van Simon van Cleeff (links op de foto). Met zijn digitaal innovatiebureau Capitola VR bouwde hij het populaire smartphonespel Pokémon GO om tot een app voor de Microsoft HoloLens. Vijf vragen aan Van Cleeff.
Een HoloLens, wat is dat?
“De HoloLens is een Mixed Reality bril. Waar gebruikers bij een Virtual Reality bril volledig van de buitenwereld zijn afgesloten, kun je met een HoloLens door transparante glazen de fysieke wereld ook nog zien. Daar wordt een ’virtuele laag’ overheen geprojecteerd. Met handgebaren kun je de verschillende tools en applicaties van de HoloLens besturen.”
Waarom gingen jullie aan de slag met de HoloLens en Pokémon GO?
“We hebben de HoloLens vorige week dinsdag ontvangen. We wilden direct met de bril aan de slag en op dat moment was de Pokémon-hype zo’n beetje op zijn hoogtepunt. Omdat Pokémon GO ook een extra laag over de fysieke wereld legt, maar dan via je smartphone, leende het spel zich perfect voor een HoloLens-applicatie. Het was voor ons een soort ‘Research and Development’. We konden zo ontdekken hoe de bril werkt en wat de mogelijkheden zijn om er apps voor te ontwikkelen.“
Hoe lang duurde het om de app te maken?
“Het duurde in totaal zo’n anderhalve dag. We moesten uitzoeken hoe de bril werkt, hoe we er apps op konden zetten en hoe we interactie konden toevoegen. Om Pokémon GO te spelen, moet je bijvoorbeeld Pokéballs kunnen schieten. Op je telefoon doe je dat door te swipen, maar met de HoloLens gebruik je je arm.”
Hoe werkt de app?
“De HoloLens scant de omgeving met maakt een soort van onzichtbaar 3D-model. De bril weet dus precies of er objecten in de kamer staan. Hierdoor kunnen Pokémons onder tafels zitten of achter stoelen. Met ons prototype, kun je in de virtuele omgeving rondlopen en Pokémons vangen door met Pokéballs te schieten. Schieten doe je met een handgebaar. Ons prototype laat zien hoe je een dergelijke game voor de smartphone om kan zetten naar een game voor een Mixed Reality bril.”
Wat verwacht je in de toekomst van de HoloLens?
“De bril biedt een scala aan mogelijkheden, vooral als het apparaat straks wat gebruiksvriendelijker en betaalbaarder is. Ik denk dat dit soort hardware de komende jaren enorm aan populariteit wint. Met een Mixed Reality bril ben je volledig handsfree. De hologrammen voegen een extra dimensie toe aan de echte wereld. En die dimensie kun je manipuleren. Ik zie veel mogelijkheden, maar er zijn ook nog flink wat obstakels te overwinnen. Denk bijvoorbeeld aan kwesties rondom veiligheid en privacy.”
Capitola begrijpt dat een idee 1 punt waard is en een prototype 1.000
Een uur te laat belandden we bij Dutch Igloo. Zij maken Pepper’s Ghost’s;
Pepper’s ghost is een truc om de illusie van een geestverschijning te creëren. Henry Dircks was de eerste die met het eigenlijke principe van de truc kwam, maar zijn ontwerpen waren praktisch niet uitvoerbaar op toneel. John Henry Pepper, een Londense hoogleraar scheikunde, slaagde er in 1862 in om er een goed bruikbare versie van te maken. (Wikipedia).
Een uur nadat ik de Hololens op had gehad bekeek ik het laatste (geheime) prototype van Dutch Igloo.
Gisteren maakte ik een technologische tijdreis van zo’n 150 jaar. Van Pepper’s ghost tot Hololens. Vandaag blijf ik hier. Met beide benen op de grond….met mijn hoofd in de wolken.
Ik geloof echt dat spel de meest krachtige vorm voor verandering is en dat een prototype de beste manier is om je idee tot leven te brengen en te t(o)etsen. Als je die twee samenbrengt heb je de bouwstenen voor je verbeelding. Mooi verbeeld in een oude campagne van Lego:
Ik zie me nog tussen de Lego stukjes zitten, de ene auto na de andere bouwend. En gisteren zat ik voor het eerst in 40 jaar weer tussen de Lego stukjes en dat was niet eens wennen maar voelde heel vertrouwd. Zelfs met een 20tal volwassenen die zich allemaal hadden opgegeven voor een introductie workshop Lego Serious Play. Ik was uitgenodigd door Onno Kruitwagen die ik ken via LEF, het Future Centre van Rijkswaterstaat waar we allebei facilitator zijn. Een aantal eerdere uitnodigingen had ik vanwege mijn afstuderen moeten afslaan maar gisteren kon ik eindelijk aan de slag. De groep werd verdeeld in drieën en met zijn zevenen belandden we aan een tafel waar we allemaal een zakje Lego mochten pakken en voor ons op tafel mochten legen.
En toen begon het al. Steward Brown verwoordt het prachtig in zijn geweldige TED talk; “Nothing lights up the brain like play” en Jonah Lehrer legt mooi uit hoe het in de hersenen werkt in zijn boek ‘Hoe creativiteit werkt.’ maar daarover morgen meer.
Terwijl Onno aan het uitleggen was, kon ik me niet inhouden om al met de Lego blokjes te spelen. De aanraking van de Lego stukjes brachten me in een fractie van een seconde 40 jaar terug in de tijd en ik kon niet wachten op de eerste opdracht, die Bernard Suits zou formuleren als een ‘vrijwillige poging tot het overwinnen van een overbodig obstakel’.
De eerste oefening bestond uit het maken van een toren met het figuurtje erop;
De beperkte tijd dwingt je om snel te werken, te doen in plaats van te denken. Ik moest bij de opdracht denken aan de wat ik ooit in Paul Arden’s boekje had gelezen;
Ik moest dus zo hoog mogelijk. Maar het moest ook mooi. Al bouwend dacht ik aan de Memphis voorwerpen bij mijn vriend Ton waar mijn bouwsel, al groeiend, aan deed denken. Het moest dus symmetrisch. Dat ging ten koste van de hoogte maar het moest mooi….anders klopt het niet. Mooi als in ‘de belofte van geluk’ (Stendahl) en geluk als in ‘je goed en slecht kunnen voelen maar voelen dat het klopt in een context van groei’ (Gretchen Rubin). Ik zat gewoon een partijtje gelukkig te wezen met 7 vreemden en een hoopje Lego. Los van het bouwen is het ongelooflijk wat iedereen kon vertellen over zijn /haar bouwwerk en als Onno vragen stelde over het waarom van sommige details er ook de meest prachtige verklaringen naar boven kwamen. Blijkbaar waren onze hersenen echt opgelicht.
Het mooie van Lego is dat de eenvoudige plastic steentjes echte bouwstenen zijn voor je verbeelding waarbij de beperking van de vorm juist drempelverlagend werkt. Hoewel…….toen we de opdracht kregen om iets te bouwen dat een goede eigenschap van je verbeeldde bouwde ik deze:
De helicopter view, de big picture kunnen zien. Ik voelde zowaar een gevoel van trots over me heen komen en wilde het bouwwerk aan mijn vader laten zien maar moest na mijn uitleg alweer aan de slag met de volgende opdracht. Kill your darling.
Na nog wat darlings te hebben gekilld kregen we als laatste de opdracht om ‘het ideale werkoverleg’ te bouwen:
“Het ideale werkoverleg is op vrijwillige basis. Een vraagsteller deelt zijn vraag en als je je uitgedaagd voelt mee te doen (aangetrokken voelt door de vraag = groen) doe je mee. Heb je geen zin (afgestoten door de vraag = rood) doe je niet mee.
Aan het eind werd iedereen gevraagd een element uit zijn ‘ideale werkoverleg’ mee te nemen naar een blanco blauw Lego bord en in overleg de elementen op ’tafel’ te leggen:
Iedereen had zijn steentje bijgedragen en het ‘klopte’ wonderbaarlijk. Het feit dat ik me nog kan herinneren wat de beschrijvingen van de anderen waren, zegt iets over de kracht van deze aanpak.
Als laatste oefening bouwden we onze conclusie van de workshop:
Lego verbindt hoofd en handen en geeft je een beter beeld van de verschillende mogelijkheden.
Moge Cor. Zeg eens, wat ga je nu doen nu je je master hebt gehaald?
Ga eerst mijn stuk nog eens een keer lezen en al onze gesprekken nog eens nalezen. En dinsdagochtend ga ik trakteren bij ‘mijn’ groepen 6. Ze bedanken voor hun bijdrage. Ik heb mijn onderzoeksposter ook op ansichtkaarten laten drukken en die krijgen ze samen met iets lekkers.
En wat voor lekkers dan?
Ik bedenk me net dat het me leuk lijkt ze een marshmallow te geven?
Een wat?
Een marshmallow. Ik heb er een voor je meegnomen.
Kun je dat eten?
Jazeker en je kunt hem ook met een stokje roosteren in het vuur en er een lekker hard laagje op laten komen. Door de hitte smelt de binnenkant en dat vormt een heerlijk zoet contrast met de harde buitenkant.
Maar je gaat toch geen fikkie steken in de klas?
Nee dat lijkt me geen goed idee. De laatste keer dat ik binnen iets brandde binnen stond 15 minuten later de brandweer binnen.
Hoezo?
Ja Piet, je doet soms gekke dingen als je jong bent. Zeker als je enthousiast bent over een idee waarvan je denkt dat het wel eens heel goed zou kunnen verkopen. Zo kwam ik elke twee jaar op IAAPA, de internationale beurs voor attractieparken. Je vond hier hallen vol met het nieuwste van het nieuwste op het gebied van rollercoasters, draaimolens, spelkasten, kermisattracties en ga zo nog maar een paar hallen door. Elk jaar kwam ik met een koffer aan folders terug en dat ene jaar zaten daar ook vuurwerkbrilletjes bij.
Vuurwerkbrilletjes? Om je ogen te beschermen?
Nee. Het waren zogenaamde spectrumbrilletjes. Als je die opzette en naar de buitenverlichting keek, zag je prachtige kleuren rondom de lichtpunten. Echt geweldig. Ja je moet zelf zien om enthousiast te worden. Ik snap het.
Nu heb ik persoonlijk helemaal niks met vuurwerk, dus ik bedacht het volgende, super veilige en goedkope vuurwerkpakket:
– 1 vuurwerkbrilletje
– 1 sterretje
– verpakt in een bubbeltjes envelop
Het werkte als volgt. Met oud en nieuw ging je voor de deur staan. Stak je sterretje aan. Zette je vuurwerkbril op, legde de bubbeltjes envelop voor je en je begon dan te dansen op je bubbeltjes envelop. De bubbeltjes maakten misschien niet zoveel lawaai als de strikers van je buurman maar met je vuurwerkbril kijkend naar je brandende sterretje was ronduit spectaculair. En ze waren veilig en veel minder pijnlijk in de portemonnee.
Dat werd een klapper.
Ja dat wisten we zeker. We moesten het alleen nog even verkopen. We moesten afspraken maken. Ervoor zorgen dat we het konden laten ervaren. Mijn partner in crime Ron Vergeer schreef een ge-wel-di-ge brief aan 14 verzekeraars en telecom bedrijven. Ron had ze zo nieuwsgierig gemaakt dat we 10 afspraken scoorden.
Dat werd een klapper. Dat weet ik zeker. Jullie moesten het alleen nog even verkopen.
We waren al jaren bezig met de allernieuwste technologie. Radiografische bestuurbare autootjes, chroma key virtual reality systemen, japanse sticker automaten enz. Zou een papieren brilletje dan onze doorbraak worden?
Dat werd een klapper. Dat weet ik zeker. Jullie moesten het alleen nog even verkopen.
Piet jij snapt het. Hoe moesten we dit gaan verkopen? Simpel. Het is een idee voor oud en nieuw dus met oud en nieuw. Met vuurwerk, champagne en oliebollen. Zo gezegd zo gedaan. In april zijn we twee weken lang we door Nederland gereden met op de achterbank een schaal met, door Ron’s moeder gebakken oliebollen, flessen Jip en Janneke kinder champagne van de Hema, champagneglazen, sterretjes en natuurlijk de vuurwerkbrilletjes. We zaten aan tafel met de communicatie bazen van een aantal van de grootste adverteerders van Nederland. (ja ook bij Nationale Nederlanden Daniel)
Na een korte intro deed ik het licht uit. Ron trok de schaal oliebollen uit de plastic zak, zette ze op tafel en strooide met de poedersuiker. Ik zette ze de vuurwerkbrilletjes op. Ron wikkelde de folie van de fles. Ik stak de sterretjes aan en begon te tellen.
10, 9, 8, 7, 6, 5, 4, 3, 2, 1……
Met elke tel gingen de monden steeds verder openstaan.
Mooi daar paste precies een oliebol in.
Hahaha.
Knal. De champagne vloeide rijkelijk. De sterretjes brandde. De oliebollen smaakten fantastisch….in april.
Dat werd een klapper. Ik weet het zeker.
Een klapper werd het. In mei. In Enschede.
Hoezo?
In 2000 ontplofte er een dodelijke vuurwerkbom in een vuurwerkopslagplaats in een woonwijk in Enschede. Halve wijk weg. Met een klap was het gedaan met onze klapper. Er was geen merk meer in Nederland die nog iets met vuurwerk wilde. Ook niet met het “veiligste 3d vuurwerkpakket ter wereld” zoals ik ik nog eens probeerde uit te leggen.
We hielden er wel een paar leuke klussen aan over. Maar de klapper werd het niet. Die moet nog steeds komen.
Die komt nu met je marshmallow. Wat ga je daarmee doen?
Kijk, je neemt:
– een marshmallow
– 20 spaghettistokjes
– 1 meter tape
– 1 meter touw
– en 10 minuten de tijd
en je bouwt een zo hoog mogelijke toren met een marshmallow bovenop. Simpel. De gemiddelde lengte wereldwijd is 50 cm en kleuters zijn betere bouwers dan CEO’s, advocaten en business studenten.
En wat doen kleuters dan beter?
Dat verklap ik niet. Kijk maar hier. En Piet, waar is die marshmallow?