Archive | creativiteit RSS feed for this section

BKE END

4 jul

BKEEND.001

Afgelopen zaterdag mailde ik Rene van Kralingen, mijn BKE Docent, mijn aanvullende werk voor mijn Basiskwalificatie Examinering. Wat begon als een word document eindigde in een vraag en antwoord blog.

Wil je dat allemaal nog eens na lezen, ja die mensen zijn er, dan heb je hier mijn eerste document met de vragen van Rene:

toetscyclus_cor_noltee_19mei2017 – met feedback van Rene v Kralingen

En hier de posts die ik schreef:

BKE RENE

BKE RENE 2

BKE RENE 3

En gisteren kreeg ik van Rene te horen dat ik aan de eisen van het BKE heb voldaan. En dat Rene “hoopt dat ik de toets/beoordelingsdilemma’s blijf delen op mijn blog…………..ze zijn leerzaam voor jou en mij.”

Dus dan doe ik dat. In, zoals Rene zo mooi wist te verwoorden in zijn beoordeling;

“fonetische toetstaal”

En dat benoemen van mijn fonetisch toetstaalgebruik was precies het inzicht wat Rene me eerder aan de telefoon gaf toen ik hem verbaal uitlegde waar ik mee bezig was. Hij zei dat ik het gewoon moest opschrijven zoals ik het vertelde. Ik heb nu geleerd dat dat, in BKE termen fonetische toetstaal, heet 🙂

Op het podium van ‘beste leraar die ik ooit gehad heb’ staat Rene nu naast Meneer Simons, mijn wiskundeleraar op het Atheneum.

Trouwe lezers weten dat ik een echt alfa mannetje ben. Maar weinig weten dat ik eigenlijk  dierenarts wilde worden. Net als mijn beste vriend Hans. Hans was een kei in wiskunde, scheikunde en natuurkunde. Ik was een drama. Maar ik hield van dieren en van Hans dus koos ik het meest beta pakket wat je maar kunt bedenken.

In de tweede klas van het Atheneum had ik een 5 voor wiskunde en de rest zesjes. Aan alle kanten werd er getwijfeld of die beta kant niet de verkeerde kant voor me was. Ik was een hetero alfamannetje in een beta klas. Dat is natuurlijk vragen om problemen.

Problemen stapelde zich op en hulp kwam uit een onverwachtse hoek. In de vorm van Meneer Simons. In de derde klas kreeg ik een nieuwe wiskunde leraar. Een kleine, oudere man uit Brabant genaamd Meneer Simons. En Meneer Simons was een held. Ten eerste omdat ik aan het eind van het schooljaar een 8 had voor wiskunde maar met name omdat hij met humor een klas testosteron in bedwang hield met grappen en grollen. Als jij dacht grappig te zijn was hij net even grappiger. Hij had een een soort intelligente humor waar ik jaloers op was. Zo wilde ik ook zijn. Maar dat vertelde ik natuurlijk niet. Als 16 jarige grapjas van de klas zei je natuurlijk niet dat je net als Meneer Simons wilde zijn. Maar Meneer Simons was mijn superheld. Ik heb het hem nooit verteld maar stiekem wisten wij het denk ik wel van elkaar.

Het mooiste voorbeeld van hoe Meneer Simons omging met ongeoorloofde acties in de klas was de volgende.

Ik zat naast Hans in de middenrij  en gooide een propje richting de vuilnisbak die naast de deur stond, zo’n 6 meter verder. Via de muur belandde het propje precies……………naast de prullenbak. Meneer Simons zag het maar ging ongestoord verder. Ik ben netjes opgevoed dus stapje op, pakte het propje en gooide het op een meter precies…………..naast de prullenbak. Nu had ik wel alle aandacht. Niet alleen van de klas maar ook van Meneer Simons. De zo quasi nonchalante actie transformeerde zich in een knap zielige vertoning die nog erger werd toen ik voor de derde keer het propje precies naast de prullenbak gooide. Mijn superheld kon het niet meer aanzien en schoot me te hulp. Meneer Simons pakte het propje en zei tegen me dat ik het helemaal verkeerd deed.

Hij droeg me op om drie meter van de prullenbak op de grond te gaan liggen met mijn hoofd richting de prullenbak. Alsof gehypnotiseerd lag ik 5 seconden later op de grond in het wiskunde lokaal. Meneer Simons gaf een voorstelling. Zijn publiek keek ademloos toe. Wat ging hier gebeuren.

Hij vroeg me of ik links of rechts was. Rechts zei ik. ‘Ok, dan moet je het propje met je linkerhand gooien. Met je linkerhand over je rechterschouder, zonder te kijken.’ IK twijfelde geen moment. Meneer Simons had alles onder controle. Het propje zweefde door de lucht, stuiterde op de rand van prullenbak. De klas hield de adem in. Daar lag ik dan met gesloten ogen midden in het wiskunde lokaal. Het propje viel precies…………in de prullenbak.

‘Zo doe je dat Cor.’ En hij stak zijn hand uit en trok me omhoog. Een luid applaus vulde de ruimte. Met een kleine buiging nam Meneer Simons het applaus in ontvangst en ging verder met de cosinus regel. Alsof er niets gebeurd was.

Een van mijn favoriete creatieve denktechnieken is “De Superheld”.  Je vraagt je dan af hoe jouw favoriete superheld het zou oplossen. Ik heb er nu drie twee. Batman, Meneer Simons en Rene van Kralingen. En geloof me, ze komen alle drie altijd met hele originele ideeën.

Rene bedankt.

PS

Ik zie nu overal BKE.

Deze nam ik in de trein die vanuit Utrecht Rotterdam binnen rijdt.

BKE_trein

 

 

 

Dezelfde andere

26 jun

dezelfdeandere.001

Gisteren schreef ik over de Moped van J.M. Arsath Ro’is. Het verhaal deed me denken aan de film Smoke met Harvey Keithel. Een winkeltje in New York is het verbindende verhaal element van de personages in de film. Een van de personages maakt jarenlang dezelfde foto van exact dezelfde plek. Dat zijn natuurlijk niet allemaal dezelfde foto. Alleen het standpunt is hetzelfde. En het tijdstip herinner ik me nu. Het resultaat is boeken vol met ‘dezelfde andere’ foto.

Ik houd van dat soort projecten. Helemaal als het resultaat niet meer zichtbaar is. Kunstwerken die uitgeprint worden voor een kijker en daarna in de papierversnipperaar gaan. Een van mijn favorieten is van een Chinese kunstenaar waarvan ik het werk in maart in Shanghai zag. Sorry dat ik slecht ben in het onthouden van namen, zeker Chinese.

Zijn  werk herinner ik me nog goed. Ik maakte er een foto van:

IMG_8611

Het zijn 30 stapeltje ‘servetten’. Het resultaat van 30 jaar met water op een servet schrijven. Het resultaat is niet meer te lezen. Prachtig!

Het doet me denken aan de periode van voor 26 januari 2013. De dag dat ik met dit blog begon. ik schreef toen in mijn ochtendschrift en verbrandde of verscheurde wat ik in de ochtend schreef. HardCOR loslaten was dat. Heel anders dan wat ik nu aan het doen ben. Want jij leest nu wat ik geschreven heb.

Voor mijn ochtendschrift  (uit het boek The Artist Way van Julia Cameron) mediteerde ik. Dat heb ik twee maanden geleden weer opgepakt. Mijn ideale ochtend zit inmiddels vol met rituelen.

Ze komen allemaal op hetzelfde neer maar zijn allemaal anders;

Los laten.

Daarbij denk ik aan een van de beste films die ik ken. Fight club van David Fincher met Brad Pitt, Edward Norton en Helena Bonham Carter. De film krijgt een 8,9 op IMDB (838.134 stemmen). Daar zit mijn 9 ook bij. De film is een emotionele testosteron achtbaan over kwaliteit in het leven. De boodschap die de film brengt is na tien minuten al duidelijk. De commercieel geworden wereld gaat naar de knoppen omdat niemand meer weet aan welke dingen waarde te hechten. De aan praatgroepen verslaafde Jack (Edward Norton) past precies in deze wereld maar voelt dat er iets ontbreekt. Bij het ontmoeten van zijn tegenpool Tyler (Brad Pitt), een man die zich bezig houdt met het maken van zeep uit menselijk vet, ontstaat Fight Club. ‘Fight Club’ is zeer origineel, erg verontrustend en prachtig in beeld gebracht. Een film die je twee keer gezien moet hebben. Want de tweede keer vond ik hem nog beter.

Stel je voor je zit met Tyler in de auto. Hij rijdt. Achterin zitten nog twee gasten. Het is donker, het regent en jullie rijden zo’n 100 km/u met tegemoet komend verkeer.

En dan laat Tyler het stuur los. De auto raakt de vangrail. Een vrachtwagen nadert.

Doe nu je ogen dicht, druk op play hieronder en Just Let Go.

JUST LET GO.

 

 

 

 

Een idee is geen idee.

18 jun

pidee.001

Een goed idee is een verkocht idee.

Ik heb al een idee.

Komende week gaan we met alle 280 eerstejaars HKU Kunst en Economie studenten ideeën bedenken voor vluchtelingen in asielzoekerscentra.

Daar gebruiken we net als vorig jaar het materiaal van de What Design Can Do Refugee Challenge voor. Ik ben dus alweer een tijdje bezig met de voorbereidingen en kijk, luister, voel, proef en ruik zoveel mogelijk als een vluchteling. Timing is perfect omdat ik privé aan het verhuizen ben en mezelf bij de selectie van mijn spullen de vraag stel;

Ik moet NU vluchten. Neem ik het mee?

En dat helpt. Niet dat mijn spullen nu in mijn Ortlieb tasje passen maar de perspectief wissel is uiterst effectief.

Voor de zekerheid heb ik voor straks toch maar een garagebox gehuurd voor als ik straks voor bijna twee maanden naar Zuid Afrika vertrek en voor een groot deel van de tijd in mijn Volkswagen T2 zal doorbrengen.

Schermafbeelding 2017-06-18 om 13.08.23.png

Maar ik dwaal af.

Ik wilde het hebben over het hebben van een idee. Afgelopen donderdag faciliteerde ik  samen met Irene Koel van The Zooooo een creatieve sessie voor het Rode Kruis. Daarbij zei op een gegeven moment iemand dat ze al een idee had. Dat was voordat we de divergentiefase ingingen. In de divergentiefase gaat het juist om het bedenken van heel veel ideeën. Niet zozeer om de kwaliteit maar om de kwantiteit. Want een goed idee bij begint bij veel ideeën. Dus eerst in je eentje veel ideeën bedenken die je dan vervolgens deelt met je teamleden. Maar wat als je nu al een supervetcoolretegoed idee hebt?? Zoals die dame van het Rode Kruis.

“Dan parkeer je dat idee even”

En dat is best lastig. Want je wilt het helemaal niet parkeren je wilt vol gas vooruit.

Ik had afgelopen vrijdag luisterend naar mijn vrouw een heel goed idee voor vluchtelingen in asielzoekerscentra. Mijn vrouw liet me namelijk dit nummer zien en horen van Joss Stone. Hierin zingt zij samen met een aantal Armeense muziekanten fonetisch mee. Toen ik dat zag, dacht ik WOW! wat een geweldig idee. Stel je voor dat je samen met elkaar elkaars muziek speelt en meezingt . Hoe gaaf is het om een vreemde taal gewoon mee te zingen.

Parkeren dat idee Noltee.

Shit wat is dat lastig.

Brainstorm

16 jun

brainstorm.001

Gisteren faciliteerde ik een gestructureerde groepsactiviteit waarbij de idee-ontwikkeling losgekoppeld werd van de idee-selectie voor een groep gecoördineerde menslievende professionals.

Anders gezegd; ik begeleidde een brainstorm voor het Rode Kruis. Dat deed ik voor en met Irene Koel van The Zooooo. Ik schreef al eerder of Irene. Hier en hier. Het was onze eerste opdracht samen en zeker niet de laatste.

Irene had met de mensen van het Rode Kruis al veel werk verricht. Dat had geleid tot een  een ingevuld waardepropositiecanvas. Hierin staan vragen als:

Wat is het probleem dat we willen oplossen?

Wie is onze primaire klant?

Wat zijn de pijnpunten (3 belangrijkste)

Wie is de klant van onze klant? (als die situatie er is)

Wat zijn hun pijnpunten (3 belangrijkste) 

Wat is onze waarde propositie?

Hoe lossen wij hiermee de pijnpunten op?

Welke voordelen verschaffen we?

Na een korte introductie van mezelf en een minicollege creativiteit gingen we aan de slag . Ik zal in deze post proberen om zo kort en duidelijk mogelijk uit te leggen hoe je een brainstorm kunt organiseren.

  1. Huur/regel een facilitator. Een goede facilitator inspireert en structureert. Focust op energie. Hij/zij hoeft geen verstand te hebben van het onderwerp maar weet op het juiste moment de juiste interventie te doen.
  2. Brainstorm met mensen die willen. Zie een brainstorm als een spel om tot oplossingen te komen. En een spel definieert Bernard Suits als ‘een vrijwillige poging tot het overwinnen van overbodige obstakels’.
  3. Brainstorm bij voorkeur op een externe, inspirerende omgeving.
  4. Geef iedereen een een pakketje post-it’s en een pen en vraag ze LEESBAAR te schrijven.
  5. Vraag de deelnemers om in groepjes van minimaal 3 en maximaal 5 individueel en in stilte de vraag die zij willen oplossen op een post-it te schrijven. Laat iedereen beginnen met ‘Hoe kunnen we……..?’ (5 minuten)
  6. Laat de deelnemers een voor een hun vraag voorlezen (geen toelichting) en laat ze hun Hoe kunnen we …..? vraag opplakken op een flip-over. Doe dit bij voorkeur staand. (5 minuten)
  7. Laat de deelnemers de verschillen met elkaar bespreken en ze samen  een nieuwe ‘Hoe kunnen we …..?’ vraag formuleren. Ze moeten het echt allemaal met elkaar eens zijn en de energie voelen om deze vraag op te willen lossen. Komen ze er niet laat ze er dan een kiezen die er het dichtst bij komt.  (15 minuten).
  8. Vraag alle deelnemers hun vraag op een post-it te schrijven en ze individueel 20 ideeën te laten bedenken. Alles is goed. Stimuleer ze om ALLES wat in ze opkomt op  te schrijven. Elke idee, gedachte of zelfs woord leesbaar op een nieuwe post-it. Laat ze niet oordelen over hun ideeën. Het gaat in deze fase (divergentie) om de kwantiteit en niet om de kwaliteit. (10 minuten)
  9. Doe vervolgens plenair een aantal divergentie technieken zoals De Superheld. Laat ze hun favoriete superheld kiezen, opschrijven wat de bijzondere kwaliteiten/krachten zijn van hun superheld en bedenken hoe ze met een van die kwaliteiten/krachten hun vraag zouden kunnen oplossen. Je kunt ze ook een letter laten kiezen, ze vragen welk dier er met die letter begint en vragen hoe dat dier de vraag zou oplossen. Of een kleur laten kiezen. Aan welke plek ze denken bij die kleur en ze vragen hoe ze daar op die plek de vraag zouden oplossen. Kortom divergentie technieken die ze dwingen om op andere plekken in hun hoofd te zoeken naar oplossingen……en niet te oordelen. Laat ze alle ideeën weer (altijd!!!) oplossen. (15 minuten)
  10. Vraag deelnemers om hun beste idee te kiezen (convergeren) en speel om en om de Superdure Consultant. Hoe werkt de “Superdure consultant”? De Superdure Consultant vertelt zijn/haar idee. De andere luisteren aandachtig (tja want het is een superdure consultant. Die voor heeeeel veel geld dit idee heeft bedacht, dus zal het wel goed zijn). Vervolgens kunnen er kort nog wat vragen gesteld worden. Niet te lang het gaat hier niet om validatie. Vervolgens draait de Superdure Consultant vult zich met de rug naar de rest en noteert, zonder verder deel te nemen aan het gesprek alles wat de rest van het team aanvult. Zij beginnen met een “Ja! Wat een goed idee he!” Om het vervolgens aan te vullen met “En dan zou je ook nog……….” Het leuke van de oefening is is dat mensen gaan denken in mogelijkheden ipv beperkingen. De snelheid bevordert dit alleen maar. Houdt het tempo er dus in, je wilt niet dat men te lang nadenkt. Als je merkt dat de energie laag wordt stop je en laat je ze de volgende “superdure consultant” kiezen. (20 minuten)

Het is inmiddels 8.30

Ik moet wat supergoedkope consults gaan geven op HKU.

Wordt vervolgd.

 

 

Wel Kom

15 jun

welkom.001

Vanochtend vroeg stond ik op de Baanhoekweg bij de uitgang van Jachthaven Westergoot te wachten om over te steken. Het was al druk met allerlei verkeer. Auto’s, fietsen en voetgangers. Er kwam geen eind aan. Als laatste kwam er een langharige, oudere motorrijder op een nog oudere klassieke Harley heel langzaam aanrijden. En stapvoets toucheerde hij een voetganger die zonder te kijken op de weg van richting veranderde. Het leek in slowmotion te gaan. Ik zag het gebeuren en zag ook dat het niet ernstig was. De twee vervolgden ook, zonder er aandacht aan te schenken, hun weg. De weg was nu vrij en ik duwde heel voorzichtig de gammele en zware boodschappenwagen de schuine stoep af. Midden op de weg werd ik gewekt door de wekker.

Toen ik net in Googlemaps precies de plek op wilde zoeken belandde ik hier op de Baanhoekweg:

Schermafbeelding 2017-06-15 om 07.30.20.png

Klikkend vervolgde ik tot de precieze plek uit mijn  droom:

Schermafbeelding 2017-06-15 om 07.40.04Schermafbeelding 2017-06-15 om 07.39.28

De motorrijder was gewaarschuwd door het ‘pas op voetgangers’ bord. Maar wat deed ik daar? Met een gammele, zwaar beladen boodschappenwagen?

Is het omdat ik vanaf 1 juli na drie en half jaar antikraak wonen dakloos ben en nu op zoek ben om al mijn spullen op te slaan omdat ik 7 juli bijna 2 maanden naar Zuid Afrika ga?

Is het omdat ik volgende week met alle eerstejaars Design Thinking gebruik om oplossingen voor vluchtingen in ons land te bedenken?

En waarom daar op de Baanhoekweg?

Peter, weet jij het?

Gisteren had ik mijn goede vriend Daniel aan de lijn. Hij had het over mijn blog.

“Het gaat weer alle kanten op. Je bent weer helemaal terug.”

This is not goodbye.

This is welcome back.

 

 

 

New, now, here

6 jun

newnowhere.001

NOMA is een heel goed restaurant in Kopenhagen. Ik heb er zelf nog nooit gegeten maar mensen die er verstand van hebben wel en zij verkozen het meerdere malen tot beste restaurant ter wereld.

De afgelopen week heb ik twee docu’s gezien over NOMA.

https://www.npoplus.nl/play/3doc/2017-05-25/KN_1690542/303176

https://www.npo.nl/3doc/18-05-2017/KN_1690535

Nieuwsgierig naar hoe zij zo goed zijn en blijven. Wat zijn de ingrediënten van hun succes?

Afgezien van dat het allemaal gemotiveerde, kundige professionals zijn die onder  leiding van Rene Rezepi op de toppen van hun creatieve tenen lopen, is de zaterdagavond de basis van hun constante vernieuwing.

Op zaterdagavond wordt het personeel uitgedaagd om met nieuwe recepten te komen. Volgens drie simpele regels:

  1. Nieuw
  2. Lokaal
  3. Nu

Een vrijwillige poging tot het overwinnen van overbodige obstakels.

Is het nieuw?

Is het van hier?

Groeit het nu?

Vervolgens wordt het gerecht door iedereen geproefd en besloten of het op het menu komt of misschien nog een beetje moet worden aangepast. In presentatie bijvoorbeeld.

En dan kan het zomaar gebeuren dat je gefrituurd sperma op je bord krijgt. Of mieren op je garnaal.

Lekker.

 

 

 

 

Verdraagzaamheid

2 jun

verdraagzaamheid.001

“Ik heb met Kunstgrepen niet bedoeld dat het over kunst ging. Ik heb met Kunstgrepen bedoeld dat het over verdraagzaamheid ging. Ik heb vanaf de eerste uitzending altijd voor mezelf ook geweten dat het daar niet over ging maar dat inderdaad ging over die verdraagzaamheid. Dat het gaat over het vreemde dat je tegenover je krijgt, het rare, het schijnbaar…..onbegrijpelijke en dat je je best zou kunnen doen om je daar eens in te verdiepen. En dat bedoel ik met al die schilderijen, al die dingen die ik heb laten zien. Die duizenden die ik heb laten zien bedoel ik; dat zijn eigenlijk mensen en je kunt je best doen voor mensen. Daar gaat het eigenlijk over. Kunstgrepen heeft eigenlijk heel weinig met kunst te maken.”

Bovenstaande tekst is van Pierre Janssen uit de documentaire ‘De Kunstgrepen van Pierre Janssen’

https://www.npo.nl/andere-tijden/08-04-2017/VPWON_1267528

Ik vond het zo mooi verwoord dat ik het met mijn iPhone opnam en nu met jullie deel. Het was namelijk precies wat ik zelf voelde toen ik tijdens een training Visual Thinking Routines getest werd op mijn verdraagzaamheid. De training was twee dagen en ik was de enige man tussen 11 vrouwen. Ja er mag best wat meer testosteron in het kunsteducatieve domein. Enfin. De training was als volgt  opgebouwd; in de ochtend theorie en oefenen en in de middag naar het museum en zelf aan de slag. Donderdag het Rijks en vrijdag het Stedelijk. En dat werkte uitstekend. En vooral omdat ik me op een gegeven moment een zeer onverdraagzame en ongeduldige puber voelde op het moment dat we naar een foto moesten kijken……een half uur voor de pauze.

A View from an Apartment 2004-5 by Jeff Wall born 1946

De foto werd geprojecteerd op de muur.

Mijn eerste reactie was, “ok een foto van een appartement met uitzicht op een haven. Zullen we nu lunchen?”

De gemiddelde kijktijd van 9 seconden die er naar kunst in een museum wordt gekeken, haalde ik niet eens. Bij lange na niet. Na 5 seconden had ik ik het al gezien.

Maar ik kreeg ruim 2 minuten de tijd om te kijken en op te schrijven ‘Wat je zag’. Ik was blij dat mijn mobiel in mijn tas zat want ik voelde een onbeheersbare drang om me online te verbergen. Ik bedacht me dat dit nu precies het gevoel moest zijn van menig museumbezoeker. Een ‘ik ben niet de enige’ gedachte verbond me met de grote groep ‘onverdraagzamen ’. Ik besloot me over te geven aan de opdracht en op te schrijven wat ik zag.

Vervolgens deelden we onze observaties met elkaar en werden ze centraal op een flip-over gezet. En het mooie was dat ik meer zag door de observaties van de anderen die andere dingen waren opgevallen. We waren inmiddels bijna 10 minuten aan het kijken en delen. Mijn ongeduld was omgezet in een oprechte nieuwsgierigheid naar wat ik allemaal nog meer kon ontdekken en wat de anderen zagen.

In het tweede deel van de Thinking Routine ‘See, Think, Wonder’ neem je een aantal minuten de tijd om na te denken en op te schrijven ‘Waar het over gaat?’ Ook hier weer eerst individueel om e.e.a. vervolgens weer met elkaar te delen. Individueel, samen. Listen, Silent. Eerst het Wat bekijken en dan pas het ‘Waar het over gaat’.

Door ook dit weer na elkaar in alle rust met elkaar te delen, leerde ik dat iedereen andere betekenissen aan de observaties gaf. Wat het kijken een enorme verdieping gaf en me leerde dat je dingen van meerdere kanten kunt bezien en daar dus andere betekenissen aan kunt geven.

De 10 seconden waren inmiddels 15 minuten geworden en ik was benieuwd naar wat de volgende stap zou zijn. De derde stap van deze routine was de vraag ‘Welke vragen zijn er nog overgebleven?’ Zo vroeg een deelnemer zich af of de situatie echt was of in scene gezet. Zo kwamen er meer vragen voorbij waarbij ik dacht “Hoe kom je er op?” of “Wat een goede vraag!”. En steeds weer kijkend naar de foto die inmiddels echt tot leven was gekomen. Het leek of ik in het appartement was en ik als Tita Tovenaar alles en iedereen had stil gezet. Raar maar waar.

Ruim 20 minuten later was ik oprecht teleurgesteld toen de lunch werd aangekondigd.

Mijn ongeduld was omgeduld.

Een hardCOR lesje verdraagzaamheid.

 

Achteruitkijk

31 mei

achteruitkijk.001

Gelukkig zijn is je goed en slecht kunnen voelen maar voelen dat het klopt in een context van groei. Het zijn zo ongeveer de woorden van Gretchen Rubin die 12 maanden aandacht schonk aan 12 zaken die zij belangrijk vond in haar leven en daar vervolgens een heel inspirerend boek over schreef; The Happiness Project.

Het boek is een van mijn inspiraties geweest om mijn eigen Happiness Project te beginnen. Op 26 januari 2013 besloot ik alles wat ik wist over Design Thinking, ik had gedaan met design Thinking, ik wilde met Design Thinking en vooral wat ik nog niet wist over Design Thinking, nog nooit gedaan had met Design Thinking en wat ik allemaal kon met Design Thinking en uit wilde proberen, te delen op dit blog.

Een jaar lang zette ik de wekker om 6.00 uur, drukte een keer op snooze, zette een bak koffie, stak een kaarsje aan, schreef en publiceerde voor 7.00

Sommige van mijn lezers waren dat zo gewend dat ik een keer een bericht kreeg van een trouwe lezer waar de post bleef…..om 7.18

Ik kon met recht zeggen dat mijn blog de gedisciplineerde, vasthoudende verbeelding van mijn nieuwsgierigheid naar Design Thinking was. Na dat jaar printte ik alle verhalen uit en verbrandde ze samen met een aantal trouwe lezers in een kerk in Dordrecht. Het afsluiten van een jaar lang experiment voelde als een nieuw begin. Het telefoonnummer van de kerk was overigens 078 6 140167. 078 voor Dordrecht. Vervolgens beginnen alle nummers in Dordrecht met een 6 en 140167 is mijn geboortedatum. Mooier dan dat wordt het natuurlijk niet.

Inmiddels ben ik bijna 1.300 verhalen verder, heb in de tussentijd mijn master kunsteducatie gehaald en geef dit jaar op 4 continenten workshops en lezingen over Design Thinking. Ik kan met gepaste trots zeggen dat mijn rebranding campagne van Cor Noltee van Creatief naar Design Thinker geslaagd is. Maar toch voel ik me de laatste tijd onrustig en probeerde ik verschillende nieuwe formats om mezelf aan het schrijven te houden. Zo schreef ik een aantal weken in het Engels en maakte ik weken lang verbindingen in de kunstwereld. Niets hield ik vol. De regels die ik mezelf oplegde, zoals ik dat in het eerste jaar had gedaan, werkte niet. Ik kon de motivatie niet opbrengen om elke dag te schrijven en het toppunt was dat ik schreef om maar te publiceren.

Afgelopen weekend had ik het er met mijn vader over. Mijn pa is als jong ventje geïnspireerd door een Verkade uitgave over vetplanten en cactussen en  heeft vervolgens zijn hele leven gewijd aan het kweken, schrijven, fotograferen en delen van zijn kennis over cactussen en vetplanten. Ik heb een enorm respect voor hem. Wat een passie en toewijding. Tot op de dag van vandaag is hij nieuwsgierig naar wat er allemaal nog te ontdekken of in kaart te brengen is in de wereld van vetplanten en cactussen. Zo was hij laatst nog 10 dagen met drie mannen op ontdekking in Namaqualand, niet al te ver van zijn woonplaats Montagu in Zuid Afrika.

Ik denk dat ik een beetje van zijn focus en toewijding heb mogen proeven tijdens mijn eerste jaar bloggen en tijdens mijn ontwerponderzoek voor mijn master kunsteducatie. Maar na een jaar bloggen en 2 jaar studeren volgde zoals gezegd meerdere pogingen en mislukkingen om die focus vast te houden. En om in Rubin’s woorden te vervolgen, er klopte iets niet. Ik voelde me vaker slecht dan goed en had niet het gevoel dat ik groeide. Dus trok ik 8 mei de stekker eruit. De afgelopen 3 en half jaar had ik nog niet zo lang niet geschreven. Soms is het goed om even terug te kijken en te reflecteren zei mijn pa.

Dat is soms lastig voor iemand die vooruit wil.

Maar vooruit.

Vanaf vandaag weer elke dag.

 

 

To predict the future…

25 apr

topredictthefuture.001

Op de VPRO Tegenlicht pagina staat:

Tot vandaag was de wereldgeschiedenis een westers gecentreerde onderneming – gebaseerd op de stelling dat iedereen zou moeten zijn zoals wij, of tenminste zo zou moeten worden. Volgens de Britse historicus Peter Frankopan, schrijver van de wereldwijde bestseller ‘De Zijderoutes’, heeft het Westen zich op die manier volledig vervreemd van de rest van de wereld. Het oude Europa is in verval en de economische voorspoed in Azië, Afrika en Zuid-Amerika gaat aan onze neus voorbij. We hebben geen vrienden meer oostelijk van Venetië, zegt Frankopan. Het machtscentrum verschuift langs de lijnen van de nieuwe zijderoute, van west naar oost. Hoe zullen wij ons aan die nieuwe wereldorde moeten aanpassen?

En in de aflevering eindigt Frankopan met zijn favoriete quote uit zijn boek:

Schermafbeelding 2017-04-25 om 10.25.42Schermafbeelding 2017-04-25 om 10.25.47Schermafbeelding 2017-04-25 om 10.25.53Schermafbeelding 2017-04-25 om 10.25.58Schermafbeelding 2017-04-25 om 10.26.02Schermafbeelding 2017-04-25 om 10.26.10Schermafbeelding 2017-04-25 om 10.26.15Schermafbeelding 2017-04-25 om 10.26.19Schermafbeelding 2017-04-25 om 10.26.22Schermafbeelding 2017-04-25 om 10.26.28Schermafbeelding 2017-04-25 om 10.26.33

To predict the future

You don’t look ahead

You look around

Geen standaard verhaal

24 apr

geenstandaardverhaal.001

Vorige week ben ik ontsnapt. Ontsnapt aan de gevolgen van te weinig aandacht.

1 april heb ik mijn zwarte Ducati 900 super light weer van stal gehaald. Met nieuwe ketting en tandwielen. Rijdt beter dan ooit. Dankzij Ruud. Ruud doet het onderhoud en is goed. Heel goed. Ruud weet wat ie doet. Ik houd van vakmannen als Ruud. Die met hun handen maken  wat er niet goed uit ziet, vreemd klinkt of raar aanvoelt.

De eerste keer weer rijden is een geweldige ervaring. Zodra ik op mijn Ducati zit verandert mijn hele ‘zijn’. Daar helpt de outfit ook aan mee. Ik ben er van overtuigd dat ik beter rijd met motorpak. Het aantrekken is een opwarmer van de zintuigen die op vol vermogen moeten gaan presteren.

Enfin. Ik was op een mooie dag naar Utrecht gereden. Met de motor is dat max 50 minuten vanuit Dordrecht. Ook in de spits. Een augmented reality man-machine game met maar een leven. Volledige focus op de omgeving, vooruit kijkend, zoekend naar aanleidingen voor verandering. Rekening houdend en met respect voor de ander. Want niet iedereen is zo gefocust als ik en houdt rekening met de acceleratie van een motor. Opeens ben ik er.

Ik weet zeker dat in een niet al te verre toekomst motorrijden verboden wordt. Dan kijkt men terug en vraagt zich verbijsterd af dat dat mocht. Zittend op een motor met 130 km/uur over de snelweg. Je mocht zelfs iemand achterop nemen.

Tot die tijd geniet ik weer met volle teugen van mijn Italiaanse tweewieler.

Ik verheugde me dan ook om aan het eind van de dag van Utrecht naar Dordrecht te rijden.  Ik liep naar mijn motor die op zijn zijstandaard op de parkeerplaats achter HKU stond. Pakte met mijn linkerhand het stuur vast en zwaaide mijn rechter been over de motor heen en ging zitten. Met mijn linkervoet tikte ik de standaard in, zette mijn helm op, deed mijn handschoenen aan en deed de sleutel in het contact. Draaide de sleutel twee tikken naar rechts, schoof de choke uit, zette hem in zijn vrij en startte. Zonder het gas aan te raken, leerde ik van Ruud. Vervolgens duwde ik met mijn linkervoet de versnelling in zijn 1 en reed zachtjes weg, licht naar links sturend. Een harde klap en flinke duw van links en ik wist het meteen. Mijn standaard. Ik had hem terug getikt maar dat had ik niet gecontroleerd. Ik was te gretig, te graag wilde ik rijden.

Ik schrok me kapot en baalde van mezelf. Dit was onnodig en ik realiseerde me dat ik geluk had gehad. Als ik met standaard uit eerst naar rechts had gestuurd, snelheid had gemaakt en dan naar links gestuurd had……….ik wil er niet aan denken. Ik had echt geluk gehad. Wat een eikel was ik. Levensgevaarlijk. Een ongeluk zit in zo’n klein hoekje. Dit soort stommiteiten lopen soms dodelijk af.

Enfin. Ik keek of alles nog werkte. Ik kon schakelen, remmen en sturen en het leek OK. Totdat ik op de snelweg belandde en ik terug moest schakelen. Dat lukte niet. Rollend met de koppeling in en versnelling in zijn 5 probeerde ik terug te schakelen. Dat ging niet  . Mijn snelheid nam af en in zijn 5 met  20km/u gas geven vindt een Ducati niet fijn. Het lukte toch om met lage snelheid te blijven rijden en ik vond een manier om te schakelen. Eerst een beetje omhoog duwen en dan met een tik naar beneden. Ik legde toen nog niet de link met de standaard omdat ik daarvoor gewoon had kunnen schakelen. Toen even later ook mijn toerenteller uitviel werd het eng. Wat was er aan de hand? Ik was bang dat er iets ernstig mis was.

Op de P zag ik wat er was gebeurd. Door de klap was ook het stangetje van de versnelling gebogen. Nu ik dat wist, bedacht ik een nog beter schakelalternatief . Veilig kwam ik thuis. Ik klapte mijn standaard uit en liet de motor naar links zakken. En op het punt waar hij normaal tot stilstand komt, was er nog zeker 10 centimeter te gaan voordat de standaard de grond zou raken. Ik was blij dat ik het zo rustig aan had gedaan anders was de motor ook nog gevallen. Weer zittend op de motor opende ik de deur van het binnenterrein en reed naar mijn stalling. Onderweg zoekend naar een steen als steun, die ik snel vond en net van de grond kon pakken in mijn strakke leren pak. Wat een gedoe.

Ik belde meteen Ruud en kon de dag erna terecht. Maar daar kwam van alles tussen.

Een drukke week verder belde gisteren mijn goede vriend Arie. Arie is handig met staal, aluminium en maakt oa heel speciale precisie onderdelen voor de scheepvaart en vliegtuig industrie. Echt waanzinnig. Arie heeft niet alleen een geweldig technisch inzicht, veel ervaring en een geweldig netwerk, Arie is ook een estheet. Hij maakt het niet alleen werkend, het werkt ook nog eens mooi, en ziet er ook nog eens prachtig uit. Zo liet hij me vandaag de tassen zien die hij op zijn Ducati had gemonteerd. Ongelooflijk. Slim, sterk, makkelijk en stijlvol. Arie is een stijlvolle vakman en vandaag mocht ik meekijken hoe Arie mijn standaard ging maken. Arie keek, nam maten, probeerde, boorde gaten, sleep randen, soldeerde, zaagde en fikste het op een manier en met een snelheid waar mijn ‘makershart’ sneller van ging kloppen. Arie is een vakman en een vriend waar ik nog een hoop van leren kan.

Hier het stuk dat afgebroken was.

IMG_0336

Arie zei dat ik geluk had gehad. Dat mijn carter niet gescheurd was.

Ik heb geluk gehad.

En ben gelukkig met Arie.

Dank je wel Arie.