Archive | creativiteit RSS feed for this section

CORakel

16 sep

corakel.001

Voor het meeste wat we heel dag doen hoeven we geen originele en waardevolle oplossingen te bedenken. Als je voor een deur staat gaat je hand automatisch naar de klink, die je naar beneden duwt en de deur naar buiten. Je gaat niet bij elke deur een originele, waardevolle manier bedenken om aan de andere kant van die deur te komen. Voor het meeste wat de heel de dag doen hebben onze hersenen filevrije, goed verlichte snelwegen aangelegd die we gedachteloos nemen om te komen waar we willen zijn. Maar wat gebeurt er als die deur niet open gaat als je de klink naar beneden drukt en de deur naar voren? Zo was ik een keer in een kantoor en moest naar het toilet. Ik keek rond in de gang en zag een deur  waar ‘Toilet’ op stond. Mijn hand ging naar de klink en ik duwde de deur naar binnen; geen beweging in de deur. Conclusie: het toilet is bezet. Dus liep ik terug naar de vergaderruimte waar mijn collega’s zich bevonden en wachtte ik een aantal minuten. Toen ik na een minuut of 5, die veeeeeeeel langer duren met een volle blaas, nogmaals een poging waagde en het toilet nog niet vrij was, liep ik naar de receptie en vroeg de dame of er misschien nog een andere toilet was. De dame keek me verbaasd aan en vroeg me of ze alle 4 bezet waren. “Alle 4?” vroeg ik, waarop zij antwoordde dat er na de deur met ‘Toilet’ erop 4 heren en 4 dames toiletten bevonden. Ik had twee keer de klink naar beneden en de deur naar binnen geduwd zonder gewenst resultaat, de deur ging echter naar buiten open. Ik denk niet dat ik me ooit dommer heb gevoeld. Achteraf probeerde ik mijn actie goed te praten door te denken dat ik op het verkeerde been gezet was door het woord ‘Toilet’. Als er ‘Toiletten’ had gestaan was het nooit gebeurd. Ik had uiteindelijk hulp van een ander nodig voor de oplossing.

En ‘die ander’ kunnen we vaak goed gebruiken als we op cruisecontrole rondjes aan het rijden zijn op een rotonde zonder afslagen. Iemand die je uit je patroon haalt, een ruk aan het stuur geeft waardoor je je kapot schrikt, je koplampen een ander perpectief bieden, je geen idee hebt waar je heen gaat maar hoopt dat het goed komt.

Er zijn veel manieren om een ander licht op een probleem te laten schijnen. Mensen hebben de unieke kwaliteit zich dingen voor te stellen. Wij hebben verbeeldingskracht. Nike co-founder, Bill Bowerman zei, “If you have a body, you are an athlete.” Ik zeg;

als je hersenen hebt, ben je creatief.

En net als met atleten heb je goede creatieven en nog betere creatieven. En wat maakt de ene creatief beter dan de ander? Niet alleen het feit dat zij/hij meer verbeeldingskracht heeft maar dat zij/hij ook nieuwsgieriger, gedisciplineerder, vasthoudender is………… en beter kan samenwerken.

Maar laat ik me nu even focussen op verbeeldingskracht. Hoe kun je dat trainen? Hoe kun je beter worden in het verbeelden van andere mogelijkheden?

Laten we beginnen met het signaleren van een aantal blokkades die er kunnen optreden als je je verbeeldingskracht wilt aanspreken. Roger von Oech noemt er 10:

  1. Het juiste antwoord
  2. Dat is niet logisch
  3. Volg de regels
  4. Wees praktisch
  5. Het is geen spelletje!
  6. Dit is niet mijn gebied
  7. Doe niet zo gek
  8. Vermijd dubbelzinnigheid
  9. Fouten maken is fout
  10. Ik ben niet creatief

In ernstige gevallen van verbeeldingsloosheid kunnen meerdere blokkades elkaar snel opvolgen. Resulterend in “ik ben niet creatief” bevestigende gedachten. Het is interessant  deze blokkades waar te nemen (ernaar te luisteren; in Engels Listen) maar de stem in je hoofd ook het zwijgen op te leggen (in het Engels is Silent een anagram van Listen) en je vervolgens voor te stellen hoe iemand anders de vraag/het probleem zou oplossen en deze oplossing met open armen te ontvangen. Een bekende techniek is de Superheld; wie is je favoriete Superheld? Welke eigenschappen heeft deze superheld? Kies een eigenschap en zet deze eigenschap vervolgens in om de vraag/het probleem op te lossen. Belangrijk is dat je de kwaliteit van de oplossing niet beoordeelt. Het doel is je verbeeldingskracht te  vergroten om tot andere, originele ideeën te komen. Beoordelen doe je later.

Eigenlijk komen alle divergente denktechnieken op hetzelfde neer; het aannemen van een ander perspectief. Een van de leukste manieren die ik zelf veel gebruik zijn de Art Oracles; 50 kaarten gebaseerd op het leven en werk van 50 kunstenaars die je advies geven op drie niveaus; leven, werk en inspiratie:

artoracles2

Zullen we het proberen?

  1. Bedenk een vraag waar je wel wat hulp bij kunt gebruiken. Begin met Hoe……
  2. Reply, mail of WhatsApp me deze vraag.
  3. Kies een nummer tussen 0 en 51.
  4. Ik publiceer het advies van de kunstenaar

Ben benieuwd. Ik zit er klaar voor.

Om 11.35 kreeg ik de eerste vraag binnen via WhatsApp;

“Wat houdt mij op dit moment tegen? nummer 33”

Ik heb deze in overleg met de vraagsteller vertaald naar; Hoe kan ik mijn vrijheid nemen?

titian.jpg

De vraagsteller antwoordde:

“Ha, hier ben ik oprecht blij mee. Goeie gast die Titian, wil ik wel zijn.”

Waarop ik vroeg:

“Welke eigenschap van hem zou je willen inzetten?”

Antwoord:

“he remained competitive in style and production”

Waarop ik de vraagsteller vroeg:

Hoe zou je jouw stijl omschrijven?

Antwoord:

“mijn huidige stijl? Mmmmm, scherp maar soms iets te rationeel, terwijl de concepten waar ik het meest trots op ben juist avontuurlijk en ongebonden waren. Ik kan niet werken zonder een kern van waarheid maar verlang tegelijkertijd naar bevrijdende kunst. Gisteren nog met volle teugen genoten van La Grande Belleza”

Ik heb even overlegd met Titian en we zouden de vraagsteller willen uitdagen een avontuurlijk, ongebonden en oprecht compliment te verwoorden en dit live voor te lezen aan diegene.

 

Om 11.43 kreeg ik de volgende vraag:

Hoe kan ik het  laagdrempelige interventies maken om mensen van hun superego af te helpen? Nummer 47″

Het antwoord kwam van Superego Pablo Picasso:

pablopicasso

Waarop de vraag steller antwoordde:

“Tof. Picasso.”

En ik vroeg:

“En hoe helpt Picasso je?”

Antwoord:

“Picasso vertelt me om  niet te snel te convergeren en om mezelf uit te dagen het er niet te makkelijk van af te brengen.”

Waarop ik vroeg:

“Concreet? Wat zou Picasso met die Superego’s doen?”

Antwoord:

“Een affaire hebben? 🙂 Hij zou het waarschijnlijk abstraheren tot overkoepelende gedachten. Op een vernieuwende manier laten zien. Daarmee de weg vrijmaken voor een nieuwe stroming.”

 

Ik heb even overlegd met Pablo en adviseer je om de volgende keer de Superego’s letterlijk de mond te snoeren. Hoe dat mag je zelf bedenken. Doel is om ze in stilte met geometrische vormen (blokkendoos, (L)ego) hun inbreng vorm te laten geven en de groepsleden vervolgens een voor een te laten vertellen wat zij denken wat de opstelling betekent. De maker van de opstelling luistert in stilte met de rug naar de groep en schrijft zoveel mogelijk op van wat hij van de groep hoort.

 

 

 

 

 

 

Kikker slikken

17 aug

KIKKERSLIKKEN.001

Schrijven begon bij mij met een pen vastpakken en in een ongelinieerd A5 schriftje opschrijven wat ik dacht. Voordat ik begon met bloggen schreef ik 2,5 jaar elke ochtend in mijn Ochtendschrift en verbrandde of verscheurde (als ik bijvoorbeeld in een met brandmelders uitgerust hotel zat) mijn ochtendschrijfsels. Ik had deze oefening uit het boek van Julia Cameron, The Artist Way, en het leerde mij een paar belangrijke dingen:

  1. Het maakt niet uit hoe laat ik opsta, ik wil altijd blijven liggen. Dus kon ik net zo goed de wekker een uur eerder zetten;
  2. Met je hand in de vroege ochtend opschrijven wat je denkt voelt als het resetten van je harde schijf. Daarna douchen is het veel rustiger in je hoofd. Alle dingen waar je aan denkt in de vroege ochtend heb je namelijk al opgeschreven en weggedaan;
  3. Het is een geweldige Start oefening die me leerde dat elke actie begint met…………. actie. ‘Just Do It’ van Nike werkt niet voor mij. Als ik tegen mezelf, en al helemaal tegen een ander zeg, “ik ga het doen”, blokkeer ik. Ik doe het of doe het niet. Mark Twain zou het Ochtendschrijft waarschijnlijk anders zien; die zei dat als het eerste wat je iedere dag doet een levende kikker eten is, de rest alleen maar meevalt;
  4. Het verbranden van wat je hebt geschreven is een hardCOR training loslaten. Soms schrijf je namelijk dingen op die je heel graag wilt bewaren of delen. Dan toch de fik erin zetten is heeeeel bevrijdend……..en lastig;
  5. Het Ochtendschrift voelt als een kleine overwinning op je interne saboteur; de nee schuddende, met zijn middelvinger naar je wijzende Kabouter.

En die Kabouter was in de jaren bijna net zo groot geworden als mijn ego. Met als resultaat dat ik de Kunstenaar in mij en de weg volledig kwijt was.

Het schrijven in de ochtend zonder doel heeft me gek genoeg enorm geholpen juist die weg terug te vinden….naar mezelf. Want ik was die weg sinds de kleuterschool al kwijt.

Als ventje in de eerste klas van de kleuterschool was ik verslaafd aan de waterbak. Ken je die nog? Zo’n grote bak met water waar je met allerlei obstakels, radartjes, dammetjes en sluisjes controle over het water probeert te krijgen. En das belangrijk als je op een eiland (Dordrecht) en in Nederland (onder NAP) woont. Ik vond de waterbak zo fascinerend dat ik een heel slim systeem had bedacht waardoor ik ongeveer 3 keer zoveel met de waterbak speelde als mijn minder frauduleuze mede kleuters.

Als een volwassene mij in die tijd vroeg: “Corretje, wat wil je later worden?”, antwoordde ik steevast, vol enthousiasme en met gepaste trots: “Waterbakker!” Het merendeel zei dan doodleuk: “Oh wat leuk.” Om het vervolgens weer snel over voetbal en auto’s te hebben met leeftijdsgenoten.

De waterbak was mijn lust en mijn leven en ik droomde van een succesvol leven als de beste en jongste waterbakker op aarde. (ik heb het altijd gek gevonden waarom onze planeet geen Water heette btw). Want voor een goede waterbakker is altijd werk. En ik zou, als ik van school af zou gaan meer ervaring hebben dan menig ander. Mijn politie, brandweer en piloot wordende vriendjes begrepen er ook weinig van. Gelukkig kon ik aardig voetballen.

En toen gebeurde het. Het was de zomer van 1973. Juf Jansen vertelde dat het laatste dag voor de grote vakantie was. “Jullie zijn 6 weken vrij.”

“Maar ik kan toch wel gewoon naar school komen om met de waterbak te spelen?” vroeg ik hoopvol.

Het antwoord deed mijn ogen branden en bijtend op mijn lip rende ik naar huis. Thuis kreeg mijn moeder het “grote vakantie concept”, wat natuurlijk ook hopeloos ouderwets was/is, ook niet uitgelegd aan deze kleine werkloze waterbaker. Maar ze had wel een idee. We gingen naar de HEMA en kochten daar een emmer met allerlei waterbak attributen. En ze beloofde me dat we heel vaak naar het strand zouden gaan. Nou is het strand best leuk maar nadat de zoveelste kleuter in mijn waterbak stond te pissen was ik klaar voor de tweede klas van de kleuterschool. Zouden ze daar een nog grotere waterbak hebben, dacht ik, toen ik in de rij stond om de nieuwe juf een handje te geven. In de deuropening keek ik langs de benen van de juf op zoek naar de waterbak. “Hallo Cor. Ik ben juffrouw Jannie. Heb je een leuke vakantie gehad?”

“Ja” antwoordde ik. “Maar waar is de waterbak?”

En wat de juf toen zei, is voor altijd in mijn geheugen gegrift en mijn ziel gekrast. Ze zei:

“Corretje, daar ben je nu toch wel een beetje te oud voor geworden”

Te oud? Ik was 6!

Vanaf dat moment is het downhill gegaan met mijn schoolprestaties. Ik heb er jaren over gedaan om er weer achter te komen wat ik leuk vond en waar ik goed in was.

Ik geloof dat spel de belangrijkste en meest krachtige, aangeboren vaardigheid is om je te ontwikkelen en dingen te veranderen. En als ik er zo op terug kijk was het Ochtendschrift misschien wel het spel dat me weer op het pad richting mijn kunstenaarschap zette. En spel definieer ik (volgens Bernard Suits) als een vrijwillige poging tot het overwinnen van een overbodig obstakel.

Kikkers doorslikken als middel om dichter bij je Kunstenaarschap te komen.

Slik.

Alles Goed?

23 jun

ALLESGOED.001

Wow what a week. Dit was de drukste week van dit jaar.

Schreef ik ‘druk’? Schreef ik ‘dit jaar’?

Laat ik beginnen met die laatste. Ik denk van de afgelopen 51 jaar. En ik schreef ‘druk’. Wat een raar woord eigenlijk, druk. Ik heb iets met dat woord. Ik krijg het vaak te horen als antwoord als ik mensen vraag hoe het met ze gaat. Ongelooflijk hoeveel mensen dan zeggen ‘druk’. Ik vind het een ongelooflijk stom antwoord. Want wat wil je daarmee nu eigenlijk zeggen? Dat je (te) veel te doen hebt? Dat je je zaakjes niet op orde hebt? Zeg je met ‘druk’ dat je dat fijn vindt, druk zijn, of juist niet en vind je eigenlijk dat iemand anders wat van die druk van jou zou moeten overnemen? Of denk je misschien dat ik het interessant vind als jij zegt dat je druk bent. Denk je misschien dat ik denk dat je een beetje uit je neus zit te eten, dat je te weinig doet, lui bent of te weinig carrière maakt? Of zeg je dat je druk bent in de hoop dat ik ook zeg dat ik druk ben zodat we allebei een reden hebben om weer snel druk te gaan zitten doen.

Druk dus.

Het kan ook gebeuren dat iemand mij eerst vraagt. Ik krijg dan vaak de vraag ‘Alles goed?’ Een vriend van mij vraagt het me al jaren, echt al meer dan 10 jaar en steevast is mijn antwoord ‘Veel maar niet alles’.

Alles goed? Ja druk.

Gelukkig heb ik een oplossing gevonden in het boek van Jane McGonigal ‘SuperBetter’ The Power of Living Gamefully. Gefundeerd op wetenschappelijk onderzoek en gebaseerd op de ervaringen van meer dan een half miljoen mensen. Het kern van het boek is een simpel en transformatief idee; we kunnen dezelfde psychologische krachten, die we tonen als we games spelen, inzetten bij uitdagingen in het echte leven. Denk daarbij aan trauma’s, ziekten of gewoon een betere versie van jezelf worden. Kortom, de principes die in games werken, werken ook in het echte leven.

Ik ben groot fan van haar werk. Haar boeken en TED talks zijn een belangrijke inspiratie bron. En het leuke aan haar laatste boek is dat ze ook vol staan met zogenaamde Quests waarmee je op zeer eenvoudige wijze zelf kunt ervaren wat het is om te werken aan je

  • mentale
  • fysieke
  • emotionele en
  • sociale

weerstand.

Ik zal dat even kort toelichten. Deze slides komen uit een presentatie over Speelsheid die ik gaf aan docenten op HKU en leggen de 4 krachten uit.HKU_playfulness_29012018.001HKU_playfulness_29012018.002HKU_playfulness_29012018.003HKU_playfulness_29012018.004HKU_playfulness_29012018.005HKU_playfulness_29012018.006HKU_playfulness_29012018.007HKU_playfulness_29012018.008HKU_playfulness_29012018.009HKU_playfulness_29012018.010HKU_playfulness_29012018.011

Heb je er een geprobeerd?

Maar even terug naar mijn verhaal over druk  als antwoord op de vraag hoe het met je gaat.

Als iemand mij tegenwoordig vraagt hoe het met me gaat dan is mijn antwoord “ik geef mijn dag tot nu toe een (hier vul ik een cijfer tussen 0-10 in) en vraag vervolgens direct wat hun cijfer is. Om na het gegeven cijfer vervolgens te vragen “Is er iets wat ik kan doen om dat cijfer met 1 punt te verhogen?” Enigszins realistische verzoeken voer ik direct uit. Zo gaf ik de afgelopen tijd een massage, stuurde ik een hilarisch filmpje, rende ik de trap op en af en haalde ik voor een de garderobe dame in Tivoli een bakje thee.

De eerste keer dat ik dit uitprobeerde was uit het boek van Jane en heet Plus-One Better (pagina 71)

Hoe deze werkt?

Ik leg hem uit als je het NU probeert.

OK?

Mooi.

Gaat ie.

Kies drie mensen.

  1. iemand die graag iets van je hoort
  2. iemand waar jij graag iets van hoort
  3. iemand die verbaasd zal zijn als ie iets van je hoort

Nu heb je een keuze.

Easy is keuze 1

Medium is keuze  1 en 2

Hard is alle drie.

Vervolgens stuur je ze NU een WhatsApp, sms, mail, FB bericht of postduif en vraag je:

“Als je je dag tot nu een cijfer zou moeten geven tussen 0-10 wat zou dat cijfer dan zijn?”

Het grote wachten ia aangebroken. Heb je al antwoord?

Reageer op de antwoorden met het volgende bericht:

“Is er iets wat ik kan doen om dat cijfer met een punt te verhogen?”

Ik las net deze post voor aan mijn hele goede (fiets) vriend Jacco die met keelontsteking op bed ligt. Hij gaf ondanks die keelontsteking de dag een 8 en ik kan daar een 9 van maken als ik van deze post een podcast maak.

Dus is stop nu even met schrijven want ga nu druk doen met hoe ik een een podcast kan maken.

 

 

Pluk de Stad

13 jun

PLUKDESTAD.001

“You eat, learn and cook what you grew up with… What would happen if we change our perception and let other senses guide our way in the kitchen?”

Bovenstaande quote heb ik van Valerie Kuster en postte ik eerder.

Wel eens gekookt zonder recept? Of met het enige dat je nog in de (koel)kast had? Heb je wel eens gekookt met ingrediënten die je zelf ‘plukte’ of zelf verbouwde? Zoals Cees? Ooit  had ik samen met twaalf Summerschool studenten een workshop Symfonie bij Valerie Op het Dak in Rotterdam. Na een leerzame en inspirerende presentatie over onze eet, koop en kook gewoonten gingen we het dak op. De grootste dakakker van Europa. Op zoek naar ingrediënten voor de lunch. De opdracht was om  juist die ingrediënten te kiezen die we niet kenden of ons bijvoorbeeld lieten leiden door een kleur. Een mooie oefening loslaten. Iets kiezen wat je normaal nooit zou kiezen of omdat je het juist NIET kent.

Alle twaalf studenten kozen elk een eigen kleurpallet waar ze, de door hun gekozen ingrediënten op etaleerden:

foodgreen

foodpink

foodyellow

foodgrey

Vervolgens werden de twaalf kunststukjes gefotografeerd, uitgeprint en naast elkaar opgehangen.

12food

Daarna  maakte Valerie 3 groepjes van vier. Deze 4 tallen moesten in overleg met elkaar een nieuw pallet maken die de basis vormde voor de gezamenlijk te maken lunch.

foodfour

Het was een mooie ervaring waar eetverhalen en tradities van over de hele wereld werden gedeeld. Het team moest samenwerken om uiteindelijk een lunch op tafel te krijgen. Het was een geweldige teambuilder en een krachtige oefening loslaten om vervolgens letterlijk onze tanden in te zetten en te genieten van de heerlijke Food Symfonieën.

Straks zie ik Valerie weer Op het Dak. Aanleiding was het boek van John Thackara, How to thrive in the next economy, wat ik aan het lezen ben. Ik las er dat Claud Biemans (niet Claudia John) ontdekt heeft dat er in haar stad op een vierkante kilometer 300 verschillende plantensoorten huisden, vergeleken met 50 verschillende op een zelfde dichtbij gelegen oppervlakte “managed countryside”. Claud: “Bijen weten dit heel goed en zijn tegenwoordig meer in steden te vinden.”

Verder las ik dat Claud wandelingen organiseert waar ze mensen langs de ecologische hoekjes en gaatjes in de stad leidt en laat zien waar planten niet alleen overleven maar juist floreren. Want, zo las ik verder, “veel van deze stadsnatuur is eetbaar. Kruiden, blaadjes en eetbare bloemen groeien op muren en stoepen.

En over Lynn Shore van Urban Herbology. Zij is een van een groeiende groep stads foerageurs (is dat Nederlands?) en helpt stadsbewoners kruiden te zoeken, ermee te koken en te leren over medicinale samenstellingen.

Ik legde via LinkedIn contact met beide dames maar bedacht me later dat Valerie en Op het dak een stuk ‘dichterbij’ zijn. Dus zitten we straks op het dak om Into the Wild City of Rotterdam te bespreken. Een idee om te overleven in de stad met wat de natuur te bieden heeft. Wil je de hoogte blijven van de datum wanneer we Into the Wild City van Rotterdam gaan? Stuur mij dan een mailtje; cornoltee@mac.com

Pluk de Dag.

Dag!

 

 

 

Zie zo Caro

5 jun

ziezocaro.001

Zo. Daar ben ik weer. Na maanden van lezen, luisteren, reflecteren, twijfelen, net niet beginnen, zit ik nu weer ouderwets te typen. Mijn vertrouwde rode vlak, zwarte en witte 7% versmalde Helvetica Kapitalen hoopvol aanstarend naar wat er komen gaat. Deze keer geen beloftes van dat ik het elke dag ga doen, een jaar lang of alleen over duurzaamheid of spel of biomimicry ga hebben. Nee deze keer omdat het gewoon weer tijd werd en omdat Caro me net vertelde dat ze mijn posts miste.

Ik wil het er niet te lang over hebben.

Hiero. Ik ben er weer.

En waar zal ik eens beginnen. Er is niet echt een begin te duiden. Het is een lang en traag  proces geweest. Daniel Pink zou het Drive noemen. Volgens hem worden mensen gedreven door doel (zingeving), eigen keuzes (autonomie) en ergens beter in worden.

Ik wil beter worden in hoe we manieren kunnen bedenken en uitproberen om de wereld beter achter te laten voor onze (klein)kinderen. Een geweldig voorbeeld las ik in het FAN TAS TISCHE boek van John Thackara, How to Thrive in the Next Economy. Thackara ken ik als directeur van het voormalig Nederlands Vormgevingsinstituut en de door hen georganiseerde Doors of Perception congressen. De eerste was in 1993:

‘In 1993 organiseerde het instituut in samenwerking met Mediamatic en de Amsterdamse Maatschappij voor Oude en Nieuwe Media de eerste Doors of Perception-conferentie in de RAI Amsterdam. Zo’n tweehonderd specialisten op het gebied van nieuwe media en computernetwerken samen met ecologisch geïnteresseerden oplossingen voor een duurzamere wereld zochten.[2] De conferentie was oorspronkelijk gepland in het Stedelijk Museum, maar door toenemende animo werd deze verplaatst.[3]”

Erop terugkijkend was dat misschien wel het begin van het inzicht dat Design een positief verschil kan maken. Ik zag er het geweldige werk van Toshio Iwai. Zijn musical insects en Team Work Station waren technologische openbaringen voor me. Voorbeelden waarbij technologie en mensen samensmelten in een leer omgeving.

Of was het die keer dat ik samen met mijn vriend RenéPaul bij V2, Instituut voor de Instabiele Media was? Toendertijd nog gevestigd in Den Bosch. In de grote ruimte, waar René en ik de enige bezoekers waren, stond een groot, strak opgemaakt 2 persoons bed. Een installatie van Paul Sermon, genaamd Telematic Dreaming. Van bovenaf werden er mooie beelden van wolken op geprojecteerd. Precies op het witte bed. Ik liep naar de rand van het bed en stond te genieten van de mooie beelden op dit, toch ietwat vreemde projectiescherm. Opeens verscheen er  een vrouw in een sexy nachthemdje op het bed. Zij was van boven gefilmd en werd van boven geprojecteerd door de beamer die boven het bed hing. Hmmmm…….interessant….hoorde ik mezelf denken. Ik stond aan de rechterkant van het bed en zij verscheen aan de linkerkant op het bed. Ze schuifelde wat over het bed en bleef op een gegeven moment precies stil zitten waar ik stond. Da’s toevallig, dacht ik nog. Het werd wel heel toevallig toen ze met beide armen van de rand van het bed waar ik stond naar achteren bewoog om aan te geven dat ik ook op bed moest komen. Ik trapte mijn schoenen uit en ging net als zij op het bed zitten. Ze bewoog haar handen precies langs mijn benen en het was alsof ik haar echt voelde. Het voelde een beetje alsof je voor het eerst met een vriendinnetje naar de bioscoop gaat en je haar hand net niet aanraakt terwijl je naar de film zit te kijken maar eigenlijk alleen maar denkt aan de ruimte tussen de hand van jou en haar. Heel spannend dus. Op een gegeven moment ging ik op mijn rug liggen met mijn hoofd op het kussen. Zij kwam op haar zij naast me liggen en bewoog haar hand langzaam van mijn hoofd naar mijn buik. Het was alsof me streelde. Toen ze zich op haar rechter zij draaide met haar knieen opgetrokken ging ik precies zo liggen. Lepeltje aan lepeltje. Mijn hart bonsde in mijn keel. Het leek wel of ik vreemd ging.  Toen ik mijn hand van haar hoofd naar haar kont bewoog sprong ze van het bed af en was het afgelopen.

Het was 1993 en de dame bevond zich op een zelfde formaat bed in een kamer een aantal straten verderop. Op vier monitoren rondom het bed kon zij precies zien waar ik me bevond in.  De videoverbindingen werden gemaakt door 3 dubbele ISDN verbindingen. Het met camera’s en beeldschermen verplaatsen in andere ruimtes heeft me altijd gefascineerd en oa geinspireerd tot het bouwen van de CamCar. 

25 jaar geleden waren er nog dure, driedubbele ISDN verbindingen, grote camera’s en beamers nodig om videocontact en interactie mogelijk te maken. Nu heeft zelfs mijn 83 jarige vriend Cees een Samsung Szoveel en een iPad.  Het is heeeeeel hard gegaan de afgelopen 25 jaar. En wat betekent dit allemaal?

Maar ik dwaal af. Heerlijk.

Ik wilde het hebben over het voorbeeld dat ik in Thackara’s boek las. Een voorbeeld van hoe we de wereld beter achter kunnen laten. Het staat op pagina 55 van zijn boek How to Thrive in the Next Economy, hoofdstuk 4 MAKE ROOM! MAKE ROOM!

Hij stelt hier de vraag of depaving (het ontdoen van wegen en bebouwing) genoeg land kan vrijmaken om een explosief groeiende populatie te voeden. Wegen en parkings bedekken meer dan 50% van de meeste stads-en winkelcentra; in stadscentra in alleen al de V.S. bevinden zich 2.000.000.000 parkeerplaatsen. Met zo’n gemiddeld 4 per parkeerplaats kunnen we daar dus makkelijk alle mensen op de wereld kwijt. Mooi scenario voor een Walking Dead Sequel.

Nu is 2 miljard parkeerplaatsen heel en het terugbrengen van beton naar vruchtbare grond een enorme klus, dus bedacht een stel uit Turijn het volgende;

Laten we onze kinderen een stuk vruchtbare grond geven. Het stel had de grond verkregen uit een erfenis maar moesten daarvoor eerst een paar betonnen garages slopen die erop stonden. Het was ongelooflijk veel werk; beton moest geknipt en gebroken worden en de brokken afgevoerd. Het vruchtbaar maken van de grond kostte truckladingen  vol vuil, houtskool en meer. Het zal ongetwijfeld een lang, duur en vuil werk geweest zijn. Maar het was vooral een disruptief idee. Heus omdenken. Want normaal gesproken ga je weer bouwen op een vrijgekomen stuk grond, toch? Afbreken om er vruchtbare grond van te maken is in ieder geval nog nooit bij mij opgekomen.

Bij het stel in Turijn dus wel. Het eindresultaat was een stuk grond waar gras en bloemen groeien. Slecht tientallen vierkante meters, niets in vergelijking met de resterende 1.000.000.000.000 maar het is een eerste stap.

Deze post voelt ook weer als een eerste stap. Ik loop weer.

Dank je Caro.

 

Fran Tastic

5 nov

frantastic.001

Fran Edgerley is een van de oprichters van Assemble, een design/kunst/architect collectief in Londen. Ik ontmoette Fran in Queretaro waar we allebei sprekers waren op een congres over design en architectuur. ‘Haar’ collectief won de Turner Prize in 2015. Wikipedia daarover:

De Turner Prize, genoemd naar de Engelse schilder William Turner, is een jaarlijks toe te kennen prijs voor een Brits kunstenaar onder de vijftig.

De organisatie ligt bij de Tate Gallery en is ingesteld in 1984. Het is publicitair Engelands belangrijkste kunstprijs geworden. De prijs wordt tegenwoordig het meest geassocieerd met conceptuele kunst, alhoewel alle kunstvormen meedingen en menig schilder de prijs heeft gewonnen.

Sinds 2004 bedraagt het prijzengeld £40,000.

De prijs is zowat het equivalent van de Prijs Jonge Belgische Schilderkunst in België, de Prix Marcel Duchamp in Frankrijk en The Vincent Award in Nederland.

Tot vandaag was ik in de veronderstelling dat zij het eerste collectief waren die de vooraanstaande prijs wonnen. Maar op de lijst van de winnaars zie ik ook ‘The Otolith Group’ staan. Klikkend naar hun website lees ik dat het om een kunstenaars duo gaat. Dat is iets anders dan een collectief. Assemble begon met 16. OK. Ander verschil is dat Assemble geen kunstenaars collectief is maar een collectief van zeer divers pluimage. Laat ik ze makers noemen. Makers die gewenste situaties maken. Makers die dingen laten gebeuren. Samen werken door samen te maken. Het gaat ze om het samen maken, het proces, niet zozeer om de uitkomst, vertelde Fran in haar presentatie. Van hun website vertaal ik:

In haar projecten probeert Assemble de typische disconnectie tussen het publiek en het proces waarmee plaatsen worden gemaakt aan te pakken. Ze hanteren daarbij een aanpak waarbij men onderling afhankelijk is en samen werkt. Tevens proberen ze  het publiek actief als deelnemer te betrekken in de realisatie van hun projecten.

Je zou het social design kunnen noemen.

Tijdens haar presentatie vertelde ze over hun eerste project; The Cineroleum.

The Cineroleum was een eigen initiatief dat een verlaten benzine station in Londen transformeerde in een bioscoop.

Exif_JPEG_PICTURE

Het project was een experiment voor de verkenning van het potentieel voor het hergebruik  van de 4.000 verlaten benzine stations in Engeland. Tevens was The Cineroleum een improvisatie op de rijke iconografie en de decadente interieurs uit de gouden tijd van de film theaters.

cineroleum_gordijn

Klassieke elementen werden  opnieuw ontworpen voor de ‘langs de weg’  locatie, gebruik makend van goedkoop industrieel materiaal, gebruikte of gedoneerde materialen.

Klapstoelen van steigerhout, school tafels en banken werden bekleed met formica en het auditorium werd omsloten door een drie kilometer lang met de hand genaaid harmonica gordijn.

Cineroleum_Zander_animation5cineroleum_proces

Het duidelijk zichtbaar met de hand gemaakte Cineroleum werd ter plekke gebouwd door een team van meer dan 100 vrijwilligers. Samen lerend en experimenterend geholpen door de tijdens het prototype proces geschreven handleidingen. Fix it as you go.

Anders dan de buiten de stad multiplex bioscopen vierde The Cineroleum juist de sociale ervaring van het naar de film gaan. Van de popcorn machine en de bar in de oude benzinepompshop tot het filmprogramma van toegankelijke klassiekers.

Afgescheiden van de drukste eenbaansweg in Europa door een gordijn bood The Cineroleum plek voor collectief escapisme en een publiek spektakel voor de voorbijgangers. Aan het eind van de film ging het gordijn omhoog daarmee het publiek van de verbeelding van de film weer in het dagelijks theater van de straat duwend.

cineroleum_theend

Ik ben Fan van Fran.

 

 

Te gek hoe een balletje kan rollen

20 jul

KNIKKER.001

Eergisteren gaf ik een Design Thinking college op de universiteit van Stellenbosch. Ik had mezelf min of meer uitgenodigd via kennissen van mijn vader waarvan ik wist dat hun dochter daar professor is. Ik kreeg een plek in hun Visiting Artists Program en na het college kwam er een student naar me toe die vroeg of ik de Marble Machine kende. Het spel en design element uit mijn college deed haar denken aan de Marble Machine van Wintergatan, een Zweedse kunstenaar/muzikant. Ik vertelde haar dat ik hem niet kende en vroeg haar of ze me wilde mailen. Dat deed ze gisteren en WOW wat is dit gaaf.

Komt het omdat ik vroeger een fervent knikkeraar was of omdat ik gefascineerd ben door alles wat rolt? Of was ik geraakt door de schoonheid van de machine? Hoe alles met elkaar samenwerkte, de interactie van mens, machine en knikkers? En het klinkt ook nog eens geweldig. Ik vind het ook gewoon een heerlijk nummer. Dat al meer dan 50.000.000 keer is bekeken op youtube.

En wat blijkt, Martin Molin, de maker, had een paar jaar geleden Museum Speelklok in Utrecht bezocht en was zo geïnspireerd geraakt door de collectie dat hij vervolgens met het bouwen van de knikkermachine begon. Het heeft hem uiteindelijk 14 maanden, 3000 schroeven, heel veel platen mutliplex en 2000 knikkers gekost maar het resultaat is GE-WEL-DIG! En tot 20 augustus te zien in Museum Speelklok in Utrecht

Helaas ben ik tot 24 augustus in Zuid Afrika.

Gek hoe een balletje kan rollen.

Ik rol weer verder met mijn Volkswagen Machine.

IMG_1048

 

 

After B.C.

8 jul

AFTERBC.001

Gisterochtend ging mijn wekker om 03.00. Om 04.58 nam ik afscheid van mijn zoon op Schiphol die om 6.00 weer moest werken in Dordrecht. Vervolgens vloog ik om 7.15 naar Parijs waar ik een uur had om over te stappen in het vliegtuig naar Kaapstad. Alles liep op rolletjes tot ik bij stoel 6e kwam. Ik was in het Businessclass deel beland. Ik liep terug naar de stewardess en liet mijn boardingpas zien ter controle. Allervriendelijkst wees ze naar de stoel waar ik net mijn koffer op had gezet. We moesten nog opstijgen maar ik was geland. Op een klein eiland in BC. Met de stoel in slaapstand kon ik mijn 1 meter 84 helemaal strekken en naast me was mijn stoel leeg. Hier was duidelijk iets goed fout gegaan in mijn voordeel. Ik hield mijn schoenen nog maar even aan mocht ik me toch nog moeten verplaatsen naar een Economy Class stoel in het midden met naast me Billie en Bessie Turf. Maar na de champagne gingen mijn schoenen uit liet ik me de Sushi en de Chablis heerlijk smaken. Bijna 12 uur later stapte ik het vliegtuig uit in Kaapstad alsof ik een power nap had gedaan op mijn bank. Ik heb echt nooit overwogen om Businessclass te vliegen. Mijn budget staat dat niet toe. Maar nu ben ik verwend. Bedankt Air France…..voor het verpesten van mijn toekomstige Economy Class vluchten.

Dijksterhuis is (te) gek

6 jul

dijksterhuisisgek.001

Morgen vlieg ik naar Kaapstad maar ik ben al dagen op reis. Want wie niet reist is gek. Met niet tussen haakjes. Als dagen maken mijn hersenen kilometers in het nieuwe boek van Ap Dijksterhuis. Ik las eerder het geweldige ‘Het slimme onbewuste.’ van hem. Een echte aanrader over de werking van ons onbewuste en hoe je dat slim inzet bij het maken van beslissingen en het oplossen van vraagstukken.

wienietreistisgek_dijksterhuis

In zijn nieuwe boek neemt Dijksterhuis je mee op zijn vele reizen en licht zijn ervaringen  soms (te weinig naar mijn idee) toe met wetenschappelijk onderzoek. Een voorbeeld deel ik graag met jullie.

Stel….

wienietreistisgek.jpg

Nu vraag ik me een ding af.

Weet degene die van mij geld krijgt hoe groot het deel is dat ik weggeef?

Want dat maakt uit toch?

Anyways.

Voor de master kunsteducatie schreef ik een businessplan voor mij ‘Designthinking by Doing’ workshops. Een van de doelstellingen was meer workshops in het buitenland. Werk en reizen.

Want daar word ik gelukkig van.

Dit jaar is een heel gelukkig jaar hard werken en veel reizen. Milaan, Shanghai, Stellenbosch, Mexico en De Lier. 4 continenten in een jaar. Dat is een reCORd.

Volgend jaar Australië erbij.

Dan ben ik blij.

 

 

Kill your darlings

5 jul

killings.001

Weet je wat ik altijd heel lastig vind? Brainstormen met een groep als ik van te voren zelf al een heeeeeeel goed idee heb.

Ik vind het dan heeeeeeel moeilijk om nog naar andere ideeën te luisteren.

listensilent.001

En vind het heeeeeeel moeilijk om stil te zijn want het liefst vertel ik alleen maar over mijn fantastische idee.

listensilent.002

Gelukkig heeft Julia Cameron me leren loslaten. HardCOR loslaten. Bijna drie jaar schreef ik elke ochtend een pagina in mijn ochtendschrift zonder lijntjes met mijn rechterhand. Gewoon wat in je opkomt. Je blijft schrijven ook als je niet weet wat je moet schrijven. Dat schrijf je dat op ‘ik weet niet wat ik moet schrijven.’ Als je je pagina vol hebt geschreven dan verscheur of verbrandt (pas op in hotelkamers met rookmelders) wat je net geschreven hebt. En soms wil je dat echt niet omdat je wat je net geschreven hebt heel graag terug wilt lezen, of bewaren, of aan een ander wilt laten lezen, of welke andere hele goede reden je ook bedenkt om het te bewaren.

Maar dat mag niet van Julia dus dan doe je dat niet. Ik heb ochtenden gehad dat ik overwoog om maar te stoppen met het ochtendschrijfritueel zodat ik dat ene blaadje kon bewaren. Soms leken de blaadjes wel kilo’s te wegen en kreeg ik ze bijna niet verscheurd. Alsof ik een stukje van mezelf weggooide. Ik weet niet hoe eea psychologisch  werkt maar daarna voelde ik me juist in die gevallen enorm bevrijd. ‘Kill your darlings’ noemen sommige dat.

Gisteren en eergisteren gaf ik een workshop Design Thinking voor een groep internationale studenten waarvan ik wist dat een aantal al heeeeeele goede ideeën hadden. Dus kreeg iedereen gisterenochtend als opwarmingsoefening een A4tje met de vraag om daar in hun eigen taal op te schrijven wat ze dachten, en te blijven schrijven. Niet opkijken blijven schrijven. Ik stond met mijn laser voor de groep en richtte mijn laser op hun schrift bij aarzelingen. Na een minuut of twee werden de eerste schrijfhanden al gewapperd en vingers gestrekt. Ik verliet vervolgens het lokaal om drie minuten later terug te komen. Iedereen zat nog keurig te schrijven. Toen de eerste student zijn blaadje omdraaide om daar verder te schrijven bedankte ik iedereen en vroeg ze hoe ze zich voelden. Dat varieerde van ‘energiek’ tot ‘relaxt’. Van ‘all over the place’ tot ‘super gefocust’. Een student vertelde trots dat hij tot een belangrijk inzicht was gekomen en hield het blaadje als een groot geschenk vast.  We wisselden nog wat ervaringen en vroeg de groep vervolgens om hun blaadje te verscheuren. Vertwijfeling en onrust vulde het lokaal. Serieus? Ja echt waar. Ik was al gaan rondlopen met een klein vuilniszakje en vroeg iedereen zijn verscheurde ochtendschrijfsel in het vuilniszakje te stoppen. Weigeringen sloeg ik streng af en dwong ze toch echt hun schrijfsel los te laten. Toen ik bij de student met het grote geschenk aankwam zag ik dat hij een leeg blaadje in het vuilniszakje stopte en op zijn ochtendsschrijfsel was gaan zitten. Wat strenge steeds dichterbij komende blikken deden hem uiteindelijk afstand doen van zijn geschenk.

Ik hing het vuilniszakje aan de muur en vroeg de groep hoe ze zich voelde. Emoties gierden door het lokaal. Verdriet, euforie, vreugde en boosheid. Het hele emotionele spectrum kwam voorbij.

De student die net zijn grote geschenk was kwijt geraakt zat er verslagen bij maar langzaam kwam er een glimlach op zijn gezicht. Het loslaten was begonnen. Met een laatste blik op het graf van zijn lieveling maakte hij ruimte voor nieuwe ideeën.

Ik zag hem gedurende de dag nog wel af en toe melancholiek naar zijn verscheurde lieveling in het vuilniszakje kijken.

vuiliszakje.jpg