Tag Archives: kunsteducatie

Laat je verwonderen

26 dec

Schermafbeelding 2016-12-26 om 12.13.18.png

In de zesdelige televisieserie ‘Tuinen van Verwondering’ staan kunst en natuur centraal. Ernst Veen, oud-directeur van De Nieuwe Kerk en De Hermitage in Amsterdam, neemt je mee naar de mooiste beeldentuinen ter wereld. In onder andere Zuid-Frankrijk, Italië, Noorwegen en Brazilië hoort hij de verhalen achter de kunstwerken. Elke donderdag van 3 november t/m 8 december om 21.20 uur op NPO 2.

Heeft iemand deze serie gezien? Ik heb een aflevering gezien en vond het zeer de moeite waard. Ik kwam er achter dat Veen geen kunsthistoricus is en misschien daarom echt verwonderd is. Soms heeft hij gewoon geen woorden voor zijn verwondering  en dat is misschien wel mooier dan een uitvoerig betoog over het maakproces of de motivatie van de maker. Hij laat de kijker zelf kijken, verwonderen. Met een kinderlijk enthousiasme en de stem van Sinterklaas. Als dat geen mooi Kerstkado is.

Dus hierbij de link naar de Tuinen van Verwondering.

Laat je verwonderen. 35 minuten per aflevering.

http://www.ntr.nl/Tuinen-van-Verwondering/222

En/of beluister het radio interview met Veen hier.

 

Incubatie fontein

25 jul

Ik hoop niet dat de posts van de afgelopen dagen hebben geleid tot ongemakkelijke situaties in de familiesfeer. Zo ongemakkelijk als in Festen zal het waarschijnlijk niet geweest zijn.

Ongemakkelijk is een mooi bruggetje naar over wie ik het vandaag wil hebben; Marcel Duchamp. De man die de kunstwereld op zijn kop zetten met Fountain. Het omgedraaide urinoir dat hij in 1917 onder het Pseudoniem R. Mutt indiende als bijdrage aan de eerste jaarlijkse show van de Society of Independent Artists in het Grand Central Palace in New York. Fountain werd door de commissie waar Duchamp ook deel van uitmaakte afgewezen, terwijl in principe alle werken van kunstenaars die een bijdrage betaalden, geaccepteerd werden. Uit verontwaardiging over deze afwijzing zegde Duchamps zijn positie in het bestuur van de vereniging op. Het werk werd in plaats daarvan tentoongesteld in de studio van fotograaf Alfred Stiegitz en hier ook gefotografeerd.

Ik geloof dat er op dit moment 17 Fountains in omloop zijn. Het origineel is er niet meer. daar is slechts nog een foto van:

Fountain-Bron-Marcel-Duchamp-foto-Alfred-Stieglitz

Met Fountain moet ik aan twee dingen denken.

Ten eerste omdat het op zijn kop zetten van een bestaand voorwerp en dat bestempelen als kunst zo nieuw was dat menig kunstkenner niet wist wat hij/zij er mee aan moest. Duchamp stelde hiermee de vraag “Wat is kunst?” Moet kunst door de kunstenaar gemaakt zijn om kunst te mogen zijn. Nam hij hiermee de kunstwereld in de zeik of was het gezien de ontwikkelingen in de (kunst)wereld een bloedserieuze uitdaging dat we een nieuw perspectief nodig hadden om naar de wereld te kijken?

Ten tweede omdat in retrospectief ik Fountain een prachtige metafoor vind voor een van de fases van het creatieve proces zoals Wallas deze een kleine 10 jaar later benoemd in The Art of Thought; preparatie, incubatie, illuminatie en verificatie. Het omgedraaide urinoir als metafoor voor incubatie. Het bewuste even loslaten om het 200.000 keer snellere en oneindig veel grotere onbewuste aan het werk te zetten. Zou het feit dat er urinoirs zijn waar mannen de eenvoudige taak moeten volbrengen in de pot te pissen de reden zijn dat er meer mannelijke uitvinders zijn die tot illuminatie komen dan vrouwen? Of is zittend plassen minstens zo effectief om tot nieuwe inzichten te komen.

Duchamp weet als geen ander wat het is om te pauzeren tijdens het creatieve proces. Zijn Etant donnés nam 20 jaar in beslag en voor het vrouwelijke model gebruikte hij twee van zijn echtgenotes. Het werk is een installatie bestaande uit een oude, houten Spaanse deur  waar je door een gat naar de scene erachter kunt kijken. Nieuwsgierig geworden?

De Slumdog Millionaire van de documentaires

19 jul

waste-land-poster

Toen ik gisteren schreef of Theaster Gates moest ik denken aan een andere kunstenaar die dingen doet met afval en de opbrengst van zijn kunst terug geeft aan de gemeenschap waar het afval vandaan komt. Ik ben 4 jaar geleden begonnen met het volgen van een vak voor de master kunsteducatie om te kijken of het iets voor me was, studeren. Ik had namelijk nog nooit een college vanaf de schoolbank gevolgd. Ik had er alleen maar vóór gestaan. Ik volgde het vak Creativiteit en Duurzaamheid en schreef er dit stuk voor.

En tijdens dat vak zag ik de documentaire Wasteland, over Vik Muniz en wilde deze graag met jullie delen. Ik kon op zowel youtube als vimeo de docu niet vinden dus bestelde hem net bij bol.com

Hier is de trailer en als je hem samen met mij in de filmlounge in The Movies in Dordrecht wil zien, stuur je me een mailtje cornoltee@mac.com

Will Gates

17 jul

Will Gompertz is me aan het leren denken als een kunstenaar met zijn boek ‘Denken als een kunstenaar’. Het lezen ervan is weer een genot, net als zijn vorige boek ‘Dat kan mijn kleine zusje ook’. Will is inderdaad de beste (en leukste leraar) die je nooit gehad hebt en ik ben blij dat ik hem ontdekt heb. Ik kocht ‘Dat kan mijn kleine zusje ook’ omdat ik meer wilde weten over moderne kunst en werd als een klein ventje aan de hand genomen door Will. Hij nam me ruim honderd jaar terug in de tijd en liet me kennis maken met kunstenaars, plaatsen, kunstwerken en hun relaties op een manier die mij zo enthousiast heeft gemaakt dat het boek nu op de boekenlijst van HKU staat en volgend schooljaar alle bijna 300 eerstejaars Kunst en Economie studenten ook op reis gaan met Will. ‘Dat kan mijn kleine zusje ook’ is namelijk de basis voor het nieuwe vak Art Histories. Ik schreef daar al eerder over.

Het is trouwens gek om nu niet in gespreksvorm met Piet Mondriaan te schrijven zoals ik maandenlang deed voor mijn ontwerp onderzoek voor de master kunsteducatie. Elke keer als ik een zin afmaak, hoor ik Piet in mijn hoofd een vraag stellen.

Al schrijvend schieten er namelijk allerlei ideeën en vragen door mijn hoofd die ik niet altijd een logische plek kan geven op ‘papier’. Piet was dan vaak een uitstekende interventie om die spontane impuls te volgen. Zo begon ik deze post omdat ik iets wilde vertellen over Theaster Gates, “de meest inspirerende en ondernemende persoon die Will Gompertz ooit heeft ontmoet.” In een gesprek met Piet had Piet bijvoorbeeld gevraagd waarom ik het boek zo interessant vond. En dan had ik hem het verhaal van Gates verteld. Vorig jaar won Gates in Cardiff de Artes Mundi prijs inclusief een geldprijs van 40.000 pond die Gates onmiddellijk deelde met de negen anderen genomineerden. Dat vond ik heel bijzonder en inspirerend en zette mijn parachute nog verder open, om maar met Zappa te spreken;

Frank-Zappa-A-mind-is-like-a-parachute

Gates kocht in 2006 een huis in South Side (Jawel Sander van de Fun Lovin’ Criminals).

In South Side (Chicago) is 99,6 zwart en als je er een blanke tegen komt is  “hij een crackverslaafde, een maatschappelijk werker of een politieman in vermomming.”

Gates kocht er een huis huis omdat het goedkoop was en hij zo dichtbij de universiteit woonde waar hij verantwoordelijk was voor de artistieke programmering. In het huis verbouwde hij een kamertje tot pottenbakkersatelier om zijn hobby te kunnen uitoefenen. Zijn baksels probeerde hij in het weekend te slijten op markten op het platteland. Met weinig succes dus besloot Gates het te proberen op een andere markt; de kunstmarkt. Maar wie zat er te wachten op de keramiek van een part time kunstenaar uit de moordhoofdstad van Amerika?

nobodycares.001

Bovenstaand plaatje komt uit het briljante boekje:

ignoreeverybody

En dat is precies wat Gates deed. Hij vermeed iedereen en bedacht zijn eigen manier om zijn keramiek meer waarde te geven. Een jaar later,in 2007, exposeerde hij zijn keramiek in het Hyde Park Art Center van Chicago, echter niet onder zijn eigen naam maar onder die van een legendarische oosterse pottenbakker Shoji Yamaguchi, die niemand kende omdat hij helemaal niet bestond. Een heel slim gekozen naam omdat Shoji Hamada een beroemde Japanse pottenbakker was en Yamaguchi een streek in Japan waar Gates zich een jaar lang had verdiept in keramiek. Gates bedacht tevens een dramatisch levensverhaal rondom Shoji Yamaguchi en de mensen genoten vol bewondering van het werk van Shoji Yamaguchi. Maar toen het bedrog enige tijd later uitkwam…… 

Dit is nog maar het begin.

28 jun

Dag Cor.

Dag Piet. Ik kom je officieel bedanken voor je tijd, geduld, luisterend oor en je nieuwgierigheid.

Dan bedank ik jou daar ook voor. Maar je gaat nu toch niet vertellen dat je niet meer langskomt he.

Tuurlijk niet Piet. Ik kom je mijn beoordeling van mijn ontwerponderzoek laten zien. Die kreeg ik gisteren van mijn begeleidster. En nogmaals dank, zonder jou was het niet gelukt.

Ben blij dat je mij ‘gevonden’ hebt. Maar laat horen.

“Beste Cor, gefeliciteerd! Je hebt een zeer meeslepend verhaal geschreven over jouw proces als maker en onderzoeker van onderwijs. We hebben je werk met veel aandacht gelezen en raken absoluut geinspirereerd door wat je schrijft en hoe je het schrijft, en welke media je daarbij gebruikt. Inhoud, vorm, medium. Van harte.

Artistiek vermogen.

Je hebt een eigen vorm gekozen waarin spelerderwijs verschillende perspectieven gehanteerd worden. Het denken over een product waarmee je kinderen (en in mijn optiek mensen van 8 tot 88) kunt meenemen in kijken naar en denken over kunst die niet direct toegankelijk lijkt, spelen met spelpincipes, spelen met vorm, denken over toepasbaarheid voor onderwijs en museumwereld. De gekozen vorm als verhaal en in een blog zijn overdraagbaar en inspirerend. Bijzonder sterk in signatuur, en gekozen vorm om inhoud over te brengen. Echt heel goed gedaan.

Onderzoekend vermogen.

Door het gebruik van je blog is duidelijk te volgen welke ontwikkeling je waarom doormaakt en welke beslissingen je neemt in het ontwerpproces en waarom. Je bent gedegen in het verslag doen van wat er gebeurt, met wie je spreekt. Het vraagt wel wat van de lezer omdat je verwerking van literatuur, begrippen, in een verhaalvorm opneemt. Het blog geeft meer zicht op het denken van je hoofdvraag naar deelvragen. Wat je mooi inzichtelijk maakt in deze vorm is dat je gaandeweg andere vragen tegen komt en andere keuzes maakt dan die je aanvankelijk hebt opgesteld.

Soms zijn er aannames. Daarin kun je kritischer zijn.

Ontwerponderzoek waarbij het ontwerpen centraal staat en inzichtelijk is gemaakt op geheel eigen wijze.Tegelijkertijd: dit is wel een heel mooi voorbeeld van hoe ontwerpen en onderzoeken samen kunnen gaan. Het onderzoeksproces wordt in de fasering helder beschreven, de manier waarop data is verzameld en geanalyseerd is wel af te leiden uit de teksten en filmpjes, maar had nog meer helder en lijn kunnen worden aangegeven, vanuit de onderzoeksvraag met de deelvragen naar de dataverzameling, analyse en resultaten / conclusies

Kunstpedagogisch didactisch vermogen.

Je product is zowel de film als het blog in mijn optiek. Je hebt dat in je verhaal over het onderzoek niet echt geëxpliciteerd. Je durft in je onderzoek bepaalde overtuigingen te bevragen en van een andere kant te benaderen, daarin raak je aan wat in kunstonderwijs van belang is.

In je aanpak toon je zowel je pedagogische en didactisch vermogen.

Niet helemaal duidelijk is welke oplevering hoe gedeeld wordt met het veld, hoe wordt hierop verder gebouwd en hoe stimuleert Cor dit proces? Dat had meer expliciet gekund, voor mensen die Cor verder niet kennen maar dit verslag onder ogen krijgen, nieuwsgierg worden en zelf aan de slag willen gaan.

Kritische reflectie.

Je blog laat zien waar je op reflecteert en wat je daaruit voor conclusies trekt. Reflectie op het onderzoeksproces als zodanig zit fragmentarisch wel deels tussen de regels maar had meer expliciet gekund en dan vooral gericht op de planvorming en dataverzameling en verwerking daarvan in de praktijk; waar zitten leerpunten, in de zin van: wat kunnen anderen hiervan van jou leren en wat zou je zelf een volgende keer anders doen?

Voortdurende reflectie op eigen handelen en maken, heel helder beschreven in toegankelijk verslag

Je bent zo in het proces opgegaan dat een kritische reflectie op apo niet helemaal zichtbaar is gemaakt.”

Apo?

Artistiek pedagogisch en ondernemend.

Ah. Ja Cor je moet dus meer boven de materie hangen. Theosofie niks voor je?

Ah! Nu je het toch over Theo hebt. Hoe hebben jullie elkaar ook alweer ontmoet?

 

 

Kennisblokkade.

27 jun

Moge Piet.

Moge Cor. Moet jij niet naar je posterpresentatie?

Jazeker. Vanmiddag maar ik dacht ik ga eerst nog even langs Piet. Ik kwam namelijk een stukje tegen in ‘Denk als een kunstenaar’ van Will Gompertz.

Heb je het al uit dan?

Nee, dat niet maar er stond iets over jou in dat niet klopte, waardoor ging ik zitten nadenken en er de gedachte ontstond  dat Gompertz zijn huiswerk niet goed gedaan had. De gedachte haalde me helemaal uit het boek. En ik vroeg me af hoe dit kwam.

En wat denk je?

Ik ben er nog niet uit. Ik weet zeker dat als ik het boek gelezen had voor dat ik jou had leren kennen ik het gewoon aangenomen had.

Maar wat bedoel je eigenlijk “het gewoon aangenomen had”.

In zijn boek schrijft hij over jou; ‘Deze Nederlandse schilder vulde vierkanten en rechthoeken tussen zwarte lijnen met de assertieve kleuren blauw, rood of geel. Dertig jaar lang schilderde hij variaties op dit uitgeklede, geometrische thema.’ En ik weet dat dat was van 1918 tot 1944.

En dat zijn 26 jaar.

Precies. En dat klopt gewoon niet. Maar het bijzondere vind ik dat mijn Kennis, wat ik weet over jou en je werk, mijn nieuwsgierigheid in de weg stond. En nieuwsgierigheid een belangrijk element van ons creatief vermogen is. Het feit dat ik NIETS wist van moderne kunst is misschien wel bepalend geweest voor de ontwikkeling van mijn kunsteducatieve product. Ik moet daarbij denken aan de reactie van Carel Blotkamp op de vergelijkingen van de kindertekeningen met andere kunstenaars. Hij wist dat Klee, Kandinsky, Picasso etc. kindertekeningen verzamelden omdat ze zo origineel en expressief zijn en vond de vergelijkingen dan ook “logisch”. Maar omdat ik net als de kinderen niets van moderne kunst afwist en heel enthousiast werd van die vergelijkingen kon ik me voorstellen dat de kinderen dat ook zouden zijn.

Wat ze ook waren.

Inderdaad.  Ik moet denken aan de woorden van Sir Ken Robinson; “If you are not prepared to be  wrong, you will never come up with something original.” Als je iets niet weet weet je ook niet of je iets fout doet.

Da’s waar. Maar je moet het nog wel doen.

Doen brengt het denken verder. En denken blokkeert het doen….soms.

Ignorance is bliss.

Mooi gezegd Piet.

Dankjewel Cor.

 

Hier, hier, hier en hier

26 jun

Moge Piet.

Moge Cor. Zeg. Hoe lang blijf je eigenlijk nog langskomen?

Hoezo? Verveel ik je je?

Zeker niet maar ik kan me voorstellen dat je ook wel wat anders te doen hebt.

Ja met de vakantie voor de deur en een stapel niet gelezen boeken kan ik me dat ook voorstellen maar ik wil gewoon nog een hoop van je weten. En ook omdat je volgend jaar op reis gaat.

Op reis?

Jazeker. Ik sprak Carel Blotkamp van de week en die vertelde me dat dit werk uit 1917 volgend jaar herenigd wordt met de 4 andere ‘composities’ uit 1917 in het Gemeente Museum Den Haag.

En waarom is dat eigenlijk?

Ten eerste omdat Carel bezig is om de de hele indeling van de vaste collectie hier in Boijmans te veranderen…en de bijbehorende teksten te schrijven. Een gigantische klus.

Dan lijkt me een retourtje Den Haag helemaal geen slecht idee.

Zeker niet. Trouwens ik ga volgende week zondag weer naar het Gemeente Museum met de leerlingen van Take pART.

Dat is toch dat jongerenproject van het Dordrechts museum.

Klopt.

En wat ga je daar doen?

We gaan de Wonderkamers bezoeken. Ik schreef daar al eerder over. Hier, hier, hier, hier en hier.

Je bent nogal enthousiast over die Wonderkamers.

Zo enthousiast dat ik niet eens de tijd heb genomen om al jouw werk te bekijken in het Gemeente museum. Hoop dat ik daar volgende week wel tijd voor heb.

Maar dat is volgende week. Morgen eerst je posterpresentatie. Wou dat ik er bij kon zijn.

Ik vertel het je dinsdag Piet. Tot morgen.

 

 

 

 

 

Denk als een kunstenaar.

25 jun

Dag Cor.

Dag Piet.

Wat heb je daar?

Dat is het nieuwe boek van Will Gompertz. Ik kreeg het van Petra Befort, een HKU collega en ik wachtte met lezen nadat ik klaar was met mijn master. Ik zit nu op de helft.

Print

En? Is het wat?

Jazeker. Ik las Gompertz’ ‘Dat kan mijn kleine zusje ook’ en dat was een mooie inleiding in de moderne kunstgeschiedenis. Gompertz wordt ook wel de eerste kunsthistorische stand-up comedian genoemd.

Heb je hem al eens zien optreden?

Nee dat niet maar daar gaat dit jaar verandering in komen.

Vertel.

Samen met collega’s en partners in crime Souwie de Wijn en Yara Cavalcanti ontwikkelde we  een onderwijsmodule op basis van het boek. En toen ik het daar met Petra over had, vertelde ze me dat haar vriend bij Meulenhoff, de uitgever van ‘Dat kan mijn kleine zusje ook’, werkt. Een dag later lag het boek in mijn HKU postvak en twee dagen later mailde Petra me dat Gompertz bij Meulenhoff was en of ik er bij wilde zijn.

Zo. Dat ging hard.

Nou en of. Helaas kon ik er niet bij zijn maar tijdens het interview is Gompertz wel gevraagd of hij een college over zijn boek wil geven op HKU.

En?

Dat wilde hij!

Dat kost zeker wel wat.

Piet, daar kan ik helaas niets over zeggen.

Geheimzinnig. En waar gaat die onderwijsmodule over?

Art Histories beschouwt de kunstgeschiedenissen als netwerken en contextuele verhalen. Ideeën en artistieke uitingen bestaan niet op zichzelf, maar komen tot stand in relatie tot elkaar en de context waarin ze zich bevinden.

Het korte verhaal Chain-links van Frigyes Karinthy uit 1929 introduceert een gedachten-experiment dat stelt dat iedereen op de wereld elkaar in maximaal vijf stappen kan bereiken, via mensen die elkaar persoonlijk kennen. Naast de visie die het uitdraagt, schept het experiment van de wereld een speelveld van interconnectiviteit en verwevenheid.

Het idee van verbondenheid is belangrijk in de kunstgeschiedenis, of dit nu op sympathie of antipathie berust, op reactie of tegenreactie. Schetsen uit 1936 van de eerste directeur van MoMA – Alfred Barr – pogen de ontwikkeling van kubisme en abstracte kunst te verbeelden in een stroomdiagram, wat verder wordt geabstraheerd tot een lineaire indeling. In 2013 beweegt het MoMA zich weg van deze weergave en vertaalt de opkomst van abstracte kunst naar een netwerk van kunstenaars. Dit doet MoMA vanuit de overtuiging dat het ontstaan van abstracte kunst het gevolg is van ideeën die bewegen door een netwerk dat kunstenaars en intellectuelen verbindt, op verschillende locaties en in verschillende disciplines.

De kunstgeschiedenis staat bol van beschrijvingen van onderlinge relaties, die op tal van manieren kunnen worden geordend. Dit biedt een enorm potentieel aan verhalen en betekenisvorming. Een maker of creatief product kan worden beschouwd als een knooppunt van een hele serie relaties. De student zal in deze module een eigen verhaallijn blootleggen binnen de context van de kunstgeschiedenis, door deze knooppunten met elkaar te verbinden.

Geïnspireerd op het experiment van Karinthy worden studenten uitgedaagd om de kunstgeschiedenis te ervaren als een speelveld van interconnectiviteit. De student verbindt twee makers en/of creatieve producten via vier andere makers en/of creatieve producten, op basis van comparatieve analyse. De stappen vertegenwoordigen verbindingen van verschillende aard, bijvoorbeeld op basis van thema (bijv. stadsleven), bron van ideeën (bijv. dromen) of vormentaal. De verbonden knooppunten vormen een unieke reis door de kunstgeschiedenis, waarbij formele grenzen tussen disciplines gemakkelijk kunnen worden overgestoken

Dat klinkt heel interessant. Je hebt daar al eerder iets over verteld. Mag ik de college’s volgen.

Natuurlijk Piet. Misschien wil je ook iets vertellen.

Dat moet dan wel in de avond.

Gee probleem Piet. Regelen we. Gaan we daarna lekker dansen.

Uitstekend idee!

Meesterlijk.

22 jun

Dag Piet.

Dag Cor. Ik hoop dat je de rest van je afstudeerverhaal komt voorlezen. Maar wat heb je daar achter je rug?

Dat is mijn onderzoeksposter. Die presenteer ik maandag.

Ben je klaar dan?

Jazeker Piet. Gisteren kreeg ik van Til Groenendijk te horen dat ik geslaagd was.

Cor! Gefeliciteerd! Vroeger kreeg je een cijfer. Hoe is dat nu?

Ook gewoon een cijfer. In tienden nauwkeurig: 7,6. Goed (niet excellent 🙂

Ik vind er geen Mondriaan. Dat Kandinsky ook.

Hahahaha. Dat zou mijn vriend Daniel ook kunnen zeggen. Champagne?

Goed idee. En daarna een dansje.

CORPOSTER2016small

 

Verhaaltje na het slapen

10 jun

Dag Piet.

Dag Cor. Wat heb je daar bij je?

De eerste 7 pagina’s van mijn afstudeerverhaal. Zal ik het aan je voorlezen?

Graag.

Kijk een Kandinsky! Een meesterlijke reis door de geschiedenis van de moderne kunst.

“Maar dan zou je eens moeten kijken naar het werk van Bart van der Leck.” Zei Evert Hogendoorn, docent Nieuwe Geletterdheid van de master kunsteducatie waar ik inmiddels tweedejaars student was. “Bart van der Leck?” vroeg ik met dubbel vraagteken op mijn voorhoofd. Evert keek me aan met een mix van verbazing en ongeloof. Gelukkig maar heel kort om te vervolgen met het laten zien van het werk van Van der Leck. Bij de aanblik van het werk van Van der Leck riep ik enthousiast dat het perfect was. Ik kon weer verder en zocht direct op waar ik het werk van Van der Leck kon bekijken. Veel van zijn werk hangt in het Kröller Müller Museum in Otterlo, dus besloot ik de dag erna naar het Kröller Müller Museum te gaan. De reden dat Evert me het werk van Van der Leck liet zien was dat ik in zijn college mijn verkenning had gedeeld met betrekking tot het spel dat ik voor het vak Nieuwe Geletterdheid moest maken. Ik wilde iets maken voor kinderen met nieuwe technologie en kunst en was geïnspireerd door het hilarische werk van Ursus Wehrli. Ursus Wehrli noemt zichzelf ‘Opruimkunstenaar’ en op een van mijn ‘wandelingen’ op TED.com was ik op zijn TED-talk beland. Staand op het TED podium laat Wehrli de ene kunstklassieker na de andere zien om het vervolgens netjes op te ruimen. Zo laat hij het werk van Magritte zien op de ene ezel en pakt vervolgens zijn opgeruimde versie en plaatst die op de andere ezel. Zo toont hij een aantal krakers uit de kunstgeschiedenis en ruimt de werken op. Hoogtepunt was het werk van een pointillist. Hij zette het werk op de ezel en plaatste vervolgens een aantal zakken met duizenden per kleur gerangschikt stipjes op de andere ezel. Opgeruimd staat netjes. Het was deze inspiratie die Evert bracht bij Van der Leck. Een hele bruikbare tip. E.e.a. aangevuld met het boek van Ursus Wehrli dat meegebracht was door medestudente Floor Vlasblom. Met van der Leck in mijn hoofd en Wehrli in mijn handen sprak ik die vrijdagavond af met mijn vrienden Julian en Mees Doornhein in Dordrecht, de plaats waar ook ik woon en vandaan kom. Julian en Mees zijn de, toen 7 en 11 jarige, zonen van mijn goede vriend Daniel Doornhein. Julian en Mees logeren om de paar maanden bij mij. Een weekend vol games, cola, friet met frikandel specieaal en spelen in ‘mijn’ gymzaal. Ik woon namelijk antikraak in een school en je kunt je voorstellen hoe dat is voor de broers. Bewapend met de laatste snufjes op het gebied van radiografisch bestuurbare voertuigen en drones sta ik elke keer weer verbaasd over hoe snel, klein en goedkoop nieuwe technologie is geworden. De weekenden zijn uitstekend veldwerk voor als je geïnteresseerd bent in wat jongetjes van die leeftijd zoal bezighoudt. Vooral op Julian heb ik een onvergetelijke indruk gemaakt door het tonen van mijn CamCar, een radiografisch bestuurbare schaal 1:10 elektrische auto uitgerust met een mini kleuren videocamera waarvan je als bestuurder met een zgn. Head Mounted Display het live beeld vanuit het modelautootje hebt. Het prototype bouwde ik in 1997 voor een evenement van de ANWB. Enfin. Die vrijdagavond na het college van Evert zat ik samen met de familie Doornhein aan tafel en vroeg Julian of hij mee wilde werken aan een playtest. De woorden ‘Play’ en ‘Test’ hebben een magische uitwerking op jongetjes van 7 die je zien als gekke professor met coole technologie. Enigszins teleurgesteld reageerde Julian met “Oh een boek” toen ik het geleende boek van Wehrli tevoorschijn haalde. Ik besloot Julian, net als Wehrli in de TED-talk, eerst het werk van de kunstenaars te laten zien en te vragen of hij het even wilde opruimen, waarop hij vroeg “Wat bedoel je daarmee Cor?” Ik sloeg de pagina om en liet hem zien wat ik bedoelde waarop Julian met zijn typische ‘Ik moet heel hard lachen maar ik houd me in.” grijns antwoordde. Na 3 voorbeelden klapte ik het boek dicht en liet het nonchalant op tafel liggen om een bezoek aan het toilet te brengen. Toen ik terugkwam was Julian met de resten van zijn eten aan de slag gegaan en had de left-overs prachtig geordend op zijn bord geplaatst om vervolgens systematisch, ingrediënt na ingrediënt zijn bord leeg te eten. Ik had hem blijkbaar geïnspireerd iets te doen. Maar hoe maakte ik de vertaling naar een game met kunst.? Het leek me een goed idee om de broers mee te nemen naar Kröller Müller en ze geïnspireerd door Wehrli te laten kijken naar het werk van Van der Leck. Dus spraken we af het volgende weekend om op zaterdag naar Kröller Müller te gaan en ‘s-avonds de gymzaal onveilig te maken en ons vet-en suiker gehalte weer flink op te schroeven. Helaas belde vader Daniel de avond ervoor op om te melden dat beide broers ziek waren geworden. Of was het de angst voor kunst in een museum in het bos in het oosten van het land. Ik heb het ze niet gevraagd. Resultaat was wel dat ik die zaterdagmiddag in mijn eentje in Museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam belandde op zoek naar een Van der Leck omdat ik geen zin had om helemaal naar Otterlo te rijden, in mijn eentje. Die zaterdagmiddag heb ik waarschijnlijk het nationaal record museumbezoeken gevestigd. Uit onderzoek blijkt dat men gemiddeld 9 seconden naar een kunstwerk kijkt. Dat gemiddelde haalde ik bij lange na niet. 0,9 seconden was al meer dan genoeg om het abstracte werk van Van der Leck met de primaire kleuren te herkennen. Snelwandelend door het prachtige museum liep ik in een van de laatste zalen tegen een werk van Piet Mondriaan op. Eindelijk een werk dat ik herkende. Strakke lijnvoering en primaire kleuren. Maar hoe ging ik dat omzetten naar een spel? In het zaaltje hingen verder nog een Kandinsky en een Leger. Dat weet ik nu maar een jaar geleden had ik werkelijk nog nooit van deze kunstenaars gehoord. Mondriaan natuurlijk wel. Wie kent nu niet de strakke werken van Piet Mondriaan? Maar van wie was het werk dat ernaast hing? Misschien wel een Van der Leck uit zijn tijd dat hij nog niet helemaal primair durfde te gaan en nog geen driehoekjes gebruikte? Ik keek op het kleine tekstbordje naast het werk waarop stond: Compositie met kleurvlakjes 1917. Piet Mondriaan. Piet Mondriaan? Ik deed een stap achteruit en bekeek de twee Mondriaans. Links de ‘nieuwe’ en rechts de ‘bekende’. Ik deed een stap naar voren om te kijken uit welk jaar het rechter werk was. Het was uit 1922. De werken zo naast elkaar ziend, vroeg ik mij af ik hoe Mondriaan tot die stap gekomen was. Welke werken bevonden zich tussen deze werken? Waar woonde hij? Met wie ging hij om? Waarom was zijn werk zo strak geworden? Tevens vroeg ik me af waarom het museum de werken niet omgedraaid had. Daar stond ik dan met lege Van der Leck handen maar vol met Mondriaan vragen. Ik moest denken aan de payoff van een oude X-box gameconsole campagne “Question Everything”. Uitgedaagd om een game te maken, staand voor twee werken van Mondriaan, vol met vragen leken mij een uitstekende basis voor de ontwikkeling van een spel voor kinderen. Ik voelde me op dat moment een kleuter aan het begin van een ontdekkingsreis op mijn driewieler op een zesbaans snelweg. Waar ging ik heen ging? Ik had geen idee. Maar de energie stroomde door mijn lichaam. De automatisch versnelling van mijn driewieler stond in D van Drive en met mijn rechterhand draaide ik het mentale gas vol open. Ik was beland in de wereld van games en Piet Mondriaan en was vrijwillig begonnen aan mijn ontdekkingsreis vol overbodige obstakels in de wereld van Moderne kunst. Een voor mijn totaal onbekende en onbegrijpelijke wereld. Een schilderij met 30 rechthoekjes in drie zachte primaire kleuren?! Dat kan mijn kleine zusje ook. Dat was ook het de titel van het boek van Will Gompertz dat ik even later samen met De kleine kunstkijker en een ansichtkaart van het werk van Piet Mondriaan uit 1917 kocht in de boekenwinkel van Boijmans van Beuningen. In de trein terug staarde ik naar de ansichtkaart en ruimde het werk, in de geest van Wehrli, netjes op. In gedachte had ik links drie stapeltjes gemaakt met daarop de drie kleuren rechthoekjes. Tien rechthoekjes op 3 gekleurde stapeltje. Zo! Dat was opgeruimd. Wehrli zou hiermee klaar zijn maar mijn gedachten gingen als vanzelf aan de slag om alle vierkantjes weer een plek te geven. Dat was het moment dat ik de kaart op het tafeltje in de treincoupe legde, mijn telefoon pakte en mijn goede vriend en gamedesigner Gerrit Dijkstra belde. De afgelopen vijftien jaar maakte ik samen met Gerrit, cum laude op HKU afgestudeerde game en interaction designer, vele games. Gerrit heeft altijd maar een half woord nodig en maakt mijn ideeën beter. Het is werkelijk fantastisch samenwerken met Gerrit. Het voelt zoals samen met de waterbak spelen op de kleuterschool. We proberen het water te laten stromen. We zijn in Flow zoals Mihaly Csikszentmihaly beschrijft in zijn boek Flow; onze kennis (wat we weten, gedaan hebben, kunnen en willen) is in balans met een gezamenlijke uitdaging. Elkaar constant uitdagend en zo samen een beter games design duo wordend. Op het moment van schrijven voel ik een diepe dankbaarheid dat ik Gerrit ken en in praktijk mag ervaren waar Csikszentmihaly al tientallen jaren onderzoek naar doet. Bij deze nogmaals bedankt Gerrit. (Ik doe niet aan bedankjes in voorwoorden). Eenmaal thuis zocht ik het werk van Mondriaan op en stuurde het plaatje naar Gerrit. Ik zat vervolgens dagen als een kind de dagen voor pakjesavond naar mijn inbox te kijken of Gerrit al iets gestuurd had. Een paar dagen later stuurde hij me kort bericht, zoals altijd. “Kijk hier even.” Ik klikte op de link in de mail en kwam op een webpagina terecht. Op een blanco canvas stonden links in beeld drie stapeltje met de losgeknipte rechthoekjes van het werk van Piet Mondriaan uit 1917. Geen uitleg. Niets. En dat vind ik zo prachtig aan de werken van Gerrit. Hij weet het altijd zo te ontwerpen dat het logisch voelt. Dat je weet wat je moet doen, waar je moet beginnen en wat de volgende stap is. Ik bewoog met mijn muis naar een van de drie gekleurde stapeltjes en klikte op een rechthoekje en bewoog deze vervolgens naar het midden van het canvas, liet mijn muis ‘los’ en pakte een ander rechthoekje dat ik naast het eerder geplaatste rechthoekje plaatste. Wat geweldig! Ik was een Mondriaan die opgeruimd was aan het maken. Mijn Mondriaan. Mijn Mondriaan? Dat allitereert lekker. Vanaf dat moment heette mijn ‘spel’ Mijn Mondriaan. Enthousiast belde ik Gerrit en overlaadde hem met liefde en respect. Daar geniet Gerrit altijd onhoorbaar van. Bescheiden als hij is. Om te vervolgen dat er altijd nog wel een paar dingetjes verbeterd kunnen worden. Zoals de achtergrond. Deze was nog wit. In het echte werk is dit echter licht grijs. Dus dat zou hij nog ‘even’ aanpassen. Ik vertelde hem dat dat voor de playtest, die ik een paar dagen later op basisschool Het Landje, zou doen niet nodig was. Zoals zo vaak stuurde Gerrit een dag later de verbeterde versie. Had hij toch ‘even’ gedaan. Ik moet denken aan de woorden van Harry Starren; ‘Kenniswerkers hebben doorgeleerd juist om te kunnen en mogen werken. Ze zijn intrinsiek gemotiveerd, tot ze hun baas ontmoeten. Als je iemand duwt in de richting die hij al gaat, gaat hij dan harder lopen?’ Gerrit is een prachtig voorbeeld van een intrinsiek gemotiveerde ‘eigen baas’. Die hoef ik niet te duwen. Samen duwen we dingen verder. En dat is leuk. Daar worden we allebei, elke keer weer een beetje beter…..en gelukkig van. Had ik Gerrit al bedankt? Een week later stelde ik mezelf voor aan de leerlingen van groep 6 op basisschool Het Landje in Rotterdam. Juf Kim is een vriendin en trouw lezer van mijn blog en wist dus waar ik mee bezig was. Ze had me voorgesteld om, als ik iets met haar groep wilde testen, dat dat altijd kon. De dag van de playtest voor het vak Nieuwe Geletterdheid stond ik voor het eerst in mijn leven vóór de klas op een basisschool. Ik stelde me voor als Cor Noltee, kleinzoon van een Dordtse Meester. Ik liet een paar werken en foto’s van mijn opa, een impressionist, zien en sloot af met een groot zwart vlak met het jaartal 1967 in beeld. Om snel door te klikken naar de volgende slide. Een groot wit vlak met 1967 in beeld en vertelde de leerlingen dat ik twaalf dagen na de dood van mijn opa geboren was en daarom Bernardus Cornelis Albertus Maria heette. (Albertus Maria ‘kreeg’ ik van mijn andere, katholieke opa Albert). Ik vroeg de leerlingen wie er nog meer meer initialen (B.C.A.M.) dan zijn roepnaam (Cor) heeft waarop geen antwoord kwam. Ik vervolgde mijn verhaal met het tonen van een filmpje gemaakt door twee ex-collega’s die ooit een aantal ‘fotofucks’ hadden gemaakt van mijn voornaam. Ik denk dat de naam Cor het meest voorkomt in allerlei andere woorden en merken; Cornetto, Don Corleone, Hardcore, Core Business, Corona, Corvette……De woordgrappen waren gecombineerd met hilarische bewerkingen van een en dezelfde foto van mijn blog die het jonge creatieve team toen op een donderdagavond in elkaar hadden gezet en de prints in mijn kantoor hadden gehangen. Ik vervolgde bloedserieus met het noemen van mijn functie; Directeur Echtheid van het Museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam. En mijn probleem. Ik vertelde ze dat het museum enige tijd geleden een Mondriaan geschonken had gekregen uit het testament van een oudere heer uit Baarn. En vervolgde dat het dan gebruikelijk is dat ik als directeur Echtheid het schilderij op echtheid laat onderzoeken. Dat kost een veel geld en liet de groep raden naar wat het kostte. Ze kwamen niet verder dan € 1.000 om vervolgens door te slaan naar € 10.000.000. Ik vertelde ze dat het € 250.000 had gekost, dat dat veel geld was maar het goede nieuws was dat het een echte Mondriaan was…..totdat de contra-expertise uitwees dat het géén echte was en tot overmaat van ramp het werk was gestolen. Echter over twee maanden zou de ‘nieuwe’ Mondriaan met veel tamtam worden geëxposeerd en omdat niemand het nieuwe werk kende, vroeg ik de leerlingen of ze me wilde helpen om een werk te maken dat van Mondriaan had kunnen zijn. Als voorbeeld liet ze een aantal werken van Mondriaan zien waarin zijn evolutie van realistisch naar abstract duidelijk te zien was om te vervolgen met een aantal werken die waren gemaakt door lezers van mijn blog. Hen had ik een aantal dagen voor de playtest gevraagd of ze met het eerste prototype van het spel Mijn Mondriaan hún Mondriaam wilden maken. Aan de hand van een aantal goede en foute voorbeelden besprak ik waarom het goede en foute voorbeelden waren. Dit als input voor de uitdaging die ik ze ging geven. Ik haalde mijn iPad uit mijn tas en liet ze de webpagina zien met het lege canvas met daarop links de drie stapeltjes gekleurde rechthoekjes en vroeg wie me wilde helpen een ‘echte’ Mondriaan te maken die we dan in het museum zouden kunnen hangen als vervanger van de gestolen Mondriaan. Alle handen gingen in de lucht en er gingen zelfs een paar jongetjes staan. Ik koos uiteindelijke twee jongens en twee meisjes en nam ze mee naar een apart kamertje waarin ik ze vroeg hoe ze het wilde aanpakken. In onderling overleg besloten ze twee aan twee te werken. De jongens samen en de meisjes samen. Achteraf vertelden ze me dat ze ook graag nog alleen een Mondriaan hadden gemaakt. Ze presenteerden hun werken aan elkaar en legden uit waarom ze gedaan wat ze gedaan hadden. Toen ik ze aan het eind van de test mede deelde dat dit allemaal een onderdeel was van mijn onderzoek in de master kunsteducatie waren ze zichtbaar teleurgesteld. Toen ik ze vroeg “Waarom?” kwam eruit dat ze nu “niet in de krant of op TV kwamen”. Beroemd worden is blijkbaar belangrijk als 9 of 10 jaar jong bent. Voor het vak Nieuwe Geletterdheid interviewde ik vervolgens mezelf volgens JamToday spel en nam het interview op op video. Ik speelde daarbij de rol van Evert Hogendoorn (rechts in beeld zittend met zwart overhemd) én mezelf (links zittend met blauw trainingsjack). De 20 vragen van JamToday zijn gebaseerd op het Gamecanvas ontwikkeld door HKU en door het beantwoorden van de vragen doorloop je als het ware het Gamecanvas . Ik deed dit omdat ik op deze manier antwoord móest geven op kritieke punten in mijn kunsteducatieve spel. Jan Willem Renger, mijn andere docent Nieuwe Geletterdheid en medeontwikkelaar van JamToday opende dan ook met de opmerkingen dat ik in de video eigenlijk alle vragen al had beantwoord en het gras voor zijn en Evert’s voeten had gemaaid. Hij had echter nog wel een duidelijk verbeterpunt. Het verhaal van de ‘verdwijning’ van de Mondriaan behoefde nog zeker aandacht.

Ik kreeg een 7,8 voor mijn ontwerp en maanden later kreeg ik de feedback en onderbouwing van mijn cijfer. Niet echt het toonbeeld van “snelle feedback”; een essentieel onderdeel van goede games zoals ik had geleerd uit het boek van Jane MacGonigal. Het fantastische, verplichte boek voor het vak Nieuwe Geletterdheid dat ik samen medestudente Ango had gelezen en ‘gedoceerd’ aan onze mede master studenten. MacGonigal benoemt naast feedback, duidelijk doel, regels en vrijwillige deelname. Hierbij de feedback van Evert; “Je ziet dat je eigen signatuur het hoogst is beoordeeld. Je werkt in mijn ogen als een kunstenaar. Er gebeurt veel in je hoofd en je laat je door alles inspireren en dat leidt tot hele eigen oplossingen. Consequentie daarvan is dat je soms niet helemaal in de hand hebt hoe dingen tot stand komen. Daar moet je harder voor werken. De lagere cijfers (hoewel een 7 echt niet laag is) hebben dan ook allemaal te maken met het structureren van je proces en verantwoording. De kwaliteit van je producten leidt hier overigens in mijn ogen niet onder. Maar met name in het begin zag je ook dat je lange tijd op een verkeerd spoor zat en dat zelf pas laat doorkreeg (na het college van Willem Jan Renger). Dat is het risico van op deze manier werken en daar zie ik dus ook ruimte voor verbetering: reflectie, structuur, verantwoording in het proces zorgt ervoor dat je vroegtijdig al veel meer kan zeggen over je product, lokaal is dat nog in ontwikkeling.”

Het JamToday 20 vragenspel spelen in het begin van een spelontwerp is een geweldige manier voor deze reflectie , structuur ene verantwoording.Echter dat ik soms dingen niet in de hand heb is een belangrijke karaktereigenschap van mij als onderzoekend (kunst educatief)ontwerper. Het toelaten van onzekerheid en het onbekende is voor mij een manier om nieuwsgierig te blijven en open te staan voor mogelijkheden. En dat vind ik vaak eng. Maar de angst voor het onbekende juist omarmen en werken met het voorhanden materiaal, houdt me wel heel alert in het ontwerpproces. Het is karakteristiek voor mij als ontwerper en maakt het ontwerpproces begrijpelijk minder inzichtelijk voor een buitenstaander. Daarom werk ik ook zo graag met Gerrit. Ik werk graag samen met professionals. Zoals Matthieu Weggeman zo mooi verwoordt; “verbonden in vrijheid”.

 

Wanneer heb je meer?

Vanavond weer Piet.

Fijn. Tot vanavond.

Dag Piet

Dag Cor. Goed bezig!

Dankjewel Piet.

%d bloggers liken dit: