Toen ik gisteren schreef of Theaster Gates moest ik denken aan een andere kunstenaar die dingen doet met afval en de opbrengst van zijn kunst terug geeft aan de gemeenschap waar het afval vandaan komt. Ik ben 4 jaar geleden begonnen met het volgen van een vak voor de master kunsteducatie om te kijken of het iets voor me was, studeren. Ik had namelijk nog nooit een college vanaf de schoolbank gevolgd. Ik had er alleen maar vóór gestaan. Ik volgde het vak Creativiteit en Duurzaamheid en schreef er dit stuk voor.
En tijdens dat vak zag ik de documentaire Wasteland, over Vik Muniz en wilde deze graag met jullie delen. Ik kon op zowel youtube als vimeo de docu niet vinden dus bestelde hem net bij bol.com
Hier is de trailer en als je hem samen met mij in de filmlounge in The Movies in Dordrecht wil zien, stuur je me een mailtje cornoltee@mac.com
Dit verhaal is een vervolg op het verhaal van gisteren. Dus als je die even eerst leest, begrijp je beter wat je nu gaat lezen.
De actie met zijn vermomde keramiek zette Theaster Gates in een keer op de kunstkaart. De kunstwereld vond het namelijk geweldig wat hij had gedaan. Theaster Gates is wat je noemt een sociaal betrokken kunstenaar. Wat hij met zijn kunst verdient, geeft hij terug aan de locale bevolking. Niet in geld maar in waarde. Hij koopt vervallen panden in South Side renoveert ze en verkoopt de spullen uit de panden voor heel veel geld als kunst.
Zoals deze. De restanten van een brandslang
My Back, My Wheel, and My Will
White Cube, São Paulo, Brazil
photo courtesy of White Cube: London
2013
De gerenoveerde panden krijgen een culturele bestemming. Zo woont hij zelf boven het kleine bioscoopje waar locals ook kunnen leren filmen.
Ik googlede net Theaster Gates en tot mijn verbazing zag ik dat hij donker is. Op een of andere manier dacht ik dat hij blank was. Het had het verhaal nog bijzonderder gemaakt omdat 99,6 % van de wijk South Side zwart is. Ik heb het stuk even terug gelezen en ik had een zin verkeerd geïnterpreteerd. Gates beschrijft South Side namelijk als het ‘afvalputje, mensen zoeken het niet op maar proberen er aan te ontsnappen.’ De volgende zin zette mij op het verkeerde been; ‘Zelf is hij de uitzondering die de regel bevestigt. In 2006 verhuisde hij daarheen omdat het er goedkoop was.’ Dat was het moment dat ik dacht dat hij blank was. Waarom? Omdat de meeste gevestigde kunstenaars blank….en man zijn? Omdat het woordje ‘uitzondering’ in combinatie met de 99,6 ik vertaalde in ‘blanke man’?
Ik weet het niet. Ik laat Theaster even aan het woord
Gisteren werd ik aangesproken door een promotiemedewerker van de Volkskrant. Of ik een gratis krant wilde. Ik zei, zoals altijd, nee, want ik lees geen krant. Al jaren niet. Gisteren bedacht ik dat ik samen met de promotiemedewerker elk artikel wilde beoordelen op of het een positief bericht of negatief bericht was. Een artikel waar ik blij of treurig van zou worden. Het bleef echter bij een gedachte. Het is verdomd lastig slecht nieuws te ontwijken. Van de week zat ik op NPO2 een documentaire te kijken over een Glen Cambell, een countryzanger met Alzheimer. Verscheen er onderin beeld een tikker met het nieuws van de ‘actie’ in Nice. Ik vraag me af of dat 10 jaar geleden ook in beeld was verschenen.
Het is zaterdagochtend.
De lucht is blauw, het gras is groen. Ik ga wat doen.
Als ik heel weinig moet doen en ik terug kijk op een periode waarin ik heel veel moest doen, verbaas ik me hoe druk ik kan zijn met zo weinig. In drukke tijden kom ik er dan ook echt niet aan toe om de etiketten van producten te lezen. Nu dus wel en daar kun je dan vervolgens heel druk mee zijn ….of druk over maken.
Het etiket in kwestie is van de Olio Extra Vergine di Olivia van Pietro Coricelli. Het was een cadeautje van een aantal studenten die het randprogramma van het It’s Festival in Amsterdam hadden georganiseerd waar ik een workshop branding had gegeven. Aan het eind kreeg ik een tas vol COR producten en een tuinkabouter. Tussen de COR producten zat ook deze fles olijfolie;
Niets bijzonders zou je zeggen. Maar als je even de tijd neemt valt je misschien toch iets op:
Er zit namelijk 500 ml ‘Prodotto con oli di oliva originari dell’ Unione Europea e non originari dell’ Unione Europea’. Als ik het het goed begrijp is het olijfolie geproduceerd van olijfolie uit de Europese Unie en van olijfolie van buiten de Europese Unie.
Mijn vraag dan is waar komt die olijfolie nu vandaan?
Het doet me denken aan raadsels die ik lees in het boek van Jonah Lehrer, zoals;
Julia en Juliet zijn op dezelfde datum geboren (dezelfde dag, dezelfde week, dezelfde maand in hetzelfde jaar) en hebben allebei dezelfde vader en moeder maar zijn geen tweeling.
Moet ik voor het Coricelli raadsel ook mijn rechterhersenhelft inschakelen of zou het helpen als ik etiket een keer lees met alleen mijn linkeroog? Misschien moet ik even op de site van Coricelli kijken? Daar staat deze:
Ik kom er niet uit. Misschien moet ik de hulp vragen van drieling Julia, Juliet en Juan of nog een slokje Innocent nemen. Jammer die is op.
Mijn vrouw deed afgelopen week een deeltentamen Medische Basis Kennis. Ik geloof twee hoofdstukken uit het dikste boek dat ik ooit gezien heb. Een ongelooflijke hoeveelheid stof. Na haar tentamen vertelde ze me dat van sommige rijtjes ze er maar op 2 of 3 van de 5 antwoorden kon komen. Ze kwam gewoon niet op die andere 2 of 3 antwoorden. De ochtend erna werd ze letterlijk wakker met de andere antwoorden. Ik was op dat moment ‘Hoe creativiteit werkt’ van Jonah Lehrer aan het lezen en had net gelezen hoe inzichten tot stand komen in de hersenen, in welk deel en zelfs precies de plek. Ik heb het boek nu niet bij me maar doe toch een poging om uit te leggen hoe inzichten tot stand komen.
Het is ongelooflijk wat er allemaal onderzocht wordt, hoe dat wordt gedaan en met welke technologie. Ze stoppen mensen met badmutsen vol met elektrodes in scanners, laten ze raadsel oplossen en kijken letterlijk wat er in de hersenen gebeurt. Laat ik een voorbeeld geven van zo’n raadsel.
De situatie.
Er ligt 50 euro onder een omgedraaide pyramide. De pyramide is perfect in balans en als je hem aanraakt valt ie om.
Vraag.
Hoe kun je, zonder de pyramide aan te raken, de 50 euro verwijderen?
Hint?
Dek je rechter oog af. Daar komt ie:
‘vuur’
De oplossing gevonden?
Nee?
Dek dan je linker oog af en lees:
‘vuur’
Zo ging het niet helemaal maar ik was benieuwd of je meedeed. Dankjewel dat zag er erg grappig uit.
Nee even serieus. Wat blijkt? Als ze mensen subliminaal alleen via het linker oog de hint ‘vuur’ geven levert dat meer goede oplossingen op dan als dit via het rechteroog gebeurt. Waarom? Ons linker oog is met onze rechter hersenhelft verbonden en in dat deel wordt de oplossing gevonden als onze linker hersenhelft er door analyse niet uitkomt.
Een paar milliseconden voordat de hersenen het goede antwoord vinden lichten de hersenen letterlijk op en trekken neuronen in een netwerk samen en geven het antwoord door aan ons bewustzijn. Het antwoord? Weet je het al?
Ik geloof echt dat spel de meest krachtige vorm voor verandering is en dat een prototype de beste manier is om je idee tot leven te brengen en te t(o)etsen. Als je die twee samenbrengt heb je de bouwstenen voor je verbeelding. Mooi verbeeld in een oude campagne van Lego:
Ik zie me nog tussen de Lego stukjes zitten, de ene auto na de andere bouwend. En gisteren zat ik voor het eerst in 40 jaar weer tussen de Lego stukjes en dat was niet eens wennen maar voelde heel vertrouwd. Zelfs met een 20tal volwassenen die zich allemaal hadden opgegeven voor een introductie workshop Lego Serious Play. Ik was uitgenodigd door Onno Kruitwagen die ik ken via LEF, het Future Centre van Rijkswaterstaat waar we allebei facilitator zijn. Een aantal eerdere uitnodigingen had ik vanwege mijn afstuderen moeten afslaan maar gisteren kon ik eindelijk aan de slag. De groep werd verdeeld in drieën en met zijn zevenen belandden we aan een tafel waar we allemaal een zakje Lego mochten pakken en voor ons op tafel mochten legen.
En toen begon het al. Steward Brown verwoordt het prachtig in zijn geweldige TED talk; “Nothing lights up the brain like play” en Jonah Lehrer legt mooi uit hoe het in de hersenen werkt in zijn boek ‘Hoe creativiteit werkt.’ maar daarover morgen meer.
Terwijl Onno aan het uitleggen was, kon ik me niet inhouden om al met de Lego blokjes te spelen. De aanraking van de Lego stukjes brachten me in een fractie van een seconde 40 jaar terug in de tijd en ik kon niet wachten op de eerste opdracht, die Bernard Suits zou formuleren als een ‘vrijwillige poging tot het overwinnen van een overbodig obstakel’.
De eerste oefening bestond uit het maken van een toren met het figuurtje erop;
De beperkte tijd dwingt je om snel te werken, te doen in plaats van te denken. Ik moest bij de opdracht denken aan de wat ik ooit in Paul Arden’s boekje had gelezen;
Ik moest dus zo hoog mogelijk. Maar het moest ook mooi. Al bouwend dacht ik aan de Memphis voorwerpen bij mijn vriend Ton waar mijn bouwsel, al groeiend, aan deed denken. Het moest dus symmetrisch. Dat ging ten koste van de hoogte maar het moest mooi….anders klopt het niet. Mooi als in ‘de belofte van geluk’ (Stendahl) en geluk als in ‘je goed en slecht kunnen voelen maar voelen dat het klopt in een context van groei’ (Gretchen Rubin). Ik zat gewoon een partijtje gelukkig te wezen met 7 vreemden en een hoopje Lego. Los van het bouwen is het ongelooflijk wat iedereen kon vertellen over zijn /haar bouwwerk en als Onno vragen stelde over het waarom van sommige details er ook de meest prachtige verklaringen naar boven kwamen. Blijkbaar waren onze hersenen echt opgelicht.
Het mooie van Lego is dat de eenvoudige plastic steentjes echte bouwstenen zijn voor je verbeelding waarbij de beperking van de vorm juist drempelverlagend werkt. Hoewel…….toen we de opdracht kregen om iets te bouwen dat een goede eigenschap van je verbeeldde bouwde ik deze:
De helicopter view, de big picture kunnen zien. Ik voelde zowaar een gevoel van trots over me heen komen en wilde het bouwwerk aan mijn vader laten zien maar moest na mijn uitleg alweer aan de slag met de volgende opdracht. Kill your darling.
Na nog wat darlings te hebben gekilld kregen we als laatste de opdracht om ‘het ideale werkoverleg’ te bouwen:
“Het ideale werkoverleg is op vrijwillige basis. Een vraagsteller deelt zijn vraag en als je je uitgedaagd voelt mee te doen (aangetrokken voelt door de vraag = groen) doe je mee. Heb je geen zin (afgestoten door de vraag = rood) doe je niet mee.
Aan het eind werd iedereen gevraagd een element uit zijn ‘ideale werkoverleg’ mee te nemen naar een blanco blauw Lego bord en in overleg de elementen op ’tafel’ te leggen:
Iedereen had zijn steentje bijgedragen en het ‘klopte’ wonderbaarlijk. Het feit dat ik me nog kan herinneren wat de beschrijvingen van de anderen waren, zegt iets over de kracht van deze aanpak.
Als laatste oefening bouwden we onze conclusie van de workshop:
Lego verbindt hoofd en handen en geeft je een beter beeld van de verschillende mogelijkheden.
Dag Piet. Ik kom je officieel bedanken voor je tijd, geduld, luisterend oor en je nieuwgierigheid.
Dan bedank ik jou daar ook voor. Maar je gaat nu toch niet vertellen dat je niet meer langskomt he.
Tuurlijk niet Piet. Ik kom je mijn beoordeling van mijn ontwerponderzoek laten zien. Die kreeg ik gisteren van mijn begeleidster. En nogmaals dank, zonder jou was het niet gelukt.
Ben blij dat je mij ‘gevonden’ hebt. Maar laat horen.
“Beste Cor, gefeliciteerd! Je hebt een zeer meeslepend verhaal geschreven over jouw proces als maker en onderzoeker van onderwijs. We hebben je werk met veel aandacht gelezen en raken absoluut geinspirereerd door wat je schrijft en hoe je het schrijft, en welke media je daarbij gebruikt. Inhoud, vorm, medium. Van harte.
Artistiek vermogen.
Je hebt een eigen vorm gekozen waarin spelerderwijs verschillende perspectieven gehanteerd worden. Het denken over een product waarmee je kinderen (en in mijn optiek mensen van 8 tot 88) kunt meenemen in kijken naar en denken over kunst die niet direct toegankelijk lijkt, spelen met spelpincipes, spelen met vorm, denken over toepasbaarheid voor onderwijs en museumwereld. De gekozen vorm als verhaal en in een blog zijn overdraagbaar en inspirerend. Bijzonder sterk in signatuur, en gekozen vorm om inhoud over te brengen. Echt heel goed gedaan.
Onderzoekend vermogen.
Door het gebruik van je blog is duidelijk te volgen welke ontwikkeling je waarom doormaakt en welke beslissingen je neemt in het ontwerpproces en waarom. Je bent gedegen in het verslag doen van wat er gebeurt, met wie je spreekt. Het vraagt wel wat van de lezer omdat je verwerking van literatuur, begrippen, in een verhaalvorm opneemt. Het blog geeft meer zicht op het denken van je hoofdvraag naar deelvragen. Wat je mooi inzichtelijk maakt in deze vorm is dat je gaandeweg andere vragen tegen komt en andere keuzes maakt dan die je aanvankelijk hebt opgesteld.
Soms zijn er aannames. Daarin kun je kritischer zijn.
Ontwerponderzoek waarbij het ontwerpen centraal staat en inzichtelijk is gemaakt op geheel eigen wijze.Tegelijkertijd: dit is wel een heel mooi voorbeeld van hoe ontwerpen en onderzoeken samen kunnen gaan. Het onderzoeksproces wordt in de fasering helder beschreven, de manier waarop data is verzameld en geanalyseerd is wel af te leiden uit de teksten en filmpjes, maar had nog meer helder en lijn kunnen worden aangegeven, vanuit de onderzoeksvraag met de deelvragen naar de dataverzameling, analyse en resultaten / conclusies
Kunstpedagogisch didactisch vermogen.
Je product is zowel de film als het blog in mijn optiek. Je hebt dat in je verhaal over het onderzoek niet echt geëxpliciteerd. Je durft in je onderzoek bepaalde overtuigingen te bevragen en van een andere kant te benaderen, daarin raak je aan wat in kunstonderwijs van belang is.
In je aanpak toon je zowel je pedagogische en didactisch vermogen.
Niet helemaal duidelijk is welke oplevering hoe gedeeld wordt met het veld, hoe wordt hierop verder gebouwd en hoe stimuleert Cor dit proces? Dat had meer expliciet gekund, voor mensen die Cor verder niet kennen maar dit verslag onder ogen krijgen, nieuwsgierg worden en zelf aan de slag willen gaan.
Kritische reflectie.
Je blog laat zien waar je op reflecteert en wat je daaruit voor conclusies trekt. Reflectie op het onderzoeksproces als zodanig zit fragmentarisch wel deels tussen de regels maar had meer expliciet gekund en dan vooral gericht op de planvorming en dataverzameling en verwerking daarvan in de praktijk; waar zitten leerpunten, in de zin van: wat kunnen anderen hiervan van jou leren en wat zou je zelf een volgende keer anders doen?
Voortdurende reflectie op eigen handelen en maken, heel helder beschreven in toegankelijk verslag
Je bent zo in het proces opgegaan dat een kritische reflectie op apo niet helemaal zichtbaar is gemaakt.”
Apo?
Artistiek pedagogisch en ondernemend.
Ah. Ja Cor je moet dus meer boven de materie hangen. Theosofie niks voor je?
Ah! Nu je het toch over Theo hebt. Hoe hebben jullie elkaar ook alweer ontmoet?
Moge Cor. Moet jij niet naar je posterpresentatie?
Jazeker. Vanmiddag maar ik dacht ik ga eerst nog even langs Piet. Ik kwam namelijk een stukje tegen in ‘Denk als een kunstenaar’ van Will Gompertz.
Heb je het al uit dan?
Nee, dat niet maar er stond iets over jou in dat niet klopte, waardoor ging ik zitten nadenken en er de gedachte ontstond dat Gompertz zijn huiswerk niet goed gedaan had. De gedachte haalde me helemaal uit het boek. En ik vroeg me af hoe dit kwam.
En wat denk je?
Ik ben er nog niet uit. Ik weet zeker dat als ik het boek gelezen had voor dat ik jou had leren kennen ik het gewoon aangenomen had.
Maar wat bedoel je eigenlijk “het gewoon aangenomen had”.
In zijn boek schrijft hij over jou; ‘Deze Nederlandse schilder vulde vierkanten en rechthoeken tussen zwarte lijnen met de assertieve kleuren blauw, rood of geel. Dertig jaar lang schilderde hij variaties op dit uitgeklede, geometrische thema.’ En ik weet dat dat was van 1918 tot 1944.
En dat zijn 26 jaar.
Precies. En dat klopt gewoon niet. Maar het bijzondere vind ik dat mijn Kennis, wat ik weet over jou en je werk, mijn nieuwsgierigheid in de weg stond. En nieuwsgierigheid een belangrijk element van ons creatief vermogen is. Het feit dat ik NIETS wist van moderne kunst is misschien wel bepalend geweest voor de ontwikkeling van mijn kunsteducatieve product. Ik moet daarbij denken aan de reactie van Carel Blotkamp op de vergelijkingen van de kindertekeningen met andere kunstenaars. Hij wist dat Klee, Kandinsky, Picasso etc. kindertekeningen verzamelden omdat ze zo origineel en expressief zijn en vond de vergelijkingen dan ook “logisch”. Maar omdat ik net als de kinderen niets van moderne kunst afwist en heel enthousiast werd van die vergelijkingen kon ik me voorstellen dat de kinderen dat ook zouden zijn.
Wat ze ook waren.
Inderdaad. Ik moet denken aan de woorden van Sir Ken Robinson; “If you are not prepared to be wrong, you will never come up with something original.” Als je iets niet weet weet je ook niet of je iets fout doet.
Da’s waar. Maar je moet het nog wel doen.
Doen brengt het denken verder. En denken blokkeert het doen….soms.
Moge Cor. Zeg. Hoe lang blijf je eigenlijk nog langskomen?
Hoezo? Verveel ik je je?
Zeker niet maar ik kan me voorstellen dat je ook wel wat anders te doen hebt.
Ja met de vakantie voor de deur en een stapel niet gelezen boeken kan ik me dat ook voorstellen maar ik wil gewoon nog een hoop van je weten. En ook omdat je volgend jaar op reis gaat.
Op reis?
Jazeker. Ik sprak Carel Blotkamp van de week en die vertelde me dat dit werk uit 1917 volgend jaar herenigd wordt met de 4 andere ‘composities’ uit 1917 in het Gemeente Museum Den Haag.
En waarom is dat eigenlijk?
Ten eerste omdat Carel bezig is om de de hele indeling van de vaste collectie hier in Boijmans te veranderen…en de bijbehorende teksten te schrijven. Een gigantische klus.
Dan lijkt me een retourtje Den Haag helemaal geen slecht idee.
Zeker niet. Trouwens ik ga volgende week zondag weer naar het Gemeente Museum met de leerlingen van Take pART.
Dat is toch dat jongerenproject van het Dordrechts museum.
Klopt.
En wat ga je daar doen?
We gaan de Wonderkamers bezoeken. Ik schreef daar al eerder over. Hier, hier, hier, hier en hier.
Je bent nogal enthousiast over die Wonderkamers.
Zo enthousiast dat ik niet eens de tijd heb genomen om al jouw werk te bekijken in het Gemeente museum. Hoop dat ik daar volgende week wel tijd voor heb.
Maar dat is volgende week. Morgen eerst je posterpresentatie. Wou dat ik er bij kon zijn.
Dat is het nieuwe boek van Will Gompertz. Ik kreeg het van Petra Befort, een HKU collega en ik wachtte met lezen nadat ik klaar was met mijn master. Ik zit nu op de helft.
En? Is het wat?
Jazeker. Ik las Gompertz’ ‘Dat kan mijn kleine zusje ook’ en dat was een mooie inleiding in de moderne kunstgeschiedenis. Gompertz wordt ook wel de eerste kunsthistorische stand-up comedian genoemd.
Heb je hem al eens zien optreden?
Nee dat niet maar daar gaat dit jaar verandering in komen.
Vertel.
Samen met collega’s en partners in crime Souwie de Wijn en Yara Cavalcanti ontwikkelde we een onderwijsmodule op basis van het boek. En toen ik het daar met Petra over had, vertelde ze me dat haar vriend bij Meulenhoff, de uitgever van ‘Dat kan mijn kleine zusje ook’, werkt. Een dag later lag het boek in mijn HKU postvak en twee dagen later mailde Petra me dat Gompertz bij Meulenhoff was en of ik er bij wilde zijn.
Zo. Dat ging hard.
Nou en of. Helaas kon ik er niet bij zijn maar tijdens het interview is Gompertz wel gevraagd of hij een college over zijn boek wil geven op HKU.
En?
Dat wilde hij!
Dat kost zeker wel wat.
Piet, daar kan ik helaas niets over zeggen.
Geheimzinnig. En waar gaat die onderwijsmodule over?
Art Histories beschouwt de kunstgeschiedenissen als netwerken en contextuele verhalen. Ideeën en artistieke uitingen bestaan niet op zichzelf, maar komen tot stand in relatie tot elkaar en de context waarin ze zich bevinden.
Het korte verhaal Chain-links van Frigyes Karinthy uit 1929 introduceert een gedachten-experiment dat stelt dat iedereen op de wereld elkaar in maximaal vijf stappen kan bereiken, via mensen die elkaar persoonlijk kennen. Naast de visie die het uitdraagt, schept het experiment van de wereld een speelveld van interconnectiviteit en verwevenheid.
Het idee van verbondenheid is belangrijk in de kunstgeschiedenis, of dit nu op sympathie of antipathie berust, op reactie of tegenreactie. Schetsen uit 1936 van de eerste directeur van MoMA – Alfred Barr – pogen de ontwikkeling van kubisme en abstracte kunst te verbeelden in een stroomdiagram, wat verder wordt geabstraheerd tot een lineaire indeling. In 2013 beweegt het MoMA zich weg van deze weergave en vertaalt de opkomst van abstracte kunst naar een netwerk van kunstenaars. Dit doet MoMA vanuit de overtuiging dat het ontstaan van abstracte kunst het gevolg is van ideeën die bewegen door een netwerk dat kunstenaars en intellectuelen verbindt, op verschillende locaties en in verschillende disciplines.
De kunstgeschiedenis staat bol van beschrijvingen van onderlinge relaties, die op tal van manieren kunnen worden geordend. Dit biedt een enorm potentieel aan verhalen en betekenisvorming. Een maker of creatief product kan worden beschouwd als een knooppunt van een hele serie relaties. De student zal in deze module een eigen verhaallijn blootleggen binnen de context van de kunstgeschiedenis, door deze knooppunten met elkaar te verbinden.
Geïnspireerd op het experiment van Karinthy worden studenten uitgedaagd om de kunstgeschiedenis te ervaren als een speelveld van interconnectiviteit. De student verbindt twee makers en/of creatieve producten via vier andere makers en/of creatieve producten, op basis van comparatieve analyse. De stappen vertegenwoordigen verbindingen van verschillende aard, bijvoorbeeld op basis van thema (bijv. stadsleven), bron van ideeën (bijv. dromen) of vormentaal. De verbonden knooppunten vormen een unieke reis door de kunstgeschiedenis, waarbij formele grenzen tussen disciplines gemakkelijk kunnen worden overgestoken
Dat klinkt heel interessant. Je hebt daar al eerder iets over verteld. Mag ik de college’s volgen.
Natuurlijk Piet. Misschien wil je ook iets vertellen.
Dat moet dan wel in de avond.
Gee probleem Piet. Regelen we. Gaan we daarna lekker dansen.