Archive | play RSS feed for this section

Hoe we de vriendengroep van het bos vergroten?

1 okt

Uit onderzoek blijkt dat de verbondenheid van mensen met de natuur de afgelopen twee eeuwen flink is afgenomen. Toch is er ook goed nieuws: we weten nu steeds beter wat we kunnen doen om die band te herstellen – en dat werkt niet alleen voor de natuur, maar ook voor onszelf.

Kinderen op jonge leeftijd kennis laten maken met de natuur en steden veel groener maken, zijn volgens onderzoekers de krachtigste manieren om dit tij te keren. Wanneer jonge kinderen spelen tussen bomen, bloemen en vogels, bouwen ze een levenslange band op die ze later vaak doorgeven aan hun eigen kinderen.

Professor Miles Richardson van de University of Derby laat zien dat ouders hierbij een sleutelrol spelen. Als volwassenen hun liefde voor de natuur delen, is de kans veel groter dat kinderen zelf ook natuurvriendelijk opgroeien. Zo kan er een positieve, zelfversterkende beweging ontstaan.

Het onderzoek benadrukt dat groene steden niet alleen goed zijn voor dieren en planten, maar ook voor ons welzijn. Een flinke uitbreiding van parken en biodiversiteit in de stad kan al bijdragen – en hoe meer groen, hoe sterker het effect.

Initiatieven zoals bosklasjes, natuurspeeltuinen of groen traineeships zoals Friends of the Forest zijn daarbij waardevol: ze brengen plezier, versterken de mentale gezondheid en maken natuur weer een vanzelfsprekend onderdeel van het dagelijks leven.

Richardson ziet hierin een kans: omdat onze huidige natuurverbondenheid zo laag is, kan elke stap vooruit een groot verschil maken. Met gezamenlijke inspanning – van gezinnen, scholen, gemeenten en maatschappelijke organisaties – kunnen we een samenleving creëren waarin mens en natuur weer sterker verbonden zijn.

Afgelopen zaterdag was de terugkomdag van groen traineeship Friends of the Forest. Deelnemers hadden vrienden en familie meegenomen om hun boek met 15 natuurchallenges te presenteren en uit te delen aan vrienden en familie. Maar eerst trokken we met zijn allen het bos in om twee natuurchallenges te ervaren. De zus van een van de trainees had haar twee jarige zoontje meegenomen. Met zijn kaplaarsjes aan en een tak met bladeren in de hand liet ze hem trots voorop lopen en toen hij bij varens belandde die bijna net zo groot als hij waren begon hij ze voorzichtig te aaien. Dat is wat kinderen doen. Die zijn nieuwsgierig en ontdekken door te voelen, ruiken, kijken, luisteren en proeven. Naarmate we ouder worden verliezen we die nieuwsgierigheid. Een verbroken relatie met de natuur als gevolg.

Gelukkig kunnen we onze relatie met de natuur herstellen. Met kleine, eenvoudige activiteiten die je ook gewoon ‘in de buurt’ kunt doen. Je hoeft er niet perse voor naar een bos of park, ver weg. Pak vandaag een blad van de grond en bekijk het eens in detail. Volg een vogel in haar vlucht tot ze uit beeld verdwijnt. Doe het samen en verwonder je over de schoonheid, de complexiteit en verbondenheid.

En ben je op zoek naar inspiratie, download dan hier het boek dat de groen trainees van Friends of the Forest hebben gemaakt:

Gratis. Maar zeker niet voor niks.

Het bos nodigt je uit om Friend of the Forest te worden.

25 jun
Friends of Forest Mei 2025

Van 18 tot met 23 augustus organiseren we voor de vijfde keer Friends of the Forest voor mensen tussen de 16 t/m 29 jaar. Word jij ook een Friend of the Forest? Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt namelijk dat dagelijkse, kleine activiteiten in en met de natuur, zoals het ruiken aan bloemen of gewoon zitten en relaxen in je tuin, het sterkst bijdragen aan gezondheid en welzijn. In dit gratis traineeship doe je inspiratie op om de natuur op nieuwe manieren te beleven, zodat je die oefeningen en activiteiten kan inbouwen in je dagelijkse routines.

Friends of Forest Mei 2025

Tijdens Friends of the Forest ervaar je de magie van het bos door te verstillen in, je te verbinden met, en je te verwonderen over de natuur. Korte speelse momenten waarop je bewust bezig bent met de natuur. Dat is laagdrempelig en leuk, gebaseerd op wetenschappelijke inzichten. En wist je dat dit een positieve impact heeft op je gedrag met betrekking tot klimaatverandering, biodiversiteit en mentale gezondheid? Dus goed voor jou én de natuur!

Friends of Forest Mei 2025

Je leert samen de magie van het bos kennen. Niet alleen met je hoofd, maar ook met je handen en je hart. Je leert het verschil tussen ‘in’ de natuur en ‘met’ de natuur zijn. Bijvoorbeeld door een Shinrin-Yoku sessie, een Japans ritueel waarbij je al je zintuigen gebruikt tijdens een trage wandeling in het bos. Of tijdens de dagelijkse ‘sit spot’ waarbij je een half uur op een door jou gekozen plek ‘bent’. Elke dag begint met een gezamenlijke check-in en sluit af met een kampvuur, waar we onze ontmoetingen met het bos delen. We koken en eten samen vegan en slapen in tentjes in het bos.

Wat biedt dit Groen Traineeship jou?

  • Een concreet project bij een natuur- en duurzaamheidsorganisatie;
  • Professionele begeleiding;
  • Diverse trainingen en workshops, zoals Shinrin-Yoku, Toekomstdenken en Design Thinking;
  • Toegang tot een netwerk van ondernemers, ontwerpers en kunstenaars;
  • Een creatieve omgeving waar je jouw talent kunt ontdekken en inzetten
  • Een certificaat om je CV te vergroenen;
  • Reiskostenvergoeding (binnen Nederland);
  • Verblijf op het landgoed (neem je eigen tent en kampeerspullen mee, wij zorgen voor de rest).

Ben jij 16 t/m 29 jaar oud of ken je iemand en ben je klaar om jouw impact te vergroten en Friend of the Forest te worden? Schrijf je snel in.

Meld je aan vóór 11 augustus 2025.

Spot on.

1 mei
Fotografie: Cor Noltee (tijdens Friends of the Forest, 30 april 2025)

Een van de mooiste uitnodigingen die ik leerde in de opleiding tot Shinrin-Yoku gids is de sit-spot. Een plek in de buurt waar je een half uur zit, bent, kijkt, ruikt, voelt, luistert en proeft. Het liefst dicht in de buurt. Een park, perk, je tuin of je balkon. Een plek waar je niet veel moeite voor hoeft te doen om er te komen, om er te zijn. Mijn sit-spot is in de binnentuin van het appartementen complex waar ik woon. Als je regelmatig je sit-spot bezoekt, bijvoorbeeld een half uur per week, bouw je langzaam een relatie op met de plek en haar bewoners. 

Mijn grootste uitdaging tijdens de sit-spot zijn mijn gedachten. Mijn ‘to-do’ lijstjes of ‘did not do’ lijsten. Nog erger zijn mijn ‘stil not done’ lijsten. Zittend op mijn sit-spot is er altid wel een lijst die om aandacht vraagt. Door dan mijn aandacht te richten op de wind op mijn hand, de schaduw van de tulp op de grond, het gekrijs van de overvliegende meeuw of dat pijntje in mijn linker kleine teen, verwaaien alle lijsten in mijn hoofd en zit ik gewoon te zijn.

Een van de leukste ontmoetingen tijdens mijn sit-spot was er een met een tulp. Op een dag zag ik hem met zijn gekleurde bloembladeren half open meedeinen in de wind. Een week later hingen er nog twee bloemblaadjes aan zijn stukken minder strakke stengel. En toen de wind zijn geknakte rechter grote groene blad oprichtte was het alsof hij naar me zwaaide. Het was voor het eerst in mijn leven dat ik lachte naar een tulp. Dit typende kan ik er weer om lachen.

In de voorbereiding op Friends of the Forest doen de deelnemers thuis ook een aantal keer een sit-spot. En tijdens Friends of the Forest elke ochtend na de check-in. Tijdens de kennismaking afgelopen maandag kozen de deelnemers een sticker van een dier, boom, paddenstoel of plant en deelde hun verhaal over hun relatie ermee. Twee van de deelnemers kozen een hert. 

Twee keer raden wat zij, en alleen zij, gisteren tijdens hun sit-spot voor ontmoeting hadden. 

Agnes van de Berg noemt dit soort ontmoetingen, verbindende natuurervaringen; een magisch moment waarop je je verbonden voelt met alles om je heen wat leeft en je beseft hoe bijzonder dit is en je je daardoor dankbaar en gelukkig voelt.

Ben jij onder de 30 en ben je nieuwsgierig naar die magische momenten in de natuur? 18 tot en met 23 augustus is de 5de editie van Friends of the Forest op Landgoed Zonheuvel in Doorn. 

Friends of the Forest is een Maatschappelijk Diensttijd project van Groen TraineeshipStichting SBIGoedlandt en Cor Noltee. Er zijn geen kosten verbonden aan deelname. Meld je hier aan.

Laat los in het bos.

30 apr
Illustratie: Mayra van Miltenburg (deelnemer Friends of the Forest 2025)

Langzaam druppelen de deelnemers binnen en als snel opkomende paddenstoelen plopt er een veelvoud aan kleurige tentjes onder de grote tent. Sommige ploppen letterlijk. Je haalt ze uit de verpakking en binnen 0,4 seconden staat er dan een tent. Er wordt zelfs mee ‘geadverteerd’ op de tent; staat binnen 2 seconden. Het doet me denken aan die keer dat mijn buurman me belde met de vraag of ik hem even kon helpen met zijn nieuwe tent. Hij had deze in zijn woonkamer open geplopt. Stond idd binnen twee seconden. Na 20 minuten gaf ik het op om de tent klein ‘opgevouwen’ weer in het zakje te krijgen. Ik ben heel benieuwd hoe dat aanstaande zaterdag gaat.

Als iedereen en alles staat, lopen we naar de twee eerder ontworpen dankbaarheidsrituelen. De tweede, ‘De Ontmoeting’ is een spiral met een doorsnede van zo’n 8 meter, gemaakt van in de grond gestoken wilgentakken. Als ik op zondag, de dag voordat de deelnemers komen, ga kijken hoe het werk erbij staat, valt me op dat het er nog zo goed en mooi bij staat. Het bos en haar inwoners lijken het geaccepteerd te hebben. Ook ‘de mens’ heeft het met rust gelaten. Ik ga in de vertraging en loop de spiral. Aan het eind ontmoet ik wederom de boom en kijk langzaam omhoog naar zijn kroon en hoe zijn takken en bladeren de takken en bladeren van de omringende bomen niet raken. Prachtig en fascinerend om zo duidelijk te zien dat deze bomen elkaar de ruimte geven….of elkaar niet uit kunnen staan. Ze zijn zich in ieder geval bewust van elkaars aanwezigheid. Ook van die van mij? Zouden ze me herkennen? 

Foto: Cor Noltee

Als ik dinsdag met de deelnemers bij de ‘De ontmoeting’ ben, vraag ik ze of ze in stilte, één voor één de ontmoeting aan willen gaan. Langzaam, en dan nog een versnelling lager. Sommige kunnen heeeeeeeel langzaam lopen. Als iedereen zo langzaam loopt dan zijn we niet voor donker thuis. Ik maak me druk, moet ik ingrijpen?  Ik laat het. Om me heen zie ik iemand op haar rug liggend een tekening van de boomkronen maken en een eindje verder beweegt iemand zittend op de grond met haar rechterarm. Als ik na twee uur opsta en nieuwsgierig naar haar toe loop om te kijken of zie iets gemaakt heeft of gewoon maar een beetje in het zand heeft zitten doodlen zie ik dit:

Werk van de rechterhand van Mayra van Miltenburg

Ik blijf nieuwe details ontdekken. Tijdens de cirkel met talking stick wordt gedeeld dat die twee uur in stilte heel fijn was om te landen, een veilige plek creëerde, zonder oordeel. Niemand had zich druk gemaakt of we wel op tijd terug zouden zijn. Behalve ik.

Het bos laat los.

PS

Ben je jonger dan 30 en wil je een week verstillen, verbinden en verwonderen in het bos? De inschrijving voor de 5de editie van Friends of the Forest is net geopend. Friends of the Forest is een Maatschappelijk Diensttijd project van Groen Traineeship, Stichting SBI, Goedlandt en Cor Noltee. Er zijn geen kosten verbonden aan deelname. Meld je hier aan.

Van passagier naar crew op SpaceShip Earth

9 feb
Workshop ‘Gesprekje met een stekje’ van Bo Lagrand. Tekening Evy.

Afgelopen twee weken gaf ik voor de zesde keer seminar ‘Expedition Spaceship Earth’ op HKU en was ik met een aantal studenten op expeditie op ruimteschip aarde met als doel meer bewustwording en verbinding met de planeet en elkaar te creëren. Aan het eind van de twee weken vroeg ik de studenten een brief te schrijven aan toekomstige twijfelende seminar deelnemers. Geen leerdoelen vooraf maar leerervaringen achteraf. Bij het lezen van de brieven werd ik af en toe diep geraakt.

Goeiedag twijfelende toekomstige expeditieleden, 

Kiezen doe jij, ik kan je alleen vertellen wat mijn ervaring is geweest. Waarom ik jou dit seminar wil aanbevelen. Uiteindelijk bepaal jij of je de uitdaging aan wil gaan. 

Van passagier naar crew op ruimteschip aarde. Dat is het doel van dit seminar. Dat lijkt op eerste gezicht best vaag, maar ik zal het je uitleggen. Aarde is het ruimteschip waar wij als passagiers op wonen. We gebruiken het ruimteschip om te kunnen overleven. We maken als passagiers veel gebruik van de aarde, maar leveren niks terug. We leven van de aarde en niet samen met de aarde. In dit seminar leer je wat jouw rol is op deze aarde om uiteindelijk crew te worden van ons ruimteschip aarde. 

Door verschillende excursies, films, opdrachten en workshops leer je meer over het ruimteschip waarop we leven en jouw rol daarop. Zo hebben we een prachtige wandeling gemaakt en daarbij een podcast geluisterd die ons een idee gaf over hoe oud de wereld al is en wat er in die tijd allemaal is gebeurd. Daarnaast hebben we een workshop gehad van een medestudent die ons een gesprekje met een stekje liet doen. De manier hoe je je na dat gesprek verantwoordelijk en verbonden voelt met het stekje is niet te omschrijven. Je voelt opeens echt een band. Net zoals je dat voelt met je vrienden en familie. Dit zijn enkele voorbeelden van activiteiten die we hebben ondernomen. Het programma is erg vrij en veel ruimte voor persoonlijke inbreng. 

Mijn conclusies na dit seminar
Ik voel meer een connectie met de aarde. Dit zorgt ervoor dat ik me verantwoordelijk voel voor de keuzes die ik maak. Daarnaast heb ik geleerd dat de aarde voor veel problemen al een oplossing heeft gevonden. In het werkveld beeldende kunst en design wil ik dit aspect van het seminar graag meenemen als ik iets ga ontwerpen. Kijken wat er al is op aarde en daarvan leren. Het seminar is naast het grote onderwerp ook door de verschillende podcasts en filmpjes/documentaires een grote inspiratiebron geweest. 

Hopelijk heb ik je goed kunnen informeren over dit seminar en kan jij nu een overwogen keuze maken. 

Zit je in het onderwijs of ben als bedrijf nieuwsgierig geworden naar hoe je mensen transformeert van passagier naar crew op Spaceship Earth? Bel (0624965000) of mail me (cornoltee@mac.com)

Het zou fantastisch zijn als we meer passagiers kunnen transformeren naar crew.

Lucifers en schorskevers op de Dutch Design Week 2022

20 nov

Dit is de zesde post over mijn 6 daagse bezoek aan de Dutch Design Week. 

Na een uitstapje naar sectie C op de vouwfiets en mijn ontmoeting met Job van den Berg, ben ik weer terug bij het eindexamenwerk van de Design Academy.

In mijn poging mijn zes dagen zo efficient mogelijk in te vullen stuit ik elk jaar op verrassingen die mijn hele schema in de war gooien. Zoals mijn ontmoeting met Job van den Berg die mijn bijna 50 jaar oude Batmobiel gaat laten crashen. De route in het gebouw waar de eindexamenwerken zijn opgesteld is ook een poging tot efficiëntie. Dat moet ook wel. De hoeveelheid bezoekers is de afgelopen jaren flink gestegen. Met enige weemoed denk ik terug aan de expo’s in de Witte Dame waar ik op zaterdag direct doorliep naar het eind van de expo, daar het jaarboek kocht en vervolgens heel de dag zittend in het restaurant het jaarboek las zodat ik de dagen erna de werken en ontwerpers die ik interessant vond, ‘live’ kon ontmoeten. Heel efficient.

Dat er waarde zit in inefficiëntie, laat Juno Brown zien in zijn volledig operationele mini lucifer fabriek van 1,5 x 3 meter waar hij de enige medewerker is. Hiermee brengt hij een bezoek aan de eens bloeiende/gloeiende lucifer industrie in Eindhoven. Ik heb altijd gedacht dat Eindhoven lichtstad was door de gloeilampen. Niet dus. Brown’s Factory of Inefficiency tart speels met de huidige focus op groei en efficiëntie, vragen oproepend omtrent werk en leven. Het beschouwt andere waarden zoals werkplezier, waardering van het imperfecte en de verrassing van het onverwachte. De verplaatsbare mini fabriek biedt een ander perpectief op evenementen als de Dutch Design Week waar technologie en innovatie op een voetstuk in de spotlights staan.

FACTORY OF INEFFICIENCY, Juno Brown, junobrown.net

Ik moet denken aan het verhaal dat Henry Ford een medewerker aan de lopende band had ontslagen omdat hij stond te glimlachen. Werk en plezier is een giftige combinatie volgens Ford en zouden de efficiëntie van de lopende band, waar de model T Ford vanaf rolde, ernstig in gevaar brengen. Tegenwoordig zijn veel mensen in autofabrieken vervangen door robots, en die lachen niet.

ABUNDANCE REJECTED, Raphael Breuskin, raphaelbreuskin.be

De vraag naar perfecte materialen is waar Raphael Breuskin nieuwsgierig naar is. Met zijn Abundance Rejected verkent hij de verschillende waarde perspectieven van de houtindustrie en de consument. De afgelopen paar jaar heeft, als gevolg van een warmer en droger klimaat, de schorskever flink huis gehouden in de Belgische sparren bossen waardoor miljoenen sparren zijn dood gegaan. De houtindustrie heeft de dode sparren gedegradeerd. Met name omdat een schimmel de dode spar blauw kleurt. En alhoewel het hout zwakker lijkt, zijn de fysieke eigenschappen nog precies hetzelfde. Ze passen echter niet in het perfecte plaatje van de houtindustrie. Maar wat vindt de consument van deze gedegradeerde spar? Om dat te onderzoeken ontwierp Breuskin een aantal meubels die de mensen uitnodigt om de meubels aan te raken, erop te zitten en te verkennen en zo de vraag naar perfectie te bevragen.

Morele boodschappen – boodschappen die je betere ik naar boven moeten halen -vinden we in voorwerpen die ons in eerste instantie schijnbaar weinig te ‘zeggen’ hebben. Zoals de meubels van Breuskin. Of dit koffiekopje:

Ik kocht het bij Wonki Ware in George, Zuid Afrika. Alain de Botton zegt hier over:

Het is niet alleen een koffiekopje, maar ook een prachtig eerbetoon aan bescheidenheid. Deze eigenschap wordt benadrukt door de kleine schoonheidsfoutjes die men bewust heeft laten zitten, de deukjes, de niet perfecte vorm en de zwarte stipjes als gevolg van vuiltjes die in de oven terecht zijn gekomen. Het koffiekopje is bescheiden omdat hij zich van al die onvolkomenheden niets lijkt aan te trekken. De foutjes laten alleen maar zien dat het kopje niets om status geeft. Hij is wijs genoeg om niet te vragen hem als een bijzonder object te beschouwen. Hij is niet nederig maar gewoon tevreden met wat hij is. Voor iemand die arrogant is of zich druk maakt over zijn status en er alles aan doet om bij sociale gelegenheden op te vallen, kan de aanblik van zo’n koffiekopje zeer ontroerend en bemoedigend zijn. Wie zo duidelijk geconfronteerd wordt met het ideaal van bescheidenheid, beseft waarschijnlijk dat hij die zelf ontbreekt. Toch ligt die voor het grijpen, in het kopje. Wanneer een in wezen goed persoon, wiens arrogantie slechts een pose is om een kwetsbaar deel van zichzelf te beschermen, bij het zien van het kopje  een verlangen zou voelen om zijn leven te veranderen onder bescherming van de waarden die versleuteld zijn in een stuk keramiek, zou dat begrijpelijk zijn.

Bovenstaande tekst komt uit Kunst als therapie van Alain de Botton en John Armstrong. Het boek leert me om het doel van kunst te ontdekken. Mezelf af te vragen welke dingen onze geest en emotie nodig hebben om beter te functioneren. Bij welke psychologische beperking kan kunst van pas komen. Kunst ter compensatie van datgene wat in je leven ontbreekt. En wat we mooi of lelijk vinden hangt af van welk deel van onze emotionele kant onderbelicht is en dus gestimuleerd of benadrukt moet worden.

Met behulp van kunst kun je je leven in balans brengen.

Mijn Wonki Ware kopje is mijn dagelijkse training bescheidenheid die ik heel graag zittend op een meubel van Breuskin zou willen nuttigen. In het flikkerende licht van een kaars die ik aangestoken heb met een handgemaakte lucifer van Juno Brown. Perfect.

Auto (on)geluk op de Dutch Design Week 2022

8 nov

De beste week van het jaar duurt 9 dagen. De Dutch Design Week. Daarvan was ik 6 dagen in Eindhoven. Ik schreef er al eerder over. Hier, hier en hier.

Dit zijn de dingen die mij verder opgevallen zijn.

In mijn vorige post schreef ik over drie werken die ik tegen kwam op de graduation show van de Design Academy, vandaag maak ik een uitstapje naar Sectie C. Een plek waar ontwerpers hun werkplaats/kantoor/winkel hebben. Ik ‘doe’ de DDW altijd met de vouwfiets en zo langzaam aan weet ik mijn weg aardig te vinden. Je kunt met je festival bandje natuurlijk ook gratis gebruik maken van de Mini rides. Mini’s met Design op hun dak:

Ik heb wat met auto’s. Zeker met Mini’s. Mijn eerste auto was een Mini.

Het is 1992 en een van mijn favoriete bezigheden was het rondlopen op autosloperijen. Het zal met mijn autotik te maken hebben. Of met mijn beperkte budget. Of was het een beschermingstechniek. De kans was namelijk groot geweest, dat als ik op zaterdag in de Mini showroom had gelopen ik een Mini op afbetaling had gekocht inclusief Maxi renti. En aangezien ik weinig zin had in een lening en nog minder in een schuld leek me de autosloop op zaterdag een veel beter alternatief.

Op de bewuste zaterdagmorgen liep ik op de sloop een mooie Mini tegen het lijf. Hij stond op een Opel Kadett en onder een Autobianchi. Een mooi trio. Maar mijn interesse ging toch uit naar de Mini. Ik was op zoek naar een deurslinger voor mijn Mini. Mijn raampje ging niet meer open en het leek me weer fantastisch om mijn Taxi arm weer een beetje bij te kleuren in de warme augustus zon. En toen gebeurde het. Ik stond achter de Mini en dacht:

“Dit is een geweldige commode voor Noëlle, onze dochter.’

Mini mensje Noëlle moest nog geboren worden. (en mini was ze. twee maanden te vroeg en 1400 gram) Wij waren druk met de ‘kinderkamer’ en daar hoort een commode in. Plek voor de verschoning en de voorraad luiers. Het leek me geweldig om die te bewaren in de achterbak van die Mini. Heel handig van de Mini is het achterklepje. Dit scharniert niet aan de bovenkant maar aan de onderkant. Perfect. Noëlle kon daar dus uitstekend op verschoond worden. De perfecte commode. Helaas was mijn vrouw heel wat minder enthousiast.

Staand achter de British Racing Green Mini heb ik alle kleuren ontlasting voorbij zien komen. Gelukkig was Noëlle snel zindelijk en verhuisde de Mini naar de woonkamer en werd de kast voor de stereo-installatie. Van poep naar pop. Er was geen Mini op de wereld waar zo’n goed geluid uit kwam. Maar toen de kinderen de deur uit gingen en de parkeerplaats door de stijgende vierkante meter prijs te duur werd, moest de Mini de deur uit. Via wat omzwervingen staat ie nu bij ClubgeistBVH, het reclamebureau van vriend Ton. Als, je raadt het al, Minibar.

Een Mini. Mijn eerste auto. Maar de eerste auto waar ik echt verliefd op was, was de Batmobiel. Ik heb iets met wielen. Ik ben ervoor onder behandeling met weinig succes. Ik denk dat komt omdat ik als klein ventje altijd auto’s maakte van Lego totdat ik in de etalage van een speelgoedwinkel op de Voorstraat in Dordrecht de Batmobiel van CORgi Toys zag. Die kon ik niet namaken dus moest ik hem hebben. 6 weken later en vele uren starend voor de etalage kreeg ik hem van mijn moeder voor mijn zevende verjaardag. Ik weet nog goed dat ik de zilveren wieldoppen eruit peuterde omdat de Batmobiel gewoon helemaal zwart moest zijn. Helemaal. Een auto mag voor mij elke kleur hebben, als het maar zwart is. Schoonheid is de belofte van geluk. Prachtig verwoord door Stendhal. Als het om wielen gaat wil ik daar maar een ding aan toevoegen. Als ie maar zwart is. Het leven was goed als 7 jarige. Voetballen, stoepranden en auto’s in de prak rijden. Laten rijden moet ik zeggen. Samen met mijn vriend Frans Veerkamp zetten we kleine speelgoed auto’s op straat en lieten daar dan auto’s overheen rijden. Afgezien van de spanning of de wielen van de naderende auto ons speelgoed autootje zouden raken, waren we natuurlijk met name benieuwd hoe ie, als ie werd geraakt, eruit zou zien. Daar waren we heel kritisch in. Twee 7 jarige mannetjes die de schoonheid van de crash car bespreken. Het lijkt een scene uit een Wes Anderson film.

Terug naar Sectie C. Ik ben inmiddels 55 jaar. De Batmobiel heb ik nog steeds. Niets vermoedend loop ik langs het atelier van Job van den Berg. Job heeft ook iets met auto’s en crashes. Op sloperijen hebben ze van die heeeeele sterke electromagnetische schrootlifting magneten. Als een stuk schroot werd ik zijn atelier in getrokken. Met open mond en een straaltje kwijl. Rechts hing de wand vol met zijn Car Crash Collection:

Hoe Job die maakt? Zo:

Ik durfde het bijna niet te vragen aan Job maar deed het toch:

“Zou je mijn Batmobiel willen crashen?”

Zijn antwoord was het meest verrassende, wat ik een ontwerper ooit heb horen zeggen.

Wordt vervolgd.

5. Slim Spelen op de Dutch Design Week.

16 nov

Dit is, in willekeurige volgorde, nummer 5 van mijn favorieten op de Dutch Design Week 2019. Bij deze favoriet is van belang te weten dat ik als 6 jarig ventje lid werd van voetbalvereniging Racing Club Dordrecht (RCD). Dat was een logische stap in mijn prille voetbalcarrière want twee broers van mijn moeder in onze katholieke familie waren ook lid. Met name mijn oom Albert was een inspiratie bron. Hij was snel, technisch en had de uitstraling van een mix van Johnny Rep en Tscheu La Ling. Ik was veel minder technisch, een eenvoudige schaar leverde serieuze fysieke en mentale problemen op bij de tegenstander maar ook de bal. Ik moest het van mijn snelheid hebben. In mijn topseizoen scoorde ik 34 keer waarvan 30 op een voorzet van eigen helft door onze keeper of voorstopper. Gouden tijden. Wedstrijden op zaterdag en zondag met de hele familie Sport in Beeld kijken bij oma Kuster. We waren Feyenoorders.

Het voelde dan ook wat ongemakkelijk toen goede vriendin en ex-collega Annette Poot van Pootentieel in 1996 vroeg om bij het Ajax afscheid van de Meer en de opening van de Arena het blue screen virtual reality systeem in te zetten als sponsor activiteit voor de ABNAMRO. Het was de eerste officiële opdracht van mijn eigen bedrijfje Moreality. Een aantal maanden ervoor had ik in Duitsland een kunstenaar ontmoet die daar op een beurs stond met een door hem ontwikkelde Mandala systeem “Vivid Reality”. Vincent John Vincent was een Canadese kunstenaar die samen met een techneut een spel had gemaakt waarbij je staand voor een bluescreen werd opgenomen door een camera en jouw live videobeeld in een spel projecteerde. Je lichaam was de muis en door te bewegen speelde je het spel. Het spel wat ik toen voor het het eerst speelde was Turbo Kourier. Heftig heen en weer springend moest ik obstakels ontwijken en groene Turbo Koerier pakketjes verzamelen. Het was ongelooflijk hoe goed het spel werkte. Mijn bewegingen werden zonder merkbare vertraging  omgezet in beweging op het beeldscherm. Toen ik de dag erna me afvroeg waar ik tocht die spierpijn in mijn bovenbenen van had, duurde het even voordat ik me realiseerde dat dat gekomen was door het bluescreen virtual reality spel van een Canadese kunstenaar dat ik de dag ervoor gespeeld had.

Met veel succes werd het Vivid Realty spel ingezet bij het afscheid van de De Meer en de opening van De Arena. Het spel had namelijk meerdere software titels zoals Netminder, een spel waarbij jij als keeper de ballen uit je doel moest houden. Als toeschouwer zag je iemand dan wild met zijn armen zwaaiend staan voor een bluescrreen. En als je dan naar het beeldscherm keek zag je die persoon bewegen in het doel, de ballen proberen tegen te houden. Het was niet alleen heel leuk om te spelen, het was misschien nog wel leuker om naar de spelers te kijken. De video opnames die ik maakte kreeg elke speler mee op videoband en kon ik natuurlijk weer goed gebruiken bij het binnenhalen van nieuwe klanten.

Toen Annette me daarna uitnodigde om als VIP naar een thuiswedstrijd van Ajax te komen, zei ik natuurlijk heel stoer nee. Om vervolgens binnen 0,4 seconde “Jaaaaa’ te roepen. Ik was toch wel nieuwsgierig naar het VIP gevoel van een Ajaxied. Een paar dagen voor de wedstrijd kreeg ik de kaarten in een mooie verpakking thuis gestuurd. Inclusief parkeerkaart op het VIP dek, twee toegangskaarten voor de wedstrijd in vak 218 en twee kaarten voor de VIP ontvangst in de Rinus Michels zaal. 1,5 uur voor de wedstrijd werden we daar welkom geheten met een drankje en een hapje. Alles tot in de puntjes verzorgd. Als het om service design gaat, ken ik maar weinig mensen die nog kritischer zijn dan ik. Annette is daar één van.  Ik zie ik zie wat jij niet ziet……Annette ziet alles.

Ik zie weer andere dingen. Zo werden we gefotografeerd voor we de VIP ruimte inliepen en zouden de foto na afloop van de wedstrijd ontvangen. Toen ik de foto zag was het eerste wat me opviel dat het gewoon een inkjet print was. Dat was een tegenvaller. Ik had als VIP toch een echte foto verwacht. Aangezien Annette altijd open staat voor verbeteringen, gaf ik haar mijn commentaar, waarop zij glimlachend antwoordde in de vorm van de perfecte briefing voor een nieuwe opdracht:

‘Dan bedenk je toch wat nieuws. Wat beters.’

De volgende 3 seizoenen ging ik samen met een roady elke tweede zondag in richting de Arena. Met de Sleutelhanger Fabriek. Op maat gemaakt door Gerrit Dijkstra. Dus prachtig gemaakt, hufter proof en eenvoudig te bedienen. Het werkte als volgt. Bij binnenkomst werd iedereen gefotografeerd en na de wedstrijd kon iedereen zijn sleutelhanger uitzoeken op de aan de muur bevestigde kunststof grasmat.  Jong en oud stond dan geduldig te wachten op zijn sleutelhangertje. Als kinderen in de rij voor een gratis ijsje. Bankdirecteuren met klanten en vaders met kinderen. Allemaal turend langs de ruim 200 sleutelhangers. Maar de allereerste was altijd Martin Schröder (Martinair) met zijn  vrouw. Zij gingen altijd iets eerder weg. Het was een heel grappig gezicht om de lange, statige figuur met zijn veeeel kleinere vrouw te zien turen naar de sleutelhangers. Het leek wel of ze er een soort wedstrijd van gemaakt hadden wie hem als eerste gevonden had. Door het grote lengteverschil waren ze het perfecte team. Hij zocht boven en zij zocht onder.

Toen ik aan het eind van het seizoen te horen kreeg dat ze weer ‘wat nieuws en beters’ wilde, was ik een stuk minder enthousiast. Ik stond namelijk op het punt een half jaar naar Zuid Afrika te vertrekken om daar met mijn gezin in een oude Volkswagenbus rond te gaan rijden.

Een zinnetje zorgde er echter voor dat ik nog een kans kreeg:

‘Dat zullen mevrouw en meneer Schröder niet leuk vinden.’

Om hem vervolgens in te koppen met het filmpje wat ik stiekem had gemaakt van de Schrödertjes. Turend langs de sleutelhangers. Na 12 seconden roept mevrouw Schröder enthousiast ‘Jaaaa’ alsof ze net de bingo heeft gewonnen. ‘Ik heb hem.’ voegde ze er aan toe.

Ik had hem ook. Voor nog een seizoen. Toen moesten we echt weer wat nieuws en beters bedenken.

Enfin. Dat was 2004. Nu is het 2019 en daar liep ik op de Dutch Design Week. Na het voorgaande zul je begrijpen dat ik als ex voetballer, spel en technologie fan getriggerd werd door het volgende beeld;

smarteams

Ik kwam het prototype van de TU Eindhoven tegen op de expo Drivers of Change en het heet Smarteams;

“Slimmer voetballen met interactieve LED-hesjes. Van laptopcoach tot VAR; de technologie rukt op in het voetbal. Nieuwe loot aan de stam is Smarteams. waar spelers tijdens trainingen nu eenkleurige hesjes dragen, neemt dit interactieve ‘LED-hesje’ verschillende kleuren aan. Coaches veranderen met een beweging teamsamenstelling, maar bepalen in een split-second ook wie de bal naar wie moet passen. hackers op de hesjes geven bovendien inzicht in persoonlijke en ’teamscores’, zoals snelheid, positie, en vermoeidheidsniveau; allemaal zaken die het verschil kunnen maken tussen winnen en verliezen.”

Misschien een idee voor Dick Advocaat? Dan moet ie Vimukthi Gunatilleke even mailen:

vimukthi08@gmail.com

 

 

 

 

4. Gerooid voor de Dutch Design Week.

11 nov

Gisteren publiceerde ik het verhaal over de Gele Kornoelje die ik samen met mijn kleinzoon plantte. Vandaag deel ik het concept ‘1 boom 20 studenten’.

Waarschijnlijk heb je nu al een idee waar dit concept over gaat. Ik maak even een zijsprongetje naar een aantal verwante concepten waar ik fan van ben en zal proberen toe te lichten waar mijn enthousiasme vandaan komt.

Laat ik beginnen met een van mijn favoriete ontwerpers Christien Meindertsma. Zij is een toonbeeld van nieuwsgierigheid, verbeeldingskracht, vasthoudendheid, discipline en samenwerken.

Ze was nieuwsgierig naar wat er allemaal met de ‘ingrediënten’ van 1 varken gebeurt. Ze ontdekte dat alles van een varken ‘op gaat’ en belandt in een divers aantal producten, variërend van kogel tot drop, van de remmen van een trein tot schuurpapier. Er blijft niets over. Het drie jaar durende onderzoek heeft ze prachtig verbeeld in een boek waar alle producten/toepassingen staan afgebeeld; PIG 05049:

PIG05049_cover

PIG05049_kogelPIG05049_dropPIG05049_treinremmenPIG05049_schuurpapier

Het ‘boek’ won de Dutch Design Award in 2008 en op haar site staat een ‘special credit’ vermeld voor Julie Joliat, de grafisch ontwerper van PIG 05049.

Een ander geweldig project van Christien Meindertsma dat aansluit bij de gedachte ‘1’ is het project One Sheep Sweater uit 2010; een serie van 20 truien die allemaal gebreid zijn met de wol van 1 Merino schaap uit Aerle Rixtel, een dorpje in Noord-Brabant. De truien zijn allemaal op dezelfde manier gemaakt, toch is elke trui anders door het verschil in kwaliteit van de wol.

Het schaap voor:

ONESHEEPSWEATER_before

Het schaap na:

ONESHEEPSWEATER_after

Schermafbeelding 2019-11-11 om 09.33.01Schermafbeelding 2019-11-11 om 09.33.11ONESHEEPSWEATER

De truien zijn onderdeel van de collectie van het Stedelijk Museum in Amsterdam en van het Textielmuseum in Tilburg, waarvan hier een foto. Je ziet er goed de verschillen in kleur, textuur en grootte.

onesheepsweater_textielmuseum17279au

Al schrijvende en nadenkend realiseer ik me dat ik dit soort projecten mooi vind omdat ze op een laagdrempelige manier in verschillende media een groot verhaal vertellen. Een verhaal van verbondenheid maar ook (on)zichtbaarheid. Om met het SUCCES model van Dan en Chip Heath te spreken; ze zijn Simple, Unexpected, Concrete, Credible, Emotional en  Stories. Ideeën die blijven ‘plakken’. Ik schreef er al eerder over.

Ik schreef ook al eerder over The One Bag project van Studio Drift. Onderdeel van hun serie Materialism waar ze op werkelijke prachtige wijze de materialen van gebruiksartikelen tentoonstellen. Zoals deze Kever uit 1980:

STUDIO-DRIFT_beetle

Of deze:

STUDIO-DRIFT_pencil

Een potlood…..zonder gum.

Aan de hand van een potlood met gum laat onderstaand filmpje prachtig zien dat een eenvoudig gebruiksartikel als een potlood onmogelijk gemaakt kan worden door een persoon. Het is een wereldwijd netwerk van mensen en materialen:

 

Het hout van het potlood brengt me bij de gerooide boom die ik ’tegen kwam’ op de Dutch Design Week. Een (1) boom, 20 studenten. Welke ontwerpen zitten er in die ene boom. Wat als je de nieuwsgierigheid en verbeeldingskracht van 20 Design Academy studenten loslaat op 1 boom;

“Om Design Academy studenten op een andere manier contact te laten maken met hun materiaal, hun omgeving en elkaar, nam Atelier NL ze mee het bos in. Ze kregen de opdracht een dag lang met een boom te leven, hielpen mee met planten van 1.000 bomen en het rooien van een grote Esdoorn. Toen die eenmaal omviel, drong het besef door dat het om een levend wezen ging. Iedere student eigende zich een deel boom toe- van de wortels tot de hars en de bladeren- en voerde daar hun eigen project mee uit.”

Ik licht er 2 van de 20 uit:

How do trees smell? Zoa Rosenkranz

Een serie objecten die de natuurlijke geur van bomen viert en de helende geur van de natuur in huis brengt.

howdotreessmell

The Smallest Burning Forrest. Bom Noh.

smallestburningforrest

Kunnen we mensen met bomen verbinden door ze bewust te maken van het feit dat een lucifer van hout gemaakt is en ze door deze lucifer te verbranden stap voor stap mest laten maken……voor bomen.

Een boom, een potlood, een kever, een schaap, een trui en een varken.

Alles is met elkaar verbonden.

Verbindingen met licht.

18 okt

Schermafbeelding 2019-10-18 om 10.40.48

Ter voorbereiding op mijn college Kunstgeschiedenissen, dat ik binnenkort geef op HKU, de hogeschool waar ik part-time werk, ben ik gaan oefenen met de opdracht die we de tweedejaars Kunst en Economie studenten geven. We vragen de studenten een tentoonstelling te maken met 5 ‘creatieve werken’. Dat kunnen schilderijen zijn maar ook installaties, videoclips, films, design etc.

Het eerste werk waar ze hun kunstreis mee beginnen kiezen ze op locatie; het Stedelijk Museum in Amsterdam. Ze kiezen daar uit de collectie – STEDELIJK BASE een werk waar ze door geraakt worden, in positieve of negatieve zin. De collectie – STEDELIJK BASE toont de ontwikkelingen in kunst en design, vanaf 1880 tot nu, in vele hoogtepunten. De presentatie toont een selectie van bijna 700 werken, gegroepeerd rond historische bewegingen, maatschappelijke thema’s en invloedrijke kunstenaars. Van het ontstaan van de abstracte kunst en industriële vormgeving aan het eind van de 19e eeuw tot en met hedendaagse 3D-geprinte vazen en geëngageerde schilderkunst.

Enfin. Ik ben aan de slag gegaan met het thema licht. Waar dat vandaan komt? Geen idee. Gisteren schreef ik het woord ‘licht’ in mijn aantekenboekje en erom heen ontstonden allerlei namen en werken die met ‘licht’ te maken hebben. Laat ik beginnen met een video van Wylie Overstreet en Alex Gorosh. Ik sloot mijn design thinking training  voor de 20 deelnemers aan de Nationale Denktank er eergisteren mee af:

A New View of the Moon from Alex Gorosh on Vimeo.

Ondanks dat ik zelf niet door de telescoop heb gekeken ben ik geraakt door het idee. Een gast die met zijn telescoop de straat op gaat en mensen naar de maan laat kijken. De maan zo dichtbij brengend dat mensen de grootsheid van het universum ervaren en omgekeerd de schoonheid van onze aarde. Een soort omgekeerd ‘overview’ effect; de bewustzijnsverandering die astronauten doormaken als ze vanuit de ruimte de aarde zien. Het boek The Overview Effect van de Amerikaanse ruimtefilosoof Frank White  is volgens dit artikel een goed startpunt voor wie de betekenis van het overview effect beter wil doorgronden:

“White bedacht de term in de jaren tachtig en beschrijft aan de hand van interviews met astronauten hoe al dat staren naar de aarde hun perspectief op de wereld voorgoed veranderde. Drie dingen vallen op: de astronauten hebben bij terugkomst meer waardering voor de schoonheid van de aarde. Ze voelen zich diep verbonden met alles wat leeft en ervoeren tijdens hun reis een overweldigend emotioneel gevoel.

Neem de Nederlandse astronaut André Kuipers:

„Ik realiseerde me dat we onze planeet uitputten. Als iedereen op aarde zou leven zoals wij in Nederland, hebben we drieënhalve aardbol nodig om ons te voorzien van grond- en hulpstoffen. Dagelijks komen er 200.000 mensen bij. Als we de planeet willen behouden, moeten we er voorzichtiger mee omgaan.”

600px-The_Earth_seen_from_Apollo_17

The Blue Marble is an image of Earth taken on December 7, 1972, from a distance of about 29,000 kilometers (18,000 miles) from the planet’s surface. It was taken by the crew of the Apollo 17 spacecraft on its way to the Moon, and is one of the most reproduced images in history.

“Als we de planeet willen behouden moeten we er voorzichtiger mee omgaan.” herhaal ik nog een keer. Nu vind ik dat eigenlijk een hele rare gedachte. Is de planeet van ‘ons’ dan? Er is 3.800.000.000 jaar leven op deze planeet en wij lopen er maar pas rechtop  rond.

Bovenstaande foto is gemaakt in 1972 en 5 jaar later maakte mijn favoriete ontwerp duo Ray en Charles Eames onderstaande film voor IBM. Hadden zij deze film ‘kunnen’ maken als zij The Blue Marble niet hadden gezien.

En ik vertaal van hier.

In Powers of Ten gebruiken Charles and Ray het systeem van exponentiële krachten om het belang van schaal te visualiseren.

Toen de Eamsen op het boek Cosmic View: The Universe in Forty Jumps uit 1957 van Kees Boeke stuitte, besloten dat als basis te gebruiken voor een film die de relatieve grootte van dingen en de betekenis van het toevoegen van een nul onderzoekt.

Powers of Ten laat het universum zien als een arena van zowel continuïteit en verandering, van een dagelijkse picknick en het kosmisch mysterie.

Ik wil eigenlijk niet te veel meer vertellen over de film die zo’n 9 minuten duurt. Ik vind het een indrukwekkend reisverslag van de grootsheid en nietigheid van ons bestaan. Technisch gezien een meesterwerk, zeker gezien het jaar 1977 waarin het gemaakt is.

De Library of Congress in de V.S. noemt het terecht “cultureel, historisch of estetisch betekenisvol”.

Maar dit terzijde. De volgende stap die ik wil maken in het kader van mijn thema licht is de gloeilamp in de brandweerkazerne in Livermore (VS) die al sinds 1901 brandt. In 1924 besloten 4 grote gloeilampfabrikanten om in de toekomst alleen nog gloeilampen te produceren die na 1000 uur stuk gingen….ondanks dat er al lampen waren die duizenden uren meegingen. Tomas Rau noemt soortgelijke producten “georganiseerde problemen”. Eigenaarschap en verantwoordelijkheid verschoven ermee naar de gebruiker en daarmee ontstond een belangrijke driver voor ‘consumentisme’. Als iets stuk gaat koop je toch gewoon nieuw en gooi je gewoon weg. De lamp in Livermore brandt overigens nog steeds:

Schermafbeelding 2019-10-18 om 10.18.04

Als we langer van (kunst)licht willen genieten moeten we beter omgaan met de troep die we maken. Niet alleen hier op aarde maar inmiddels ook erbuiten. Daan Roosegaarde is op een missie voor een schone ‘ruimte’. Op dit moment zweven er meer dan 29.000 objecten groter dan 10 centimeter om onze aarde; space waste, onderdelen van raketten en satellieten. Als ‘we’ niet iets doen aan de verantwoordelijkheid en eigenaarschap van dit afval wordt het straks heel donker op aarde.

SPACE WASTE LAB is het onderzoeksproject/lab van Studio Roosegaarde en ESA  waarin wordt onderzocht hoe dit afval kan worden ‘opgeruimd’ en geupcycled naar duurzame producten. SPACE WASTE LAB PERFORMANCE visualiseert het ruimte afval boven ons hoofd in real time met grote lichtstralen.

Schermafbeelding 2019-10-18 om 10.24.02Schermafbeelding 2019-10-18 om 10.24.08

Wil je zelf ervaren wat Studio Roosegaarde met licht doet in een museum? Ga dan naar het Groninger Museum en leg je schaduw vast. Tot en met 12 januari 2020.

schaduw_roosegaarde