Tag Archives: creativiteit

Het mysterie van de verdwenen 50 euro.

14 jul

Mijn vrouw deed afgelopen week een deeltentamen Medische Basis Kennis. Ik geloof twee hoofdstukken uit het dikste boek dat ik ooit gezien heb. Een ongelooflijke hoeveelheid stof. Na haar tentamen vertelde ze me dat van sommige rijtjes ze er maar op 2 of 3 van de 5 antwoorden kon komen. Ze kwam gewoon niet op die andere 2 of 3 antwoorden. De ochtend erna werd ze letterlijk wakker met de andere antwoorden. Ik was op dat moment ‘Hoe creativiteit werkt’ van Jonah Lehrer aan het lezen en had net gelezen hoe inzichten tot stand komen in de hersenen, in welk deel en zelfs precies de plek. Ik heb het boek nu niet bij me maar doe toch een poging om uit te leggen hoe inzichten tot stand komen.

Het is ongelooflijk wat er allemaal onderzocht wordt, hoe dat wordt gedaan en met welke technologie. Ze stoppen mensen met badmutsen vol met elektrodes in scanners, laten ze raadsel oplossen en kijken letterlijk wat er in de hersenen gebeurt. Laat ik een voorbeeld geven van zo’n raadsel.

De situatie.

Er ligt 50 euro onder een omgedraaide pyramide. De pyramide is perfect in balans en als je hem aanraakt valt ie om.

Vraag.

Hoe kun je, zonder de pyramide aan te raken, de 50 euro verwijderen?

Hint?

Dek je rechter oog af. Daar komt ie:

‘vuur’

De oplossing gevonden?

Nee?

Dek dan je linker oog af en lees:

‘vuur’

Zo ging het niet helemaal maar ik was benieuwd of je meedeed. Dankjewel dat zag er erg grappig uit.

Nee even serieus. Wat blijkt? Als ze mensen subliminaal alleen via het linker oog de hint ‘vuur’ geven levert dat meer goede oplossingen op dan als dit via het rechteroog gebeurt. Waarom? Ons linker oog is met onze rechter hersenhelft verbonden en in dat deel wordt de oplossing gevonden als onze linker hersenhelft er door analyse niet uitkomt.

Een paar milliseconden voordat de hersenen het goede antwoord vinden lichten de hersenen letterlijk op en trekken neuronen in een netwerk samen en geven het antwoord door aan ons bewustzijn. Het antwoord? Weet je het al?

Nee?

 

 

 

 

 

 

De fik erin met die 50 euro.

 

Gelukkig met vreemden en hoopje plastic.

13 jul

Ik geloof echt dat spel de meest krachtige vorm voor verandering is en dat een prototype de beste manier is om je idee tot leven te brengen en te t(o)etsen. Als je die twee samenbrengt heb je de bouwstenen voor je verbeelding. Mooi verbeeld in een oude campagne van Lego:

lego_airplane

Ik zie me nog tussen de Lego stukjes zitten, de ene auto na de andere bouwend. En gisteren zat ik voor het eerst in 40 jaar weer tussen de Lego stukjes en dat was niet eens wennen maar voelde heel vertrouwd. Zelfs met een 20tal volwassenen die zich allemaal hadden opgegeven voor een introductie workshop Lego Serious Play. Ik was uitgenodigd door Onno Kruitwagen die ik ken via LEF, het Future Centre van Rijkswaterstaat waar we allebei facilitator zijn. Een aantal eerdere uitnodigingen had ik vanwege mijn afstuderen moeten afslaan maar gisteren kon ik eindelijk aan de slag. De groep werd verdeeld in drieën en met zijn zevenen belandden we aan een tafel waar we allemaal een zakje Lego mochten pakken en voor ons op tafel mochten legen.

IMG_5378

En toen begon het al. Steward Brown verwoordt het prachtig in zijn geweldige TED talk; “Nothing lights up the brain like play” en Jonah Lehrer legt mooi uit hoe het in de hersenen werkt in zijn boek ‘Hoe creativiteit werkt.’ maar daarover morgen meer.

Terwijl Onno aan het uitleggen was, kon ik me niet inhouden om al met de Lego blokjes te spelen. De aanraking van de Lego stukjes brachten me in een fractie van een seconde 40 jaar terug in de tijd en ik kon niet wachten op de eerste opdracht, die Bernard Suits zou formuleren als een ‘vrijwillige poging tot het overwinnen van een overbodig obstakel’.

De eerste oefening bestond uit het maken van een toren met het figuurtje erop;

IMG_5379

De beperkte tijd dwingt je om snel te werken, te doen in plaats van te denken. Ik moest bij de opdracht denken aan de wat ik ooit in Paul Arden’s boekje had gelezen;

IMG_5395FullSizeRenderFullSizeRender-1

Ik moest dus zo hoog mogelijk. Maar het moest ook mooi. Al bouwend dacht ik aan de Memphis voorwerpen bij mijn vriend Ton waar mijn bouwsel, al groeiend, aan deed denken. Het moest dus symmetrisch. Dat ging ten koste van de hoogte maar het moest mooi….anders klopt het niet. Mooi als in ‘de belofte van geluk’ (Stendahl) en geluk als in ‘je goed en slecht kunnen voelen maar voelen dat het klopt in een context van groei’ (Gretchen Rubin). Ik zat gewoon een partijtje gelukkig te wezen met 7 vreemden en een hoopje Lego. Los van het bouwen is het ongelooflijk wat iedereen kon vertellen over zijn /haar bouwwerk en als Onno vragen stelde over het waarom van sommige details er ook de meest prachtige verklaringen naar boven kwamen. Blijkbaar waren onze hersenen echt opgelicht.

Het mooie van Lego is dat de eenvoudige plastic steentjes echte bouwstenen zijn voor je verbeelding waarbij de beperking van de vorm juist drempelverlagend werkt. Hoewel…….toen we de opdracht kregen om iets te bouwen dat een goede eigenschap van  je verbeeldde bouwde ik deze:

IMG_5384

De helicopter view, de big picture kunnen zien. Ik voelde zowaar een gevoel van trots over me heen komen en wilde het bouwwerk aan mijn vader laten zien maar moest na mijn uitleg alweer aan de slag met de volgende opdracht. Kill your darling.

Na nog wat darlings te hebben gekilld kregen we als laatste de opdracht om ‘het ideale werkoverleg’ te bouwen:

IMG_5388

“Het ideale werkoverleg is op vrijwillige basis. Een vraagsteller deelt zijn vraag en als je je uitgedaagd voelt mee te doen (aangetrokken voelt door de vraag = groen) doe je mee. Heb je geen zin (afgestoten door de vraag = rood) doe je niet mee.

Aan het eind werd iedereen gevraagd een element uit zijn ‘ideale werkoverleg’ mee te nemen naar een blanco blauw Lego bord en in overleg de elementen op ’tafel’ te leggen:

idealelegeooverleg.001.jpeg.001

Iedereen had zijn steentje bijgedragen en het ‘klopte’ wonderbaarlijk. Het feit dat ik me nog kan herinneren wat de beschrijvingen van de anderen waren, zegt iets over de kracht van deze aanpak.

Als laatste oefening bouwden we onze conclusie van de workshop:

IMG_5393

Lego verbindt hoofd en handen en geeft je een beter beeld van de verschillende mogelijkheden.

Onno bedankt.

Kennisblokkade.

27 jun

Moge Piet.

Moge Cor. Moet jij niet naar je posterpresentatie?

Jazeker. Vanmiddag maar ik dacht ik ga eerst nog even langs Piet. Ik kwam namelijk een stukje tegen in ‘Denk als een kunstenaar’ van Will Gompertz.

Heb je het al uit dan?

Nee, dat niet maar er stond iets over jou in dat niet klopte, waardoor ging ik zitten nadenken en er de gedachte ontstond  dat Gompertz zijn huiswerk niet goed gedaan had. De gedachte haalde me helemaal uit het boek. En ik vroeg me af hoe dit kwam.

En wat denk je?

Ik ben er nog niet uit. Ik weet zeker dat als ik het boek gelezen had voor dat ik jou had leren kennen ik het gewoon aangenomen had.

Maar wat bedoel je eigenlijk “het gewoon aangenomen had”.

In zijn boek schrijft hij over jou; ‘Deze Nederlandse schilder vulde vierkanten en rechthoeken tussen zwarte lijnen met de assertieve kleuren blauw, rood of geel. Dertig jaar lang schilderde hij variaties op dit uitgeklede, geometrische thema.’ En ik weet dat dat was van 1918 tot 1944.

En dat zijn 26 jaar.

Precies. En dat klopt gewoon niet. Maar het bijzondere vind ik dat mijn Kennis, wat ik weet over jou en je werk, mijn nieuwsgierigheid in de weg stond. En nieuwsgierigheid een belangrijk element van ons creatief vermogen is. Het feit dat ik NIETS wist van moderne kunst is misschien wel bepalend geweest voor de ontwikkeling van mijn kunsteducatieve product. Ik moet daarbij denken aan de reactie van Carel Blotkamp op de vergelijkingen van de kindertekeningen met andere kunstenaars. Hij wist dat Klee, Kandinsky, Picasso etc. kindertekeningen verzamelden omdat ze zo origineel en expressief zijn en vond de vergelijkingen dan ook “logisch”. Maar omdat ik net als de kinderen niets van moderne kunst afwist en heel enthousiast werd van die vergelijkingen kon ik me voorstellen dat de kinderen dat ook zouden zijn.

Wat ze ook waren.

Inderdaad.  Ik moet denken aan de woorden van Sir Ken Robinson; “If you are not prepared to be  wrong, you will never come up with something original.” Als je iets niet weet weet je ook niet of je iets fout doet.

Da’s waar. Maar je moet het nog wel doen.

Doen brengt het denken verder. En denken blokkeert het doen….soms.

Ignorance is bliss.

Mooi gezegd Piet.

Dankjewel Cor.

 

Denk als een kunstenaar.

25 jun

Dag Cor.

Dag Piet.

Wat heb je daar?

Dat is het nieuwe boek van Will Gompertz. Ik kreeg het van Petra Befort, een HKU collega en ik wachtte met lezen nadat ik klaar was met mijn master. Ik zit nu op de helft.

Print

En? Is het wat?

Jazeker. Ik las Gompertz’ ‘Dat kan mijn kleine zusje ook’ en dat was een mooie inleiding in de moderne kunstgeschiedenis. Gompertz wordt ook wel de eerste kunsthistorische stand-up comedian genoemd.

Heb je hem al eens zien optreden?

Nee dat niet maar daar gaat dit jaar verandering in komen.

Vertel.

Samen met collega’s en partners in crime Souwie de Wijn en Yara Cavalcanti ontwikkelde we  een onderwijsmodule op basis van het boek. En toen ik het daar met Petra over had, vertelde ze me dat haar vriend bij Meulenhoff, de uitgever van ‘Dat kan mijn kleine zusje ook’, werkt. Een dag later lag het boek in mijn HKU postvak en twee dagen later mailde Petra me dat Gompertz bij Meulenhoff was en of ik er bij wilde zijn.

Zo. Dat ging hard.

Nou en of. Helaas kon ik er niet bij zijn maar tijdens het interview is Gompertz wel gevraagd of hij een college over zijn boek wil geven op HKU.

En?

Dat wilde hij!

Dat kost zeker wel wat.

Piet, daar kan ik helaas niets over zeggen.

Geheimzinnig. En waar gaat die onderwijsmodule over?

Art Histories beschouwt de kunstgeschiedenissen als netwerken en contextuele verhalen. Ideeën en artistieke uitingen bestaan niet op zichzelf, maar komen tot stand in relatie tot elkaar en de context waarin ze zich bevinden.

Het korte verhaal Chain-links van Frigyes Karinthy uit 1929 introduceert een gedachten-experiment dat stelt dat iedereen op de wereld elkaar in maximaal vijf stappen kan bereiken, via mensen die elkaar persoonlijk kennen. Naast de visie die het uitdraagt, schept het experiment van de wereld een speelveld van interconnectiviteit en verwevenheid.

Het idee van verbondenheid is belangrijk in de kunstgeschiedenis, of dit nu op sympathie of antipathie berust, op reactie of tegenreactie. Schetsen uit 1936 van de eerste directeur van MoMA – Alfred Barr – pogen de ontwikkeling van kubisme en abstracte kunst te verbeelden in een stroomdiagram, wat verder wordt geabstraheerd tot een lineaire indeling. In 2013 beweegt het MoMA zich weg van deze weergave en vertaalt de opkomst van abstracte kunst naar een netwerk van kunstenaars. Dit doet MoMA vanuit de overtuiging dat het ontstaan van abstracte kunst het gevolg is van ideeën die bewegen door een netwerk dat kunstenaars en intellectuelen verbindt, op verschillende locaties en in verschillende disciplines.

De kunstgeschiedenis staat bol van beschrijvingen van onderlinge relaties, die op tal van manieren kunnen worden geordend. Dit biedt een enorm potentieel aan verhalen en betekenisvorming. Een maker of creatief product kan worden beschouwd als een knooppunt van een hele serie relaties. De student zal in deze module een eigen verhaallijn blootleggen binnen de context van de kunstgeschiedenis, door deze knooppunten met elkaar te verbinden.

Geïnspireerd op het experiment van Karinthy worden studenten uitgedaagd om de kunstgeschiedenis te ervaren als een speelveld van interconnectiviteit. De student verbindt twee makers en/of creatieve producten via vier andere makers en/of creatieve producten, op basis van comparatieve analyse. De stappen vertegenwoordigen verbindingen van verschillende aard, bijvoorbeeld op basis van thema (bijv. stadsleven), bron van ideeën (bijv. dromen) of vormentaal. De verbonden knooppunten vormen een unieke reis door de kunstgeschiedenis, waarbij formele grenzen tussen disciplines gemakkelijk kunnen worden overgestoken

Dat klinkt heel interessant. Je hebt daar al eerder iets over verteld. Mag ik de college’s volgen.

Natuurlijk Piet. Misschien wil je ook iets vertellen.

Dat moet dan wel in de avond.

Gee probleem Piet. Regelen we. Gaan we daarna lekker dansen.

Uitstekend idee!

#brainstorm.Dit is Design Thinking by Doing Verhaal nummer 866/1.111

6 sep

brainstorm_866.001

Gisteren tweete een trouwe lezeres van mijn blog:

“Super praktisch en toffe post weer van @cornoltee: De nog duurdere superdure consultant. #brainstorm#designthinking”

En met de aanvulling die ik afgelopen week van groep 37 (7 eerstejaars Kunst en Economie studenten) kreeg, is het de meest eenvoudige en praktische tip voor een succesvolle brainstorm. Een brainstorm? U weet toch wat dat is he? Ik stel al ruim 10 jaar deze vraag als ik een brainstorm facilitair. En er is nog nooit iemand geweest die me het correcte antwoord heeft gegeven. Zelfs niet toen ik bij BBDO werkte, het wereldwijde reclamenetwerk waarvan de O is van Osborne, de uitvinder van de term brainstorm.

In 1953 bedacht Osborn de term Brainstorm en ik kan me voorstellen dat ie een beetje misleidend is. Een storm in je hersenen zou je wellicht alleen laten denken aan het eerste deel van de “gestructureerde  groepsactiviteit”; het divergent denken. Het zonder oordeel bedenken van zo veel mogelijk ideeën. Je oordeel uitstellen en ALLES noteren wat in je opkomt.

Het werkt overigens erg goed als je de vraag waar de ideeën op bedacht moeten worden een paar dagen van te voren stuurt naar de deelnemers zodat ze er in hun eentje over na kunnen denken. Wetenschappelijk onderzoek wijst namelijk uit dat mensen in hun eentje meer en originelere ideeën bedenken dan in een groep. Echter om gebruik te maken van de perspectieven en kennis van gemotiveerde brainstormleden is de Superdure Consultant een erg goede en leuke techniek. Ik leerde de techniek van Sue Walden op een training van Sue: “The Bendable Brain”.

Dus misschien een idee voor je volgende brainstorm.

Geef de brainstorm vraag een paar dagen van te voren en laat de deelnemers 10 ideeen meenemen naar de brainstorm. Geen 10 ideeen? Mag je niet meedoen. Wees keihard! En communiceer dat ook duidelijkvan te voren. Kijk maar eens wat er gebeurt. Met 5 deelnemers (en een goede facilitator) begin je dan al met 50 ideeen. Die je met elkaar bespreekt en beter maakt. Hoe je dat doet?

Je speelt de “Superdure consultant”!

Stel je voor je bent met 5 m/v en je hebt allemaal 10 ideeen meegenomen naar de brainstorm. Iemand (de Superdure consultant) vertelt zijn idee. De andere luisteren aandachtig met hun rug naar de Superdure consultant. Die voor heeeeel veel geld dit idee heeft bedacht, dus zal het wel goed zijn). Vervolgens vult iedereen dit idee aan met de volgende zin. Let op! Alles kan en mag. Houd je niet in.

“Ja! Wat een goed idee! En dan zou je ook nog……….”

De Superdure consultant schrijft elke aanvulling op een post-it.

Het goede van de oefening is dat de idee eigenaar juist NIET deelneemt. Het gaat om de associaties, aanvullingen en ideeën van de anderen. Zonder zijn tussenkomst. Dat maakt het van ZIJN idee naar ONS idee.

Het leuke van de oefening is dat mensen gaan denken in mogelijkheden ipv beperkingen. De snelheid bevordert dit alleen maar. Houdt het tempo er dus in, je wilt niet dat men te lang nadenkt. Als je merkt dat de energie laag wordt stop je en maak je de volgende “superdure consultant”.

Laat je Kabouter thuis bij deze oefening. Dat zal niet voor iedereen makkelijk zijn. Je Kabouter vindt jouw ideeën meestal niks. Laat staan van die Superdure consultant.

Levert deze techniek je toch te weinig goede ideeën op?

Bel mij 0624965000. Maar ik kost € 1.400 per dag. Deze zondagmorgen tip is, weer, gratis.

Vraag niet hoe het kan, profiteer er van!

PS

Je bent nu op de helft van de brainstorm;

“Een gestructureerde groepsactiviteit waarbij je de idee ontwikkeling loskoppelt van de beoordeling.”

Dus eerst veel bedenken en dan pas beoordelen/kiezen. En niets is zo moeilijk als kiezen. Zeker als je voor radicale vernieuwing gaat zijn we geneigd om toch te gaan voor de veilige weg. Dat is logisch omdat echt nieuwe ideeën onbekend aanvoelen. We hebben geen referentiekader. En onbekend maakt onbemind. En als het er echt om gaat, houden we het het toch het liefst bij het oude:

Nobody likes change, except for a wet baby.

Herken je dit? Heb je net met je team de meest originele ideeën bedacht, eindig je met een aantal veilige, dichtgeknepen billen ideeën. Een van de manieren om dit te omzeilen is het gebruik van de COCD box. De volgende tekst kopieer ik met vriendelijke toestemming van COCD, het Centrum voor de Ontwikkeling van het Creatief Denken. Hun missie:

COCD zet de toon bij het verder ontwikkelen van creatief denken, zowel voor individuele personen als voor organisaties.

De COCD-box is een goede manier om ideeën te selecteren. Deze ondertussen wijd verspreide selectietool is oorspronkelijk bedacht door Mark Raison als eindwerk voor zijn Deskundigheidstraining (1997).

Deze tools is goed inzetbaar vanaf ca. 40 ideeën.
Minder dan 15 ideeën? Vraag alle deelnemers naar hun absolute favoriet en kom samen tot een top 3.
15 tot 40 ideeën? Vraag alle deelnemers naar hun top 5. Neem gelijkaardige ideeën samen en kom tot een gemeenschappelijke top 5.

Werkwijze
Tel het totale aantal bedachte ideeën en deel dat door het aantal deelnemers (rond af naar boven). Dit getal is het totale aantal stickers dat elke deelnemer mag plakken verdeeld over de 3 kleuren.

  • BLAUW: niet bijzonder origineel maar wel perfect uitvoerbaar, resultaat op korte termijn;
  • ROOD: origineel en uitvoerbaar, je merkt een bepaalde aantrekkingskracht, geeft een ‘WOW’-gevoel;
  • GEEL: heel origineel maar het (nog) niet duidelijk hoe we dit kunnen implementeren, ideeën voor de toekomst.

Belangrijke Tip: zorg dat je voordat je gaat kiezen alle ideeën nummert, laat vervolgens elke deelnemer individueel in stilte op papier selecteren. Begin met ROOD, dan GEEL en sluit af met BLAUW. Laat de stickers pas plakken als iedereen gekozen heeft.

Voordelen van deze selectiemethode:

  • snelheid:  de hele keuzeprocedure kan in circa 30 minuten
  • democratisch: het zijn de individuele keuzes die uiteindelijk de groepskeuze bepalen
  • eenvoud: alles wat je nodig hebt zijn wat stickers of gekleurde stiften
  • variatie: dankzij de 3 types, komen de echte ‘out-of-the-box’-ideeën makkelijker naar boven
  • efficiënt: zonder tijdrovende discussie worden de voorkeuren en het draagvlak zichtbaar

Als je klaar bent met plakken van de stickersverplaats je de gekozen ideeën op een groot vel verdeeld in vieren:

cocd-box

Pizza? Pizza! Dit is Design Thinking by Doing verhaal 598/1001

27 nov

pizzapizza598.001

Gisteren schreef ik over de presentatietip van Guy Kawasaki. Hier komt een andere variant van zijn  advies om iets persoonlijks in je presentatie te stoppen. Het idee ontstond vlak voor de presentatie van eergisteren. Het tijdstip waarop ik mijn dansje mocht doen was rond 20.00 maar Paul van Mirabeau en ik hadden afgesproken dat ik rond 18.00 mee zou eten. Pizza. Paul had werkelijk alles tot in de puntjes geregeld. De 10 pizza’s kwamen dan ook netjes om 18.14 binnen. Een zwarte toren werd op de grote tafel geplaatst en de 10 pizza’s werden in twee rijen van 5 met de deksels tegen elkaar gezet om gegeten te kunnen worden.

De beste ideeën ontstaan vanuit een bestaande behoefte. Iets dat je nodig hebt of graag wilt hebben. En die behoeftes uiten zich vaak doordat mensen zeggen wat ze willen of juist niet willen.

Toen we eergisteren hongerig, naar de opengeklapte pizzadozen keken, klaar om aan te vallen, vroeg een mensen ‘wat wat’ was. Hij wilde weten welke pizza’s er voor hem stonden. Paul had namelijk 10 verschillende smaken besteld. Nu ben ik een alles eter dus mij maakt het echt niets uit maar ik kan me voorstellen dat als je een dodelijke ansjovis allergie hebt je die liever overslaat.

De dame die naast me stond had echter een geweldig idee. Wat als er aan de binnenkant van de pizzadoos nu gedrukt stond welke pizza het was of van wie de pizza was. Ze had een idee bedacht op de vraag “Bedenk ideeën zodat mensen zien welke pizza van wie is?” Deze vraag was ontstaan uit een bestaande behoefte die geuit was in de vorm van een vraag: “Welke pizza is wat?” Ik prototype het idee vervolgens om in mijn presentatie te zetten die ik anderhalf uur later zou geven aan de groep pizza-eters.

Daarmee kon ik op een heel persoonlijke manier uitleggen uit welke fases Design Thinking bestaat.

Je begint met een behoefte.

Deze vertaal je in een vraag.

Daar bedenk je ideeën op.

Waar je een prototype van maakt.

En die zag er zo uit. Ik bedacht er nog bij dat het wel heel cool zijn als je naam langzaam zou verschijnen als je de pizzadoos open zou doen.

pizzadoos.002

pizzadoos.003pizzadoos.004pizzadoos.005

Jeroen de Bakker legde mij ooit de 1.111 regel uit. Een idee is 1 punt waard. Een prototype 1.000. En hoeveel punten is een prototype waard dat gemaakt is vanuit een idee dat voorgekomen is uit een vraag die een behoefte bevatte. Iets wat mensen willen, of juist niet willen.

Ik wil pizza.

In een doos.

Met mijn naam erop.

Gek hek. Dit is Design Thinking bij Doing verhaal 557/1.001

15 okt

gekhek557.001

Wat onderscheidt de mensen van de dieren? Sommige mensen zijn net beesten, hoor ik mezelf denken en ik ‘zie’ daar ook direct allerlei beelden bij. En dat is volgens mij wat ons echt onderscheid van de dieren. Ons verbeeldingsvermogen.

Voordat ik met dit blog begon heb ik een tijd lang de zin “Stel je voor…..” als format gebruikt om de dingen die ik bijzonder vond te delen met de buitenwereld. Als je dat maar lang genoeg volhoudt gaan mensen je vanzelf ‘Stel je voor Cor” noemen.

Die verbeelding heeft zo zijn goede en slechte kanten. Je kunt van dezelfde situatie iets moois maken of iets lelijks, om het maar even zwart wit te zeggen. Hoe we naar dingen kijken en wat we daar mee doen hebben we zelf in de hand. Of moet ik zeggen in het hoofd. Ik las laatst ‘Kutweer bestaat niet’. Ik heb er dagen mee rondgelopen.

Ik dwaal een beetje af want het ging me eigenlijk over ons voorstellingsvermogen. Hetzelfde zien en iets anders denken. Dat gaat niet bij iedereen ‘vanzelf’ maar je kunt het wel degelijk trainen. En het leuke is dat iedereen het kan maar niet iedereen dat, nog, durft. Het enige wat je nodig hebt is een beetje lef. En dat is nu net waar het vaak aan ontbreekt. Lef. En niet zozeer het lef om iets anders te denken. Ik zei al, dat is te trainen. En er zijn legio technieken om jou iets anders te laten denken. Je buiten je kaders te laten stappen. Maar dat is dan nog allemaal veilig in je hoofd. Soms heb je lef nodig nodig om het met anderen te delen. Want als je het deelt vinden ze daar natuurlijk iets van. En niet alleen van het idee maar ook van jou.

Misschien help het als je NIET zegt “Ik heb  een idee!” Want daarmee is het Van Jou. Met alle mogelijke sociale gevolgen van dien. Mocht je bang zijn voor de gevolgen van je idee is het misschien een idee om, als in een groep ideeën bedenkt en gaat delen om dit anoniem te doen. Je vraagt iedereen de ideeën op schrijven (of te tekenen) en een facilitator neemt ze dan in zodat niemand weet waar de ideeën vandaan komen. Veiligheid is een belangrijke voorwaarde om te spelen. Als je je niet veilig voelt ga je niet spelen want dan ben je bang wat er allemaal fout kan gaan.

Het doet me denken aan het verhaal van de nieuwbouw kleuterschool. De vrijstaande school was alleen gelegen in een uitgestrekt gebied. De school was al klaar en de speeltuin ook. Maar in de pauze gingen de kids toch niet naar buiten om  te spelen. En weet je waarom niet?

De kleuters voelden zich niet veilig. Omdat er nog geen hek om de school stond. Die kwam pas een week later.

Soms moet je een hek plaatsen om buiten je kaders te denken….en te spelen.Gek hek

ik ben een ezel.

10 jun

ikbeneenezel.012

Patronen en Kabouters zijn onze grootste obstakels als we iets origineels moeten bedenken. Die patronen helpen ons niet na te hoeven denken als we iets doen wat we vaker doen, zoals de deur open doen. Zonder te kijken pakken we de klink en duwen hem naar beneden.

Toen ik een voor workshop in het prachtige pand van Duvel (de Trapist brouwer) in België was, moest ik naar het toilet.. Ik vroeg bij de receptie waar het toilet was, liep er heen, duwde tegen de deur. Er zat iemand op. Dus liep ik terug. De meeting was nog niet begonnen dus probeerde ik het 1 minuut later nog eens.

Ik liep er weer heen, duwde tegen de deur. Er zat nog steeds iemand op. Dus liep ik terug. De meeting was gelukkig nog steeds niet begonnen dus probeerde ik het 50 seconden later nog eens.

Ik moest inmiddels aardig plassen liep er nog een keer heen, duwde tegen de deur. Nog steeds bezet. Nu liep ik weer langs de receptie en vroeg of er nog een toilet was in het gebouw. Deze was namelijk bezet.

‘Zijn ze alledrie bezet?’ zei de vriendelijke telefoniste.

‘Alle drie?’ dacht ik. Ik heb echt maar een deur gezien.

De mevrouw stond op liep met me mee naar de toilet deur, pakje de klink en trok aan de deur. En voila. De deur ging open en aan het eind van de gang waren drie toiletten. Een dames,een heren en een invalide toilet.

‘Merci.’ probeerde ik niet stamelend en zonder schaamte te zeggen, wat niet lukte.

Een ezel stoot zich niet 3 keer aan dezelfde steen. Nou, zonder hulp van de receptioniste had ik er nog gestaan.

Als ik bij presentaties het publiek zelf wil laten ervaren dat ze ook patronen in hun hoofd hebben, doe ik de volgende oefening.

Ik stel ze de volgende vraag:

‘Hoe kun je door de toevoeging van een lijn hier zes van maken?’

IX.019

De antwoorden, ja het zijn er meer, krijg je morgen.

Ik moet nu namelijk heel erg plassen.

ik beken

2 apr

ikbeken.023

Als  goed katholiek weet ik hoe het voelt als je af en toe iets opbiecht. En ik dacht in het kader van derde Paasdag ala. Ik beken. Ik heb gestolen. Afgelopen zaterdagochtend, ik was weer eens heeeeel vroeg wakker, liep ik door de stad me af te vragen wie er al koffie zou hebben. Geen horecazaak in Dordrecht was al open en ik was te ver van het station vandaan. Het werd uiteindelijk mijn neef en vriend Marcel. En daar gebeurde het. Marcel vroeg zich af hoe de Dordtse horeca verrast kon worden op een avondje voor de Dordtse horeca waar hij plaatjes moest draaien. Een beetje doorvragen resulteerde in de volgende vraag:

‘Hoe kunnen we de Dordtse horeca beter maken?’

Hoezo? Is ze ziek dan?

Ping!

En toen schoot het idee van de prijswinnende cocktailbar Dr. in Rotterdam in mijn hoofd. Dr. is een cocktailbar waar je alleen op afspraak kunt komen. Net als bij je eigen dokter. Je moet vertellen wat je mankeert en daar wordt een recept op uitgeschreven en een cocktail voor gemaakt. Ik vond het zo’n origineel idee dat ik het artikeltje uit de metro van een paar weken geleden had bewaard……voor nu.

DR

‘Origineel?’ zei Marcel. ‘Ik ben vorig jaar in zo’n cocktailbar geweest…..in New York.’

Ahaaaaaa.

Nergens in het artikel staat een verwijzing naar de bar in New York. En misschien wisten de twee Rotterdamse ondernemers niet van het bestaan af. Marcel en ik wel. En wij gaan zondag gewoon naar de Dokter in de wachtruimte zitten met de rest van horeca ondernemend Dordrecht.

horeacadordt.003

Volgende patient.

urbi et orbi

1 apr

urbietorbi.032

Talent. Belangrijk. Maar De gebraden kippen komen je heus niet in je bek vliegen. Tenzij je met een gouden lepel in je mond bent geboren. Maar of je daar nu zo blij van wordt? Aanleg voor iets is mede bepalend voor uiteindelijk succes maar alles bepalend zeker niet. Externe factoren spelen ook een zeer belangrijke rol. Bill Gates was nooit zo groot geworden als zijn moeder niet had gezorgd dat er een computerclub op zijn school was waar Bill ervaring met programmeren kon opdoen. Bill kon vlieguren maken. Veel vlieguren. Je kunt nog zoveel talent hebben maar als je het niet gebruikt, gebeurt er niets.

Het lastige is alleen dat we vaak niet weten wat ons talent is en dat de omgeving meestal niet erg behulpzaam is in het vinden van dat talent of het faciliteren van de omgeving. En geloof me door ergens over na te denken kom je dr al helemaal niet achter wat je talent is. Je moet dingen proberen. Van hoofd naar handen. Als je het niet probeert ‘weet‘ je het niet. Maar proberen is eng, althans voor heel veel mensen. Zo neem ik me bijvoorbeeld vaak voor om iets nieuws te kiezen van de menukaart als ik in een restaurant zit. En dan het liefst iets wat ik echt nooit zou kiezen. Heftige protesten van mijn Kabouter op mijn schouder zijn het gevolg. ‘Dat is echt niet te eten.’ of ‘Dat lust je niet.’ En ook al is het niet altijd lekker het is wel altijd spannend en het bouwt aan mijn voedselvocabulaire. Ik groei mentaal en rest fiets ik er toch wel weer af.

Dus laat vandaag de meubelboulevard links liggen en de biefstuk met friet rechts en DOE vandaag iets wat je nog nooit hebt gedaan.

Mijn zegen heb je.

 

 

%d bloggers liken dit: