Archive | Uncategorized RSS feed for this section

A Job to do at Dutch Design Week 2022

9 nov

Dit is de vijfde post over mijn 6 daagse bezoek aan de Dutch Design Week. Gisteren schreef ik over mijn ontmoeting met Job van de Berg. Ik had hem gevraagd of hij mijn Batmobiel wilde crashen. Dat wilde hij wel omdat hij het een goed verhaal vond. Enthousiast vertelde ik thuis over mijn ontmoeting met Job. Daar was veel minder, zeg maar geen, enthousiasme te bespeuren om mijn bijna 50 jaar oude klassieker tot een verwrongen stuk staal en plastic te crashen; “echt zonde”.

En toen ging ik toch twijfelen. Ik zou nooit meer met mijn Batmobiel kunnen spelen. Hem aan mijn vierjarige kleinzoon geven? Die ’taxeert’ hem toch anders dan ik toen ik 6 was. Voor hem is het gewoon een autootje die van Nonno is geweest. Boeien. Het alternatief om precies dezelfde erbij te kopen en die te crashen zodat ik het origineel weer in de kast kan zetten? Neeeeee. Ik moet denken aan het verhaal van kunstenaar Robert Rauschenberg.

Op Kunstvensters lees ik het volgende:

Robert Rauschenberg is een van de eerste conceptuele kunstenaars, die zijn eerste erkenning kreeg voor monochrome werken en collages, maar wereldberoemd werd met een conceptueel werk. Het werk dat hem wereldfaam bezorgde, maakte hij niet met een kwast of met een potlood. Hij gebruikte een gum en wiste een tekening uit van een van de meest succesvolle kunstenaars van de jaren 50, Willem de Kooning.

Met een fles Jack Daniels onder zijn arm, besloot Rauschenberg op een avond Willem de Kooning te bezoeken met zijn bijzondere vraag. Met lood in zijn schoenen en de hoop dat De Kooning niet thuis zou zijn, drukte Rauschenberg op de deurbel. De Kooning bleek thuis te zijn en liet hem binnen. De kunstenaars dronken een glas whiskey en Rauschenberg legde De Kooning zijn verzoek voor. Hij wilde een tekening die hij zou kunnen uitgummen. De Kooning bleef heel lang stil.

Hij begreep het idee van Rauschenberg direct, maar zag ook meteen de implicaties. Het uitgegumde werk zou veel teweeg kunnen brengen in de kunstwereld en de blik op kunst kunnen veranderen. Eigenlijk betekende het werk het einde van de tijd dat de Kooning de leidende kunstenaar was, De Kooning zou passe worden. Niet zo zeer omdat zijn werk letterlijk werd uitgegumd, maar omdat het een nieuwe periode aankondigde. Rauschenberg ging met dit werk in tegen de heersende kunst van het establishment waar de Kooning toe behoorde. Zoals de Kooning dat jaren eerder had gedaan tegen het establishment van Picasso en de surrealisten. Toch was het indirect ook een compliment dat Rauschenberg juist zijn werk wilde uitwissen.

Na lang nadenken zei De Kooning ‘I don’t like it, but I’ll do it. I know wat you’re doing.” Maar daarmee was de kous nog niet af, want er volgde een lang selectie proces van de tekening die uitgegumd kon worden. Rauschenberg vertelt: “Ik was blij geweest met iedere willekeurige tekening en wilde zo snel mogelijk terug naar huis. Maar De Kooning begon uitgebreid een portfoliomap door te bladeren. Bijna had hij een tekening uitgekozen, tot hij bedacht dat het een tekening moest worden die hij zou missen. Dus pakte hij een tweede portfolio waarin tekeningen zaten die hem dierbaarder waren. Het duurde en het duurde en toen hij eindelijk een dierbare tekening had uitgekozen, stopte hij hem op laatste moment toch terug in de map. Hij zei: Nee, toch niet, het moet er een zijn de moeilijk uit te wissen valt. Dus haalde hij een derde portfolio map tevoorschijn en koos een tekening met potlood, krijt, houtskool, vanalles.’

Het zou uiteindelijk meer dan een maand en heel veel gummen kosten, voordat Robert Rauschenberg de tekening had uitgewist. Toen dit eenmaal gebeurd was, liet hij zijn kunstenaarsvriend Jasper Johns het werk een titel geven. Het werd: ‘Erased De Kooning’ en onder die naam zou het werk beroemd worden en inderdaad de schok teweegbrengen die De Kooning al had voorzien. De weggegumde tekening is tegenwoordig te zien in het San Francisco Museum of Modern Art.

Het werk heeft veel invloed gehad op de wijze waarop wij naar kunst kijken en de conceptuele kunst, waarin het idee centraal staat, een enorme boost gegeven. Rauschenberg zelf heeft zich meer ontwikkeld binnen de minimal art en de pop art, maar talloze andere kunstenaars hebben het stokje van hem overgenomen en de conceptuele kunst tot een succesvolle stroming gemaakt. Overigens zijn er sinds ‘Erased de Kooning’ vergelijkbare initiatieven geweest, waarin bijvoorbeeld werk van Rauschenberg werd uitgegumd. Een grappig recent on-line ‘kunstwerk’ komt van Peter White, hij wiste de wikipedia pagina van De Kooning (zie hier) en creëerde zo zijn eigen “Erased de Kooning”.

Ik voelde me een beetje De Kooning en Rauschenberg tegelijk. De Batmobiel zou transformeren van speelgoed naar kunstwerk. From Design to Art in a Crash. Gecrashed in een stuk aluminium wordt de Batmobiel een verhaal over mijn jeugd. Over spelen met mijn Batmobiel. En dat is precies wat ik nu weer aan het doen ben, spelen met mijn Batmobiel. Verhalen maken. Met mijn nieuwe vriend Job. Toen ik een dag later met mijn vrouw mijn Batmobiel kwam brengen en ik benieuwd was naar wanneer ie klaar zou zijn, zei Job; “Als ie volgend jaar nog niet klaar is, moet je even bellen.” In een wereld van ‘vandaag bestellen, morgen in huis’ moest ik even schakelen. Maar zoals ik als 6 jarig ventje maandenlang voor de etalage van de speelgoedwinkel in Dordrecht naar de Batmobiel stond te kijken, ga ik nu als 55 jarig ventje dromen van mijn gecrashte Batmobiel. Veel plezier Job.

Job van den Berg met Batmobiel uit 1973

Auto (on)geluk op de Dutch Design Week 2022

8 nov

De beste week van het jaar duurt 9 dagen. De Dutch Design Week. Daarvan was ik 6 dagen in Eindhoven. Ik schreef er al eerder over. Hier, hier en hier.

Dit zijn de dingen die mij verder opgevallen zijn.

In mijn vorige post schreef ik over drie werken die ik tegen kwam op de graduation show van de Design Academy, vandaag maak ik een uitstapje naar Sectie C. Een plek waar ontwerpers hun werkplaats/kantoor/winkel hebben. Ik ‘doe’ de DDW altijd met de vouwfiets en zo langzaam aan weet ik mijn weg aardig te vinden. Je kunt met je festival bandje natuurlijk ook gratis gebruik maken van de Mini rides. Mini’s met Design op hun dak:

Ik heb wat met auto’s. Zeker met Mini’s. Mijn eerste auto was een Mini.

Het is 1992 en een van mijn favoriete bezigheden was het rondlopen op autosloperijen. Het zal met mijn autotik te maken hebben. Of met mijn beperkte budget. Of was het een beschermingstechniek. De kans was namelijk groot geweest, dat als ik op zaterdag in de Mini showroom had gelopen ik een Mini op afbetaling had gekocht inclusief Maxi renti. En aangezien ik weinig zin had in een lening en nog minder in een schuld leek me de autosloop op zaterdag een veel beter alternatief.

Op de bewuste zaterdagmorgen liep ik op de sloop een mooie Mini tegen het lijf. Hij stond op een Opel Kadett en onder een Autobianchi. Een mooi trio. Maar mijn interesse ging toch uit naar de Mini. Ik was op zoek naar een deurslinger voor mijn Mini. Mijn raampje ging niet meer open en het leek me weer fantastisch om mijn Taxi arm weer een beetje bij te kleuren in de warme augustus zon. En toen gebeurde het. Ik stond achter de Mini en dacht:

“Dit is een geweldige commode voor Noëlle, onze dochter.’

Mini mensje Noëlle moest nog geboren worden. (en mini was ze. twee maanden te vroeg en 1400 gram) Wij waren druk met de ‘kinderkamer’ en daar hoort een commode in. Plek voor de verschoning en de voorraad luiers. Het leek me geweldig om die te bewaren in de achterbak van die Mini. Heel handig van de Mini is het achterklepje. Dit scharniert niet aan de bovenkant maar aan de onderkant. Perfect. Noëlle kon daar dus uitstekend op verschoond worden. De perfecte commode. Helaas was mijn vrouw heel wat minder enthousiast.

Staand achter de British Racing Green Mini heb ik alle kleuren ontlasting voorbij zien komen. Gelukkig was Noëlle snel zindelijk en verhuisde de Mini naar de woonkamer en werd de kast voor de stereo-installatie. Van poep naar pop. Er was geen Mini op de wereld waar zo’n goed geluid uit kwam. Maar toen de kinderen de deur uit gingen en de parkeerplaats door de stijgende vierkante meter prijs te duur werd, moest de Mini de deur uit. Via wat omzwervingen staat ie nu bij ClubgeistBVH, het reclamebureau van vriend Ton. Als, je raadt het al, Minibar.

Een Mini. Mijn eerste auto. Maar de eerste auto waar ik echt verliefd op was, was de Batmobiel. Ik heb iets met wielen. Ik ben ervoor onder behandeling met weinig succes. Ik denk dat komt omdat ik als klein ventje altijd auto’s maakte van Lego totdat ik in de etalage van een speelgoedwinkel op de Voorstraat in Dordrecht de Batmobiel van CORgi Toys zag. Die kon ik niet namaken dus moest ik hem hebben. 6 weken later en vele uren starend voor de etalage kreeg ik hem van mijn moeder voor mijn zevende verjaardag. Ik weet nog goed dat ik de zilveren wieldoppen eruit peuterde omdat de Batmobiel gewoon helemaal zwart moest zijn. Helemaal. Een auto mag voor mij elke kleur hebben, als het maar zwart is. Schoonheid is de belofte van geluk. Prachtig verwoord door Stendhal. Als het om wielen gaat wil ik daar maar een ding aan toevoegen. Als ie maar zwart is. Het leven was goed als 7 jarige. Voetballen, stoepranden en auto’s in de prak rijden. Laten rijden moet ik zeggen. Samen met mijn vriend Frans Veerkamp zetten we kleine speelgoed auto’s op straat en lieten daar dan auto’s overheen rijden. Afgezien van de spanning of de wielen van de naderende auto ons speelgoed autootje zouden raken, waren we natuurlijk met name benieuwd hoe ie, als ie werd geraakt, eruit zou zien. Daar waren we heel kritisch in. Twee 7 jarige mannetjes die de schoonheid van de crash car bespreken. Het lijkt een scene uit een Wes Anderson film.

Terug naar Sectie C. Ik ben inmiddels 55 jaar. De Batmobiel heb ik nog steeds. Niets vermoedend loop ik langs het atelier van Job van den Berg. Job heeft ook iets met auto’s en crashes. Op sloperijen hebben ze van die heeeeele sterke electromagnetische schrootlifting magneten. Als een stuk schroot werd ik zijn atelier in getrokken. Met open mond en een straaltje kwijl. Rechts hing de wand vol met zijn Car Crash Collection:

Hoe Job die maakt? Zo:

Ik durfde het bijna niet te vragen aan Job maar deed het toch:

“Zou je mijn Batmobiel willen crashen?”

Zijn antwoord was het meest verrassende, wat ik een ontwerper ooit heb horen zeggen.

Wordt vervolgd.

Dutch Design Week 2022. Biogas, papier-maché en de metselbij

3 nov

De beste week van het jaar duurt 9 dagen. De Dutch Design Week. Daarvan was ik 6 dagen in Eindhoven. Dit zijn de dingen die mij opgevallen zijn.

De Gradution Show van de Design Academy was dit jaar op een nieuwe locatie. Afdalend in de parkeergarage van een leegstaand kantoorpand dacht ik op een post apocalyptische rave beland te zijn. Daar wilde ik wel eindigen maar zeker niet beginnen. Een snelle scan van het gebouw, een aantal trappen op en aflopend eindigde zoals elk jaar bij de ‘boekenwinkel’ waar ik het jaarboek kocht en buiten met een bak koffie in begon te lezen. Een aantal jaar geleden hadden ze voor de teksten een heel goed format voor de werken van de afgestudeerden. Wat is het, hoe werkt het, waarom is het belangrijk en een quote van de maker. Nu moet ik soms drie keer terug gaan in de tekst om te begrijpen wat het is, hoe het werkt en waarom het belangrijk is. Ik vind het belangrijk om de tekst goed te begrijpen want wat je ziet is lang niet altijd wat je krijgt. Ceci n’est pas une pipe. Het eerst op mijn gemak lezen van alle teksten geeft me rust, richting en houvast als ik voor de tweede keer mijn ronde doe en in kan zoomen op de werken die ik interessant vind.

BIOGAS. Bart Keiren, bartkeiren.com, bart.keiren@outlook.com

Bart Keiren verkent met BIOGAS de relatie mens en natuur. Verandert onze relatie met gas als de levering van gas afhankelijk is van onze tijd en aandacht? BIOGAS is een gesloten systeem waar je voor een bacterie cultuur moet zorgen. Eén kop voedsel afval levert genoeg gas op voor één kop thee per dag. Ik heb net gedachteloos mijn derde kop koffie uitbesteed aan mijn Nespresso machine. Ik betrap mezelf er wel eens op dat ik, voordat mijn beker vol is, al op de stopknop druk. Puur ongeduld.

Een paar jaar geleden had IKEA een briljante pay-off; aandacht maakt alles mooier. Ik las laatst een definitie van schoonheid; de belofte van geluk. Ik denk dat ik heel gelukkig zou worden als ik een kopje biogas thee van Bart Keiren zou drinken.

CUBCHO. Viktoriya Gotseva, gotseva.viktoriya@gmail.com

De zondvloed aan plastic wegwerp speelgoed schijnt kinderen te overprikkelen, verkort de aandachtsboog en resulteert in verveling. Cubcho staat hier haaks tegenover door kinderen juist in hun kracht te zetten door zelf op een speelse en eenvoudige manier speelgoed te maken. De gebruiksvriendelijke pers stelt kinderen vanaf 2 jaar in staat zelf blokjes te maken van papier-maché. Bij de pers zit een handleiding hoe je papier-maché maakt en hoe de 2+er zelf de pers kan bedienen. De handleiding vertelt ook het verhaal van Cubcho. Als inspiratie voor eindeloos speelplezier. Ik probeer me voor te stellen hoe het is om als kleuter eerst zelf te kliederen met papier, het in de Cubcho te proppen, aan te draaien om er vervolgens een nat blokje uit te halen, die te laten drogen en er vervolgens mee te spelen. Das pure magie ennnnnn je leert je kleine dat je van afval dingen kunt maken. Als mijn 4 jarige kleinzoon een Cubcho zou hebben dan weet ik wie er verantwoordelijk wordt voor de papierscheiding. Wat een goed idee! Kijk nog eens goed naar de uitdrukking van het zoontje van Viktoriya. Daar word je toch blij van.

OSMIA AVOSETTA VASES. Eleni Ioannidou, eleni.ioan@icloud.com

Ik heb een aantal jaar in een appartement gewoond in Dordrecht. Het bevond zich aan het Scheffersplein waar zaterdag de markt was en bloemen werden verkocht. Niet zomaar bloemen maar “Bloemen van Huigen die kenne nie buige!” Deze briljante zin werd heel de dag herhaald. Ik kon onmogelijk ongezien de stad in zonder opgemerkt te worden door Moeder Huigen die mij en de rest van de wereld aansprak met “Schatjie” om je vervolgens brutaal glimlachend aan te kijken zodat je wel bloemen moest kopen. Ik probeerde dat altijd zo lang mogelijk uit te stellen want rond 16.30 gingen ze voor “drie voor vijf”……schatjie asjeblief. Veel en vaak chrysanten herinner ik me. Daar was mijn vrouw geen fan dus veranderde ik mijn bloemstrategie, geïnspireerd door vrienden van ons, naar drie amaryllissen per week. Die had Huigen niet. Ik heb menig zaterdag omgelopen om niet opgemerkt te worden door Moeder Huigen. Ik heb me vaak afgevraagd wat er met de bloemen gebeurd die niet meer te verkopen zijn.

En daar heeft Elini Ionnidou een idee voor. Wat als je in plaats van dat je de bloemen weggooit, gebruikt voor iets anders. De Osmia Avosetta Vase is een hommage aan de Osmia Avosetta bij. Wikipedia:

De vrouwtjes van Osmia avosetta metselbij maken enkele kleurrijke, ondergrondse nesten van 1,5 tot 5 centimeter lang die bestaan uit twee lagen met bloemblaadjes met daartussen een laag van modder of klei:

Ioannidou mixt de bloemblaadjes met bijenwas en perst ze in mallen om de vazen te maken. Waarom nog verse bloemen in huis als je een prachtige bloem-bij vriendelijke vaas kunt hebben. Nog beter is natuurlijk als er geen bloemen overblijven. En nog beter is helemaal geen verse bloemen. Sorry Paus. Bedankt voor die bloemen.

Purple Rule 22/500

22 sep

Op de Kungsleden stortte ik regelmatig ter aarde. Niet van uitputting en zeker niet omdat ik teveel bij me zou hebben. Ik ging regelmatig op mijn knieën voor de blauwe bes. In augustus vind je ze overal. Kiloknallers in de bonus. 3 halen niet betalen. Met wat water, dat ook overal gratis verkrijgbaar is, en havermout een perfect ontbijt.

Dagenlang stap voor stap onderdeel zijn van de omgeving met als grootste afleiding de neiging om de omgeving vast te leggen met mijn mobiel. Toeristen met camera’s die ALLES vast leggen was nog niet zo heel lang geleden een beeld waar ik altijd een beetje lacherig om deed. Nu ben ik, en velen met mij, net zo erg. Erger nog want we delen ze ook nog eens met de hele wereld. Zoals nu. Met jou.

Tijdens mijn afstuderen deed ik onderzoek naar De Stijl (opgericht in 1917) en leerde ik veel van de brieven die de leden elkaar schreven. Die brieven werden 4 keer per dag bezorgd! In de jaren ’20 van de 20e eeuw werd dat verlaagd naar drie, en in 1932 naar twee bezorgmomenten per dag. Vanaf 1969 werd nog maar één keer per dag bezorgd. Nu worden we permanent bestookt met ‘post’. Gisteren zat ik in de trein. Het was druk. In de ruimte tussen de coupes was ik met 8 anderen. Een had een grote draadloze koptelefoon op, 2 hadden ‘oortjes’ in, degene naast me zat hard te tikken op haar mobiel, en de rest zat te swipen. Ikzelf luisterde naar een van mijn favoriete podcasts ‘Nooit meer slapen’. Er was geen oogcontact. Iedereen was ergens anders. Een spontaan gesprek aanknopen, een grapje maken, een compliment……geen beginnen aan. Iedereen stond op ‘pauze’. Zo dichtbij en zo ver weg.

Toen ik een paar jaar geleden met mijn vriend Daniel naar Prince ging in de Ziggo Dome gold er een Purple Rule; geen gebruik van je mobiel tijdens het concert. Deed je dat wel stond er binnen NO TIME een beveiliger voor je neus die je verzocht je mobiel weg te doen of de zaal te verlaten.

Volgende keer neem ik zo’n beveiliger mee tijdens een meerdaagse hike.

Het gevecht 21/500

20 sep

Dit is een vervolg op de vorige post. Wat een vervolg is op de post ervoor en die weer op daarvoor. Zo scroll je in een fractie van een seconde tientallen kilometers door het Noorden van Zweden, de Kungsleden. Maarten en ik staan aan de waterkant te wachten tot we in het bootje mogen stappen en onze portemonnee weer mogen trekken. Als geboren en getogen eilandbewoner ben ik gewend om met een bootje van de ene naar de andere kant verplaatst te worden en ik snap dat het om een businessmodel gaat maar het gat in mijn hand is bijna niet meer te dichten. Ik schakel mentaal snel naar ‘het is wat het is’, zet mijn rugzak in de punt van de boot en laat het landschap aan me voorbij glijden. Aan de overkant is het gat in mijn hand alweer dicht en had ik het voor geen goud willen missen. In de verte zien we het uitkijkpunt waar we gisteren een fantastisch uitzicht hadden op de delta waar we nu uitstappen en besluiten te gaan ontbijten in een kleine cabin aan het water. De ontbijten zijn altijd memorabel. We nemen er de tijd voor. Krackers met rendiersmeerkaas, cola en een 3% biertje. ‘Probably the best beer in the world’ staat er op het blikje. Het is een primeur. Bier en cola bij het ontbijt. Maar wie houdt ons tegen?

En dan voel ik iets achter me. Niet fysiek maar zo’n gevoel van dat er iemand naar me zit te kijken, ons zit te bespieden. Ik weet dat dat niet kan. De ruimte is goed afgesloten en was leeg toen we kwamen en de deur is in de tussentijd niet open gegaan. Ik onderdruk de neiging om om te kijken, zet mijn tanden weer in de kracker met rendiersmeerkaas en spoel het door met cola. En dan voel ik toch echt iets op mijn rechterschouder. Ik draai in een soort spastische beweging 45 graden rechtsom en zie………..

Niks. Maarten kijkt me aan en vraagt niet eens wat er aan de hand is. We maken wel vaker spastische bewegingen tijdens deze trip. Muggen ontwijkend of van onszelf afslaand. We kijken ook niet meer raar op als we onverwachts een klap van de ander krijgen. Liever een flinke tik dan een paar uur jeuk. In het begin van de trip waarschuwden we elkaar nog eerst verbaal. Zo van “d’r zit een mug op je wijsvinger van je linkerhand”. We waren inmiddels aardig bedreven in het met zo weinig mogelijk woorden in zo kort mogelijke tijd de lokatie van de vampiervlieg aan te geven. We kwamen er al snel achter dat het efficiënter was om de waarschuwing achterwege te laten en zelf direct actie te ondernemen. We werden er steeds beter in.

Mijn laatste hap kracker met rendiersmeerkaas is een uitnodiging voor nog een kracker met rendiersmeerkaas. Ik wrijf onbewust boven mijn linkerwenkbrauw. Ben ik toch nog gepakt. Gelukkig was Maarten met de koffie bezig. Weer voel ik iets op mijn rechterschouder. Nu draai ik me langzamer en met een grotere straal om zodat ik meer afstand heb tot de muur. Mijn ogen zijn zo goed als mijn armen lang zijn en op deze afstand zie ik wat mij uitdaagt:

Met een grote grijns draai ik me weer om. “Het was een dronken octopus die met me wilde vechten.”

“Oh” zegt Maarten droog. “Nog een tortilla met tonijn?”

Lekker Maarten.

Batman, Superman en Cees de Vries 16\500

22 jul

‘Fijn dat hij ook steeds na tegenslag toch weer de draad op weet te pakken.’ Schreef de dochter van Cees als reactie op mijn post op Cees zijn 88ste verjaardag. En dat vind ik eigenlijk nog beter verwoord dan wat ik schreef. Ik gebruikte het woord ‘vasthoudendheid’ maar ‘veerkrachtig’ dekt meer de lading. En bij het woord veerkracht denk ik aan de vier vormen van veerkracht die Jane McGonigal noemt in haar geweldige boek ‘Superbetter’. Games zijn oefeningen in veerkracht; sociale, mentale, emotionele en fysieke veerkracht. Door het vrijwillig overwinnen van sociale, mentale, emotionele en fysieke obstakels trainen we onze veerkracht. Qua veerkracht is Cees een superheld. Hij komt niet van Krypton, is ook niet gebeten door een radioactief bestraald spinnetje en rijdt niet in een Batmobile maar een Toyota Aygo. Cees is een superheld omdat hij elke keer weer nieuwe uitdagingen voor zichzelf creëert. Allemaal ‘vrijwillige pogingen tot het overwinnen van overbodige obstakels’. Zelfs het verbouwen van zijn eigen voedsel in zijn moestuin voldoet aan de vier elementen van een spel;

  1. Een helder doel
  2. Duidelijke regels
  3. Feedback
  4. Vrijwillige deelname

Toen Cees niet meer kon voldoen aan de regel ‘ik doe het zelf’ stopte hij met spelen in de moestuin. Het fysieke obstakel werd te groot en dus bedacht hij weer een nieuwe uitdaging.

Ik zie regelmatig ‘van 8 tot 88 jaar’ op de verpakking van spellen staan. Daar trekt Cees zicht niets van aan. Hij blijft spelen. Ook in zijn 89ste levensjaar.

Heel speciaal. 15/500

20 jul

Vandaag is het woensdag. En vandaag is ook Cees jarig. Cees is vandaag 88 geworden. Cees was de vriend van mijn overleden moeder. En toen mijn moeder in 2011 overleed erfde ik de frietpan. Mijn moeder en Cees aten elke woensdag friet met frikandel speciaal.

Sinds 2011 ziet mijn woensdagavond er zo uit:

De oplettende kijker ziet een aantal verschillen. Zo staan er op de tweede foto twee schaaltjes peertjes. Soms staat er een bakkie soep. Groentensoep, bruinen bonen soep of erwtensoep. Altijd zelf gemaakt en tot een aantal jaar geleden uit eigen tuin. Ik was enthousiast afnemer van de groenten en fruit uit de tuin van Cees. Cees stopte met de 300 m2 moestuin toen hij niet meer alles zelf kon doen. De aardappels komen niet meer uit eigen tuin en de frietpan is vervangen door een airfryer. Maar verder is de woensdagavond mijn anker van de week. Over ankers gesproken. Cees vaart al heel zijn leven. Eerst de wereld rond, toen op de bok en later met de Joy. Maar toen Joy een paar jaar geleden volledige uitbrandde door een ontploffende gastank van de buurboot betekende dat het einde van Cees zijn vaaravonturen. Tuurlijk niet. Cees kocht een nieuwe boot. Was weken bezig met het perfectioneren van de uitrusting en was twee weken geleden nog in de Biesbosch met Joy2.

Cees surft ook nog. Op het internet. Op zijn iPad. Hij is beter op de hoogte van wat er in de wereld gebeurt dan ik. En al helemaal op voetbal gebied. Niet alleen buiten het veld, ook op het veld. Zijn analyses zijn vaak beter dan wat ik op TV hoor. Daarnaast is Cees begenadigd kunstschilder, verhalen verteller, ex kanarie en vissenkweker. Ter land, ter zee en in de lucht. Cees is overal geweest. Maar woensdag eten we friet met frikandel speciaal in Dordrecht met links uitzicht op de rivier:

en voor mij:

Cees is mijn grote voorbeeld als het gaat om vasthoudendheid en nieuwsgierigheid.

Heel speciaal.

Cees gefeliciteerd!

Nederland op zijn kop 14/500

17 jul

Zijn kop? Haar kop? Diens kop? We moeten op onze woorden letten. Woorden en taal verbinden maar zijn ook obstakels om met elkaar in gesprek te gaan. Gisteren lag ik op mijn rug op het zand in Zeeland. Met mijn ogen dicht hoorde ik in de verte twee mannen druk pratend in een vreemde taal mijn kant op lopen. Ik had geen idee waar ze het over hadden. Als ik zou moeten gokken welke taal ze spraken, zou ik zeggen Russisch. Heel anders dan de Amsterdammer die met zijn aanhang naast ons was neergestreken en wel even zou vertellen hoe dat schuiltentje opgezet moest worden. Heel irritant….zo horizontaal luisterend in het zand.

Ik moet denken aan toen ik een training in Shanghai gaf. In mijn vrije tijd was ik de metro ingestapt, met nog 26 miljoen Chinezen. Toch heb ik nog nooit zo’n relaxed ritje in de metro meegemaakt. Ik verstond niets van wat er om me heen gezegd werd èn begreep niets van alle teksten die ik om me heen zag. Heerlijk rustig in mijn hoofd. Geen aanknopingspunten om ergens een oordeel over te hebben.

Ik heb geen oordeel over wat er op dit moment met de boeren gebeurd. Ik weet er gewoon te weinig van af. Wat ik wel weet is dat we met elkaar in gesprek moeten blijven. En niet alleen wij mensen. We moeten ook luisteren naar het gras, de koeien en de strontvlieg.

Wat als we een Ambassade van de Akker zouden oprichten. Naar het model van de Ambassade van de Noordzee:

‘De zee en het leven in de zee is van zichzelf. Vanuit dit uitgangspunt is de Ambassade van de Noordzee opgericht. Hier luisteren we naar de politieke stemmen van de dingen, planten, dieren, microben en mensen in en rond de Noordzee.

We hebben een route tot 2030 uitgestippeld. Eerst gaan we leren luisteren naar de zee, vervolgens leren spreken met om ten slotte te kunnen onderhandelen namens de zee en het leven in de zee.’

Hoe dan?

Als we het model van de Ambassade van de Noordzee volgen zou dat er zo uit kunnen zien:

FASE 1: LUISTEREN (2022 – 2025)

Vertrekkend vanuit de onderzoeksvraag ‘Wat doet de Akker?’ zal de Ambassade zo goed mogelijk luisteren naar de Akker. In teams die bestaan uit kunstenaars, wetenschappers, verhalenvertellers, bodem biologen en beleidsmakers wordt geluisterd naar de Akker in vier casussen: Stem voor de Regenworm, Ondergrondsgeluid, Toekomst van de Stikstof en de Wereld van de Wind op de Akker.

FASE 2: SPREKEN (2025 – 2028)

Met luistermethoden die zijn ontwikkeld in fase 1 kan de Akker zich laten zien, horen, voelen, ruiken en proeven in een nieuwe vorm van politiek activisme. In deze fase ligt de focus op de vertegenwoordiging van de Akker en het vergroten van de aanwezigheid van de Akker in de politiek en de samenleving.

FASE 3: ONDERHANDELEN (2028 – 2031)

Na de spreekfase zal de Ambassade zich op diplomatieke wijze inzetten voor een meer Akker-inclusieve democratie. Een belangrijk onderdeel van deze fase is het laten ‘landen’ van de opgedane inzichten in het huidige web van menselijke wetten, belangen en regelgeving.

Welke kunstenaars en ontwerpers zouden we de opdracht geven manieren te bedenken te luisteren naar de stem van de Akker. Welke beelden, media, verhalen en manieren van waarnemen kunnen ons hierbij helpen? Laten we werken aan een ‘instrumentarium’ van kunstwerken, concepten en methodes die ons helpen te luisteren naar de politieke stem van de Akker.

En als ik een vlag zou ontwerpen voor de akker is dat niet deze:

Ook niet deze:

Wat als je ze op elkaar legt. Mooi idee!

Maar nog beter vind ik deze. Waar de twee ‘paarsen’ niet tegenover elkaar staan maar met elkaar verbonden zijn.

Wat als je onderwijs als een kado ziet? 13/500

16 jul

Afgelopen donderdag gaf ik een stoomcursus design thinking aan zo’n 60 fysiotherapie docenten. Ze hadden een teamdag en waren overdag lekker sportief en creatief bezig geweest. Toen ik einde middag het restaurant aan het water binnenliep zat de sfeer er al goed in. En hier en daar ook al een biertje en een wijntje. Kortom de perfecte ingrediënten voor een vrijwillige poging tot het overwinnen van overbodige obstakels. Ik vertelde ze dat we in ruim een uur nieuw onderwijs zouden gaan ontwikkelen. Iets wat normaal toch gauw een paar maanden duurt. “Drie jaar!” riep iemand. De toon was gezet. Dit wordt pret. En dat werd het.

Hoe dan?

Door ze elkaar om en om te bevragen over een kennis kado dat ze zelf een keer hadden gegeven. Een leerervaring die ze ooit hadden ontworpen waar de ‘student’ achteraf echt blij mee was. Er achter te komen waarom die ander dat kennis kado had ontworpen, een ontwerpopdracht te formuleren, ideeën te bedenken en te verrijken, er 1 te kiezen om vervolgens een prototype van dat alternatieve kennis kado voor de ander in elkaar te knutselen.

Ruim een uur en 13 stappen later gaven de duo’s elkaar het kennis kado dat ze voor elkaar ontworpen hadden. De laatste stap was het vragen van feedback.

“Vraag NOOIT. Wat vind je ervan?”

Als ze elkaar dat hadden gevraagd was menig antwoord geweest:

“Leuk! Biertje?”

Wat je dan wel moet vragen?

Dat is het beste kennis kado dat ik een keer heb gekregen.

Nieuwsgierig? Mooi.

Loopt u even mee. 12/500

12 jul

Weet je wat zo leuk is aan schrijven? Het is een soort mentale wandeling in een vaag bekende stad waar de doodlopende straatjes soms toch een doorgang hebben. Oude bekenden trekken je een deur in waardoor je in een steeds lichter wordende herinnering komt te staan. De blanco pagina vult zich met straatjes en mensen en de ene keer ontstaat er makkelijker een verbinding met de mensen dan de andere keer. Al wandelend ontstaat het verhaal en dat verhaal ‘loopt’ altijd verrassend af.

“Waar ik nu weer ben geweest?!”

Zo moet ik nu denken aan een installatie die ik in de jaren negentig tegenkwam van de Australische kunstenaar Jeffrey Shaw; The Legible City (De leesbare stad).

De leesbare stad van Jeffrey Shaw

Zittend op een fiets, fiets je door Amsterdam of New York waarbij de gebouwen woorden zijn en de zinnen ontstaan terwijl je door de virtuele woordenstad fietst. In de jaren negentig heb ik een aantal waanzinnige ervaringen mogen beleven. Installaties van kunstenaars die ervaringen bouwden met de opkomende, interactieve, digitale technologieën. Ervaringen die je een andere wereld in trekken. De jaren 90 hebben een grote impact gehad op mij als (game)designer. Ik voel me een cybercowboy. Als 12 jarig jochie draaide ik plaatjes en als 30 jarig jochie draaide ik rondjes in het prototype van mijn CamCar; een radiografische bestuurbare auto (1:10) met een kleuren video camera die draadloos verbonden was met een videobril waarin ik het live videobeeld vanuit dat autootje zag.

Als 55 jarig jochie vind ik het nog steeds heel leuk mensen op het verkeerde been te zetten met een glimlach. Mijn goede vriend Maarten noemt mij al 30 jaar Joker. Mensen verbinden met een glimlach….of een frons. Ik geloof dat de kortste weg naar de ander een glimlach is. Ik moest daar laatst nog aan denken toen ik de metro uitlopend iedereen groette. Inclusief glimlach. Het viel me op dat veel mensen oortjes of koptelefoons ophebben en mij dan niet horen en er daardoor geen verbinding ontstaat.

Ik realiseer me dat ik nu schrijf over een ervaring in de echte stad waar ik terecht ben gekomen via een mentale wandeling en een fietsrit in een digitale leesbare stad.

Over drie weken stap ik met mijn hike maat Maarten (een andere) in de nachttrein om in 16 uur van Stockholm naar Abisko te rijden. Noord Zweden. Het begin van de Kungsleden. Een soort Pieterpad in Zweden. Maar eerst nog twee etappes van dat Pieterpad in Nederland.

Wandelen. Niet om ergens te komen maar om ergens te zijn.

Leuk dat je even meeliep.