Als je goed wilt luisteren moet je stil zijn. Niet alleen met je mond maar met je hele lijf. Niets anders doen. Alleen maar luisteren. Dat gaat me de laatste tijd steeds beter af, hoewel ik af en toe toch gewoon mijn mond niet kan houden. Dan denk ik achteraf “Cor moest dat nou?”
De term Magische Cirkel is bedacht door Johan Huizinga, schrijver van Homo Ludens uit 1938. Na mijn schrijfexperiment van een jaar lang elke dag schrijven heb ik een aantal weken getracht een moderne vertaling te maken van deze Nederlandsche klassieker. Dat viel niet mee en ik stopte er dan ook mee. Toch kwam ik er weer terecht omdat ik in een gesprek met Evan den Heijer weer werd herinnerd aan de term magische cirkel:
‘Een vrijwillige, contractuele structuur die wordt afgekaderd door tijd en locatie.’
Wat ik mis in deze definitie is het perpectief van de speler. Die ik wel terugvind in de definitie van Bernars Suits. Hij definieert spel als een vrijwillige poging tot het overwinnen van overbodige obstakels.
Musea zijn ontstaan vanuit een behoefte schoonheid te delen. Schoonheid als de weergave van de werkelijkheid (de Nachtwacht van Rembrandt) of iets waar we in geloofden (Het laatste avondmaal van Leonardo da Vinci).
Maar als we de schoonheid van moderne abstracte kunst willen zien, of moet ik zeggen voelen, voldoet het ophangen in een witte lege zaal niet. Moderne abstracte kunst is de verbeelding van de nieuwsgierigheid van de kunstenaar en het kunstwerk is slecht een momentopname.
Lang niet alle musea zijn in staat om een magische cirkel op te werpen die wij als toeschouwers vrijwillig willen doorbreken. Ik geloof dat spel de manier is om de magie van de moderne, abstracte kunst en de kunstenaar te ontdekken. Want veel moderne, abstracte kunst is als een vreemd uitziende, onbegrijpelijke taal uitkramende vreemdeling. Het is de kunst om voorbij je oordeel te gaan en je nieuwsgierigheid te volgen.
Spel is de universele taal om die connectie te veroorzaken. Kunst beleven door vrijwillig overbodige obstakels overwinnen. Hoe?
Daar ben ik als master kunsteducatie student nieuwsgierig naar.
Veel moderne kunst is als een vreemd uitziende, onbegrijpelijke taal uitkramende vreemdeling. Het is de kunst om voorbij je oordeel te gaan en je nieuwsgierigheid te volgen. En spel is de universele taal om die connectie te veroorzaken. Kunst beleven door vrijwillig overbodige obstakels overwinnen. Strange Love.
Ooit zei een kunstcriticus dat je een werk van Van Gogh niet alleen kon zien. Dat je het hele oeuvre moest bekijken om de ontwikkeling van Van Gogh te kunnen zien. Precies een week geleden interviewde ik Carel Blotkamp over Piet Mondriaan en deelde dat verhaal. Hij was het er niet mee eens. Hij vond dat elk werk zijn werk moest doen, op zicht zelf staat. Ik weet niet meer precies hoe hij het verwoordde maar daar kwam het op ongeveer op neer.
Toch leek het me heel interessant om al Mondriaans werk in een soort time lapse te zien met name omdat het in onderwerp en kleurgebruik zo’n bijzondere ontwikkeling heeft doorgemaakt.
Een van de meest hilarische verhalen uit de geschiedenis van de moderne kunst vind ik het verhaal van Willem de Kooning en Robert Rauschenberg. Ik las het voor het eerst in het boek van Will Gompertz “Dat kan mijn kleine zusje ook” en ging er gisteren naar op zoek omdat ik straks een hele dag aan de slag ga met 28 derde jaars van de Willem de Kooning Academie.
Ik ben benieuwd hoeveel het verhaal kennen en zo ja uit welke bron.
Gisteren ben ik nog een studie begonnen in een klas van 10.000.000 leerlingen.
Dat was niet de bedoeling maar overkwam me eigenlijk min of meer. Ik was aan het lezen in het boek Critical Play van Mary Flanagan waar ik op getipt werd door Eva den Heijer. Eva is een HKU collega en heeft ook de master kunsteducatie gevolgd waar ze cum laude is afgestudeerd met een geweldige museumgame. We hadden laatst een heel geanimeerd gesprek dat ik gister nog eens na luisterde op mijn iPhone.
Ik wisselde mijn bronnen af tussen Eva, Mary en Google en belandde via het boek op Google waar ik op zoek ging naar “The Swing“, een schilderij uit 1767 van Jean-Honoré Fragonard (1732-1806). Het werd beschreven als een “interactief schilderij”. Iets wat mij nieuwsgierig had gemaakt waardoor ik op Google op de tweede link klikte omdat ik zag dat dat een filmpje was. Ik startte het hele informatieve filmpje waarbij ingezoomd werd op de bijzondere elementen en de daarbij behorende betekenis. Het commentaar werd gegeven door een duo en rechtsboven zag ik punten staan waarbij ik me afvroeg of het aantal opliep naarmate ik langer naar het filmpje en de uitleg keek en luisterde. En inderdaad. Aan het eind van het filmpje werd me gevraagd of ik nog verder wilde en een paar vragen wilde beantwoorden in een quiz. Ik meldde me vrijwillig aan bij Kahn en scoorde de maximale score bij het beantwoorden van de vragen over het schilderij dat ik 5 minuten daarvoor heel klein in zwart wit in het boek van Flanagan had gezien.
Kahn Academy is eigenlijk de digitale online variant van de playtest die ik een half jaar geleden deed op een lagere school in Rotterdam waar twee duo’s van 10 jaar elke een Mondriaan maakte waarvan Carel Blotkamp van de week 3 keer vroeg of de kinderen het origineel echt niet eerst hadden gezien omdat hij ze echt heel goed vond. Eva tipte mij trouwens ook op Carel.
Via Piet, Eva, Carel, Mary, Google sta ik nu “aan” bij Kahn.
Mijn vriendenkring is afgelopen zaterdag uitgebreid en loopt nu van 2 tot 81 jaar. Trouwe lezers kennen mijn goede vriend Cees maar Jax kennen jullie nog niet. Ik dus ook nog niet zo lang. Jax, zoon van een HKU collega, is twee en half en liep afgelopen zaterdag na afloop van de HKU open dag in zijn eentje naar de wenteltrap die naar de eerste verdieping gaat. Heel voorzichtig kroop hij de eerste twee treden op om vervolgens van zijn moeder te horen “Nee Jax.” Zijn opwaartse beweging bevroor in de ruimte en zonder op of om te kijken kwam hij teleurgesteld weer naar zijn ouders waar ik mee stond te praten. Zijn moeder stelde me voor waarop Jax me heel even in de ogen keek om vervolgens veilig achter de benen van zijn vader te schuilen.
Jax wilde op avontuur en ik eigenlijk ook wel dus een paar minuten later vroeg ik Jax of ie mee naar boven ging. Ik gaf hem een hand maar die liet hij heel snel weer los en zette het op een rennen richting de wenteltrap. Ik snelwandelde naast hem, af en toe een beetje voor hem en dan weer vlak achter hem. Aangekomen bij de wenteltrap ging ik op mijn knieën op de onderste tree zitten en klom heel langzaam knie voor knie, hand voor hand omhoog aan de binnenkant van de trap. Af en toe geluiden makend alsof ik het best zwaar en moeilijk vond.
Ik zag Jax naar me kijken en denken “dat kan ik veel beter” en na 6 treden was ie me voorbij. Toen ik bijna boven was keek ie me recht in mijn ogen en zei, met zijn handen op zijn knieen, “Kom!”.
Het avontuur kon nu echt beginnen. Ver genoeg we van de gewone wereld met zijn veel grotere, niet zo heel sterke en snelle, nieuwe vriend. We kropen onder tafels door, drukte op groene liftknopjes die Jax rood noemde en toen ik na 20 minuten terug wilde naar mijn witte wijn zei hij “Neeee niet naar mamma” en “Kijk!”
Jax haalde alles uit de kast om mij af te leiden en uit te dagen; hij ging op een been staan.
Ik geloof dat spel de meest krachtige, menselijke vaardigheid is om te veranderen. Maar als je samen wilt spelen, heb je een gemeenschappelijk doel nodig, moet je je veilig voelen en gelijkwaardig zijn.
Als co-facilitator van het LEF Future Centre van Rijkswaterstaat begeleidde ik samen met een tafelvoorzitter en een tekenaar een van de zes tafels tijdens een NOVI werkplaats sessie.
De sessie zijn de eerste stappen op weg naar de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). De Nationale Omgevingsvisie gaat over de fysieke leefomgeving: over een veilige en gezonde omgeving, over bereikbaarheid, over plekken waar de economie duurzaam kan groeien, over water, natuur, erfgoed en landschap.
Hetgeen besproken werd, werd direct op een transparante overlay, die over een kaart van Noord West Nederland lag, getekend. Geldig knap hoe Sebastiaan razendsnel termen als Big Data en autonoom rijden verbeeldde. Hij zette letterlijk, beeldend op de kaart wat mensen belangrijk vonden. Het voorkomt dat mensen in hun eigen schriftje gaan schrijven/tekenen en bevordert het duiden en het blijft voor iedereen zichtbaar. Hierdoor kon een latere groep makkelijk ‘aansluiten’ en zien wat de voorgangers op de kaart hadden gezet.
Een anders belangrijk aspect voor het slagen van de 4 uur durende sessie was dat de drie rondes werden afgewisseld door een workshop jongleren door More Balls Than Most. Door het denken af te wisselen door iets te doen, en in dit geval te spelen, gaat je onbewuste verder met de zaken die je net met je team op de kaart hebt gezet. Je onbewuste is 200.000 keer sneller en oneindig veel groter. Maar los van deze slimme interventie om het onbewuste aan te zetten creëert het een sfeer van loslaten en mogen falen. Samen spelend op zoek naar nieuwe verbindingen en nieuwe toepassingen.
Gisteren reed ik op de fiets naar het huis van Mondriaankenner Carel Blotkamp en kwam ik een Mondriaaneske muurschildering tegen.
Ik was 10 minuten te vroeg dus zat ik op de stoep in het zonnetje te wachten uitkijkend op mijn vouwfiets die daar zo mooi tegen de prachtige lantarenpaal stond.
Ik kon het niet laten om dit tafereel ook vanuit kikkerperspectief te fotograferen.
Om precies 14.30 trok ik twee keer aan de bel waarop de vrolijk glimlachende Carel Blotkamp de deur opende en we afdaalde in de gezellige keuken in het onderhuis waar we twee uur praatten en Carel tussen neus en lippen door een ruimtelijk visuele game ontwikkelde doordat hij er achter kwam dat door op de vierkantjes te drukken je ze voor of achter elkaar kon plaatsen en zo een ruimtelijk effect kon creëren.
Carel Blotkamp maakte een Mondriaan. Die is nog niet af. Net als Mondriaan’s Victory Boogie Woogie, het laatste werk van Mondriaan.
Het laatste werk. Het onderwerp van Carel Blotkamp’s nieuwe boek. Hopelijk niet zijn laatste werk.
“Cor, wat doe je zoal als je geen inspiratie hebt om te schrijven?”
Ik pak dan een boek, een blad of mijn foto’s op mijn iPhone en voel waar ik het meest boos, blij of verbaasd van wordt.
“Kun je misschien een voorbeeld geven?”
Gisteren was ik bij een goede vriend. Een echte moderne kunst liefhebber. Ik liet hem dit werk van een Nederlandse fotograaf zien dat onlangs in mijn bezit was gekomen:
Ik had hem mijn iPhone gegeven en hij bekeek het werk uitvoerig door op verschillende plekken in te zoomen om af te sluiten met een goedkeurende blik. Ik voegde er aan toe dat het in het echt 90 x 15o cm was en “Volkstuin in volle glorie” heette en een samenwerkingsverband was tussen een biologische tuinier van 81 en een fotograaf. Het is de laatste uit een serie die het tweetal de afgelopen 4 jaar hebben geproduceerd.
Toen ik het werk voor het eerst zag had ik de behoefte om uit te zoomen om te zien waar het bord zich bevond en wat er op het bord had gelegen.
Het interessante aan het werk is dat het tweeluiken zijn waarvan elk in het bezit is van een andere eigenaar. Ik heb bovenstaand werk en een Amerikaanse galeriehouder heeft dit werk: