Dit is een vervolg op mijn vorige post. Ik kreeg vanochtend om 8.09 via WhatsApp de volgende vraag:
“Er zijn veel nieuwe manieren om online met elkaar te verbinden. Hier hoef je niet meer voor in een besloten silo als Facebook of Twitter te zijn. Het is echter nog een wat technisch verhaal en de echte voordelen zijn nog te onzichtbaar en ontastbaar voor veel ‘gewone’ gebruikers maar zelfs voor experts op het gebied. Hoe kunnen verhaal-of vertelstructuren de ideeën en mogelijkheden van het Indieweb en Decentrale web onder het voetlicht te brengen?”
Het getal naar keuze dat Frank koos was “uiteraard” 42, refererend naar het antwoord op de vraag wat de betekenis van leven is uit de film Hitchhiker’s guide to the galaxy;
Dus 42 trok ik.
En het antwoord komt van le CORbusier.
Ik vertaal e.e.a. als volgt.
Ik denk dat hij een digitale Kathedraal zou bouwen. Een online Kathedraal Digitaal die zich aanpast aan de hoeveelheid mensen en waar mensen hun geloof delen. Op vaste tijden. Daarmee het ritueel online terugbrengt en wereldwijd toegankelijk maakt.
Voor het meeste wat we heel dag doen hoeven we geen originele en waardevolle oplossingen te bedenken. Als je voor een deur staat gaat je hand automatisch naar de klink, die je naar beneden duwt en de deur naar buiten. Je gaat niet bij elke deur een originele, waardevolle manier bedenken om aan de andere kant van die deur te komen. Voor het meeste wat de heel de dag doen hebben onze hersenen filevrije, goed verlichte snelwegen aangelegd die we gedachteloos nemen om te komen waar we willen zijn. Maar wat gebeurt er als die deur niet open gaat als je de klink naar beneden drukt en de deur naar voren? Zo was ik een keer in een kantoor en moest naar het toilet. Ik keek rond in de gang en zag een deur waar ‘Toilet’ op stond. Mijn hand ging naar de klink en ik duwde de deur naar binnen; geen beweging in de deur. Conclusie: het toilet is bezet. Dus liep ik terug naar de vergaderruimte waar mijn collega’s zich bevonden en wachtte ik een aantal minuten. Toen ik na een minuut of 5, die veeeeeeeel langer duren met een volle blaas, nogmaals een poging waagde en het toilet nog niet vrij was, liep ik naar de receptie en vroeg de dame of er misschien nog een andere toilet was. De dame keek me verbaasd aan en vroeg me of ze alle 4 bezet waren. “Alle 4?” vroeg ik, waarop zij antwoordde dat er na de deur met ‘Toilet’ erop 4 heren en 4 dames toiletten bevonden. Ik had twee keer de klink naar beneden en de deur naar binnen geduwd zonder gewenst resultaat, de deur ging echter naar buiten open. Ik denk niet dat ik me ooit dommer heb gevoeld. Achteraf probeerde ik mijn actie goed te praten door te denken dat ik op het verkeerde been gezet was door het woord ‘Toilet’. Als er ‘Toiletten’ had gestaan was het nooit gebeurd. Ik had uiteindelijk hulp van een ander nodig voor de oplossing.
En ‘die ander’ kunnen we vaak goed gebruiken als we op cruisecontrole rondjes aan het rijden zijn op een rotonde zonder afslagen. Iemand die je uit je patroon haalt, een ruk aan het stuur geeft waardoor je je kapot schrikt, je koplampen een ander perpectief bieden, je geen idee hebt waar je heen gaat maar hoopt dat het goed komt.
Er zijn veel manieren om een ander licht op een probleem te laten schijnen. Mensen hebben de unieke kwaliteit zich dingen voor te stellen. Wij hebben verbeeldingskracht. Nike co-founder, Bill Bowerman zei, “If you have a body, you are an athlete.” Ik zeg;
als je hersenen hebt, ben je creatief.
En net als met atleten heb je goede creatieven en nog betere creatieven. En wat maakt de ene creatief beter dan de ander? Niet alleen het feit dat zij/hij meer verbeeldingskracht heeft maar dat zij/hij ook nieuwsgieriger, gedisciplineerder, vasthoudender is………… en beter kan samenwerken.
Maar laat ik me nu even focussen op verbeeldingskracht. Hoe kun je dat trainen? Hoe kun je beter worden in het verbeelden van andere mogelijkheden?
Laten we beginnen met het signaleren van een aantal blokkades die er kunnen optreden als je je verbeeldingskracht wilt aanspreken. Roger von Oech noemt er 10:
Het juiste antwoord
Dat is niet logisch
Volg de regels
Wees praktisch
Het is geen spelletje!
Dit is niet mijn gebied
Doe niet zo gek
Vermijd dubbelzinnigheid
Fouten maken is fout
Ik ben niet creatief
In ernstige gevallen van verbeeldingsloosheid kunnen meerdere blokkades elkaar snel opvolgen. Resulterend in “ik ben niet creatief” bevestigende gedachten. Het is interessant deze blokkades waar te nemen (ernaar te luisteren; in Engels Listen) maar de stem in je hoofd ook het zwijgen op te leggen (in het Engels is Silent een anagram van Listen) en je vervolgens voor te stellen hoe iemand anders de vraag/het probleem zou oplossen en deze oplossing met open armen te ontvangen. Een bekende techniek is de Superheld; wie is je favoriete Superheld? Welke eigenschappen heeft deze superheld? Kies een eigenschap en zet deze eigenschap vervolgens in om de vraag/het probleem op te lossen. Belangrijk is dat je de kwaliteit van de oplossing niet beoordeelt. Het doel is je verbeeldingskracht te vergroten om tot andere, originele ideeën te komen. Beoordelen doe je later.
Eigenlijk komen alle divergente denktechnieken op hetzelfde neer; het aannemen van een ander perspectief. Een van de leukste manieren die ik zelf veel gebruik zijn de Art Oracles; 50 kaarten gebaseerd op het leven en werk van 50 kunstenaars die je advies geven op drie niveaus; leven, werk en inspiratie:
Zullen we het proberen?
Bedenk een vraag waar je wel wat hulp bij kunt gebruiken. Begin met Hoe……
Reply, mail of WhatsApp me deze vraag.
Kies een nummer tussen 0 en 51.
Ik publiceer het advies van de kunstenaar
Ben benieuwd. Ik zit er klaar voor.
Om 11.35 kreeg ik de eerste vraag binnen via WhatsApp;
“Wat houdt mij op dit moment tegen? nummer 33”
Ik heb deze in overleg met de vraagsteller vertaald naar; Hoe kan ik mijn vrijheid nemen?
De vraagsteller antwoordde:
“Ha, hier ben ik oprecht blij mee. Goeie gast die Titian, wil ik wel zijn.”
Waarop ik vroeg:
“Welke eigenschap van hem zou je willen inzetten?”
Antwoord:
“he remained competitive in style and production”
Waarop ik de vraagsteller vroeg:
Hoe zou je jouw stijl omschrijven?
Antwoord:
“mijn huidige stijl? Mmmmm, scherp maar soms iets te rationeel, terwijl de concepten waar ik het meest trots op ben juist avontuurlijk en ongebonden waren. Ik kan niet werken zonder een kern van waarheid maar verlang tegelijkertijd naar bevrijdende kunst. Gisteren nog met volle teugen genoten van La Grande Belleza”
Ik heb even overlegd met Titian en we zouden de vraagsteller willen uitdagen een avontuurlijk, ongebonden en oprecht compliment te verwoorden en dit live voor te lezen aan diegene.
Om 11.43 kreeg ik de volgende vraag:
Hoe kan ik het laagdrempelige interventies maken om mensen van hun superego af te helpen? Nummer 47″
Het antwoord kwam van Superego Pablo Picasso:
Waarop de vraag steller antwoordde:
“Tof. Picasso.”
En ik vroeg:
“En hoe helpt Picasso je?”
Antwoord:
“Picasso vertelt me om niet te snel te convergeren en om mezelf uit te dagen het er niet te makkelijk van af te brengen.”
Waarop ik vroeg:
“Concreet? Wat zou Picasso met die Superego’s doen?”
Antwoord:
“Een affaire hebben? 🙂 Hij zou het waarschijnlijk abstraheren tot overkoepelende gedachten. Op een vernieuwende manier laten zien. Daarmee de weg vrijmaken voor een nieuwe stroming.”
Ik heb even overlegd met Pablo en adviseer je om de volgende keer de Superego’s letterlijk de mond te snoeren. Hoe dat mag je zelf bedenken. Doel is om ze in stilte met geometrische vormen (blokkendoos, (L)ego) hun inbreng vorm te laten geven en de groepsleden vervolgens een voor een te laten vertellen wat zij denken wat de opstelling betekent. De maker van de opstelling luistert in stilte met de rug naar de groep en schrijft zoveel mogelijk op van wat hij van de groep hoort.
Schrijven begon bij mij met een pen vastpakken en in een ongelinieerd A5 schriftje opschrijven wat ik dacht. Voordat ik begon met bloggen schreef ik 2,5 jaar elke ochtend in mijn Ochtendschrift en verbrandde of verscheurde (als ik bijvoorbeeld in een met brandmelders uitgerust hotel zat) mijn ochtendschrijfsels. Ik had deze oefening uit het boek van Julia Cameron, The Artist Way, en het leerde mij een paar belangrijke dingen:
Het maakt niet uit hoe laat ik opsta, ik wil altijd blijven liggen. Dus kon ik net zo goed de wekker een uur eerder zetten;
Met je hand in de vroege ochtend opschrijven wat je denkt voelt als het resetten van je harde schijf. Daarna douchen is het veel rustiger in je hoofd. Alle dingen waar je aan denkt in de vroege ochtend heb je namelijk al opgeschreven en weggedaan;
Het is een geweldige Start oefening die me leerde dat elke actie begint met…………. actie. ‘Just Do It’ van Nike werkt niet voor mij. Als ik tegen mezelf, en al helemaal tegen een ander zeg, “ik ga het doen”, blokkeer ik. Ik doe het of doe het niet. Mark Twain zou het Ochtendschrijft waarschijnlijk anders zien; die zei dat als het eerste wat je iedere dag doet een levende kikker eten is, de rest alleen maar meevalt;
Het verbranden van wat je hebt geschreven is een hardCOR training loslaten. Soms schrijf je namelijk dingen op die je heel graag wilt bewaren of delen. Dan toch de fik erin zetten is heeeeel bevrijdend……..en lastig;
Het Ochtendschrift voelt als een kleine overwinning op je interne saboteur; de nee schuddende, met zijn middelvinger naar je wijzende Kabouter.
En die Kabouter was in de jaren bijna net zo groot geworden als mijn ego. Met als resultaat dat ik de Kunstenaar in mij en de weg volledig kwijt was.
Het schrijven in de ochtend zonder doel heeft me gek genoeg enorm geholpen juist die weg terug te vinden….naar mezelf. Want ik was die weg sinds de kleuterschool al kwijt.
Als ventje in de eerste klas van de kleuterschool was ik verslaafd aan de waterbak. Ken je die nog? Zo’n grote bak met water waar je met allerlei obstakels, radartjes, dammetjes en sluisjes controle over het water probeert te krijgen. En das belangrijk als je op een eiland (Dordrecht) en in Nederland (onder NAP) woont. Ik vond de waterbak zo fascinerend dat ik een heel slim systeem had bedacht waardoor ik ongeveer 3 keer zoveel met de waterbak speelde als mijn minder frauduleuze mede kleuters.
Als een volwassene mij in die tijd vroeg: “Corretje, wat wil je later worden?”, antwoordde ik steevast, vol enthousiasme en met gepaste trots: “Waterbakker!” Het merendeel zei dan doodleuk: “Oh wat leuk.” Om het vervolgens weer snel over voetbal en auto’s te hebben met leeftijdsgenoten.
De waterbak was mijn lust en mijn leven en ik droomde van een succesvol leven als de beste en jongste waterbakker op aarde. (ik heb het altijd gek gevonden waarom onze planeet geen Water heette btw). Want voor een goede waterbakker is altijd werk. En ik zou, als ik van school af zou gaan meer ervaring hebben dan menig ander. Mijn politie, brandweer en piloot wordende vriendjes begrepen er ook weinig van. Gelukkig kon ik aardig voetballen.
En toen gebeurde het. Het was de zomer van 1973. Juf Jansen vertelde dat het laatste dag voor de grote vakantie was. “Jullie zijn 6 weken vrij.”
“Maar ik kan toch wel gewoon naar school komen om met de waterbak te spelen?” vroeg ik hoopvol.
Het antwoord deed mijn ogen branden en bijtend op mijn lip rende ik naar huis. Thuis kreeg mijn moeder het “grote vakantie concept”, wat natuurlijk ook hopeloos ouderwets was/is, ook niet uitgelegd aan deze kleine werkloze waterbaker. Maar ze had wel een idee. We gingen naar de HEMA en kochten daar een emmer met allerlei waterbak attributen. En ze beloofde me dat we heel vaak naar het strand zouden gaan. Nou is het strand best leuk maar nadat de zoveelste kleuter in mijn waterbak stond te pissen was ik klaar voor de tweede klas van de kleuterschool. Zouden ze daar een nog grotere waterbak hebben, dacht ik, toen ik in de rij stond om de nieuwe juf een handje te geven. In de deuropening keek ik langs de benen van de juf op zoek naar de waterbak. “Hallo Cor. Ik ben juffrouw Jannie. Heb je een leuke vakantie gehad?”
“Ja” antwoordde ik. “Maar waar is de waterbak?”
En wat de juf toen zei, is voor altijd in mijn geheugen gegrift en mijn ziel gekrast. Ze zei:
“Corretje, daar ben je nu toch wel een beetje te oud voor geworden”
Te oud? Ik was 6!
Vanaf dat moment is het downhill gegaan met mijn schoolprestaties. Ik heb er jaren over gedaan om er weer achter te komen wat ik leuk vond en waar ik goed in was.
Ik geloof dat spel de belangrijkste en meest krachtige, aangeboren vaardigheid is om je te ontwikkelen en dingen te veranderen. En als ik er zo op terug kijk was het Ochtendschrift misschien wel het spel dat me weer op het pad richting mijn kunstenaarschap zette. En spel definieer ik (volgens Bernard Suits) als een vrijwillige poging tot het overwinnen van een overbodig obstakel.
Kikkers doorslikken als middel om dichter bij je Kunstenaarschap te komen.
Wow what a week. Dit was de drukste week van dit jaar.
Schreef ik ‘druk’? Schreef ik ‘dit jaar’?
Laat ik beginnen met die laatste. Ik denk van de afgelopen 51 jaar. En ik schreef ‘druk’. Wat een raar woord eigenlijk, druk. Ik heb iets met dat woord. Ik krijg het vaak te horen als antwoord als ik mensen vraag hoe het met ze gaat. Ongelooflijk hoeveel mensen dan zeggen ‘druk’. Ik vind het een ongelooflijk stom antwoord. Want wat wil je daarmee nu eigenlijk zeggen? Dat je (te) veel te doen hebt? Dat je je zaakjes niet op orde hebt? Zeg je met ‘druk’ dat je dat fijn vindt, druk zijn, of juist niet en vind je eigenlijk dat iemand anders wat van die druk van jou zou moeten overnemen? Of denk je misschien dat ik het interessant vind als jij zegt dat je druk bent. Denk je misschien dat ik denk dat je een beetje uit je neus zit te eten, dat je te weinig doet, lui bent of te weinig carrière maakt? Of zeg je dat je druk bent in de hoop dat ik ook zeg dat ik druk ben zodat we allebei een reden hebben om weer snel druk te gaan zitten doen.
Druk dus.
Het kan ook gebeuren dat iemand mij eerst vraagt. Ik krijg dan vaak de vraag ‘Alles goed?’ Een vriend van mij vraagt het me al jaren, echt al meer dan 10 jaar en steevast is mijn antwoord ‘Veel maar niet alles’.
Alles goed? Ja druk.
Gelukkig heb ik een oplossing gevonden in het boek van Jane McGonigal ‘SuperBetter’ The Power of Living Gamefully. Gefundeerd op wetenschappelijk onderzoek en gebaseerd op de ervaringen van meer dan een half miljoen mensen. Het kern van het boek is een simpel en transformatief idee; we kunnen dezelfde psychologische krachten, die we tonen als we games spelen, inzetten bij uitdagingen in het echte leven. Denk daarbij aan trauma’s, ziekten of gewoon een betere versie van jezelf worden. Kortom, de principes die in games werken, werken ook in het echte leven.
Ik ben groot fan van haar werk. Haar boeken en TED talks zijn een belangrijke inspiratie bron. En het leuke aan haar laatste boek is dat ze ook vol staan met zogenaamde Quests waarmee je op zeer eenvoudige wijze zelf kunt ervaren wat het is om te werken aan je
mentale
fysieke
emotionele en
sociale
weerstand.
Ik zal dat even kort toelichten. Deze slides komen uit een presentatie over Speelsheid die ik gaf aan docenten op HKU en leggen de 4 krachten uit.
Heb je er een geprobeerd?
Maar even terug naar mijn verhaal over druk als antwoord op de vraag hoe het met je gaat.
Als iemand mij tegenwoordig vraagt hoe het met me gaat dan is mijn antwoord “ik geef mijn dag tot nu toe een (hier vul ik een cijfer tussen 0-10 in) en vraag vervolgens direct wat hun cijfer is. Om na het gegeven cijfer vervolgens te vragen “Is er iets wat ik kan doen om dat cijfer met 1 punt te verhogen?” Enigszins realistische verzoeken voer ik direct uit. Zo gaf ik de afgelopen tijd een massage, stuurde ik een hilarisch filmpje, rende ik de trap op en af en haalde ik voor een de garderobe dame in Tivoli een bakje thee.
De eerste keer dat ik dit uitprobeerde was uit het boek van Jane en heet Plus-One Better (pagina 71)
Hoe deze werkt?
Ik leg hem uit als je het NU probeert.
OK?
Mooi.
Gaat ie.
Kies drie mensen.
iemand die graag iets van je hoort
iemand waar jij graag iets van hoort
iemand die verbaasd zal zijn als ie iets van je hoort
Nu heb je een keuze.
Easy is keuze 1
Medium is keuze 1 en 2
Hard is alle drie.
Vervolgens stuur je ze NU een WhatsApp, sms, mail, FB bericht of postduif en vraag je:
“Als je je dag tot nu een cijfer zou moeten geven tussen 0-10 wat zou dat cijfer dan zijn?”
Het grote wachten ia aangebroken. Heb je al antwoord?
Reageer op de antwoorden met het volgende bericht:
“Is er iets wat ik kan doen om dat cijfer met een punt te verhogen?”
Ik las net deze post voor aan mijn hele goede (fiets) vriend Jacco die met keelontsteking op bed ligt. Hij gaf ondanks die keelontsteking de dag een 8 en ik kan daar een 9 van maken als ik van deze post een podcast maak.
Dus is stop nu even met schrijven want ga nu druk doen met hoe ik een een podcast kan maken.
In zijn TED talk laat Stewart Brown van het National Institute for Play het overtuigende bewijs zien dat spel de meest krachtige vaardigheid is te leren. En in dit geval zelfs te overleven.
Dit bewijs komt uit Canada in de vorm van een 600 kilogram zware, hongerige ijsbeer. De hongerige ijsbeer loopt met een ‘ik eet je op’ blik op twee Huskys af die aan een ketting zitten. En wat normaal gesproken een kort gevecht zou zijn waar de dood op volgt, duikt een van de huskies, vlak voordat de ijsbeer wil toeslaan, in elkaar en begint met zijn staart te kwispelen. Het ‘play’ signaal van de husky (het kwispelen) transformeert het dierlijke killerinstinct van de ijsbeer in een speelstemming en de ijsbeer en de husky beginnen een speels ballet.
Hij toont tevens de cover van The New York Times:
Ik moest weer aan Brown en zijn TED talk denken toen ik gisteren voor de half jaarlijkse controle bij de tandarts was. In de hoek bij de receptie stond deze:
Enig idee wat het is?
Nee.
Nee.
Nee.
Een parapluhouder?
Neeeeeeeeee.
Dit is een vrijwillige poging tot het overwinnen van een overbodig obstakel.
Althans ik had niet het idee dat de moeder van het ventje dat daar op zijn knieën naast het object zat de opdracht had gekregen om te proberen zijn armbandje in een keer van boven naar beneden te laten zwiepen. Wat niet lukte maar hij bleef het proberen, hardop tegen zichzelf pratend. Gamers falen in 80% van de gevallen maar blijven het ook proberen. Hij was duidelijk in Flow, die gefocuste mentale staat waarin uitdaging en vaardigheden in balans zijn en je niet meer bewust bent van tijd en plaats. Hij was, om met de woorden van Johan Huizinga te spreken, willens en wetens in een “magische cirkel gestapt, een gebied waarin de werkelijkheid van alledag wordt opgeheven en waarin gebeurtenissen dus geen gevolgen hebben voor de werkelijkheid.”
Waar veel volwassenen de parapluhouder niet eens zien, zien kinderen overal magische cirkels.
Ik ben inmiddels 51, inclusief leesbrilletje. Ik wou dat ik een bril had die die magische cirkels liet zien.
Ken je dat gevoel? Zeker nu het zulk lekker weer is. En zeker als je eindelijk een goed lopende luchtgekoelde 2 liter Volkswagen T2 uit 1979 hebt om lekker weg te gaan? Misschien wel echt helemaal weg, gewoon de wijde wereld in? Om vervolgens weer terug te komen in je, voor je trip helemaal schoongemaakte huis waar je goede vriend die ene cactus geen water hoefde te geven maar wel netjes de post op de keukentafel heeft gelegd met een post-it erop “Ben blij dat je weer thuis bent”.
Het mooie aan weg gaan zijn voor mij ook de voorbereidingen. Goed nadenken over wat je allemaal (niet) meeneemt. Eigenlijk is het schrijven op dit blog ook een mentale minivakantie. Ik bepaal met welke woorden ik vandaag op vakantie ga. Want dat is me weer duidelijk geworden de afgelopen dagen. Het publiceren op dit blog zorgt ervoor dat ik elke dag op vakantie ga in mijn eigen verhaal. Ik kom ook weer allerlei mensen tegen die met me mee gaan en net als wanneer ik in mijn Blauw Witte Volkswagen T2 rijd even een duimpje opsteken of een glimlach toewerpen. Anderen maken even een praatje, zeggen lieve woorden of geven een compliment. Ja schrijven op dit blog is te vergelijken met rijden in een oude Volkswagenbus.
Het schrijven van en de feedback op een verhaaltje doet me nadenken over wat ik geschreven heb en geeft me soms inspiratie voor het volgende. Zo kan het zomaar gebeuren dat ik de avond van te voren echt weet wat ik ga schrijven en dat toch niet doe omdat ik al schrijvende een ander weg insla. Dat toestaan is vrijheid.
Ik vind dit eigenlijk wel een mooie afsluiter voor vandaag.
Ik rijd toch nog even door.
Een lezer van mijn blog vertelde me ooit dat het leuke aan dit blog was dat hij nooit wist waar hij ’s ochtends weer naar toe ging.
Ik wel. Met het FAN TAS TISCHE boek van John Thackara, How to Thrive in the Next Economy op het dashboard rijd ik naar Amsterdam en ontmoet ik Claud Biemans (niet Claudia John). Zij ontdekte dat er in haar stad op een vierkante kilometer 300 verschillende plantensoorten huisden, vergeleken met 50 verschillende op een zelfde dichtbij gelegen oppervlakte “managed countryside”. Claud: “Bijen weten dit heel goed en zijn tegenwoordig meer in steden te vinden.”
Ik lees verder dat Claud wandelingen organiseert waar ze mensen langs de ecologische hoekjes en gaatjes in de stad leidt en laat zien waar planten niet alleen overleven maar juist floreren. Want,zo lees ik verder, “veel van deze stadsnatuur is eetbaar. Kruiden, blaadjes en eetbare bloemen groeien op muren en stoepen.
En over Lynn Shore van Urban Herbology. Zij is een van een groeiende groep stads foerageurs (is dat Nederlands?) en helpt stadsbewoners kruiden te zoeken, ermee te koken en te leren over medicinale samenstellingen.
Into the wild krijgt voor mij zo een heel andere invulling.
Ik zie het helemaal voor me. Met de T2 naar Amsterdam. Ik heb plek voor nog 7 personen. Wie gaat er mee?
Met Noltee.
In de T2.
Ik zet een muziekje op in de T2. De stem van Eddie Vedder mengt zich met het geluid van mijn gereviseerde luchtgekoelde tweeliter Volkswagen motor.
I’m free
Setting forth in the universe
Oh I’m free
Setting forth in the universe
Fran Edgerley is een van de oprichters van Assemble, een design/kunst/architect collectief in Londen. Ik ontmoette Fran in Queretaro waar we allebei sprekers waren op een congres over design en architectuur. ‘Haar’ collectief won de Turner Prize in 2015. Wikipedia daarover:
De Turner Prize, genoemd naar de EngelseschilderWilliam Turner, is een jaarlijks toe te kennen prijs voor een Brits kunstenaar onder de vijftig.
De organisatie ligt bij de Tate Gallery en is ingesteld in 1984. Het is publicitair Engelands belangrijkste kunstprijs geworden. De prijs wordt tegenwoordig het meest geassocieerd met conceptuele kunst, alhoewel alle kunstvormen meedingen en menig schilder de prijs heeft gewonnen.
Tot vandaag was ik in de veronderstelling dat zij het eerste collectief waren die de vooraanstaande prijs wonnen. Maar op de lijst van de winnaars zie ik ook ‘The Otolith Group’ staan. Klikkend naar hun website lees ik dat het om een kunstenaars duo gaat. Dat is iets anders dan een collectief. Assemble begon met 16. OK. Ander verschil is dat Assemble geen kunstenaars collectief is maar een collectief van zeer divers pluimage. Laat ik ze makers noemen. Makers die gewenste situaties maken. Makers die dingen laten gebeuren. Samen werken door samen te maken. Het gaat ze om het samen maken, het proces, niet zozeer om de uitkomst, vertelde Fran in haar presentatie. Van hun website vertaal ik:
In haar projecten probeert Assemble de typische disconnectie tussen het publiek en het proces waarmee plaatsen worden gemaakt aan te pakken. Ze hanteren daarbij een aanpak waarbij men onderling afhankelijk is en samen werkt. Tevens proberen ze het publiek actief als deelnemer te betrekken in de realisatie van hun projecten.
Je zou het social design kunnen noemen.
Tijdens haar presentatie vertelde ze over hun eerste project; The Cineroleum.
The Cineroleum was een eigen initiatief dat een verlaten benzine station in Londen transformeerde in een bioscoop.
Het project was een experiment voor de verkenning van het potentieel voor het hergebruik van de 4.000 verlaten benzine stations in Engeland. Tevens was The Cineroleum een improvisatie op de rijke iconografie en de decadente interieurs uit de gouden tijd van de film theaters.
Klassieke elementen werden opnieuw ontworpen voor de ‘langs de weg’ locatie, gebruik makend van goedkoop industrieel materiaal, gebruikte of gedoneerde materialen.
Klapstoelen van steigerhout, school tafels en banken werden bekleed met formica en het auditorium werd omsloten door een drie kilometer lang met de hand genaaid harmonica gordijn.
Het duidelijk zichtbaar met de hand gemaakte Cineroleum werd ter plekke gebouwd door een team van meer dan 100 vrijwilligers. Samen lerend en experimenterend geholpen door de tijdens het prototype proces geschreven handleidingen. Fix it as you go.
Anders dan de buiten de stad multiplex bioscopen vierde The Cineroleum juist de sociale ervaring van het naar de film gaan. Van de popcorn machine en de bar in de oude benzinepompshop tot het filmprogramma van toegankelijke klassiekers.
Afgescheiden van de drukste eenbaansweg in Europa door een gordijn bood The Cineroleum plek voor collectief escapisme en een publiek spektakel voor de voorbijgangers. Aan het eind van de film ging het gordijn omhoog daarmee het publiek van de verbeelding van de film weer in het dagelijks theater van de straat duwend.
Ik weet niet hoe het bij jullie zit maar als ik een update krijg voor bijvoorbeeld Keynote, het programma waar ik mijn presentaties mee maak, skip ik die altijd. Ik ben gewend aan de ‘omgeving’ waarin ik werk. Ik weet zonder na te denken aan welke knoppen ik moet draaien voor het gewenste resultaat. Dat voelt vertrouwd. Een beetje zoals je in het donker de lichtknop in je slaapkamer weet te vinden. Stel je voor dat iemand die stiekem verplaatst. Kennen jullie de scene uit Amelie waarin zij in het huis van de boze buurman de lampen door minder sterkere verwisselt en zijn pantoffels voor dezelfde in een maat kleiner? Horror van de bovenste plank.
Het niet updaten wordt ook gevoed door de aanname dat de update niet beter is, dat hij me het leven niet makkelijker maakt. Maar dat is zoals gezegd een aanname. Want ik weet het niet. Nou, niet helemaal in het geval van die Keynote update. Ik gebruik namelijk altijd Helvetica voor mijn presentaties die ik dan iets versmal. Dat kon ‘vroeger’ heel makkelijk door het woord in zijn geheel naar het midden te ’trekken’. Alsof je de letters met je vingers een beetje dichterbij elkaar duwde. Nu moet ik in het paneel rechts op een icoontje drukken, dan weer op een icoontje drukken en vervolgens zo’n 7 keer op het min tekentje drukken. Steve had dit NOOIT goed gevonden.
Voor de meeste dingen die we de hele dag doen hebben onze hersenen patronen aangelegd. Dat is wel zo makkelijk. Dan hoeven we niet bij elke herhaalde handeling na te denken. Want stel je voor dat je voor elke deur een origineel plan ging bedenken om in die andere ruimte te komen.
De afgelopen maanden schreef ik bijna elke ochtend over mijn avonturen met mijn bus in Zuid Afrika. Dat was ook een patroon geworden. Heel lekker. Toen ik vanochtend achter mijn laptop ging zitten voelde ik weerstand. Het is lekker om een een doel te hebben en daar stukje bij beetje dichterbij te komen. En het verhaal te zien groeien. Nu moet ik weer opnieuw beginnen.
Maar het is ook fijn om nieuwe dingen te doen. Want als we nieuwe dingen doen stretcht onze tijd. En daarmee kom ik, zonder dat ik dat wist toen ik begon te schrijven op het thema van de Dutch Design Week: Stretch.
De komende dagen deel ik mijn favoriete Design Academy Graduation projecten. Nieuw doel. Nieuwe reis.
Eergisteren gaf ik een Design Thinking college op de universiteit van Stellenbosch. Ik had mezelf min of meer uitgenodigd via kennissen van mijn vader waarvan ik wist dat hun dochter daar professor is. Ik kreeg een plek in hun Visiting Artists Program en na het college kwam er een student naar me toe die vroeg of ik de Marble Machine kende. Het spel en design element uit mijn college deed haar denken aan de Marble Machine van Wintergatan, een Zweedse kunstenaar/muzikant. Ik vertelde haar dat ik hem niet kende en vroeg haar of ze me wilde mailen. Dat deed ze gisteren en WOW wat is dit gaaf.
Komt het omdat ik vroeger een fervent knikkeraar was of omdat ik gefascineerd ben door alles wat rolt? Of was ik geraakt door de schoonheid van de machine? Hoe alles met elkaar samenwerkte, de interactie van mens, machine en knikkers? En het klinkt ook nog eens geweldig. Ik vind het ook gewoon een heerlijk nummer. Dat al meer dan 50.000.000 keer is bekeken op youtube.
En wat blijkt, Martin Molin, de maker, had een paar jaar geleden Museum Speelklok in Utrecht bezocht en was zo geïnspireerd geraakt door de collectie dat hij vervolgens met het bouwen van de knikkermachine begon. Het heeft hem uiteindelijk 14 maanden, 3000 schroeven, heel veel platen mutliplex en 2000 knikkers gekost maar het resultaat is GE-WEL-DIG! En tot 20 augustus te zien in Museum Speelklok in Utrecht
Weet je wat ik altijd heel lastig vind? Brainstormen met een groep als ik van te voren zelf al een heeeeeeel goed idee heb.
Ik vind het dan heeeeeeel moeilijk om nog naar andere ideeën te luisteren.
En vind het heeeeeeel moeilijk om stil te zijn want het liefst vertel ik alleen maar over mijn fantastische idee.
Gelukkig heeft Julia Cameron me leren loslaten. HardCOR loslaten. Bijna drie jaar schreef ik elke ochtend een pagina in mijn ochtendschrift zonder lijntjes met mijn rechterhand. Gewoon wat in je opkomt. Je blijft schrijven ook als je niet weet wat je moet schrijven. Dat schrijf je dat op ‘ik weet niet wat ik moet schrijven.’ Als je je pagina vol hebt geschreven dan verscheur of verbrandt (pas op in hotelkamers met rookmelders) wat je net geschreven hebt. En soms wil je dat echt niet omdat je wat je net geschreven hebt heel graag terug wilt lezen, of bewaren, of aan een ander wilt laten lezen, of welke andere hele goede reden je ook bedenkt om het te bewaren.
Maar dat mag niet van Julia dus dan doe je dat niet. Ik heb ochtenden gehad dat ik overwoog om maar te stoppen met het ochtendschrijfritueel zodat ik dat ene blaadje kon bewaren. Soms leken de blaadjes wel kilo’s te wegen en kreeg ik ze bijna niet verscheurd. Alsof ik een stukje van mezelf weggooide. Ik weet niet hoe eea psychologisch werkt maar daarna voelde ik me juist in die gevallen enorm bevrijd. ‘Kill your darlings’ noemen sommige dat.
Gisteren en eergisteren gaf ik een workshop Design Thinking voor een groep internationale studenten waarvan ik wist dat een aantal al heeeeeele goede ideeën hadden. Dus kreeg iedereen gisterenochtend als opwarmingsoefening een A4tje met de vraag om daar in hun eigen taal op te schrijven wat ze dachten, en te blijven schrijven. Niet opkijken blijven schrijven. Ik stond met mijn laser voor de groep en richtte mijn laser op hun schrift bij aarzelingen. Na een minuut of twee werden de eerste schrijfhanden al gewapperd en vingers gestrekt. Ik verliet vervolgens het lokaal om drie minuten later terug te komen. Iedereen zat nog keurig te schrijven. Toen de eerste student zijn blaadje omdraaide om daar verder te schrijven bedankte ik iedereen en vroeg ze hoe ze zich voelden. Dat varieerde van ‘energiek’ tot ‘relaxt’. Van ‘all over the place’ tot ‘super gefocust’. Een student vertelde trots dat hij tot een belangrijk inzicht was gekomen en hield het blaadje als een groot geschenk vast. We wisselden nog wat ervaringen en vroeg de groep vervolgens om hun blaadje te verscheuren. Vertwijfeling en onrust vulde het lokaal. Serieus? Ja echt waar. Ik was al gaan rondlopen met een klein vuilniszakje en vroeg iedereen zijn verscheurde ochtendschrijfsel in het vuilniszakje te stoppen. Weigeringen sloeg ik streng af en dwong ze toch echt hun schrijfsel los te laten. Toen ik bij de student met het grote geschenk aankwam zag ik dat hij een leeg blaadje in het vuilniszakje stopte en op zijn ochtendsschrijfsel was gaan zitten. Wat strenge steeds dichterbij komende blikken deden hem uiteindelijk afstand doen van zijn geschenk.
Ik hing het vuilniszakje aan de muur en vroeg de groep hoe ze zich voelde. Emoties gierden door het lokaal. Verdriet, euforie, vreugde en boosheid. Het hele emotionele spectrum kwam voorbij.
De student die net zijn grote geschenk was kwijt geraakt zat er verslagen bij maar langzaam kwam er een glimlach op zijn gezicht. Het loslaten was begonnen. Met een laatste blik op het graf van zijn lieveling maakte hij ruimte voor nieuwe ideeën.
Ik zag hem gedurende de dag nog wel af en toe melancholiek naar zijn verscheurde lieveling in het vuilniszakje kijken.