Tag Archives: storytelling

NIE WURRIE NIE

23 aug

niewurrienie.001

In 2004 kocht ik tegen alle gezinsregels in een Volkswagen T2 uit 1979. Verliefdheid wordt wel eens omschreven als een tijdelijke staat van waanzinnigheid. Ik was waanzinnig verliefd. Op een babyblauwe T2 met wit dak van het bejaardentehuis in Oudtshoorn. Deze stond op de bewuste zaterdag te koop onder een afdak bij Toyota Motors. Had ik er door de weeks getankt, had ie rond gereden met oude van dagen. Maar niet in het weekend. Toen stond ie te koop en ik kocht hem. Hem ja. Een twee liter T2 is mannelijk. Een T1 kan doorgaan als vrouwelijk en een T3 is duidelijk onzijdig. Om van de latere T4 maar te zwijgen. Die overweegt een geslachtsverandering.

Mijn vader en zijn vrouw verhuisden in 2001 naar Zuid Afrika en na ons eerste bezoek in 2003 keerden we in 2004 terug om er een half jaar te blijven. In Calitzdorp 48 kilometer van Oudtshoorn dat je misschien kent van de struisvogel(veren). Menig cancan danseres uit Parijs in het begin van de 20ste eeuw zwaaide en zwierde er vrolijk mee op los. Ik vraag me af of het enige indruk gemaakt zou hebben op de mannelijke struisvogels uit de Kleine Karoo.

In ieder geval minder dan de bus op mij maakte. In het halfjaar reden we zo’n 14.000 kilometer in de bus, met als hoogtepunt een ontmoeting met een grote mannetjes olifant in Addo Elephant Park vlakbij Port Elizabeth, een kleine 800 kilometer ten oosten van Kaapstad. Het mannetje stond midden op de weg en liep recht op de bus af. Ik stopte de moter en we draaiden onze ramen open. De olifant liep geruisloos op nog geen meter afstand langs de bus, ons vieren met open mond en hart in de keel achterlatend. “You can leave Africa but Africa never leaves you.” Dus kwamen we een paar jaar later terug om de bus naar Nederland te halen. Aan het eind van de vakantie reden we richting de container in Kaapstad maar op 100 kilometer van Kaapstad besloot de bus dat “he didn’t want to leave Africa” en liep in elkaar. Hij belandde vervolgens bij een garage in Calitzdorp waarvan de eigenaar kort daarop overleed. De garage werd verkocht en de bus werd achter een hek in de tuin van de lokale antiquair gezet om vervolgens door een VW specialist naar Oudtshoorn gesleept te worden. Waarbij de laatste woorden van VW specialist Piet waren: “Cor, jij moe nie wurrie nie. Die Combi sal reg kom.” Piet zou de moter reviseren. Het was augustus 2015. Hij zou in januari 2016 klaar zijn. Dat werd maart 2016, september 2016, november 2016. Cor ging toch een beetje wurrien en na een verhelderend gesprek met de zoon van VW specialist Piet, ook een VW specialist, werd duidelijk dat ik alle reden had om te wurrien. Nu weet ik beter. In Nederland hebben we de klok maar in Zuid Afrika hebben ze de tijd. Pet had alle tijd van de wereld maar  zou de bus nooit afmaken volgens zijn zoon die het zelf ook niet zag zitten. Ik voelde me een beetje een slechte kleinzoon die zijn opa beroerd achterliet op een plek waar je zelf nog niet eens dood gevonden wilde worden. Ik kreeg wel een tip; Arno van Wijck uit Villiersdorp, zo’n 400 kilometer van Oudtshoorn. Na het online lezen van enkele goede recensies besloot ik de bus naar Villiersdorp te laten brengen waar Arno hem binnen drie weken reviseerde, inclusief fotoverslag via Whatsapp. Het is inmiddels februari 2017 en ik was ZAR 51.000 armer. Van mijn resterende spaargeld kocht ik 4 tickets naar Zuid Afrika om nog een keer met zijn vieren in bus naar Addo te gaan. En het leek me slim om zelf al eerder te gaan om de bus eerst goed te testen en in te rijden.

Het is 7 juli en ik land in Kaapstad. Zo’n 100 kilometer van Villiersdorp. Op 18 kilometer van Villiersdorp bekruipt mij een zenuwachtig gevoel in mijn buik. Duizenden randen en kilometers dichterbij mijn droom. Met zijn vieren in de bus naar Addo.

 

Wordt vervolgd.

 

Gevouwen

25 jun

moped.001

IMG_0618

Eergisteren kwam ik om 19.00 bij Strand Zuid bij de RAI aan. Een vriend vierde zijn 20 jarig huwelijk op het verrassend leuke strandje aan het water  tussen de RAI hallen. Ik was veel te vroeg en besloot een plekje te zoeken buiten aan het water om er iets te eten. Zoekend naar een plekje met mijn vouwfiets aan de hand werd ik geroepen. Daar zat mijn vriend met zijn vrouw, twee kinderen en twee vrienden. Hij vroeg me aan te schuiven waarop ik mijn vouwfiets in het zicht naast het terras zette. Mijn zoon had hem geleend maar had het cijferslot niet terug aan het zadel gehangen. Met een schuin oog genoot ik van de wijn en de noodles. Dat schuine oog moet mijn vriend zijn opgevallen en hij vertelde het verhaal van de fotograaf van het stadsarchief van Amsterdam. In de jaren 70/80 fotografeerde J.M. Arsath Ro’is duizenden foto’s van Amsterdam. Ik deel er een paar;

Schermafbeelding 2017-06-25 om 09.49.27Schermafbeelding 2017-06-25 om 09.51.47Schermafbeelding 2017-06-24 om 14.45.03Schermafbeelding 2017-06-24 om 14.47.50

Valt je iets op?

Alle foto’s hebben namelijk iets gemeen. Het is allemaal in  Amsterdam, ze zijn zwart wit en genomen door J.M. Arsath Ro’is. Maar is je dat brommertje opgevallen?

Het is de Moped van J.M. Arsath Ro’is. Ze noemde hem ook wel de zandfotograaf omdat hij veel foto’s maakte van het uitdijende Amsterdam. Om aan de randen van de stad te komen had hij een Moped gekocht waar hij erg zuinig op was en netjes op slot zette als hij met zijn 6×6 camera zijn werk voor het stadsarchief uitvoerde. Op een dag werd zijn Moped achter hem gestolen en besloot hij de Moped altijd in zicht te fotograferen.

Bovenstaand verhaal werd ontdekt door Hans Aarsman die er een geweldige TEDx talk van heeft gemaakt.

Bedankt voor dit geweldige verhaal Jeroen.

Ik heb gevouwen gelegen.

 

 

 

Met liefde gemaakt.

28 dec

schermafbeelding-2016-12-28-om-16-16-57

Waarschijnlijk had je andere prioriteiten tweede Kerstdag. Ik heb er een heuse NTR marathon van gemaakt. Alle afleveringen van Tuinen van Verwondering achter elkaar. Ik was met Kerst in Nieuw Zeeland, Brazilië, Frankrijk, Noorwegen, Italië en 100 kilometer boven New York. Met Ernst Veen. Veen heeft zichzelf een geweldig pensioen gegeven en ging met een regisseur, cameraman en geluidsman op bezoek in de ‘tuinen’ van de rijkste der aarde. Ik wil de hele serie zeker nog een keer op het grote scherm zien. De registratie van de kunstwerken zijn kunstwerken op zich. Ook de muziek bij  de prachtige beelden is van topkwaliteit.

In de ‘tuin’ van de Nieuw Zeelander Gibbs zijn zelfs de dieren gekozen op hun uiterlijk. Of dat te ver gaat? Oordeel zelf. Hier. Gratis.

Ik kon het niet laten om het beeld even stil te zetten en deze met je te delen.

schermafbeelding-2016-12-26-om-12-43-02

Het landgoed van Gibbs is trouwens 1 dag per maand open voor het publiek. Vol tot april 2017. Reserveren doe je hier. Gratis.

schermafbeelding-2016-12-28-om-15-57-59

Eigenlijk wilde ik vandaag iets anders delen. Een zinnetje maar. Uit de documentaire over ontwerpster Eileen Gray;

“De waarde van iets is afhankelijk van de liefde waarmee het gemaakt is.”

schermafbeelding-2016-12-28-om-12-43-21

De documentaire is dit jaar nog te zien. Hier. Gratis.

Ook deze post is weer met liefde gemaakt. Gratis.

Maar voor wie eigenlijk?

 

Hohoho

25 dec

“Cor, schrijf je ook op eerste Kerstdag?”

of COR’s!

Selling the drama. Dit is Design Thinking by Doing verhaal 587/1001

16 nov

sellingthedrama587.001

Afgelopen zomer vertrokken Jacco en ik in de Alfa Romeo Spider richting Noord Italië om daar de zwaarste berg te beklimmen die Lance Armstrong ooit gefietst had; de Mortirolo. Het leek ons een mooi verhaal voor in het blad Soigneur. Het verhaal is niet in het blad gekomen en daar hebben ze een aantal redenen voor. Los van het feit dat de foto’s die we maakten niet goed genoeg waren was ook het verhaal om een aantal redenen niet Soigneur bladwaardig. Toen ik Martijn Boot achteraf vroeg of hij kon aangeven waarom niet moest hij daar even heel goed over nadenken. En dat heeft hij gedaan en de redenen helpen hem en toekomstige fietsavonturiers in het Soigneur bladwaardig verhaalschrijven.

Een Soigneur reisverhaal moet:

a) een dramatisch gegeven bevatten

b) een bizarre locatie/bestemming betreffen of

c) geschreven zijn door een ‘bekend’ persoon.

Ons verhaal miste iets om het geschikt voor het blad te maken. Het is een prettig lezend stuk met een goede verhaallijn maar teveel ‘gewoon’ een reisverslag.

Bij Soigneur maken ze een goed doordachte formule. Ze zijn een verhalenverteller die zich wil onderscheiden van andere bladen. Dus kwam ons verhaal niet in Soigneur. Het blad. Dat begrijp ik en daarom vind ik Soigneur ook zo goed. Ze laten bepaalde zaken laten voor wat ze zijn. Ze zetten soms ergens op in, waar ze uiteindelijk van afzien.

Gelukkig heeft Soigneur ook een site. En daar paste het wel. Lees ons verhaal hier. Of scroll lekker verder.

Fijne zondag.

Schermafbeelding 2014-11-16 om 08.07.00

Een groot rondje Dordrecht is zo’n 35 kilometer. Ik maakte menig fietstochtje op het eiland. Meestal alleen en het liefst zo hard mogelijk op mijn stalen Giant die ik ooit cadeau kreeg van mijn broer die toentertijd bakken met geld verdiende als model in Japan. Af en toe reed ik met ‘de mannen’ mee. Waarvan de een met een nog duurdere fiets dan de ander. Mijn fiets noemden ze ‘Het Fietsmuseum’. Ik maakte nooit mijn ketting schoon en van klikpedalen moest ik helemaal niets hebben, levensgevaarlijk. Aangezien ik ‘de mannen’ aardig bij kon houden, was ik het fietsende voorbeeld dat het allemaal niets uitmaakt, goed materiaal. En daar komt bij dat niemand mij ooit adviseerde om eens een andere fiets te kopen.

Daar kwam verandering in door niemand minder dan Hennie Kuiper. Hennie Kuiper was in de jaren 70 kopman van de Frisol wielerploeg (1973-1977). In de gelegenheidsuitgave over de Frisol wielerploeg staat een overzicht van alle renners. Zo ook Hennie Kuiper. Op zijn pagina met belangrijkste uitslagen staat bovenaan: ‘in verband met ruimtegebrek zijn de uitslagen grotendeels beperkt van 1 t/m 10’. Hennie Kuiper was door Marco en Anton de Vries, zonen van Nico de Vries (directeur van Frisol), benaderd om een fietsclinic te verzorgen die zo’n 20 relaties en vrienden van de broers, waaronder ik, op de top van Alpe d’Huez moest brengen. Op een van de voorbereidende ‘trainingen’ was Hennie naast me komen fietsen om een praatje te maken en mijn materiaal te inspecteren. E.e.a. ging prima totdat we een bocht naderden waar we beiden voor moesten remmen. Aangezien de bocht breed genoeg en niet te scherp was, konden we met gemak naast elkaar blijven fietsen. Maar we moesten wel een beetje bijremmen. Toen ik na de bocht, zoals altijd, de rem van mijn velg moest trekken, keek Hennie me aan met een glimlachende mix van ongeloof en minachting. “Misschien is het een goed idee om een fiets te lenen of te kopen als je Alpe d’Huez wilt halen.”

Voor het eerst in jaren was een andere fiets een optie. Ik kocht een 14 maanden oude, volledig met Dura-ace afgemonteerde, 7,6 kilo wegende carbon Merida van een belofte uit Maassluis. Ik wist niet wat ik meemaakte. Tot in lengte van dagen graaide ik nog in het luchtledige om te schakelen. Schakelen en remmen zonder je handen van het stuur te halen, wat een luxe. Alleen de klikpedalen waren duidelijk nog wennen. Ik had een paar keer geoefend, alleen. Mijn ego zou het niet aankunnen om in gezelschap, vastzittend aan mijn carbon racer om te vallen. Toen we met zijn allen met de bus bovenop Alpe d’Huez aankwamen, pakte ik trots mijn nieuwe fiets, klikte vast en reed naar Hennie om mijn nieuwe aanwinst te laten zien. Het remmen en schakelen was inmiddels een tweede natuur geworden. Langzaam kwam ik voor Hennie tot stilstand om vervolgens met fiets en al om te vallen. “Ah, je hebt een nieuwe fiets… met klikpedalen,” zei Hennie droog. De dag erna reed ik met 20 man, en Hennie Kuiper, Alpe d’Huez op. Hennie ontpopte zich als een inspirerende verhalenverteller. Ik was definitief verkocht aan het racefietsen en verliefd op de bergen.

Terug in Nederland nam ik een abonnement op Fiets en las alles wat los en vast zat over fietsen. Zo ook het 7-weeks trainingsprogramma van John Carmichael en Lance Armstrong. Ik kocht een Garmin en ging op hartslag fietsen. In plaats van altijd zo hard mogelijk, ging het nu om percentages van mijn maximale hartslag. Ik ging met sprongen vooruit en ontgroeide mijn oude fietsclubje. Dankzij Hennie en Lance was ik een veel betere fietser geworden, maar er is een andere fietser die een nog grotere impact op mijn fietscarrière heeft gemaakt: Jacco Broekhuizen. Jacco en ik ontmoetten elkaar op de racefiets. Jacco is een geboren atleet van 1 meter 95. Positief autistisch, goede voetballer, uitstekende squasher, streng maar rechtvaardige spinning-instructeur en de laatste paar jaar, net als ik, fanatiek fietser, racefietser. Daarnaast is Jacco zo’n figuur die, als hij iets koopt voor de fiets, of een nieuwe fiets, gegarandeerd het beste koopt wat er op dat moment voor zijn wensen te krijgen is. Dat is ook heel handig voor mij want daarmee heb ik een soort proefkonijn in mijn directe omgeving. Na Jacco’s goedkeuring kan ik alles met een gerust hart kopen. En niet alleen wat, ook waar. En ook dat is handig gezien het enorme online aanbod van fietsgear. Ik heb er uiteindelijk mijn Fiets-abonnement voor opgezegd. Jacco bleek een betrouwbaardere bron van informatie en het was ook zinloos om hem iets nieuws op fietsgebied te willen vertellen. Jacco had het altijd al eerder en vaak ook nog uit meerdere bronnen vernomen. Nee, indruk maken op Jacco met fietsfeiten is compleet zinloos. “Met 100% garantie”, zou hij zelf zeggen.

Voor Jacco was ik de missing link in zijn fietsontwikkeling. Trouw reed hij al een aantal jaar zijn rondjes door de polder en soms maakte hij zelfs een uitstapje naar het verre en heuvelachtige Limburg. Maar daar bleef het dan ook bij. Hij droomde van verre oorden met uitdagend veel hoogtemeters, maar om daar te geraken had hij uiteindelijk mij nodig. Ik neem elke fietsuitdaging aan die op mijn pad komt. Of nog beter: ik verzin ze gewoon zelf. Maar ook daar komt de inbreng van Jacco om de hoek kijken.Ik heb weliswaar een enorm creatieve geest als het op het bedenken van ridicule fietsondernemingen aankomt. Echter, het plannen en organiseren ervan is het terrein waarop Jacco zich mag uitleven. En dus gaat Jacco elk jaar op zoek naar de accommodatie, werkt hij de diverse routes uit, leert de cijfertjes van alle beklimmingen uit zijn hoofd en in ruil daarvoor breng ik hem dan in passend vervoer naar de plaats van bestemming. Naast onze vriendschap en de gezamenlijke liefde voor alles met een carbon frame plus een gebogen stuur en twee wielen, klopt het tussen ons. Of is het klikt? We zijn redelijk aan elkaar gewaagd en zoeken constant elkaars grenzen op. Dat opzoeken van die grenzen maakt ons nog steeds elk jaar betere fietsers. Ondanks onze 47 jaar zit er nog steeds groei in de fietsprestaties. Dat blijkt een vruchtbare bodem voor een duurzame vriendschap. Een vriendschap die ons al op vele mooie plekjes heeft gebracht waarvan Jacco altijd zegt: “Hier kom je normaal nooit zonder Garmin.”

Vorig jaar beklom ik Alpe d’Huez voor de tweede keer. Dit maal niet met Hennie Kuiper, maar met Jacco. In een oude Volvo 850 station reden we relaxed met de fietsen achterin richting de Franse Alpen om daar het plan ‘Marmotte route’ ten uitvoer te brengen. Ondanks ons gebrek aan bergervaring leek het ons een buitengewoon idee om op 1 dag 4 Alpencols te overbruggen. Met Alpe d’Huez als laatste beklimming van de buitencategorie. Een traditie om elk jaar een uitermate uitdagende fietsonderneming te bedenken, en ten uitvoer te brengen, was geboren.

Dit jaar speelde het jaarlijks terugkerend fietsepos zich af rondom Bormio. 1040 kilometer van het eiland van Dordrecht verwijderd. De keuze voor deze uitvalsbasis kwam voort uit mijn wens om in een open Alfa Romeo Spider met twee fietsen achterop naar noord Italië te rijden. Op mijn lijstje miste ik namelijk nog de Stelvio en de Gavia. En deze twee beroemde en beruchte beklimmingen leken me een goede opwarmer voor waar we eigenlijk naar Bormio waren gereden: de Passo della Foppa, a.k.a De Mortirolo, a.k.a il Monstro. Mark Cavendish en Lance Armstrong hadden ons nog gewaarschuwd en tussen de regels door was de boodschap van beiden: doe het niet. Althans, Lance adviseerde de beklimming van deze bergpas op een mountainbike te doen. Mark vond het gewoonweg de zwaarste klim die hij ooit had gedaan en typeerde hem als lang en ongelooflijk steil. Om hier aan toe te voegen: en gestoord!

Voor het plan van dit jaar waren we in Bormio aan het goede adres. Elk van de genoemde beklimmingen begon letterlijk bij de voordeur van ons hotel. Aan de hand van enthousiaste blogverhalen had Jacco gekozen voor hotel Adele. Een authentieke aanrader voor iedereen die van fietsen, eten en ouderwets goede gastvriendelijkheid houdt. En: de deur uit rechts begint de klim naar de Stelvio en naar links rijd je zo de Gavia op.

De Gavia, Stevio en Umbrail-pas konden we speodig toevoegen aan het lijstje. Het was zaterdagmorgen, de vierde dag van ons verblijf. Morgen zouden we de terugreis aanvaarden met het kostbare carbon achterop de ingenieuze fietsdrager van Thule, maar vandaag wachtte il Monstro. Dat was al te merken bij het ontbijt. Licht gespannen besloot ik mijn ontbijt rigoureus om te gooien. Vandaag slechts lichte kost, want steile wand rijden met een volle maag leek me een slecht plan. En het scheelde weer wat gewicht. Jacco besloot de spanning nog wat op te voeren door me te bombarderen met alle beangstigende data die deze klim rijk is. Zit u stevig in uw stoel ? Daar gaan we: de Passo della Foppa overbrugt vanuit Mazzo di Valtellina in nog geen 13 kilometer precies 1300 hoogtemeters om uit te komen op 1852 meter hoogte. Een simpele rekensom leert ons dat we te maken hebben met een gemiddeld, ik herhaal gemiddeld, stijgingspercentage van 10,5. Er zijn alcoholische versnaperingen die het met minder moeten doen. Daar komt bij dat het een allesbehalve gelijkmatige klim is en de fietsers onderweg dus te maken krijgen met percentages van ver boven de 16. Een zeer lastige klim dus, ‘met 100 % garantie’.

De keiharde cijfers hadden hun uitwerking niet gemist, zo strak als een snaar stonden we een paar uur later onder een bewolkte hemel onderaan de klim. Na wat peptalk over en weer en zetten we ons in beweging. Het beloofde rustige begin in het dorpje bleek een verzinsel, we moesten direct vol aan de bak. Een steile muur bracht ons direct in de klim. Jacco had het staatje met de percentages volledig gevisualiseerd en meldde dat de eerste 3 kilometer een aanloop waren naar de 6 echt slopende kilometers. We deden het voor zover mogelijk rustig aan. We moesten regelmatig uit het zadel. Jacco had nog een tandje over en riep dat Pantani, in de hoogtijdagen van het EPO-tijdperk, in 42 minuten omhoog knalde met een verzet van 39×22.

Jacco verdween achter een van de welkome bochten waar de druk even van de benen kon wat de kans bood om fietsend een selfie te maken. Kort daarna barstte de hemel open. Ondanks de dikke takkenbossen was iedereen op de steile beklimming binnen 1 minuut drijfnat. Ik was genoodzaakt te stoppen om mijn iPhone in een waterdicht tasje op te bergen, maar merkte dat ik er eigenlijk van baalde te moeten stoppen. Anders dan op de voor mij dramatisch verlopen Stelvio, voelde ik me goed en hield ik me aan een simpele mindfulness oefening. Tot 20 tellen waarbij elke inademing er 1 is. Het water kwam met bakken uit de hemel en gaf de beklimming nog meer heroïek, of was het krankzinnigheid?

Boven aangekomen stond Jacco half verscholen onder een afdakje dat de naam van het zojuist beklommen monster draagt, met een grote glimlach op zijn gezicht. Ik perste er ondanks de striemende regen, de opkomende kou en de verzuurde bovenbenen nog een sprintje uit. Rillend van de kou vielen we in elkaars armen. Na het gebruikelijke fotomoment stortten we ons vervolgens de berg af. “Pompend remmen”, riep ik nog naar Jacco, als levende ABS-systemen daalden we af. Met verzuurde onderarmen kwamen we tot op het bot verkleumd en drijfnat bij de auto aan. In een recordtijd van 3 minuten zaten de fietsen op de fietsdrager en reden we met de kap dicht en de kachel aan naar Bormio.

Op het kop of munt voorstel wie het eerst mocht douchen reageerde Jacco dat ik eerst mocht. Voor het eerst in 3 maanden douchte ik eens niet koud af. Terwijl Jacco alle data aan het analyseren was, stond ik mijmerend onder de douche en dacht waar de inspiratie van Hennie, de discipline van Lance, het carbon van Merida en Koga, de Alfa met Thule en vooral de klik met Jacco me volgend jaar zouden brengen.

Tekst & Beeld: Cor Noltee & Jacco Broekhuizen

%d bloggers liken dit: