Tag Archives: kunsteducatie

In gesprek met Til Groenendijk. Deel een.

16 mei

Dag Cor.

Dag Piet. Had ik je al eens verteld dat ik een half jaar geleden een heel leuk en leerzaam gesprek had met een docent van HKU over mijn afstudeerproject?

Nee dat geloof ik niet.

Til Groenendijk heeft een Master Kunstgeschiedenis is werkzaam bij HKU als senior docent vakdidactiek, is docent didactische cursus voor HKU en docentenonderzoeker kunsteducatie & creativiteit in het voortgezet onderwijs bij kenniskring Lectoraat Kunsteducatie. En Til wist mijn energie toen goed te sturen en hielp “de Ferrari zonder stuur” zoals iemand mij ooit noemde, prachtig op de weg. We spraken over het A La model van veel kunst educatieve toepassingen. Het namaken van een kunstwerk gaat vaak alleen over het medium en de vorm.

Om mijn ontwerp uitdaging uit te leggen liet ik Til toen dit plaatje zien:

kidsmuseum.001

Het geeft mooi aan wat de huidige situatie is. Kids zijn wel degelijk nieuwsgierig. Ze willen weten wat er achter dat rooster zit.

kidsmuseum.002

Maar als je uitzoomt zie je de werken hangen die het af moeten leggen tegen een ventilatie rooster. Waarom? Omdat ze niets weten over de inhoud, niet nieuwsgierig gemaakt zijn en er dus langs rennen of denken “pffffff dat kan ik ook”.

kidsmuseum.003

Als je kids wilt leren kijken naar kunst moet je ze meenemen in de inhoud. Til kwam met een fantastisch voorbeeld van fotograaf Rineke Dijkstra.

“In I See a Woman Crying (Weeping Woman), Dijkstra used Picasso’s The Weeping Woman (1937) in the Tate Liverpool as the distraction device for a group of English schoolchildren, who were asked to describe what they saw in the painting which never appears on screen.”

dijkstra_weepingwoman

Waardoor ik weer moest denken aan Man bijt Hond waarin kinderen uitleggen wat ze zien terwijl ze naar wereldberoemde werken kijken.

“Ik zie bladeren ik zie voedsel ik zie………”

Tussen november 2015 en dinsdag 10 mei 2016 is er veel gebeurd. Afgelopen dinsdag praatte ik Til bij en leerde ik weer veel van Til…en hadden we ook gewoon een hele gezellige avond.

Niet onbelangrijk.

Zeker niet. Zo’n avond waarvan je energie en inspiratie krijgt. Vorige week dinsdag had ik het met  Til o.a. over het model van Emiel Heijnen, een model dat zij ook goed kent.

Wat was haar kijk op het model?

Til gaf me een mooi voorbeeld om de zogenaamde affinity space van mijn 10 jarigen in kaart te brengen.

Affinity space? Dat moet je me nog even uitleggen.

Emiel Heijen zegt het mooi: “Jongeren putten uit de culturele wereld  om heen heen en dan vooral uit de populaire cultuur. De wereld van internet, tv, reclame, film, muziek en games is toegankelijk, veelzijdig en aantrekkelijk en vormt daarmee een rijke inspiratiebron.” Als jongeren zich met anderen verdiepen in een deelaspect van de populaire cultuur wordt dat door James Paul Gee een affinity space genoemd. Volgens Gee bieden affinity spaces krachtige leermogelijkheden omdat het ontmoetingsplaatsen zijn voor mensen met vergelijkbare interesses en vaardigheden. Til vertelde me dat het door de leerlingen laten maken van een foto van hun kamer een mooi beeld geeft van hun interesses en vaardigheden; de spiegels van hun affinity spaces.

Vervolgens stelde Til voor nog een stukje van John Dewey te lezen.

Maar daar heb me me al eerder over verteld. Dat kenners in het model van Heijen de uitgangspunten van Dewey (1902!) en Tyler (1949) herkennen. Moesten volgens die twee onderwijsdoelen niet gebaseerd zijn op: de leerling, gespecialiseerde kennis en de samenleving.

Je hebt een uitstekend geheugen Piet. Heijnen voegde daar ‘de sociaal-culturele context’ aan toe. Ik liet Til deze zien, die ik snel uit mijn tas had gepakt:

dewey

Waar had je die vandaan dan?

Het is de eerste tekst die in ‘Remix je curriculum!’  van Heijnen staat.

Dat begon dus goed.

 

Til vervolgde dat ze vond dat Dewey ook een hele mooie opvatting heeft over kunst als een ervaring. Wat ze als “best een lastige” benoemde want, vervolgde ze “door het modernisme heeft de beeldende kunst zich heel erg verzelfstandigd, is geïsoleerd geraakt van de samenleving. Door de komst van musea, de galeriewereld. Eigenlijk vrij recent. Als je kijkt in de geschiedenis is dat nog geen twee honderd jaar. Esthetica is nog geen twee honderd jaar oud. Dus denken over kunst zoals wij dat nu doen is relatief jong. Dewey grond zijn denken heel sterk in twee poten. Wij zijn mensen. Wij zijn afhankelijk van de omgeving waarin wij functioneren. Daar doen wij onze ervaringen op. En interactie met anderen. Interactie met de omgeving en interactie met anderen. Dat zijn onze ervaringen. En we hebben weliswaar kunst in apart domein gezet maar kunst is er altijd geweest alleen heette het toen geen kunst. En Dewey zegt het nog wat scherper, in die zin, dat mensen soms ervaringen opdoen die zich onderscheiden van alledaagse ervaringen en vaak zijn dat esthetische ervaringen. Dewey koppelt dat niet alleen aan ervaringen met kunst, die zijn heel specifiek esthetisch, maar iedere ervaring die een bepaalde kwaliteit heeft en die leidt tot betekenisvorming, ziet hij als een ervaring met een esthetisch element. Bij de professionele kunst zit je al snel in de high art maar kinderen die niets met high art hebben, hebben ook esthetische ervaringen op allerlei gebieden.

Interessante kijk van die Dewey…en mooi uitgelegd door Til!

En getriggerd door de opmerking dat ook kinderen esthetische ervaringen hebben gaf ik het voorbeeld van Brian Eno. Hij gaf de volgende definitie van kunst:

Art is everything that you don’t have to do.

Eno: “Wat ik daarmee bedoel is dat er bepaalde dingen zijn die je moet doen om in leven te blijven. Je moet eten maar je hoeft geen cake te decoreren. Wij maken van ons eten soms een ingewikkelde, gestileerde activiteit.

En wat dacht je van kleding. Die heb je nodig. Maar je hebt geen Dior jurk,  Doc Marten laarzen of Chanel jas nodig om te overleven. Dus, nogmaals we hebben een essentiële behoefte – onszelf kleden – maar we stileren, verfraaien en versieren.

En beweging. We moeten bewegen. Maar we hebben niets aan de Rumba, Tango en de Charleston. Dus zelfs iets zo eenvoudig als beweging weten wij mensen te stileren in verschillende vormen.

En met communiceren is het al niet anders. We moeten communiceren want we werken en leven samen. Maar ook hier doen we veel meer dan alleen maar communiceren: we schrijven epische gedichten, popsongs en symfonieën en reclame enzovoort enzovoort. Dus ook met communiceren doen we veel extra dingen dan alleen communiceren.

Wat dus kenmerkend is, is dat het allemaal gestileerd is. En niet zomaar willekeurig. Wij geven veel over wat we doen. Er zijn mensen die zeggen – ‘Daar wil ik nog niet dood in gevonden worden’. Of: ‘Ik denk niet dat ik zonder mijn Bjork albums kan leven’. Of dingen als: ‘Welke kleur zal ik mijn haar verven? Het is een echte crisis.’ Dus mensen investeren veel van hun denken in hoe ze zichzelf stylen. En, in feite laten we dat elke dag zien. Niemand is hier willekeurig gekleed en niemand heeft een willekeurig kapsel.”

Waar heb je dat nu weer vandaan?

Als je zin hebt kunnen we hier de hele lecture luisteren en lezen.

http://speakola.com/arts/brian-eno-john-peel-lecture-2015?fb_ref=Default&fb_source=message

Nee laten we even doorgaan met Til.

Oke. Til vervolgde dat onderzoeksmatig er een ‘hangding’ zit in de definitie van betekenisvol. Waarop ik het model van Heijnen erbij pakte en liet zien dat het centrale gebied in Heijnen’s vendiagram de (ideale) ruimte is waarin betekenisvolle verbanden tussen social-culturele thema’s, professionele kunst en populaire cultuur worden gelegd.heijnenstickerNL

Heijnen noemt ‘betekenisvol’ een sleutelbegrip: het impliceert namelijk dat verbindingen tussen de drie domeinen een logische samenhang  moeten hebben.

Waar Til aan toevoegde “het liefst vanuit een affiniteit of een sturing vanuit de jongeren zelf”.

En heb je Til verteld over je playtests?

Jazeker. Ik heb haar alles laten zien inclusief wat er gebeurde door interventies van lezers van mijn  blog en natuurlijk de feedback van Carel Blotkamp.

Kende ze Blotkamp?

En of. Til is als enige van haar lichting cum laude afgestuurd aan de VU en ontving daarom haar bull van de hoogleraar, Blotkamp. Til en ik vinden het allebei een geweldige man. Waar Til aan toevoegde; “omdat hij zelf ook maker is, kon hij best wel goed overweg met mensen die ook vanuit het makerschap kunstgeschiedenis beschouwen. Hij begreep het makerschap ook. Mensen die alleen kunstgeschiedenis studeren, missen eigenlijk de affiniteit met het maken. En dat is toch wel een ding merk ik…..Ik merk dat mijn studenten kunstgeschiedenis  gaan geven…dan gaan ze in een bepaald soort van modus zitten dat ze iets gaan behandelen. Dan krijg je een aantal wetenswaardigheden die ze dan gaan uiten maar het werk dat dan zichtbaar is daar kunnen ze eigenlijk niet de verbinding mee maken. Voor mij ligt nu heel erg de focus op hoe zuig je mensen de kunstwerken in. Ja, dat is jouw ding ook!”

Ze zegt dus eigenlijk dat jij, ook als maker, de kinderen in mijn werk wil zuigen.

Precies Piet. Ik probeer door gebruik te maken van spelprincipes en nieuwe technologie (de culturele wereld van de leerling) ze iets te leren door ze iets te laten maken dat voortkomt uit de praktijk van een kunstprofessional.

En volgens mij combineer je daarbij mijn praktijk en jouw praktijk als kunstprofessional.

Precies!

En hoe zit het dan met Heijnen’s domein van ‘de brede sociale en culturele context’?

Dat vind ik nog een lastige. Maar volgens mij gaat dat over onderwijs en leren. Maar enfin. Ik vervolgde het gesprek met Til met dat er tijdens de playtesten iets heel interessants gebeurde waar ik heel enthousiast over was en dat ik, toen ik dat aan Blotkamp liet zien, hij helemaal niet zo enthousiast was. Waarop Til vroeg “Want? Dat vind ik interessant. Ik merk dat ik in sommige dingen best een beetje, ik denk niet rigide, maar wel dat ik vind dat met het omgaan met kunst, kunst ook zijn werk moet kunnen doen. Het kunstwerk zelf moet zijn werk kunnen doen. Dat vind ik wel een belangrijk ding.”

Ja dat van Blotkamp heb je me  verteld.

Precies. Dus dat vertelde ik Til in het kort waarop ze aanvulde dat toen ze mijn spel in november 2015 zag;

Schermafbeelding 2016-05-15 om 13.07.13

ze dacht “pas er voor op om de suggestie te wekken dat je op deze manier Mondriaans kan maken. Maar dat het recht doet aan het werk en de worsteling die hij heeft doorgemaakt. Zo’n werk maak je niet zomaar. Dat is een lange weg geweest voordat hij die stappen kon zetten. Die kun je hier nu makkelijk nadoen maar, maar ben je daar dan mee bezig. Maar daar ben ik soms een beetje rigide in.

Ik begrijp heel goed wat Til hier bedoelt.

Waarop ik haar antwoordde dat ik het nu ook zo lastig vond, nadat ik zoveel meer over jou en je werk heb geleerd, om dat onderdeel een plek in mijn onderzoek geven. Want hoe maak ik de leerlingen nu nieuwsgierig naar jouw werk.

Dat heb je volgens mij gedaan door ze uit te dagen om, vrijwillig, een opvolger op mijn voorgaande werk te maken.

Klopt. Dus liet ik Til deze zien:

En die vond ze prachtig! Een hele mooie manier manier om jouw ontwikkeling te laten zien. En ik legde haar mijn strategie uit. Dat ik de kinderen, voordat ik ze de opvolger liet maken, eerst ‘aan’ wilde zetten.

Wat bedoel je daarmee?

Nieuwsgierig maken.

Oh ja en dat deed je door te vragen wie de kunstenaar was.

Precies. En, heel essentieel, ze te vragen wie er mee wilde doen. Een van de vier kenmerken van een spel die Jane MacGonigal benoemt in haar boek ‘Beter dan Echt’;

  • vrijwillige deelname
  • duidelijk doel
  • regels
  • feedback

Of zoals je me laatst vertelde “een vrijwillige poging tot het overwinnen van een overbodig obstakel”. Van wie was die ook alweer….was het Suits?

Heel goed Piet. Uiteindelijk wilde ze allemaal meedoen.

Maar je gaf ze de keuze.

Dat zei Til ook. En ze was, net als ik voor de playtest, nieuwsgierig naar de zoektermen. Dus deelde ik die met haar. Waarop ze vroeg waarom ik wilde weten hoe ze zouden zoeken. Of ik ze nieuwsgierig wilde maken. En dat was precies wat ik mee wilde bereiken. Vervolgens liet ik Til zien dat ik dit werk, na het filmpje waarin jouw werken  zo mooi in elkaar overvloeien, op het scherm in de klas liet staat. Waarop Til antwoordde; “Het grappige is, wat er gebeurt nu met het kijken naar dit werk, dat door die vorige film waarin alles in elkaar overvloeit, gaat deze ook bewegen….en volgens mij zien kinderen dat ook.” Toen liet ik Til het werk van de kinderen zien met hun eigen commentaar eronder, die ik een dag na de playtest in de klas had laten zien.

Ze concludeerde uit het voorgaande dat ik , bijvoorbeeld in mijn contact met Blotkamp een bepaald inzicht hebt gekregen waarop ik weer een beslissing heb genomen om een bepaalde kant uit te gaan.

Ik ben dan ook heel nieuwsgierig naar de playtest met de andere klas.

Kom ik nog op terug Piet. Til vervolgde; “die bepaalde kant uitgaan levert iets op. Bij de ene groep levert het op dat ze kennelijk in staat zijn toch te zien welk werk meer en welk werk minder relevant is als volgende stap voor Mondriaan en dat ze op basis daarvan andere keuzes kunnen maken.” Til adviseerde me af en toe boven de materie te hangen en kort te beschrijven wat er gebeurt.

Volgens mij ben je dat nu precies aan het doen door het mij te vertellen.

Ja maar Til bedoelt ook dat het gaat om welke vragen het bij mij oproept. Wat er bij mij gebeurt. En wat voor consequenties dat heeft voor de stappen in mijn onderzoek. Wat ik negeer en welke mooie ongelukjes ik gebruik. Daar moet een kritische component inzitten. Zoals ik van kunsthistorici zoals Carel en Til terug kreeg dat het kunsthistorisch hier en daar rommelt. En dat ik die ook moet kunnen en willen horen en serieus neem. Tegelijkertijd vond Til het mooie dat het doel “Hoe krijg ik jongeren zo gek, in dit geval 10-jarige jongeren, dat ze zich afvragen waarom doet Mondriaan dit zo?” Til adviseerde me om, vanaf het moment dat ik vorig jaar de allereerste playtest deed en wat dat bewerkstelligde, er even boven gaan hangen en mezelf de vragen te stellen die ik me sindsdien heb gesteld en tot welke stap heeft dat geleid. Even uitzoomen, wat voor input heb ik gehad? Omdat, zo zei ze, ik iemand ben die enorm in het doen zit. Dus het goed is om af en toe even uit te stappen en te kijken welke vragen ik heb.

Boven de materie hangen. Mooi! Ik doe niets lievers.

In het kort bedoelt Til een kritische reflectie, een meta-reflectie. Til vervolgde; “het grappige met jouw onderwerp, het gaat over Modernisme, die hebben de breuk met het verleden, die zijn gaan zoeken naar manieren van werken waarbij die traditie en culturele bagage die er was en ontzettend geënt was op die representatie, hoe ze die kwijt konden raken. Ze waren geïnteresseerd in werken van  geesteszieken, primitieve kunst en kinderkunst. Ik denk dat deze 10-jarige kinderen ook kunnen begrijpen dat deze kunstenaars wilden breken met iets. En als je werk laat zien van Bouguereau, halverwege de negentiende eeuw, die bracht goud op met zijn nimfen en blote vrouwen in het water. Dat was, zeg maar de Salon norm. Wat die Modernisten deden werd in een kleine kring belangrijk gevonden maar de grote gemene deler vond het helemaal niks.”

Daar weet ik alles van.

Til denkt dat die kinderen dat ook best kunnen begrijpen. Dat deze kunstenaars wel hun nek hebben uitgestoken. Wat wel lastig is, zo vertelde ze, is de ontwikkeling van het esthetisch oordeel van deze groep kinderen. En, het kan best zijn dat mijn onderzoek iets anders uitwijst, het lastige van wat het niet doet, dat het vooral nog heel sterk een vorm invoelen is. Het vermogen om vormen abstract te zien, als een abstracte entiteit is iets wat verondersteld wordt dat eigenlijk veel later in de ontwikkeling begrepen kan worden.

En daar, Piet, ga ik nu een nachtje over slapen.

Goed idee Cor. Weltrusten. Tot morgen.

Tot morgen Piet.

 

 

 

 

 

 

 

Mondriaan jezelf het Museum in.

14 mei

Moge Piet.

Moge Cor. Hoe was je vrijdag de dertiende. Ik wist nog van een van je verhalen dat je niet zou komen maar gelukkig kon ik nog nagenieten van de tekeningen van de kinderen uit de groep van Juf Kim. Kunnen we die niet hier in het museum hangen, ik werd er helemaal vrolijk van.

Piet ik was ook erg onder de indruk en misschien nog het meeste van het feit dat meer dan de helft van de leerlingen na de eerste tekenronde (25 minuten) teleurgesteld was dat de tijd om was en vroeg of ze nog door mocht tekenen. Ik besprak dat met Juf Kim en zij vond dat goed, dus mochten ze in de middag nog verder tekenen.  En zelfs nu zijn er nog leerlingen die verder willen werken aan hun abstracte kunstwerken. Geweldig toch. En wat betreft hun werken in het museum, dat zal ik woensdag aan Mondriaankenner Carel Blotkamp vragen.

Hoe dat zo?

Ik zie Carel woensdag weer en neem dan alle tekeningen mee en vraag commentaar te geven en of we niet een interessant project kunnen doen om de tekeningen in het museum te krijgen. Ik heb er al een leuke naam voor bedacht; Mondriaan je jezelf het Museum in.

Maar hij werkt toch niet hier in Boijmans?

Nee dat klopt maar hij gaat volgend jaar wel alle, ja alle werken, een nieuwe plek geven en van nieuwe teksten voorzien. Ik geloof dat het wel zo’n 350 werken zijn.

Dat is een enorme klus. En dan bestaat de kans dus dat mijn werk ergens anders komt te hangen?

Piet ik geloof zelfs dat dit werk van jou op reis gaat.

compositiemetkleurvlakjes_pietmondriaan_1917

Oh. Waar naartoe dan?

Volgend jaar is er een tentoonstelling van jou en Bart van der Leck in het Haags Gemeente Museum en waarschijnlijk komt bovenstaand werk daar met de vier anderen werken die jij in 1917 in serie maakte na deze;

compositie_in_kleur_B_1917

bij elkaar. Gelukkig is dat pas volgend jaar. Ik had toch raar staan kijken als ik met de leerlingen naar je toe was gekomen hier in Boijmans en jouw werk verdwenen was.

Maar Cor dat is toch geen probleem meer. Je hebt inmiddels zoveel ‘Mondriaans’ verzameld, dat wordt nog lastig kiezen.

Hahaha. Nou daar zeg je wat. Ik ben nog hard aan het denken wat ik de kinderen ga laten doen als ik met ze bij je op bezoek kom om je werk uit 1917 te bekijken. Ze zijn inmiddels namelijk reuze nieuwsgierig.

Kun je niet iets doen met het spel dat je vorig jaar maakte?

Piet! Wat een goed idee. Dat ik daar zelf niet aan gedacht heb.

Ik denk dat het een mooie en betekenisvolle volgende fase is in het maken van en kijken naar mijn werk. Hoe werkte dat spel ook alweer?

Bam! (zou mijn vriend Daniel zeggen) die komt even binnen Piet. Weet je waarom?

Nee vertel.

Nou omdat dat spel een werkelijk geweldige ‘vervanger’ voor jouw werk zou zijn als dat op reis is naar Den Haag.

Leg uit.

Ik zie het zo voor me. Jouw werk vervangen we door een zogenaamde touch screen monitor waarop jouw werk te zien is:

compositiemetkleurvlakjes_pietmondriaan_1917

En zodra de mensen voor het werk staan, verschuiven alle rechthoekjes op drie stapeltje naar  links en  verschijnt de tekst: Maak je eigen Mondiriaan.

Of “Mondriaan jezelf het Museum in”.

Hahahaha. Piet je hebt weer goed geluisterd.

Cor, ik luister altijd goed als jij wat zegt.

Zoiets:

Schermafbeelding 2016-05-14 om 09.00.26

Ja. En dan?

Als toeschouwers niet al begonnen zijn met het verschuiven van de rechthoekjes, verschijnt er:

Schermafbeelding 2016-05-14 om 09.40.17.png

En als dat nog niet genoeg aanzet tot het maken van je eigen Mondriaan dan komen er reeds gemaakt voorgangers voorbij die mooi in elkaar overvloeien zoals deze:

mijnmondriaan-001mijnmondriaan-002mijnmondriaan-003mijnmondriaan-004mijnmondriaan-005mijnmondriaan-006mijnmondriaan-007mijnmondriaan-008mijnmondriaan-009mijnmondriaan-010

Zo Ruth is enthousiast.

mijnmondriaan-011mijnmondriaan-012mijnmondriaan-013mijnmondriaan-014mijnmondriaan-015mijnmondriaan-016mijnmondriaan-017mijnmondriaan-018mijnmondriaan-019mijnmondriaan-020mijnmondriaan-021

Wat een creativiteit. Ik zou het zelf ook wel een keer willen proberen.

Goed nieuws Piet. Ik heb een zogenaamde i-Pad bij me en daar kun je het op proberen.

Zouden de lezers van je blog het ook niet leuk vinden om te proberen?

Goed idee Piet. Ik kan hun hulp heel goed gebruiken.

“Beste Lezer van dit blog,

Ik zou je heel dankbaar zijn als je, in het kader van mijn master kunsteducatie, mijn prototype wilt testen. Ik wil je vragen om een Mondriaan te maken en “jouw” Mondriaan (in de vorm van een schermopname) naar mij te mailen (cornoltee@mac.com). Ga voor het spel naar:

http://www.neverlab.com/mondriaan

Weet je niet hoe je een schermopname moet maken?

Windows gebruikers:

Druk op de Windows-logotoets Windows-logotoets+PrtScn. Of druk op de Windows-logoknop De Windows-logoknop+ de knop Volume omlaag als u een tablet gebruikt.

Het beeld wordt tijdelijk gedimd, terwijl het scherm wordt gekopieerd en als een bestand wordt opgeslagen in de map Schermopnamen (die zich in de map Afbeeldingen bevindt).

Mac gebruikers:

cmd+shift+3: een screenshot van je hele scherm.

cmd+shift+4: als je deze toetsencombinatie gebruikt kun je met je muis een vak selecteren om hier een screenshot van te maken.

Standaard worden de screenshots op je bureaublad geplaatst, met de naam Schermafbeelding {datum} om {tijd}.png.

En op je iPhone, iPod touch en iPad (dank voor de tip Master Helga Boekestijn)

Schermafbeelding 2016-05-14 om 10.53.12

Schermafbeelding 2016-05-14 om 10.53.22

bron: http://www.iculture.nl/tips/screenshot-maken-iphone-ipad-ipod/

Dankjewel. Ook namens Piet.”

 

 

Playtest twee, deel twee.

10 mei

Moge Piet.

Moge Cor. Nog steeds bruin maar ook  nog steeds een bult op je rug 🙂 Je liet me gisteren even snel de inhoud zien van je tas voordat je je playtest ging doen.

Ja je sleept wat mee.

materiaal_playtest_9mei2016.001

Maar waarom heb je dit nog steeds allemaal bij je?

Omdat ik straks nog een playtest ga doen, op dezelfde school, zelfde leeftijd maar andere groep.

Aha. Maar vertel eerst nog even hoe het gisteren ging.

Ik was er gisteren om 10.15 en had rustig de tijd om mijn computer aan te sluiten met mijn apple-beamer tussenstukje, mijn videocamera met microfoon op mijn spinstatief te monteren (deze was ik de vorige keer vergeten) en mijn  pointer-clicker met mijn computer te verbinden. Om 10.30 kwamen de leerlingen binnen en dat was heel leuk want iedereen kende me natuurlijk. Ik gaf iedereen een hand en begon met ze te bedanken met hun werk en dat ze me zo ongelooflijk geholpen in mijn onderzoek. Dat ik zonder hun nooit zover gekomen was waarop een jongen vroeg “Hoeveel procent ben je verder gekomen?”

Hoe oud waren die leerlingen ook alweer?

9 en 10 jaar Piet.

Enfin ik antwoordde dat ik zonder hun 0 % verder was gekomen en met 100 % verder was gekomen waarop de klas zelf spontaan begon te applaudisseren. Echt hilarisch. Vervolgens vertelde ik ze dat ik hun tekeningen aan Mondriaan-kenner Carel Blotkamp had laten zien; “de meneer in Nederland die het meeste verstand heeft van Piet Mondriaan.”

En hoe reageerden ze daarop?

Nou daar werden ze heel stil van. En ik vervolgde dat Carel er een paar best op jouw werk vond lijken en een paar die er wat minder op leken maar die dan wel op andere kunstwerken leken. En ik vertelde ze dat Carel Blotkamp twee tips had en dat we met die twee tips aan de slag gaan om een betere opvolger te maken op dit werk:

compositie_in_kleur_B_1917

De eerste tip van meneer Blotkamp was dat ze zelf door goed te kijken, naar elkaar te luisteren, elkaar waardevolle ‘feedback’ zouden kunnen geven die ze in staat zouden stellen een betere opvolger te maken.

Feedback? Dat woord kennen ze toch niet?

Dat vroeg ik ze dan ook eerst.

En?

“Dat je ergens op reageert, commentaar geeft.” zei een leerling.

Mooi!

Toen vertelde ik ze dat ik ze nog een keer het filmpje ging laten zien en dat Carel me deze tip had gegeven aangevuld met dat ze goed naar het filmpje moesten kijken, wat er gebeurt, wat er verandert, wat ze opvalt. En toen kregen ze een notitieblokje waar ze aantekeningen in mochten maken. Ik maakte de vergelijking met een detective die aantekeningen maakt in zijn boekje. Ik starte het filmpje met als aanvulling dat het werk verandert van realistisch naar abstract om nogmaals te herhalen wat dat ook alweer was, abstract. Ik herhaalde de definitie van de vorige keer van een van de leerlingen: “iets waar nergens op lijkt maar wel mooi is.” en wees glimlachend naar hem waarop hij met een trotse blik antwoordde. Ik liep naar mijn computer om het filmpje te starten en herhaalde nog een keer; “Kijk goed naar wat er gebeurt, wat er verandert.”

Kunnen ze dat wel, schrijven en kijken tegelijk?

Piet daar heb je inderdaad een punt. Ik heb de videobeelden terug gekeken en daar zie je leerlingen of met aandacht kijken of met veel aandacht schrijven. Een volgende keer geef ik de boekjes nog niet en laat ze alleen maar kijken en achteraf opschrijven.

En toen?

Toen vertelde ik ze dat zij nu Piet Mondriaan waren en dat ik ze aan aantal tekeningen ging laten zien die zij de vorige keer gemaakt hadden, met de vraag; “Waarom is deze tekening (die ik dan op het scherm liet zien) een goede opvolger op deze?”:

compositie_in_kleur_B_1917

Ik vroeg ze om zoveel mogelijk redenen te bedenken waarom zij, als Piet Mondriaan, vonden dat die tekening een goede opvolger was.

En moesten ze dat alleen doen of met een groepje?

Piet, dat was precies een vraag van een van de leerlingen. En deze playtest was het individueel. Maar de volgende probeer ik het als groepje.

Maar enfin. Ik liet ze deze zien:

Schermafbeelding 2016-04-28 om 13.28.12

En vroeg ze waarom zij, als Piet Mondriaan, dit best een goede opvolger vonden. En liet ze nog even kort de voorganger zien:

compositie_in_kleur_B_1917

Om vervolgens weer terug te gaan naar:

Schermafbeelding 2016-04-28 om 13.28.12

Kijk Piet daar heb ik dus die pointer-clicker nodig voor nodig. Ik kan dan namelijk op afstand mijn presentatie bedienen. En dus even snel wisselen tussen de afbeeldingen als ik denk/voel dat dat nodig is.

En hoe ging dat?

Prima. Iedereen was serieus aan het kijken of schrijven. En een een leerling stelde de vraag wat je moest doen als het zijn eigen tekening was.

Goede vraag.

Zeker. Ik vertelde hem dat hij moest proberen te kijken als Piet Mondriaan en of het dan een goede opvolger zou zijn.

Ik ben nu wel heel benieuwd wat er uit die “feedback” sessie is gekomen.

Dat geloof ik maar ik moet nu echt gaan voor de volgende playtest.

Succes daarmee. Tot morgen.

Tot morgen.

 

 

 

 

 

 

Playtest Twee

9 mei

Dag Piet.

Dag Cor. Zo ik herkende je bijna niet met je bruine hoofd en die bult op je rug.

Hahaha Piet. Dat hoofd is van het lezen en praten in de zon. Lezen over het model van Emiel Heijnen en praten over het model van Emiel Heijnen. Gisteren ben ik kritisch bevraagd door mijn vriend Jerry en hij koppelde dit aan me terug:

“Hi Cor,

Dit is wat ik heb begrepen van ons gesprek.

Door je verleden als geëngageerd kunstenaar zag je dat kinderen van ongeveer 10 jaar geen betekenisvolle verbinding leggen/kunnen leggen met moderne abstracte kunst. In het model van Emiel Heijnen herken je veel aspecten van jouw wereld en met dit model kun jij deze aspecten nu benoemen.

Jouw onderzoeksvraag:
Hoe kan ik kinderen van 10 jaar een betekenisvolle verbinding laten leggen met abstracte kunst. (Vraag: is betekenisvolle verbinding niet dubbelop? Kun je echt een verbiding leggen als het geen persoonlijke betekenis voor je heeft?)

Jouw centrale vertrekpunt is het model van Emiel Heijnen. Het model beschrijft een aantal ontwerpprincipes en uitgangspunten die niet automatisch aansluiten op jouw doelgroep en de professionele kunstenaar (Mondriaan) die je gebruikt. De vraag die we ons stelde vanochtend was:
– ga je een nieuw model ontwikkelen aangepast op jouw doelgroep;
– gebruik je het originele model en pas je het waar nodig aan?

We hebben geconcludeerd dat je in het kader van je afstudeeropdracht het originele model gebruikt om te komen tot een manier/werkwijze/format om 10-jarigen die verbinding met abstracte kunst te laten maken.

Inhoudsopgave scriptie:
1. Inleiding waarin je jezelf voorstelt als kunstenaar en aangeeft waarom je dit onderwerp hebt gekozen
2. Uitleg model met definities en de verbinding naar jouw doelgroep, affinity spaces en gekozen professionele kunstenaar
3. Onderzoeksresultaten
4. Conclusie

Volgende stap is of film een geaccepteerd alternatief is voor een geschreven scriptie en waar die film dan aan moet voldoen.

Schiet er maar op,
Jerry”

Hele knappe samenvatting van ruim drie uur gesprek.

En wat bedoelt hij met geëngageerd kunstenaar?

Eigenlijk hoort daar nog een woordje tussen; sociaal. Dat leg ik je morgen uit.

Maar Cor wacht even. Wat zit er allemaal in die bult?

Spullen voor mijn playtest zometeen.

IMG_4638

Tot morgen Piet.

Succes Cor!

In gesprek met Carel Blotkamp.

3 mei

Dag Piet.

Dag Cor. Hoe is het met je?

Goed Piet. Gisteren had ik een interessant gesprek met Carel Blotkamp, kunstenaar, kunsthistoricus en Mondriaankenner. Ik sprak hem al eerder naar aanleiding van een boek dat ik van hem gelezen had en had hem gevraagd of ik met hem mijn vorderingen kon bespreken. En dat was heel leerzaam. Carel is een wandelende (en fanatiek skiënde) kunstencyclopedie, maakt zelf ook echt prachtig werk en zijn feedback op mijn werk was zeer waardevol. En ik ga altijd de deur uit met een veel waardevolle en bruikbare tips. Zo wees Carel me op het boek ‘De Hut van Mondriaan’ een rijk geïllustreerde boek dat het verhaal van jou in het Gooi vertelt gedurende de Eerste Wereldoorlog: wie jij ontmoette, waar je woonde en werkte, en je rol bij het oprichten van de kunstbeweging De Stijl.

Staat ‘mijn’ huisje er nog dan?

Jazeker. De Dooyewaard Stichting heeft enige jaren geleden het perceel aan de Schapendrift 73/75  in Blaricum verworven met daarop drie oorspronkelijke ateliers/hutten, aangekocht door de kunstschilder Theo Lohmann.

De eerste aankoop in 1922 was een houten hut “La Petite Espinette”, een als atelier in gebruik bijgebouw van Huize Parva gelegen nabij de Torenlaan (thans Heideweg 10). In 1924 werd het tweede pandje aangeschaft. Dit was een atelier dat in Laren stond, waar o.a. Ferdinand Hart Nibbrig en Anna Sluijter in gewerkt hebben. Tot slot werd in 1927 de derde aankoop gedaan: één van de oude hutten van de voormalige kolonie uit het zogenaamde Humanitaire Bosje van het terrein van Prof. van Rees (thans in de buurt van Torenlaan 64). Een tekening uit 1917 laat zien dat jij hier die zomer gewerkt heeft.

In dat atelier werkte ik aan een appelleiboom, elke dag een streepje. Voor het eerst en vanaf dat moment voor altijd zijn mijn streepjes recht. Ik gebruik horizontaal en verticaal als op zich zelf staande elementen. Mijn ideeën over de harmonie tussen deze twee zijn verbonden aan de theosofische leer, een wereldbeschouwing waar ik me  sterk door liet leiden. Er was destijds een actieve groep aanhangers in Laren en Blaricum.

En ontmoette je daar ook niet Theo van Doesburg en Bart van der Leck?

Dat klopt. Ik ontmoette in 1916 Theo van Doesburg en Bart van der Leck.  Vanuit dit atelier  gaven we gestalte aan het tijdschrift en de daaruit voortvloeiende kunstbeweging De Stijl.

Die belangrijk was voor de Europese avant-garde, een belangrijke periode in  in de kunsthistorie.

Dat weet jij dan weer.

Wat Carel me trouwens ook vertelde is dat er in Brussel nu een Van Doesburg tentoonstelling is.

Schermafbeelding 2016-05-03 om 13.06.39

Goh. Daar zou ik graag naar toe gaan.

Dat doe ik graag voor je. Maar enfin ik liet Carel het filmpje zien wat ik ook de kinderen had laten zien.

Waarop hij nieuwsgierig was geworden naar wat de kinderen hadden gemaakt. Dus liet ik hem eerst de losse tekeningen zien.

Zo vond Carel deze:

IMG_9682

“best goed getroffen..het wordt alleen meer Miro dan Mondriaan maar het is toch wel bijzonder gedaan. De rondingen is een nieuwe ontwikkeling maar de verdeling is eigenlijk heel goed.”

Verder had Carel de indruk dat ze ook bij elkaar hadden gekeken, gezien het feit dat er opvallend veel driehoekjes in de werken voorkomen. Waarop ik dit werk liet zien met het commentaar van de maker dat ze niet wist wat ze moest maken en toen maar naar de andere ‘werkjes’ had gekeken.

IMG_9681

En bij dit werk maakte Carel de opmerking “aardig… een beetje karikatuur stijl”

Waarop ik toelichtte dat het 1 lijn is.

IMG_9687

“…en dan een figuur in een atelier neem ik aan…is dat de schilder?”

Waarop ik het antwoord schuldig moest blijven omdat ik dat er zelf nog niet in had gezien. Carel zag er zelfs een pallet in en duidelijk een figuur…met een hand en benen. De ‘staart’ die eruit komt benoemde hij als “een beetje typisch.” En Carel vond het wel curieus dat er nog zoveel bollen en driehoeken in de werken zaten.

Zo zie je dus samen meer dan alleen.

Ja inderdaad Piet. Daar kom ik straks nog op terug.

Vervolgens liet ik hem het filmpje zien waarin ik de tekeningen combineerde met hun commentaar, hun antwoord op mijn vraag; Dag meneer/mevrouw Mondriaan. Dus dit is uw opvolger op dit werk:compositie_in_kleur_B_1917

Waarom heeft u dat zo gemaakt?

De toelichting “Ritsen naar andere werelden” van de maker op dit werk vond Carel heel mooi.Schermafbeelding 2016-05-03 om 14.29.39

 

Dat is ook echt prachtig verwoord!

 

Na de Schildpaddofant stopte ik het filmpje waarop Carel zei; “Wel leuk om het commentaar te horen.”

Vervolgens vertelde ik Carel dat ik het filmpje van de tekeningen met commentaar op mijn blog had geplaatst en dat er een museumdirecteur een uur na publicatie reageerde met een email die ik hem vervolgens voorlas:

“Of deze groep 10 jarigen na de playtest Mondriaan helemaal begrepen hebben daar kun je over twijfelen, gezien de resultaten van het ‘volgende werk’. 

Maar er is zeker een zaadje gepland. Dat of nu al verder kan groeien of op later leeftijd tot bloei kan komen:

http://www.smithsonianmag.com/smart-news/museum-programs-affect-teens-for-a-lifetime-180958638/?no-ist

Leuk om te lezen/ je te volgen.

Groeten,”

Ik vertelde Carel dat ik naar aanleiding van de mail  me afvroeg of ze het filmpje met commentaar had gezien en gehoord. En wat bleek ze had het filmpje op haar telefoon bekeken zonder geluid. Dus vroeg ik haar het nogmaals te bekijken met het commentaar van de kinderen waarop ik de volgende email reactie ontving:

“Dag Cor, 

Hierbij nog wat gedachtes op je play test

Alleen met de afbeeldingen vond ik de werken veel dynamischer en organischer dan dat werk van Mondriaan zou zijn. Vandaar mijn reactie dat ze Mondriaan nog niet echt begrepen hebben.

Het laat echter nog meer zien hoe uniek het werk van Mondriaan is.

Het werk wat de kinderen hebben gemaakt ligt veel meer in de sfeer van de Kubisten als Braque, Cezanne en Picasso en Futuristen als Duchamp en Boccioni. Of Blaue Reiter als Kandinsky.

Dynamische lijnvoering, herhaling en in sommige gevallen nog herkenbare werkelijkheid.

De strakke geometrische lijnvoering hebben maar een paar leerlingen toegepast. Ik vind dat bijzonder opmerkelijk ondanks het geometrische voorbeeld.

Je zou alleen daar al een onderzoek op los kunnen laten, dat wij mensen blijkbaar van nature toch organische vormen kiezen boven hoekige geometrische… ??

Grappig hoe het commentaar weer een ander beeld geeft. Dat ze toch wel degelijk in de huid van Mondriaan zijn gekropen en zich een voelen met zijn zoektocht naar vernieuwing en abstractie.

Mooie uitspraken als 

–          Ik keek de klas rond en zag regenbogen en die heb ik meegenomen

Prachtig:

–          transformeren van vorm

–          alles aan elkaar verbonden al merk je dit niet

Rome was ook niet op een dag gebouwd. 

Zij zijn in die 10 jaar gevormd tot wie ze zijn en leven in deze tijd, fascinerend hoe creativiteit werkt en opgebouwd is uit dat wat we weten.

Toch blijft het mij fascineren dat er maar enkele de hoekige geometrische lijnvoering hebben toegepast.

Succes met het vervolg. 

Groeten,”

Vervolgens vertelde ik Carel dat ik bovenstaand commentaar, zonder haar naam te gebruiken, verwerkte in een blogpost. Om haar achteraf te vragen of ze daar mee akkoord was of bronvermelding wilde. Ze antwoordde:

“Leuk!
Nee hoor blijf graag anoniem.”
Waar ik blij mee was omdat het onze conversatie ‘zuiver’ houdt…ook voor mijn lezers.
Vervolgens vertelde ik Carel dat ik haar en nog twee mensen vroeg om de tekeningen te bekijken en aan te geven op welk werk het lijkt. En toen liet ik hem dit zien:
Ik vertelde hem dat ik dus 3 “ghostwriters” had gevraagd om, als ze een tekening op een bekend werk vonden lijken, dit aan te geven.
Waarop Carel vroeg, “Binnen Mondriaans werk? Niet binnen Mondriaans werk?” Om te vervolgen dat wat de museumdirecteur noemde hij wel heel breed vond….eerlijk gezegd. Waarop ik antwoordde dat ik haar na haar vergelijkingen ook gevraagd had om het te vergelijken met een specifiek werk en dat ik die vergelijkingen als feedback aan de kinderen zou geven. Ik las hardop voor:
Schermafbeelding 2016-05-03 om 17.25.25.png
Waarop Carel antwoordde dat Picasso activiteit als sieraadontwerper veel later was dus Piet dat toen (1917) niet kon weten. En toen ik hem enthousiast vertelde dat het me geweldig leek de kinderen die vergelijken te tonen was het heel lang stil. Zo lang dat ik me verplicht voelde om toe te lichten dat de teksten bij de vergelijkingen niet lang moesten zijn. Waarop Carel, na het lezen van de onderstaande tekst:Schermafbeelding 2016-05-03 om 17.34.10.png
terecht wees op het feit dat Fountain pas veel later (40 jaar) die betekenis heeft gekregen. En Piet dat dus helemaal niet kan weten. Carel adviseerde dan ook dat weg te laten omdat het verwarrend is. Aanvullend stelde Carel dat “je er meer aan hebt om alleen de visuele overeenkomst te tonen.” En toen Carel deze weer zag,
Schermafbeelding 2016-05-03 om 17.43.44
stond hij op, liep naar zijn boekenkast “op zoek naar een betere…..maar misschien vind jij van niet.” Hij liet een werk zien en vulde aan met “het is misschien nog ietsje abstracter.” Wat ik ook vond. Maar wat natuurlijk wel een feit is dat ook Carel spontaan op zoek ging naar een lijkend werk. Ik had hem dat namelijk niet gevraagd. En toen we bij deze kwamen:
mijnmondriaan_vergelijkingen_3.015
vroeg ik Carel of hij de Citroen DS kende van Orozco. En op zijn “nee” liet ik de 2 persoons DS zien:
A-Retrospective-of-Mexican-Artist-Gabriel-Orozco_moma_yatzer_1A-Retrospective-of-Mexican-Artist-Gabriel-Orozco_moma_yatzer_2

Na nog wat aanvullingen van Carel sloot ik af met: “Dus dit is uhhhh wat er ontstond en wat ik interessant vind is dat mensen die er verstand van hebben ‘aangezet’ worden om op zoek te gaan naar bestaand vergelijkbaar werk en daar enthousiast uren mee bezig zijn geweest.

Ik hield reacties van mijn ‘ghostwriters’ als “ik verlies mezelf er helemaal in en ga bij elk werk helemaal op in de kunstenaars…ben al uren bezig;) heel leuk!” en “het zegt vooral iets over wat jouw spel heeft teweeg gebracht bij die kinderen, en wat een kwaliteit het heeft opgeleverd, echt geweldig!”

Waarom liet je dat achterwege?

Omdat ik het gevoel had dat Carel de vergelijkingen niet goed vond en ik me niet wilde verdedigen met positieve reacties van anderen. Maar toch niet kon laten om mijn “Het zou fantastisch zijn als….” te vertellen.

Vertel.

Ik zei Carel dat ik het fantastisch zou vinden als er een lesmethode zou zijn waarbij alle 9-10 jarige kinderen in Nederland een opvolger maken op een werk van een kunstenaar die een duidelijke ontwikkeling laat zien (zoals Mondriaan). En dat die werken in een database belanden die verbonden is met kunstkenners die vrijwillig de werken vergelijken met bestaand werk en dat de kinderen dat terug krijgen. En ik geloof dat ik Carel toen enigzins kwijtraakte. Hij vroeg zich dan ook af “wat dat zou verhelderen. Het gaf voor hem aan “hoe associatie vermogens werken. Maar of je daar nu veel wijzer van wordt? En je hebt het nu toegepast op iets abstracts maar elke kindertekening, net als elk kunstwerk, roept associaties op. Je krijgt een patroon maar of dat de willekeur ver ontstijgt, vraag ik me toch sterk af. En in ieder geval lijkt het me naar de kinderen toe vrij verwarrend. De verhalen bij de vergelijkingen leidt toch erg weg van Mondriaan en komt uit bij andere dingen. Als je het boud stelt, kun je zeggen dat de kinderen er geen snars van hebben begrepen want niemand associeert het meer met Mondriaan maar alleen nog met andere kunst. En ik vind dat eigenlijk de kinderen weer tekort doen. Want deze maker:Schermafbeelding 2016-05-03 om 18.32.26

heeft het hartstikke begrepen. Want Mondriaan maakte later (1918) o.a. dit werk:

Art - Piet Mondriaan - Composition with Color Planes and Gray Lines 1918

Dan vind ik het eigenlijk meer een zijweg om het dan te vergelijken met Sol LeWitt. Ik snap niet helemaal wat je denkt dat dan de winst of het bijzondere is. Het lijkt mij dat je in verwarrender terreinen terecht komt…met die associaties………Dus ja, maar goed misschien zit ik teveel vast in mijn kaders. Naar de kinderen toe vind ik het toch eerder verwarring scheppen dan iets anders en ik vrees naar volwassenen ook omdat ik denk van ja willekeurig wat wat een kind tekent roept weer associaties op met eerdere kunst.”

Waarop ik aangaf dat in dit geval alle kinderen wel hetzelfde gemeenschappelijke uitgangspunt hadden gehad en Carel zei: “Dus wat dat betreft is de variatie groot en wat zijn de parameters waar ze binnen blijven of overheen gaan.”

Heel interessant dus. Ik begrijp jouw enthousiasme voor wat er ontstond, een soort kunstgeschiedenis les. Maar ik begrijp Carel ook, dat het met betrekking tot de opdracht ‘Maak een werk dat volgt op dit werk:

compositie_in_kleur_B_1917

verwarrend kan zijn. Zijn voorbeeld van die Sol LeWitt is heel scherp en geeft precies die verwarring aan.

Klopt. Helemaal. Zeer waardevol dan ook zijn feedback. Kan ik heel goed gebruiken voor mijn tweede test aan een nieuwe groep volgende week. Voor die speltest had Carel trouwens nog een hele goede tip: “Dat de analyse van hun tekeningen onderling het meest zou kunnen opleveren. Gewoon met de kinderen praten over hun werk en wat meer waarschijnlijk en minder waarschijnlijk is voor de volgende stap.” Carel ziet namelijk meer heil in het gezamenlijk analyseren van het eigen werk als voorbereiding voor de volgende stap. Want hij neemt aan dat ze daar een heleboel over kunnen zeggen, als ze niet teveel hebben afgekeken. Want dat denkt hij wel. Carel vervolgt: “De mate waarin het waarschijnlijk is dat een volgende stap er zo en zo uit ziet dat ze daar vast allemaal commentaar op elkaar hebben. Wat heel verhelderend kan zijn. En het kind wordt dan opnieuw aangesproken op zijn kijken. Ik vind dat interessanter dan dat volwassenen daar de hele kunstgeschiedenis bij halen of in ieder geval de hele moderne kunst. Maar goed.”

Want waar Carel een beetje bang voor is dat “De implicatie is het lijkt niet zo op Mondriaan maar meer op dat en dat….dus dat is eigenlijk het onvermogen van het kind om goede Mondriaan te maken. En dat is niet zo aardig. Maar wat ik wel het leuke vind is dat ze een besef krijgen van de evolutie van een kunstenaar, hoe die van het een naar het ander komt. En ik vind het ook een heel leuk idee om ze er een vervolg op te laten maken maar het interpreteren daarna wordt heel gauw toch bijna moralistisch of schoolmeester achtig als je zegt dit heb je niet goed gezien want hij deed helemaal geen driehoekjes of rondjes. Dat wordt heel gauw toch van het jongetje naast je heeft het beter gedaan want die doet alleen maar vierkantjes. Ik denk dan dat de vrijheden die ze nemen minstens zo leuk zijn.”

Carel vervolgt:

“Ik kan me op zichzelf wel voorstellen dat je ze eerst laat analyseren en commentaar op elkaar laat geven, wat wel of niet in lijn is met het werk en dat je dan daar overheen zegt van dat je het aan andere mensen hebt laten zien en die associeren het zus en zo en daar zie dan aan dat je dus op hele andere plekken kunt uitkomen. Dat scherpt ze toch in het kijken naar het eigen resultaat misschien. Maar nog even terug naar deze voorbeelden, stel zo’n kind krijgt dus terug dat waarvan ik zei goh dat vind ik verdomd goed…

Welke bedoelt hij dan?

Deze:

Schermafbeelding 2016-05-03 om 18.32.26

Carel daarover: “dan staat die Sol LeWitt ernaast.

Schermafbeelding 2016-05-03 om 21.07.22 En ja op het oog is het ietsje meer Sol LeWitt maar dan vind ik dan toch verwarrend en diffuus.”

 

Goed he die Carel. Zijn feedback maakt mijn volgende speltest compacter, duidelijker en meer recht doen aan de opdracht; maak een opvolger  van Mondriaan. En voor de gezamenlijke feedback op elkaars werk  ga ik de DasArts feedback methode gebruiken.

DasArts?

Dat leg ik je morgen uit. Ik ga nu ‘mijn’ cluppie kijken, Atletico Madrid. Die gaan zo Bayern München namelijk uit het Europese bekertournooi knallen.

Voetbal….ronde bal…groen gras. Vind alleen de witte rechte lijnen interessant. Tot morgen

 

 

 

Tekenen is leuk!

30 apr

Dag Piet.

Dag Cor. Ik heb je gisteren gemist.

Dat klopt Piet. Na het verwerken van alle tekeningen van de kinderen en ons commentaar en het doorlezen van ‘Remix je curriculum! Een ontwerpmodel voor kunsteducatie’ van Emiel Heijnen, heb ik mijn onbewuste aangezet.

Je onbewuste? Dat klinkt interessant. Hoe doe je dat?

Ten eerste Waarom ik dat doe.

Ja Waarom? Belangrijke vraag.

Piet, als je met een complexe taak bezig bent, moet je af en toe even afleiding zoeken. Dat heb ik geleerd van Ap Dijksterhuis. Voor het lezen van zijn “Het slimme onbewuste.” ging ik gewoon door met denken. Desnoods de hele nacht. Resultaat? Kapot de volgende dag. Helemaal uit mijn ritme. En de ideeën waren er al helemaal niet beter op geworden. Na het lezen van “Het slimme onbewuste.” stop ik met denken. Ik laat de “vraag” nog wel aanstaan maar ik ga er niet meer bewust over nadenken. En dat is best lastig. Want zo zijn we niet opgevoed. Als je geen oplossing hebt, ga je door. Je gaat nog harder denken. Geloof me. Het werkt niet. En Ap legde me uit waarom niet. Het schijnt dat je onbewuste 200.000 sneller en oneindig veel groter is dan je bewuste. Dus lijkt het slim daar gebruik van te maken. Maar hoe doe je dat? Heel simpel. Je gaat iets leuks doen. Niet te moeilijk. Een stukje lezen in je favo tijdschrift. Even naar buiten. Douchen schijnt fantastisch te werken.

Enfin, ik vraag vraag me af waarom ik dit eigenlijk allemaal doe. Elke dag met jou in gesprek, speltesten bij 10 jarigen op een basisschool, een master kunsteducatie volgen.

Ok slim dat onbewuste maar  Waarom? Waarom elke  dag met mij in gesprek, speltesten bij 10 jarigen op een basisschool, een master kunsteducatie volgen.

Dan moeten we paar jaar terug. Een belangrijke keerpunt in mijn carrière als docent is de TED presentatie geweest van Sir Ken Robinson. Hier is het zijn hele presentatie:

Tijdens zijn presentatie vertelt hij op 3 minuut 30 het verhaal van een zes jarig meisje tijdens tekenles.  Ze zat achterin te tekenen. De docent vertelde dat ze eigenlijk nooit echt oplette maar in deze les wel. De docent was nieuwsgierig, ging naar haar toe en vroeg haar wat ze aan het tekenen was waarop het meisje antwoordde, “Ik maak een tekening van God.” De docent zei haar dat niemand weet hoe God eruit ziet waarop ze zei, “Over een minuut wel.”

Geweldig!

Even later gaat hij verder en vertelt hij waarom kinderen dat doen. Ze gaan er gewoon voor. Als ze het iets niet weten, proberen ze het. Ze zijn niet bang om fouten te maken. Waarmee hij niet bedoelt dat ‘het bij het verkeerde eind hebben’ hetzelfde is als creatief zijn maar wat hij wel bedoelt is dat als je niet voorbereid bent om fouten te mogen maken je nooit met iets origineels komt. En zodra kinderen volwassen worden verliezen ze die ‘vaardigheid’ om fouten te maken, om het verkeerde antwoord te geven. Fouten maken wordt gestigmatiseerd. En volgens Robinson is fouten  maken in veel onderwijs het ergste wat je kunt doen met als resultaat dat we mensen uit hun creatieve vaardigheden onderwijzen.

Zie jij een uitweg?

Ik geloof dat tekenen een geweldige manier is om je verbeeldingskracht te oefenen.

Ha! Dat is het zeker. Ik doe niet anders.

Het ‘probleem’ echter is dat bij kinderen tussen de 10-14 jaar de conventie bestaat dat een tekening duidelijke stereotype kenmerken moet bezitten, met weglating van ‘onbelangrijke’ details, en dat het een weergave is zoals de realiteit hoort te zijn: herkenbaar en eenduidig! Deze conventie geldt binnen de peergroup, maar veelal ook daarbuiten. De normen van een realistische tekening zijn vrij eenduidig en vergen heel wat technisch vermogen. Tal van kinderen haken daardoor af. Was een kind tussen zijn vierde en negende levensjaar nog geneigd vele mogelijkheden te zien en rijkelijk te verbeelden, nu krimpt het aantal mogelijkheden drastisch. Wat ik echter bij de speltest terug kreeg van bijna 80% van de leerlingen was dat ze ‘het tekenen’ zo leuk vonden. En ik denk dat dat o.a. komt omdat ze uitgedaagd werden om iets abstracts te tekenen, een tekening die jij gemaakt had kunnen hebben en een opvolger was op dit werk.

compositie_in_kleur_B_1917

Zou het laten maken van abstract werk dan misschien juist wel een manier kunnen zijn om hun verbeeldingskracht te trainen?

Misschien wel. Hoewel in de literatuur over de ontwikkeling van het tekenen juist wordt gesproken over een terugval in de kwaliteit van kindertekeningen rond het tiende levensjaar, de zogenaamde U-curve. Maar  waarschijnlijk hebben ze het dan over realistische tekeningen waarvan de beoordeling vaak plaats vindt op basis van criteria als vrije expressie en verbeeldingskracht…..van de werkelijkheid. Een jonge adolescent daarentegen geeft op een conceptuele manier betekenis aan zijn leven. Dat zou het maken van abstract werk juist rechtvaardigen en meer recht doen aan de fase van ontwikkeling waarin ze zich bevinden.

Misschien is het moeten ‘natekenen’ van de werkelijkheid wel de reden dat jonge adolescenten veel minder vaak tekenen dan tijdens de kindertijd.

Ja! Het lijkt er op dat de tekening het in deze periode aflegt tegen taal. Taal komt wellicht toch meer tegemoet aan hun behoefte aan concepten.

En stel je eens voor als je tekenen en taal nu combineert…….

 

Aanvullingen op Mijn Mondriaan.

28 apr

Moge Piet.

Moge Cor. Zeg, heb jij die vergelijkingen bij je. Ik had nog een aantal aanvullingen. Die ene met die mooie kleuren en ronde vormen.

Deze?

mijnmondriaan_vergelijkingen_2.014

Ja precies.

mijnmondriaan_vergelijkingen_3.017mijnmondriaan_vergelijkingen_3.018mijnmondriaan_vergelijkingen_3.019mijnmondriaan_vergelijkingen_3.020

Geweldig. Ik wil ook een vliegtuig.

Piet, je moest eens weten waar ze jouw kunst allemaal voor gebruikt hebben.

Cor, vertel me dat nog maar een keer. Ik wil eerst deze nog even aanvullen:

mijnmondriaan_vergelijkingen_2.017

mijnmondriaan_vergelijkingen_3.024

Paul Klee! Ja die ken ik wel. Hij is maar een paar jaar jonger dan ik. Volgens mij maakt hij nu oa (1917) dit werk:

Schermafbeelding 2016-04-28 om 13.09.07.png

En Cor ik was er ook nog een helemaal vergeten. En niet zomaar een. Een echte George Braque.

Welk werk bedoel je, Piet?

Dit werk. Geweldig!

Schermafbeelding 2016-04-28 om 13.28.12

Het doet me denken aan een werk van Braque  uit 1909 of 1910. Braque was toonaangevend! Samen met de Spaanse kunstschilder Pablo Picasso was hij de grondlegger van het kubisme.

Schermafbeelding 2016-04-28 om 13.30.26

Hij was trouwens ook actief als sieraadontwerper.

Veelzijdige kunstenaar. Maar Piet nu zijn er toch ook nog werken van de kinderen die ons niet doen denken aan kunstenaars die jij of ik kennen.

Ja dat zijn de echt vernieuwende werken!

Ha! Mooi gezegd Piet.

Dankje Cor. Tot morgen

 

 

ps

Hierbij een pdf met alle vergelijkingen.mijnmondriaan_vergelijkingen

Aanpassen, schuiven met jaartallen

27 apr

Dag Cor.

Dag Piet. Ik heb nog een beetje zitten schuiven met werken en heb de vormgeving aangepast. Vond het toch logischer dat eerst het werk in beeld is waar de kinderen jouw opvolger op maakte en vervolgens te laten zien waar die volgens jou, of als het op werk van  na 1917 is, volgens mij op lijkt.

Ok. Cor. Laat zien.

mijnmondriaan_vergelijkingen_2.001mijnmondriaan_vergelijkingen_2.002mijnmondriaan_vergelijkingen_2.003mijnmondriaan_vergelijkingen_2.004mijnmondriaan_vergelijkingen_2.005mijnmondriaan_vergelijkingen_2.006mijnmondriaan_vergelijkingen_2.007mijnmondriaan_vergelijkingen_2.008mijnmondriaan_vergelijkingen_2.009mijnmondriaan_vergelijkingen_2.010mijnmondriaan_vergelijkingen_2.011mijnmondriaan_vergelijkingen_2.012mijnmondriaan_vergelijkingen_2.013mijnmondriaan_vergelijkingen_2.014mijnmondriaan_vergelijkingen_2.015mijnmondriaan_vergelijkingen_2.016mijnmondriaan_vergelijkingen_2.017mijnmondriaan_vergelijkingen_2.018mijnmondriaan_vergelijkingen_2.019mijnmondriaan_vergelijkingen_2.020mijnmondriaan_vergelijkingen_2.021mijnmondriaan_vergelijkingen_2.022mijnmondriaan_vergelijkingen_2.023mijnmondriaan_vergelijkingen_2.024mijnmondriaan_vergelijkingen_2.025mijnmondriaan_vergelijkingen_2.026mijnmondriaan_vergelijkingen_2.027mijnmondriaan_vergelijkingen_2.028mijnmondriaan_vergelijkingen_2.029mijnmondriaan_vergelijkingen_2.030mijnmondriaan_vergelijkingen_2.031

Jouw Mondriaan lijkt op.

26 apr

Dag Piet.

Dag Cor. Wat heb je daar allemaal bij je?

Ik ben nog een beetje door gaan zoeken waar de werken van de kinderen op lijken en heb hier een selectie van vergelijkingen met werken die na 1917 gemaakt zijn.

Ah interessant. Die ken ik dus niet.

Nee dat klopt want ze allemaal van na 1917. Komen ze:

mijnmondriaan_vergelijkingen.001mijnmondriaan_vergelijkingen.002mijnmondriaan_vergelijkingen.003mijnmondriaan_vergelijkingen.004mijnmondriaan_vergelijkingen.005mijnmondriaan_vergelijkingen.006mijnmondriaan_vergelijkingen.007mijnmondriaan_vergelijkingen.008mijnmondriaan_vergelijkingen.009mijnmondriaan_vergelijkingen.010mijnmondriaan_vergelijkingen.011mijnmondriaan_vergelijkingen.012mijnmondriaan_vergelijkingen.013mijnmondriaan_vergelijkingen.014mijnmondriaan_vergelijkingen.015mijnmondriaan_vergelijkingen.016mijnmondriaan_vergelijkingen.017mijnmondriaan_vergelijkingen.018mijnmondriaan_vergelijkingen.019

Ik ben benieuwd of ze met deze vergelijkingen en uitleg een werk kunnen maken dat dichter in de buurt komt bij mijn werk uit 1917 dat hier in het museum Boymans van Beuningen hangt.

Ik ook Piet. Heel benieuwd.

Tijdlijn twee

25 apr

mijnmondriaan_tijdlijn.001

Dag Cor.

Moge Piet.

Cor je liet me gisteren nog wat zien, een kartonnen doosje.

Ja Piet dat klopt maar voor ik je dat uitleg, wil ik je eerst dit laten zien. Ik heb een tijdlijn gemaakt van de werken van de kinderen die lijken op werken die voor jouw werk uit 1917 gemaakt zijn.

Hoe heb je dat gemaakt?

Oh met Keynote. Toen heb ik die file geëxporteerd naar quicktime en geupload in wordpress.

Ik snap niets van wat je allemaal zegt, maar laat zien.

Komt ie Piet:

Cor ik zie de evolutie van mijn werk aan de hand van kindertekeningen die lijken op tijdsgenoten/voorgangers. Ik begrijp niet hoe je het gemaakt hebt maar interessant is het wel.

Denk er nog maar eens over na. Over twee weken wil ik de kinderen een volledige tijdlijn laten zien. Die dus ook voorbij 1917 gaat omdat er werk van de kinderen bij zat dat me deed denken aan werk dat na 1917 gemaakt is…..wat jij niet kent.

Ik zal nog eens goed naar de andere tekeningen kijken, of ik iets herken.

Goed idee Piet.

Tot morgen Cor.