Tag Archives: cor noltee, design thinking, art, education, curiosity, creativity

A Kabouter a day.

11 sep

World dominance it is. But to achieve that we will have to cover the world. World coverage. In the last years this blog reached 68 countries. The message was……uhhhhh….yes Cor what was the message?? The first year was obvious about design thinking. The second and third year was about my curiosity. Than my master art education intervened. I had more than 100 conversations with Piet Mondriaan….and now what.

Last week I introduced Kabouter in the south of Italy. For the second time in my career I projected Kabouter as the last slide.

kabouter_istanbul-001 Clearly with a message: Kill your Kabouter. Everyone can be creative. It’s like a muscle. Training helps and no pain no gain. What doesn’t help is this Kabouter (some have several) on your shoulder telling you, you can’t, you won’t.

Believe me, your biggest obstacle to creativity is YOU. Compared to YOU is school  just a minor bump in the road and your parents a sidewalk telling not to cross. Many people have a talent for creating obstacles that leaves Mount Everest in the shadow.

So stop blaming Them and start killing Kabouter.

How?

First. To kill Kabouter you have to acknowledge his existence. So give him a name and shake his miserable little hand. Tell him you know. Then show your gun. Just show it. Don’t use it….yet.

Mine looks like this. I engraved my name for extra impact.

kabouter-002

If he laughs, or says you don’t have the guts, shoot his middle finger.

kabouter-003kabouter-004

Still laughing? Clear shot through the head.

kabouter-005

kabouter-006

I know it’s hard….the first time. After that it will rapidly become easier and fun after a while.

If we want to change to world for the better we have to kill them all. And feel free to kill someone else’s too.

Right now Kabouters are killed in 68 countries…out of 194 or so.

Our goal?

World coverage in 126 days. A Kabouter a day keeps the No away.

Are you in?

 

 

 

 

Hello, my name is Cor

10 sep

hello_im_cor-001

One of the reasons I continue writing in English is that I want to improve my English (writing). I read a lot in English the last 10 years but before that my English education stopped when I was nineteen. Nineteen nine nine nine nine nineteen.

Another reason is that Francesco, Frederico and Michelle, my Italian friends from the Politecnico in Milaan, asked me. And I thought ‘Why Not”.

Third reason is that I love to travel and this might be an way to reach an international audience that  will invite me to come and kill some Kabouters at their university or organization.

Fourth reason is my Turkish friend Recep. He asked me several times. Sorry for the delay Recep.

Fifth reason is that I want to position myself as a De Stijl Tourguide. Next year it will be 100 years that De Stijl was published. A lot of activities are in the making and I would love to be your guide. More about that later.

Sixth reason is that I’m convinced that I can’t write in English. Just like I was convinced I couldn’t write in Dutch. Some people think that after 1262 posts I still can’t but gladly he moved from Dordrecht to Ouddorp.

Seventh reason is that it makes people laugh. A good friend of mine laughed out loud. Happy to see that at least one of 7 billion cares.

Reason number 8 is, maybe the most important, that I really feel challenged. By creating this unnecessary obstacle I’m creating a new Flow experience for myself. For free!

The thinking pauses between the reasons  are getting longer. Kabouter says I can’t come up with another one.

Okay. One more.

Number nine is maybe the most important one. It takes my thinking further or should I say deeper. Doing something new takes my thinking further. And that brings me back to reason number three. I love to travel and see new places, meet new people.

Hello. My name is Cor.

Cor Noltee.

 

 

Well well

8 sep

inenglish-001inenglish-002inenglish-003

Dagelijkse verbeelding van mijn nieuwsgierigheid?

7 sep

Van donderdag 2 september 17.54 tot en met gisteren 6 september 12.52 was ik in Ostuni, zuid oost Italië. Ik schreef wel elke dag maar had geen, of hele slechte verbinding dus kon niet publiceren. Nu ben ik weer terug in Nederland en vertrek zo op mijn Italiaanse Ducati op de prachtig geasfalteerde snelweg naar Hilversum waar bijna 300 eerstejaars kunst en economie studenten hun eerste week beleven; Avatar. Daarover waarschijnlijk deze week meer maar eerst afgelopen week.

Donderdag 2 september.

Van de week zat ik in Parijs nu zit ik in Ostuni in Italië. Gisteren al. Maar de reis had veel langer geduurd als ik mijn aannames had gevolgd. Dan was ik automatisch aangesloten in de lange rij van mensen bij de incheckbalie. Dat deed ik natuurlijk niet omdat ik al ingecheckt was en slechts handbagage bij me had. Maar waar ik naar de gate kon was me niet direct duidelijk dus vroeg ik het de Transavia dame die verderop bij de lange rij stond. Ik zei haar dat ik al ingecheckt was en slechts handbagage bij me had en vroeg haar waar ik naar de gate kon, waarop ze mijn koffer van een tag voorzag en het lint naast de wachtrij opzij deed en mij doorliet. Ik zag een aantal mensen met nog kleinere koffers dan ik, die midden in de lange rij stonden, en vroeg me af waarom zij daar stonden. Waren ze nog niet ingecheckt, online of bij een van de machines op Schiphol. Waren ze automatisch aangesloten bij de rij, ook mijn eerste reactie. Of durfden ze het niemand te vragen omdat ze….ja vul maar in.

Het vervolg verliep allemaal erg soepel. Goede vlucht gehad naar Bari van waaruit ik met de trein naar Ostuni zou reizen. Het vliegveld uitlopend liep ik op de aanwijzingen op de borden zo het station in om beneden opgewacht te worden door een dame die me begeleidde naar een treinticketmachine, nadat ik haar in het engels had verteld dat ik naar Ostuni wilde. Ze vertelde me dat ik dan eerst naar Bari Centrale moest, ze tikte e.e.a. in op de treinticketmachine en vertelde me de prijs waarop ik haar cash betaalde en zij het eurobiljet in de machine schoof. Ze gaf me mijn ticket om daar aan toe te voegen dat ik voor de reis van Bari Centrale naar Ustuni een ander ticket nodig had omdat dat een andere maatschappij was. De treinticketmachine die dat moest verzorgen deed het echter niet dus adviseerde ze me op Bari Centrale mijn ticket naar Ostuni te kopen. De trein in Bari Centrale uit naar links zei ze. Bari Centrale was het eindstation dus telde ik onderweg niet het aantal stations en raakte niet in paniek als ik niet had gezien bij welk station we gestopt waren. Bari Centrale was uiteindelijk het grote (aanname) eind station. Toen de trein na ongeveer de verwachte reistijd stopte keek ik naar buiten of ik een bord Bari Centrale zag. Er was niets te zien een aantal mensen stapten uit maar een dame met rugzak bleef ook zitten. Mijn aanname was toen dat we nog niet bij het eindstation waren want waarom zou ze dan blijven zitten. Ik keek nogmaals naar buiten op zoek naar een bord en zag dat wij inmiddels de enige in de trein waren. Toen bedacht ik me dat wat als zij nu hetzelfde denkt als ik? Dat we er nog niet zijn? Ik had het haar kunnen vragen maar omdat zij zoveel bagage bij zich had dacht ik dat zij net als ik toerist (aanname) was…..en het ook niet wist. Toen ik in de andere coupe een, wat leek op een machinist (de zoveelste aanname) binnen zag komen, werd deze aanname bevestigd toen hij met een sleutel de bestuurderscoupe opende. Ik liep op hem af liep en vroeg of dit Bari Centrale was. Dat was het dus. Ik liep terug en zag de dame met de bagage nog steeds, eigenlijk heel relaxed (aanname) zitten. Het perron aflopend zag ik dat we waren aangekomen op een zogenaamd kopstation. De trein kon niet verder en ging op zoek naar de aansluitende trein. Op welk perron zou dat zijn…..op dit station. Dat bleek een verkeerde aanname. De trein naar Ostuni vertrok namelijk niet op dit station maar op een ander. Ik moest het station uit en zag rechts, niet links zoals de dame op het vliegveld had gezegd, een ander station waar ik met de machine een kaartje kocht naar Ostuni.

Ik hoop dat mijn HKU collega Karen wat heeft aan mijn ‘customer journey’. Ik was namelijk vergeten om foto’s te maken van de belangrijke touchpoints zoals ik vorig jaar voor mijn vrouw had gedaan die toen later dan ik in Milaan aankwam. Ik hoop dat Karen er iets aan heeft als ze met de trein van Bari naar Ostuni reist. Maar dat ze, net als ik op Bari vliegt, is een aanname. En als dat zo is, ze met de trein reist ook.

Ik geef maandagavond om zes uur een openbare lecture in Ostuni. Ik ga er van uit dat er een beamer met geluid is. Denk dat ik die aanname voor de zekerheid maar even controleer. Mijn apple verlengkabeltje heb ik voor de zekerheid meegenomen. Ga er namelijk vanuit dat ze die niet hebben…maar dat is een aanname.

 

3 september 2016

Ik schreef al vele malen over nieuwsgierigheid en laatst over de relatie met creativiteit.

En laat ik creativiteit nu eens definiëren als het lef om je gebrek aan Kennis (wat je weet x wat je kan x wat je wilt x wat je gedaan hebt) te koppelen aan een uitdaging.

Maar waar komt die uitdaging vandaan? Ik bedacht me gisteren zittend op een 200 cc scooter rijdend door de olijfboomgaarden in de omgeving van Ostuni dat dat nieuwsgierigheid is. En hoe dat werkt heeft Roland van der Vorst mooi uitgelegd. Je wordt nieuwsgierig gemaakt door een bewustwording van dat gebrek aan Kennis.

Misschien moet ik dat eens in een modelletje gieten.

 

4 september 2016

Vorig jaar leerde ik van Alain de Botton iets geweldigs. De Botton voegde iets toe aan mijn Kennis over kijken. Als je kijken defineert als alles wat je tot nu weet over kijken, hebt bekeken, wil bekijken en kan bekijken. En als je beter wilt kijken moet je je Kennis over kijken dus vergroten en dat doe je door deze te koppelen aan een uitdaging. Ik weet het al een jaar maar had het nog niet in praktijk gebracht. De Botton gaf een architectuur cursus in, ik geloof Brugge, en de deelnemers zagen er Aziatisch uit. Niet alleen door hun uiterlijk maar ook doordat ze alles waar De Botton’s vinger of blik ook maar naar wees vast te leggen met hun (video) camera’s. Op een gegeven moment vroeg De Botton of ze hun camera’s wilde neerleggen en gaf ze een stuk papier en vroeg ze om te tekenen wat ze bekeken. Ik ben er van overtuigd dat wat ze toen tekenden meer toegevoegd heeft aan hun Architectuur kennis dan alle genomen foto’s tezamen. Gisteren zat ik in de laars van Italie (Ostuni) aan een panini zalm, buffelmozzarella, vijgen en basilicum en besloot het stillleven op mijn tafeltje te tekenen. Hoe de twee, verschillende kleuren bruin gevlochten placemats over elkaar heen lagen en de lage zon schaduwen maakte van de rood wit gestreepte aardenwerk pot met daarin de bordeaux rode servetten. Of hoe het rietje uit mijn glas een schaduw wierp die tot over de tafel heen ging en verdween in het oneindige plein in het oude centrum van Ostuni. Als kleinzoon van een Dordtsche Meester lijkt het me beter het resultaat niet te delen.

Wil je beter leren kijken ga dan tekenen. Doen brengt het denken verder. En tekenen brengt het kijken verder.

 

5 september 2016

Gisteren verlieten mijn zoon en ik ‘ons’ airbnb appartement om vervolgens ergens een cappuccino, cornetto (croissant) en wat wifi te halen. Noah had me de dag ervoor verteld dat hij sinds tijden niet zo goed geslapen had en dat dat volgens hem kwam omdat hij voordat hij ging slapen niet op zijn telefoon had gekeken. In plaats daarvan had hij gelezen en was als een blok in slaap gevallen. Het beviel hem goed dat offline Italiaanse leven. Maar eerlijk is eerlijk online zijn heeft ook zijn voordelen. Of is het haar voordelen. Enfin. Zo kwam Noah bij de Wifi cappuccinno er via Facebook achter dat hij zijn paspoort was verloren. Facebook wist eerder dan Noah zelf dat hij zijn paspoort was verloren en dat iemand zijn paspoort had afgegeven bij de locale polizia in Ostuni. De locale agent had zijn naam ingetikt op Facebook en de foto vergeleken met die in het paspoort en Noah vervolgens een bericht verstuurd. Gelukkig had ik voordat we op reis waren gegaan een foto gemaakt van onzer paspoorten, mijn bank en creditcard en de foto naar mezelf gemaild. Voor het geval dat. Dat geval was aangebroken. Een paar jaar geleden kocht Facebook Whatsapp en ik hoorde laatst dat je in je Whatsapp instellingen kunt aangeven of Facebook je Whatsapp gegevens mag gebruiken. Facebook wist eerder van Noah’s verloren paspoort dan Whatsapp en Noah zelf…….dus.

 

6 september 2016

Gisteravond gaf ik een open lecture op een geweldige locatie in zuid oost italie, Ostuni. Het was de officiele opening van CREA, een Europees initiatief om jonge ondernemers/studenten te coachen op het gebied van creatviteit, ondernemerschap en ICT.

Mijn doel was iedereen kennis te laten maken met ‘mijn’ kabouter en vertelde ze over de eerste keer dat ik Kabouter ontmoette in de vorm van mijn juf van de tweede kleuterklas. Ik legde het spelen in de waterbak uit aan de hand van het model van Flow van Csikszentmilahyi. Dat de waterbak voor mij een uitdaging was om alle in de waterbak aanwezige elementen te laten stromen. Aan het eind van de presentatie had ik ruimte ingepland voor vragen en vroeg het publiek of er dus nog vragen waren. Die kwamen langzaam op gang en waren op een gegeven moment niet meer te stoppen. Nu weet ik dat ze hier later dan ik gewend ben te eten maar om 19.30 hoorde ik mijn Kabouter tegen me zeggen dat het nu wel klaar was. Anders was er niets meer over voor het college van vandaag.

Aan het eind van het college vroeg ik mijn zoon wat er beter kon. Hij gaf een hele goede tip. Hij zei dat na het vragen of er nog vragen waren ik dit zou kunnen aanvullen met: “Ja nu hoor je je Kabouter zeggen “Wat een domme vraag, die ga je toch niet stellen, wat zullen ze wel niet denken” Een prima idee NoaH! Het sloot ook mooi aan bij de laatste slide van mijn presentatie; mijn Kabouter in het kerkje op het nederlandse consulaat in Istanboel. Een Kabouter in een kerk in een kerk in Ostuni.

 

 

 

 

 

 

Van Ego naar Lego

1 sep

1september.001

De afgelopen dagen sprak ik in Parijs met Theo van Doesburg en Piet Mondriaan. Ik wilde weten waarom ze in ooit met De Stijl begonnen waren en waarom er 7 jaar later een einde was gekomen aan hun samenwerking. De vragen uit de gesprekken kwamen voort uit het model van Mihaly Csikszentmihaly. Op basis van hun antwoorden maakte ik een advies en vandaag deel ik met jullie de workshop die ik voor ze bedacht;

Agenda 2,5 uur durende workshop: Van Ego naar Lego.

Allereerst vertrekken Theo, Piet en ik naar New York, naar Columbia University waar Dewey les geeft.

We lunchen, maken kennis en vertrekken daarna naar Dewey’s lab op de uni waar de workshop plaatsvindt.

14.00 – 14.30: Dewey

Introductie en uitleg van de opdracht door Dewey; bouw een kunst klaslokaal voor 10 jarige leerlingen geïnspireerd door de theorie van Dewey en gebaseerd op de gezamenlijk Kennis van Theo en Piet.

14.30 – 14.40: Cor

Uitleg en uitreiking van meer dan voldoende rode, gele, blauwe, witte, zwarte, grijze Lego steentjes en Lego leerling poppetjes en Lego leraar poppetjes. Zie bijlage 3 voor de motivatie van het gebruik van Lego; het verslag van een Lego Serious Play workshop die ik zelf onlangs volgde.

14.40 – 14.45: Cor

Opwarming oefening met Lego. Piet en Theo krijgen allebei precies dezelfde Lego steentjes inclusief een mannetje en moeten in 2 minuten elk een toren bouwen, gebruik maken van alle onderdelen. Ze krijgen vervolgens elk een minuut om hun toren toe te lichten. Waarbij ik kort vragen zal stellen.

14.45 – 15.30 Cor

Bouwen kunst lokaal door Theo en Piet.

15.30 – 15.35

Presentatie prototype door Theo en Piet aan een groep zes 10 jarigen leerlingen.

15.35 – 16.00

DasArts feedback sessie o.l.v. Cor.

Na de presentatie en uitleg van het prototype stuur ik Theo en Piet 5 minuten de gang op om de zes leerlingen in tweetallen ‘stoom af te laten blazen’. Ze mogen daarbij alles zeggen. Vervolgens stel ik ze twee vragen en vraag ze ieder voor zich in stilte het antwoord op een los plaatje te schrijven.

Vraag 1: Wat werkt er voor je in dit kunst klaslokaal ontwerp?

Vraag 2: Waar heb je behoefte aan als kunstenaar als jij in dit kunst klaslokaal zou moeten werken?

Ik vraag Piet en Theo vervolgens terug en laat de zes leerlingen een voor een voorlezen ‘wat voor ze gewerkt heeft’. Piet en Theo mogen hierbij niet reageren. Na elke leerling vraag ik of er leerlingen zijn die hetzelfde hebben en noteer en turf e.e.a. op een groot vel. Als iedere leerling is geweest herhaal ik e.a.a. met de antwoorden op de vraag ‘waar ze behoefte aan hebben’ en noteer en turf e.e.a. op een groot vel.

Als laatste vraag ik de leerlingen of ze nog tips hebben voor Piet en Theo en deze eventueel, weer in stilte, op een los velletje op te schrijven en bij mij in te leveren. Vervolgens instrueer ik de leerlingen door middel van een handdruk afscheid van Piet, Theo, John en mij te nemen en de ruimte te verlaten.

16.00 – 16.30 Bespreken feedback.

Verwachtingen.

Ik hoop dat de workshop de heren zal laten inzien, en vooral ervaren, dat snel prototypes maken en daar positieve feedback op ontvangen een leuke en waardevolle manier is om mensgericht te ontwerpen. Dat ze ervaren dat doen het denken verder brengt. En dat gelijkwaardigheid in samenwerking ook betekent dat je de gebruiker betrekt in je proces.

Om een betere toekomst te bouwen moet je samen vragen, kijken, luisteren, leren en ……opnieuw beginnen.

 

 

 

Mijn advies aan Theo van Doesburg en Piet Mondriaan.

31 aug

31aug2016.001

Gisteren en eergisteren was ik in Parijs waar ik gesprekken had met Piet Mondriaan en Theo van Doesburg. Ik wilde weten waarom ze in ooit met De Stijl begonnen waren en waarom er 7 jaar later een einde was gekomen aan hun samenwerking. De vragen uit de gesprekken kwamen voort uit het model van Mihaly Csikszentmihaly.

Csikszentmilahyi heeft een model ontwikkeld met als uitgangspunt dat creativiteit het resultaat is van de dynamische werking van een systeem dat bestaat uit drie componenten: een gebied dat een symbolische structuur bevat die een persoon zich eigen moet maken om een creatieve bijdrage te leveren en het veld van deskundigen dat deze creatieve bijdrage (h)erkent en valideert. Of in Csikszentmilahyi’s eigen woorden:

‘To study creativity by focusing on the individual alone is like trying to understand how an apple tree produces fruit by looking only at the tree and ignoring the sun and the soil that support its life…In other words, if one wants to understand creativity, it does not make any more sense to turn to a study of the individual than it would to a study of the field or of the domain. Real understanding may, however, come from investigating the interaction among all three’

Ik heb het model in het Nederlands vertaald:

stelselmodel_mihalyi.001

Bovenstaand model ligt ten grondslag aan de vragen die ik Piet en Theo stelde. De keuze voor deze vorm is geïnspireerd door ‘Jeff Koons. Conversations with Norman Rosenthal’. Ik was nieuwsgierig naar het leven en werk van Jeff Koons en toen ik het boek las merkte ik dat als ik een vraag had gelezen van Rosenthal ik, met de beperkte Koons kennis die ik had, probeerde een antwoord te bedenken voordat ik het antwoord las. Het voelde bijna als een quiz. ‘Nothing lights up the brain like play’ zegt Stewart Brown in zijn geweldige TED talk. Het vraagteken aan het eind van een vraag zet de schakelaar van de nieuwsgierigheid van de lezer aan en daagt de hersenen uit op zoek te gaan naar een antwoord. Of zoals Brown zegt ‘licht de hersenen op’. Tijdens mijn ontwerponderzoek heb ik hier veel mee geoefend door bijna 100 interviews met Piet Mondriaan te schrijven en deze te delen op dit blog.

In de gesprekken met Piet en Theo maak ik voor de vragen over de persoon gebruik van de definitie van Kennis van Weggeman (2000) Hij definieert het begrip Kennis met de formule: K = f(I * E V A). Kennis als het totaal van Informatie maal Ervaring, Vaardigheden en Attitude. Informatie wordt dus pas kennis op het moment dat het bewerkt is met ervaring, vaardigheid en houding.

Kennis = (Wat weet je) x (Wat kan je) x (Wat heb je gedaan) x (Wat wil je)

Kennis als het persoonlijk vermogen om een bepaalde taak te verrichten.

Deze kennis wordt beïnvloed en krijgt betekenis in interactie met de elementen gebied en veld uit het model van Csikszentmilahyi.

De gesprekken met Piet en Theo nalezend vraag ik me af wat ik zou doen als manager van Theo en Piet?

Als ik een hernieuwde samenwerking succesvol wil laten zijn, zal ik beide heren het vertrouwen moeten geven dat een van de uitgangspunten van De Stijl, gelijkwaardige samenwerking, wel degelijk kan werken. Echter dan zullen beide heren hun Ego thuis moeten laten. En ik denk dat te kunnen realiseren door ze een uitdaging te bieden waar ze allebei nog steeds in geloven en die beide heren zal aanspreken; het bouwen aan een moderne, nieuwe toekomst.

De architectuur juist te gebruiken om beide heren nader tot elkaar te laten komen. Niet door er over te praten of over te schrijven met elkaar maar door er samen een te bouwen.

Zowel Theo als Piet hebben hun Kennis geruime tijd ingezet in het domein van de architectuur. Piet met de inrichting van zijn ateliers waarbij hij constant speelde met zijn neo-plastische elementen. Zijn atelier was geen dag hetzelfde. Piet besteedde uren aan het veranderen en ‘voelen’ van de omgeving……in zijn eentje. Ook Theo zette zijn Kennis in om vorm te geven aan het leven in een ‘nieuwe’ ruimte. Hij ontwerpt uiteindelijk zijn eigen woning.

Echter om vorm te geven aan een nieuwe samenleving moeten Piet en Piet naar buiten en hun ego’s thuis laten. Ze moeten hun Kennis inzetten om mens gericht te ontwerpen. Niet voor zichzelf maar voor de toekomst; de jeugd. En waar vind je de jeugd? Op school!

Echter ik geloof niet dat als ik ze deze opdracht zou geven ze er met zijn tweeën uit zouden komen. Daarom schakel ik een autoriteit in uit het domein van het onderwijs. Tijdens mijn ontwerponderzoek stuitte ik in Emiel Heijnen’s ‘Remix je curriculum! Een ontwerpmodel voor kunsteducatie.’ op een quote van John Dewey (1897);

“I believe that the school must represent life – life as real and vital to the child as that which he carries on in the home, or on the playground.”

En Dewey is in 1924 vijfenzestig jaar. Zo’n vijftien jaar ouder dan Piet en bijna vijfentwintig jaar ouder dan Theo. Dewey was er van overtuigd dat de school een samenleving in het klein was, waar kinderen werden klaargestoomd tot volwaardige burgers van de samenleving. Dewey betoogde dat onderwijsdoelen gebaseerd moeten zijn op: de leerling, gespecialiseerde kennis en de samenleving.

Daarmee acht ik Dewey een goede (inhoudelijke) inspirator voor de workshop met een zelfde ambitie als beide heren.

Nieuwsgierig naar de invulling van de workshop?

Ik ook.

Een tipje van sluier vind je hier.

Tot morgen.

 

 

 

 

 

 

 

Mijn nieuwsgierigheid houdt me vandaan in Parijs.

30 aug

 

30aug2016.001

Ik heb me gisteren geteletransporteerd naar 1924 waar ik in een klein café in de buurt van zijn atelier aan de Rue du Départ Piet Mondriaan (Piet) ontmoette. En zo meteen ontmoet ik Theo van Doesburg (Theo) in zijn atelier net buiten de stad. Ik ben nieuwsgierig naar hoe De Stijl, de belangrijkste Nederlandse bijdrage aan de moderne kunst van de 20ste eeuw, is ontstaan en hoe de samenwerking tussen Piet en Theo zeven jaar later stopte. De groep rondom Piet Mondriaan en Theo van Doesburg zorgde voor grote vernieuwingen. Het vooruitstrevende multidisciplinaire karakter van de bij De Stijl aangesloten kunstenaars is voorbeeld stellend voor veel hedendaagse kunstenaars, architecten, vormgevers en couturiers. De Stijl sloeg een brug tussen kunst, vormgeving, architectuur en samenleving. De kunstenaars hielden zich bezig met relaties; tussen kleuren en vlakken, muurvlak en schilderij etc. Door de oude functie – een representatie van de werkelijkheid – op te heffen ontstond ruimte om het schilderij een nieuwe plasticiteit te geven, waarin het juist buiten de lijst ook relaties aangaat met de omgeving. Het ging om het geheel in relatie tot de verschillende onderdelen. Eenheid in verscheidenheid.

Bij interdisciplinaire samenwerking hebben de disciplines elkaar nodig om een probleem op te lossen. In dit geval het vinden van een nieuwe kunstvorm die volledig inzetbaar was in de samenleving. Door samen te werken aan een totaalkunstwerk, zonder hiërarchie. Het ontbreken van hiërarchie onderscheidde De Stijl van eerdere initiatieven. In die samenwerking had Theo Piet’s uitgangspunten van Nieuwe Beelding nodig en Piet was nergens zonder Theo’s energie, enthousiasme en netwerktalent. Ze hadden elkaar nodig om een nieuwe toekomst te maken en wederzijdse beïnvloeding bepaalde de inhoud van De Stijl. De innovatieve kracht van de groep blijkt uit het feit dat ze begon als tijdschrift met als titel De Stijl. Het eerste exemplaar verscheen in november 1917. Zeven jaar later in 1924 komt er echter een einde aan de samenwerking tussen Theo en Piet. Weer zeven jaar later, in 1931, overlijdt Theo, pas 47 jaar oud.

Ik ben op weg naar Theo van Doesburg. Theo en zijn vrouw Nelly wonen sinds april 1924 aan de rue du Moulin Vert 51, buiten het centrum van Parijs. Ik heb voor mijn teletransportatie een Google Maps screendump gemaakt en afgedrukt om straks voor het pand de verschillen die, 100 jaar Parijse invloed ongetwijfeld hebben te ontdekken. Ongelooflijk om met eigen ogen de transformatie van Parijs te zien. In de geweldige 4-delige BBC documentaire over het Impressionisme van kunst criticus Waldemar Januszczak die ik had bekeken om een beter gevoel te krijgen bij de omgeving waar Piet en later ook Theo woonden, werd me meer dan duidelijk dat niet alleen de kunstwereld op zijn kop stond maar heel Parijs op de schop was gegaan. In opdracht van een heuse Napoleon, de derde, was George Eugene Haussmann zeer voortvarend te werk gegaan met de afronding van ‘zijn’ Boulevard Haussmann in 1927, de Boulevard waar ik op dit moment fiets op mijn cardan aangedreven Brik uit 2015, als finale stuk van de bijna 75 jaar durende transformatie van Parijs. Van een stad waar in 1845 nog vier van de zeven kinderen in hun eerste jaar stierven waren nu, in 1924 de geboortes van nieuwe stromingen in de kunst niet te tellen. Parijs in 1924 was de broodplaats waar menig kunstenaar van betekenis naar toe ging, of in ieder geval naar toe wilde. En dat gold ook voor de reislustige Theo van Doesburg. Ik denk niet dat er veel kunstenaars zijn die in die tijd zoveel kilometers aflegde dan Theo. Gelukkig maar dat het tot 1841 geldende verbod op de aanleg van spoorlijnen was opgeheven en Frankrijk in 50 jaar gezegend was met een volledig Frankrijk omspannend treinnetwerk. Letterlijk en figuurlijk.

Zoals de stoomtram Piet in staat stelde dagelijks met de stoomtram van Laren naar Amsterdam te gaan om daar zijn kopieën en portetten te maken, voorkwam de voltooiing van het Franse spoornetwerk dat Theo met de boot richting Weimar of Wenen moest. De technologische ontwikkelingen waren van grote invloed op de ontwikkeling van met name Theo. Technologische ontwikkelingen in de architectuur, film en communicatie hebben een grotere invloed gehad op het werken leven van Theo dan dat van Piet, denk ik. Maar laat ik Theo zelf vragen naar de invloed van de verschillende ingrediënten in zijn oeuvre van 1917 tot 1924 waarin de breuk met Mondriaan een feit werd.

Klanken van een DADA gedicht komen uit het opstaande raam op de eerste verdieping. Ik vraag me af of dit Theo live is of een opname. Direct voeg ik aan mijn gedachte een vraag toe. Op welke drager zou hij dat dan afspelen. Mijn bezoek aan de tentoonstelling aan Brussel had me de ongelooflijke veelzijdigheid van Theo getoond.

Ik druk op de bel en hoor gestommel op een trap en een vrouwenstem hard ‘Theoooooooo’ roepen. Nelly van Doesburg opent de deur en begroet me met een onvrouwelijk stevige handdruk. ‘Theoooooooooo’ om er aan toe te voegen ‘en ik ben Nelly en jij bent Cor, neem ik aan.’ Voordat ik bevestigend kan antwoorden galmt er een derde maal ‘Theooooooo’ door het huis nu beantwoord met Wiewie. Waarop ik denk ‘ja ja’ en ‘cor cor’

Ik hoor een deur dichtslaan op de eerste verdieping en Theo verschijnt bovenaan de trap. Hij heeft een sigaret tussen de lippen en een glas wijn in de hand.

Theo

Cor! Kom boven.

Zonder na te denken of het volgens de etiquette is, loop ik voor Nelly in een snellere pas dan normaal de lange trap op waar Theo me bovenaan staat op te wachten.

Theo

Dag Moderne Man uit de toekomst. Nelly, moet je dat haar zien. Hebben alle mannen lang haar in 2016?

Ik glimlach en schud de hand van Theo. Nelly is inmiddels ook bovenaan de trap aangekomen en pakt het bijna lege glas wijn uit Theo’s linkerhand en vraagt of ik ook een wijntje wil waarop Theo ook zijn linkerhand toevoegt aan de oneindig lange durende handdruk waarbij Theo me aankijkt met een blik van ongeloof en bewondering.

Cor

Graag.

Theo

Je moet me meenemen naar 2016. Beloof je dat?

Ik vertel hem dat dat helaas niet kan. Ik heb namelijk geen bagagedrager op mijn fiets met cardanaandrijving. Theo lacht met volle borst en gaat me voor in zijn atelier waar hij plaatsneemt in een witte stoel van Gerrit Rietveld.

Even tussendoor. Theo wordt 30 augustus 40 en ik ben 49. Het feit dat hij mij aanspreekt met ‘Cor’ is heel anders dat het formele U dat gisteren veel gepaster leek met Piet. Het bevestigt het veel gelezen idee dat Theo snel vrienden maakt. Ik hoop alleen niet dat het ruzie wordt voordat ik het pand verlaat. Want dat kon Theo blijkbaar, snel vrienden en ruzie maken.

Nelly komt de kamer binnen met twee volle glazen rode wijn en zet ze op het tafeltje tussen Theo en mij in. Ze heft het glas en proost ‘op het bezoek van de Moderne Man uit de Toekomst’. We klinken en lachen. Nelly verlaat de ruimte en zegt in de deuropening ‘je gaat toch wel mee uit eten straks he Cornelis?’

Met een optrekkende linker wenkbrauw knik ik bevestigend. Nelly glimlacht en sluit de deur achter haar.

Theo

Het zit nog beter dan ie er uit ziet, glimlachend gaat Theo zitten.

Ik moet denken aan de foto van de restyling door Gerrit Rietveld van Til Brugman’s kamer waar ik voor het eerst een witte variant van de Rietveld stoel zag. Til deed veel vertaalwerk voor De Stijl en was een goede vriendin van Piet.

 

Theo

Zo Cor. Je wilde weten hoe en waarom Piet en ik ooit de Stijl zijn begonnen en waarom we onlangs een punt achter onze samenwerking hebben gezet?

Cor

Dat klopt. Maar ik wil graag eerst weten wat je maakte en deed voordat je Piet ontmoette?

Theo

Ik schreef over kunst, schilderde en ontwierp maar mijn ontwikkeling kwam in een stroomversnelling toen ik Piet en later Bart van der Leck ontmoette. Ik was onder de indruk van Bart’s werk en Piet’s Nieuwe Beelding en wilde de boodschap van deze nieuwe kunst uitdragen. Mijn redacteurschap van het tijdschrift De Stijl was daar eigenlijk maar een facet van.

Cor

Waar kwam die drang vandaan?

Theo

Het uitbreken van de Europese oorlog in 1914 betekende voor mij de overwinning van die huichelachtige wereld over de geestelijke, edele wereld. Ik voelde mij door deze alle schoonheid en cultuur vernielende oorlog persoonlijk overwonnen. Ik had teveel vertrouwen gehad in het hogere, het geestelijke in de mens. Ik stond opeens voor de rauwe werkelijkheid. Niet kunst, niet liefde, maar granaten, granaten, granaten. Vlak voor de mobilisatie zei ik alles vaarwel. Mijn idealen, mijn passies, alles. Ik omarmde Kandinsky, wiens werk ik eerder ‘het grootst mogelijke egoïsme in de kunst’ noemde, omarmde de kubisten en de futuristen en begon hun principes op mijn eigen kunst toe te passen. Ik verliet mijn vrouw en zocht contact met vooruitstrevende kunstenaars en zocht en vond een nieuwe vriendenkring.

Cor

In Laren?

Theo

Ja. Bart, Piet en de religieuze filosoof Mathieu Schoenmaekers ontmoette ik daar in 1916. Schoenmaekers had in de periode 1910-1915 een beeldend denken aan de wiskunde ontfutseld, die hij heilzaam vond voor het geestesleven. Het had een enorme invloed op allerlei kunstenaars, inclusief Piet en mijzelf. En Laren leek me een prachtige plek om te wonen en was de plek waar De Stijl ontstond. En een tijd van schrijven en reizen om contacten te leggen en te onderhouden met kunstenaars, museummensen, tentoonstellingsorganisatoren, verzamelaars, potentiele opdrachtgevers en redacteuren, om lezingen te geven en propaganda voor De Stijl als beweging te maken. Een beweging waarbij samenwerking tussen individuen en individuele disciplines zoals architectuur, schilderkunst en beeldhouwkunst door alle leden van De Stijl erg belangrijk werd gevonden.

Cor

En wat wilde jullie daarmee bereiken?

Theo.

De nieuwe kunst die ons voor ogen stond moest een universeel karakter hebben en bijdragen aan een dynamische, geestelijke stimulerende omgeving die de mens ethisch op een hoger niveau brengt.

Cor

En wat betekende dat voor je kunstenaarschap?

Theo

Dat ik die steeds meer in dienst moest stellen in dienst van de beeldende realisatie van die omgeving. Ik moest vooral een mening vormen over de architectuur.

Cor

Waarom juist daar?

Theo

Omdat ik vond dat de vernieuwingen in de architectuur ten opzichte van de beeldende kunsten achter bleven.

Cor

Wat betekende De Stijl voor de architectuur?

Theo

Dat binnen de architectuur elke historische neiging onderdrukt moest worden en dat de elementaire uitdrukkingsmiddelen van de bouwkunst volgens de uitgangspunten van de Nieuwe Beelding ontwikkeld moesten worden. Dat bleek een hele opgave. Met name de strikte arbeidsverdeling op basis van gelijkwaardigheid. Architect, schilder en beeldhouwer moeten samen tot beeldende architectuur komen. Dus zonder overwicht van de een op de ander.

Cor

En wat zette jij in om dat doel te bereiken?

Theo

De toepassing van glas in lood, het kleur geven aan ex-en interieurs en het inzetten van licht als architectonisch element. Deze wisselwerking leidde bij mij tot een dynamischere stijl – het elementarisme – die ik ook ruimtelijk vertaalde, onder andere in het amusementencomplex de Aubette in Staatsburg, een gemeenschappelijk project met Hans Arp en Sophie Taeuber-Arp.

Cor

Jouw creaties zijn eigenlijk het resultaat van het constant in twijfel trekken en van het botsen van visies en ideeën.

Theo

Klopt. Ze ‘destructiveren’ de normen en fundamenten van het verleden. Zo komt er ruimte voor iets nieuws: vanuit de chaos van het leven, de confrontaties tussen disciplines en de inzichten die de evoluerende wetenschap aanreikt, ontstaat de mogelijkheid van een nieuwe ethische of esthetische orde. Door mijn groeiende belangstelling voor de relativiteitstheorie van Einstein, die ingaat tegen een tijdloze orde in het universum, trok ik het bestaan van een universele harmonie niet in twijfel maar het betekende wel dat die begrepen diende te worden in het licht van het wetenschappelijk overtuigender concept ‘ruimte-tijd’. Daarom verweet ik Piet’s schilderkunst haar klassieke, statische evenwicht.

De wetenschappelijke theorieën betwisten juist dat men toegang zou kunnen hebben – ook niet door intuïtie, zoals Piet beweerde – tot de harmonieuze relaties en de onveranderlijkheid die kenmerkend is voor dit kosmische evenwicht.

Ik brak muren af om samen te werken en Piet sloot zich juist op tussen zijn muren van zijn atelier om zich te verbinden met het geestelijke. Ik verbond me meer direct met mensen en bracht mensen uit verschillende disciplines samen en heb daarbij lak aan grenzen tussen landen. Ondanks dat die nog maar net een wereldoorlog hebben uitgevochten. Rond 1920, drie jaar na oprichting van De Stijl, voelde ik me echt opgesloten in het in de eerste wereldoorlog neutraal gebleven Nederland. En niet alleen in Nederland, ook in de kunsten. Kunst kan wel degelijk de wereld redden maar moet dan wel open staan voor andere sectoren. Ik was nieuwsgierig naar de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van technologie en wetenschap, waaronder de relativiteitstheorie van Einstein.

Cor

Dus het gebruik van de schuine lijn was niet de reden voor de breuk tussen Piet en jou?

Theo

Hahahahaha zeker niet…zeeeeeeker niet. Piet schijnt er zelfs over gezegd te hebben dat het zijn eigen werk ouderwets maakte. Nee de schuine lijn was niet de streep door onze samenwerking.

Cor

Piet’s bloemen dan?

Theo

Mmmmmmm. In eerste instantie had ik daar begrip voor maar later kreeg ik mijn twijfels. Het was niet zuiver. Niet in balans. Ik geloof dat hij in die periode tientallen bloemenwerken maakte en slechts een paar neo-plastische werken. Nee. Veel belangrijker waren onze verschillende visies op de architectuur en het vastklampen van Piet aan zijn eigen theorie die inmiddels door de wetenschap onderuit was gehaald. Ik wil rondkijken en mijn intuïtie volgen in plaats van zoeken naar het constante evenwicht en harmonie. Het moet juist botsen en knallen! Interactiviteit of het samenbrengen van contrasten leidt tot een zowel existentiële als artistieke dynamiek. Ik geloof in wat er op jouw kaartje staat Cor. Nieuwe verbindingen nieuwe toepassingen. Door keer op keer alles te vernietigen dat mij tot bequille kan dienen.

Cor

Bequille?

Theo

Ja uhhh, kruk. Om vervolgens iets nieuws op te bouwen en mijn eigen weg in te slaan. Niet meer alleen maar haaks linksaf een rode, gele of blauwe weg inslaan maar ruimte scheppen voor ‘creaties’ – levensvormen – die aangepast zijn aan de moderne wereld.

Cor

En in die wereld was geen plek meer voor Piet?

Theo

We zijn gewoon uit elkaar gegroeid. Ik wil vooruit. Naar buiten. Ik denk ook dat het moeilijk is om als kunstenaars samen te werken, het individu uit te schakelen en het collectief voorop te zetten.

Cor

Is dat ook de reden dat je ook werk maakte onder de naam I.K. Bonset?

Theo

Ja. Misschien wel. Maar dat is in ieder geval niet de reden voor de breuk want Piet heeft dat nooit geweten.

 

Nieuwsgierig geworden naar mijn advies voor beide heren? Ik ben morgen weer terug uit Parijs.

 

 

Mijn nieuwsgierigheid brengt me vandaan naar Parijs.

29 aug

PARIS.001

Het is 29 augustus 2016 en ik sta op het punt me te teletransporteren naar 1924 waar ik in een klein café in de buurt van zijn atelier aan de Rue du Départ Piet Mondriaan (Piet) zal ontmoeten. Morgen ontmoet ik Theo van Doesburg (Theo) in zijn atelier net buiten de stad. Ik ben nieuwsgierig naar hoe De Stijl, de belangrijkste Nederlandse bijdrage aan de moderne kunst van de 20ste eeuw, is ontstaan en hoe de samenwerking tussen Piet en Theo zeven jaar later stopte. De groep rondom Piet Mondriaan en Theo van Doesburg zorgde voor grote vernieuwingen. Het vooruitstrevende multidisciplinaire karakter van de bij De Stijl aangesloten kunstenaars is voorbeeld stellend voor veel hedendaagse kunstenaars, architecten, vormgevers en couturiers. De Stijl sloeg een brug tussen kunst, vormgeving, architectuur en samenleving. De kunstenaars hielden zich bezig met relaties; tussen kleuren en vlakken, muurvlak en schilderij etc. Door de oude functie – een representatie van de werkelijkheid – op te heffen ontstond ruimte om het schilderij een nieuwe plasticiteit te geven, waarin het juist buiten de lijst ook relaties aangaat met de omgeving. Het ging om het geheel in relatie tot de verschillende onderdelen. Eenheid in verscheidenheid.

Bij interdisciplinaire samenwerking hebben de disciplines elkaar nodig om een probleem op te lossen. In dit geval het vinden van een nieuwe kunstvorm die volledig inzetbaar was in de samenleving. Door samen te werken aan een totaalkunstwerk, zonder hiërarchie. Het ontbreken van hiërarchie onderscheidde De Stijl van eerdere initiatieven. In die samenwerking had Theo Piet’s uitgangspunten van Nieuwe Beelding nodig en Piet was nergens zonder Theo’s energie, enthousiasme en netwerktalent. Ze hadden elkaar nodig om een nieuwe toekomst te maken en wederzijdse beïnvloeding bepaalde de inhoud van De Stijl. De innovatieve kracht van de groep blijkt uit het feit dat ze begon als tijdschrift met als titel De Stijl. Het eerste exemplaar verscheen in november 1917. Zeven jaar later in 1924 komt er echter een einde aan de samenwerking tussen Theo en Piet. Weer zeven jaar later, in 1931, overlijdt Theo, pas 47 jaar oud.

“Un moment, j’attend pour mon ami” antwoordde ik de ober die me vroeg wat ik wilde drinken. Ik heb Piet Mondriaan nog nooit ontmoet en noem hem vanwege mijn gebrekkige frans ‘mijn vriend’. Twee weken geleden had ik Piet een brief gestuurd met het verzoek of ik hem een aantal vragen mocht stellen met betrekking tot De Stijl. Ik had Piet’s adresgegevens gekregen van Carel Blotkamp die ik eerder een aantal keer voor mijn ontwerp onderzoek van de master kunsteducatie had ontmoet. Carel heeft de meeste boeken over Mondriaan op zijn naam staan en is op dit moment bezig met de volledige herinrichting van de vaste collectie van museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam.

Ik wacht aan een van de vierkante tafeltjes. Er staan ook ronde tafeltjes in het café maar ik denk dat Piet liever aan een vierkant tafeltje zit. Ik weet inmiddels hoe Piet denkt over ronde vormen. Ik zal maar niet beginnen over de ronde kachel in zijn atelier, een doorn in Piet’s atelier en oog. Zou Piet in die kachel al zijn ontvangen brieven verbrand hebben? Blotkamp vertelde me dit kunsthistorisch interessante feit en ik kwam het later ook in verschillende literatuur tegen. Gelukkig is veel van de correspondentie van Piet wel bewaard gebleven.

Het is inmiddels drie minuten voor drie. Door de mist van sigaretten en sigarenrook zie ik Piet het café binnen komen. Hij kijkt het café rond en ik steek mijn hand op. Piet knikt en steekt op twee meter zijn rechterhand uit en kijkt me streng aan; ‘Dag meneer Noltee, welkom in Parijs.” “Meneer Mondriaan, het is een hele eer en wat fijn dat u tijd wilde maken.”

Piet

“Een gesprek met iemand uit 2016 sla ik niet af. Ik denk dat ik meer vragen aan u heb dan u aan mij. Ik heb wat voor u meegenomen. De schets die Theo me ooit gaf, ter ondersteuning van mijn verhaal over het neo-plasticisme. Ik ben mijn atelier weer aan het herinrichten en alles gaat weer de kachel in….ook van Theo.”

schets_nieuwebeelding

Cor

Dank u wel! En het had niet misstaan op de expositie over van Doesburg die ik in mei van dit jaar in BOZAR in Brussel bezocht. Enfin. Meneer Mondriaan zoals ik u schreef ben ik nieuwsgierig naar uw samenwerking met Theo van Doesburg. Hoe en waarom jullie samen in 1917 De Stijl hebben opgericht en hoe waarom jullie samenwerking net (1924) is geëindigd. Om een beter beeld te krijgen van u als persoon heb ik 4 vragen.

Wat wilde u met De Stijl?

Wat had u daarvoor gedaan?

Wat wist u op dat moment?

Welke vaardigheden bezat u in 1917?

Piet

Wat ik wilde? Onder invloed van de theosofie vond ik dat kleur en vorm vereenvoudigd moesten worden; teruggebracht tot grondvormen en –kleuren, omdat de kunst het geestelijke moet benadrukken en boven de realiteit dient uit te stijgen. Voor mij zijn kunst en kunstopvatting onlosmakelijk verbonden met levensbeschouwing en die werd in mijn geval sterk bepaald door de theosofie, een samenkomst van wereldgodsdiensten en filosofieën die vanaf het einde van de negentiende eeuw werd ingezet tegen het heersende materialisme en positivisme. Ik heb nooit een geheim gemaakt van mijn verbinding met de theosofie.

Cor

Wat heeft u allemaal gedaan in die zoektocht naar de uitgangspunten van uw abstracte kunst?

Piet

Ik ben een klassiek geschoolde kunstenaar en ben sinds1908 op zoek naar een schilderkunst die helemaal op zichzelf kan staan. Die moet niet zomaar decoratief lijnen en kleuren combineren, maar diende de geest van de komende tijd tastbaar te maken. Langzaam maar zeker kwam ik met mijn experimenten tot de slotsom dat zuivere, intense, innerlijke kleuren en een eenvoudige verschijning van de lijn een abstracte kunst kunnen realiseren. Die visuele verschijning noemde ik beelding en is daarbij geen doel maar wordt geschraagd door filosofische en morele overwegingen. Schoonheid wordt zo reëel in het leven zichtbaar.

Cor

Riep dat niet veel vragen op vanuit het veld?

Piet

Velen vonden het moeilijk te accepteren dat een leer die als duister en zweverig bekend stond een rol van betekenis zou hebben gespeeld in het tot stand komen van mijn kunst. Maar op de vragen van de jongere generatie, o.a. Theo (hij was 10 jaar jonger) hoe kunst kan aansluiten bij het moderne leven, had ik bijna alle antwoorden. Ik vulde dan ook moeiteloos de eerste twee jaargangen van De Stijl met mijn artikelen.

Cor

En daarmee werd u de grondlegger van de nieuwe, abstracte kunst en vond u in Theo een partner in ‘het nieuwe’.

Piet

Inderdaad. Ondanks dat we veel ruzie maakten geloofden we daar heilig in.

Cor

En De Stijl bood u de mogelijkheid uw gedachtegoed aan een breder publiek bekend te maken.

Piet

Inderdaad.

Cor

Hoe kwam u in contact met Theo?

Piet

Theo leerde ik in 1916 kennen als kunstcriticus van het nogal esotherisch gerichte weekblad Eenheid. Hierin had hij zich, als een van de weinige in het veld in die tijd, lovend uitgelaten over mijn nieuwste werk;

de-pier.

Het gaf hem een ‘rein-geestelijk gevoel’ en ‘Den indruk die het maakt is Rust: de onbewogenheid der Ziel.’ Tussen Theo en mij ontstond een intensieve correspondentie. We ontmoetten elkaar zelden en aangezien Theo zelden exposeerde had ik slecht een summier beeld van het beeldende werk van Van Doesburg. Dat was misschien maar goed ook want ik had het beeldende werk waarschijnlijk van een bedenkelijk amateuristisch niveau hebben gevonden. Mijn bewondering gold voor Van Doesburg vermogen als organisator-stimulator en als schrijver-theoreticus. Theo had een onuitputtelijke energie, was makkelijk in het leggen van contacten (en het verbreken ervan), zeer lenig van geest en redelijk belezen op verschillende terreinen van kunst en wetenschap.

Cor

En hoe werd uw eigen werk ontvangen door het veld?

Piet

Ik verkocht weinig in die tijd. Wel kreeg ik van kunst criticus H.P. Bremmer sinds april 1916 een maandelijkse subsidie van vijftig gulden. Zo heeft hij o.a. alle vijf schilderijen overgenomen die ik in 1917 in mijn atelier in Laren maakte. Deze stemde hem nog redelijk positief maar ik had het gevoel dat Bremmer, en de Nederlandse kritiek, mijn huidige werk als een eindfase in de kunst zagen. Het was echter geen eindfase maar een tussenfase. Daarna, mede door de invloed van Bart van der Leck, ging ik helemaal over op primair kleurgebruik en gebruikte ik zwarte rechte lijnen om zo een evenwicht van tegenstellingen te maken. Anders dan Theo en Bart ging ik niet meer uit van de natuur, het figuratieve. Theo en Bart, nog steeds, wel. Maar van der Leck was een man van streven in dezelfde richting. We gingen twee jaar veel met elkaar om. Hij was ook mijn biljartmaatje.

Cor

Ik heb overigens niets van jullie gedachtewisselingen terug kunnen vinden.

Piet

Dat klopt. We schreven elkaar ook niet zoals ik wel met Theo deed omdat Bart en ik dicht bij elkaar woonden. Ons contact was zeer vruchtbaar, zowel voor onze kunst als onze ideeën. Zijn werk, zoals Mijntriptiek, zette me aan het denken. Het had vrijwel niets te danken had aan de nieuwe (internationale) stromingen maar was toch onmiskenbaar modern: in de rigoureuze vereenvoudiging van de vorm en de verheviging van de kleuren, in de volstrekt onschilderachtige verfbehandeling en in de onsentimentele presentatie van de techniek. Dat liet je net prachtig zien. Ik kon nog een hoop van Van der Leck leren. Samen zorgden we voor een nog verdere radicalisering van onze schilderijen, waarbij we elkaar stimuleerden om die eigenschappen te elimineren die nog teveel aan oude kunst herinnerde.

Cor

Hoe kwam u eigenlijk in Laren terecht?

Piet

Ik woonde sinds 1911 in Parijs en kwam in 1914 naar Nederland omdat mijn vader ziek was. Kort daarna brak de oorlog uit. Nederland was weliswaar neutraal maar ik durfde toch niet terug naar Parijs. Ik denk niet dat De Stijl was ontstaan als ik in Parijs had gezeten. Dan waren Theo, Bart en ik nooit samen gekomen. En waarom Laren? Omdat daar een grote theosofische gemeenschap verbleef en omdat Laren in die tijd de meest levendige culturele plek van Nederland was. Ik verbleef er tijdelijk in pension ‘De Linden’ en at elke avond met schrijvers als Jan Greshof, Martinus Nijhoff, Adriaan Roland Holst en filosoof Mathieu Schoenmaekers. Na het eten gingen we vaak naar hotel Hamdorff. Voor mij was Hamdorff een klein Parijs. Een plek waar ik me nog verbonden voelde met de grote stad. Letterlijk ook omdat de uitbater van het hotel, Jan Hamdorff, in 1883  een stoomtram verbinding met Laren en Amsterdam wist te ontsluiten. En die verbinding maakte het mogelijk om mijn geld in Amsterdam te verdienen met het kopiëren van oude meesters in het Rijksmuseum.

Cor

Hoe was het eigenlijk voor u om na Parijs in 1914 weer terug in Nederland te zijn?

Piet

Die gedwongen verandering was nogal een schok. Dat kunt u zich voorstellen, denk ik, van Parijs naar Laren. Zo maakte ik in de tweeënhalf jaar dat ik Parijs zat een kleine 40 schilderijen, een aantal grote tekeningen en talloze tekeningen in schetsboeken. Maar in de periode tussen de zomer van 1914 en eind 1916 maakte ik volgens mij slechts twee schilderijen en een klein aantal tekeningen.

Cor

En hoe kwam dat? Wat deed u dan?

Piet

Mijn werk was enorm aan het veranderen. Ik experimenteerde en reflecteerde veel en langdurig. En dat kost tijd. Veel tijd.

Cor

U was dus eigenlijk veel minder gefocust op schilderen van eigen werk.

Piet

Inderdaad en ik stak veel tijd in het op papier zetten van mijn opvattingen over kunst. Maar ik denk toch dat de belangrijkste reden voor mijn mindere productie het ontbreken van de stimulansen van de stad Parijs was.

Cor

Maar gelukkig waren daar van Doesburg en van der Leck. En zag u in Theo en Bart ambitieuze, gelijkgestemden met een zelfde geloof in een nieuwe tijd?

Piet

En onze verschillen vulden elkaar mooi aan met Theo als grote roerganger.

Cor

Ja ik heb begrepen dat Theo inderdaad een netwerker pur sang was. Ik vond twee plaatjes waar jullie netwerk binnen de 100 belangrijkste kunstenaars in het ontstaan van abstracte kunst is verbeeld.

Schermafbeelding 2016-04-17 om 21.51.43Schermafbeelding 2016-04-17 om 21.51.58

Piet

Ja Theo was een druk baasje. Hij is ook drie keer getrouwd. Oneindig veel keer dan ik.

Cor

Resume was u rond 1917 schrijvend en experimenterend onder invloed van de theosofie op zoek naar een nieuwe verbindende kunst die het materiele moest overstijgen en het geestelijke diende te benadrukken en vond u in de persoon van Theo wel een geloofspartner die met u met zijn netwerkkwaliteiten een stem en podium gaf.

Piet

Dat heeft u mooi samengevat.

Cor

Is het hier trouwens zelfbediening?

Piet

Zelfbediening?

Cor

Koffie?

Piet

Graag.

 

 

 

 

Wanneer ben jij het meest nieuwsgierig?

28 aug

28aug2016.001

Nieuwsgierig naar waar dit model vandaan komt?

Klik dan hier.

Als er hoop is op succes.

27 aug

27aug2016.001

Gisteren reed ik rondjes op mijn Kennis rotonde op zoek naar een antwoord op de vraag “Wat is de relatie tussen Kennis en Nieuwsgierigheid?”

Ik kwam er niet uit en toen ik Daniel net sprak vertelde hij me dat hij gisteren voor het eerst een post van mij niet begreep. Ik probeerde dat inderdaad zo goed mogelijk te verbloemen door het gebruik van allerlei metaforen. If you can’t convince me confuse me. had ie ook kunnen zeggen. Dat ik in de war was, was wel duidelijk maar ik weet inmiddels ook beter wat ik in zulke situaties moet doen. En daar was die rotonde zonder exit dan wel weer heel effectief in. Op de rotonde kon ik het loslaten. Het bewust zoeken naar een antwoord verschoof van mijn hoofd naar de achterbank. Het eindeloos rondjes rijden zette mijn onbewuste aan en gisteravond plopte het antwoord opeens binnen. De rotonde veranderde in een rechte weg. Ik was er uit. Nieuwsgierigheid ontstaat als je je realiseert dat je onvoldoende Kennis hebt om een vraag te beantwoorden. En met Kennis bedoel ik de resultante van Wat je Weet X Wat je kan X Wat je ooit gedaan hebt X Wat je wilt.

Anders gezegd; je voelt je uitgedaagd om Iets te weten te komen, Iets te kunnen, Iets te doen.

Je zou ook kunnen zeggen dat je het gevoel hebt dat er iets ‘niet klopt’ en dat dat een ongelukkig gevoel is. En als dat ongelukkige gevoel plaats maakt voor hoop op succes, je de uitdaging aangaat en in balans brengt met je Kennis, dan ben je in Flow. Flow is eigenlijk een onbewuste, totaal gefocuste staat van nieuwsgierigheid. Je blijft in een Flow zolang je je onbewust vragen blijft stellen en die in  balans brengt met je groeiende kennis.

Je rijdt geen rondjes meer maar je maakt moeiteloos meters op een eindeloos, licht oplopende weg. De overbodige obstakels houden je scherp en gemotiveerd, wakker. Het is niet te moeilijk en niet te makkelijk. Het is perfect. Het klopt.

Misschien wordt het tijd ‘Zen en de Kunst van het Motoronderhoud’ van Pirsig weer eens te lezen. Dat is inmiddels 24 jaar geleden. Ik weet nog goed dat ik dat boek in mijn binnenzak droeg en zelfs tevoorschijn haalde als ik even stilstond bij een stoplicht. Om een paar woorden verder te komen.

Ik sluit deze zaterdag af met de mooie woorden van Leo Vroman:

De dingen waar ik iets van zeg

wiggelen en waggelen weg

De dingen waar ik bijna iets mee doe

kruipen nieuwsgierig naar me toe

Stop voordat ik mijn pen wegleg

Ik vond het in het boek van Roland van der Vorst; ‘Nieuwsgierigheid’

Nieuwsgierig naar hoe ik daar aan kom?

Dat lees je hier.