Dag meneer Mondriaan. Aub een telegram uit Ankara.
Dankjewel.

Dag meneer Mondriaan. Ik weer een telegram voor u.
Dankuwel dat zal van Cor zijn.

Dag meneer Mondriaan. Ik heb een telegram voor u.
Ah. Dat is van Cor uit Istanboel. Dankjewel.

ps
In juni 2016 hoop ik af te studeren voor mijn master kunsteducatie en vanaf donderdag 3 maart heb ik dagelijks een gesprek met Piet Mondriaan. Hij is in 1917, het jaar waarin hij Compositie met kleurvlakjes creeërde, 45 jaar oud. Op dat punt in zijn leven spreek ik met hem, via het schilderij Compositie met kleurvlakjes dat in Museum Boymans van Beuningen hangt.

Het gehele interview lees je hier:
Moge Piet.
Moge Cor. Jij bent vroeg.
Ja Piet. Ik moet vandaag met het vliegtuig naar Istanbul.
Maar waarom heb je dan een helm bij je?
Dat zal ik je uitleggen. Als kattebelletje omdat ik je dit plaatje wilde laten zien:

Het komt uit het geweldige boek van Kevin Kelly ‘De Wil van Technologie’ en het gaat over onze relatie met technologie. Bovenstaand plaatje is van de Amerikaanse zoöloog en middeleeuwse-wapendeskundige Bashford Dean. Het is de ‘stamboom’ van de evolutie van middeleeuwse Europese helmen, vanaf het jaar 600. Ik wilde je het gisteren al laten zien in combinatie met dit filmpje over de evolutie van jouw werk:
Dat is prachtig Cor en geweldig om te zien hoe mijn werk verder evolueerde na dit werk uit 1917. Maar dan begrijp ik nog steeds niet waarom je die helm bij je hebt.
Dat vertel ik je net, als kattebelletje. Trouwens het doet me denken aan die ene keer dat ik met mijn helm op Schiphol aankwam. Een paar jaar geleden, ik werkte bij TBWA, een reclamebureau, vroeg mijn creatief directeur of ik mee wilde werken aan een pitch voor een van onze internationale sigaretten merken. Nu zou ik daar natuurlijk prinicipeel tegen kunnen zijn maar dan moest ik ook direct maar ontslag nemen en uit de reclame stappen. Als ‘SATANS LITTLE HELPERS’ had ik kids weer aan de LOOK o LOOK gekregen en jongeren aan de Euroknallers van McDonald’s dus een sigaret meer of minder maakte me ook niets uit. En het feit dat de presentatie in Geneve was maakte dat de nog aanwezige principiële tegenargumenten als rook om mijn hoofd verdwenen.
De enige reden waarom ik niet mee zou willen gaan was het tijdstip. We moesten om 9.00 presenteren. In Geneve. Het vliegtuig vertrok om 6.55. Dat betekende dat ik om 4.53 de trein naar Schiphol moest hebben. Dus. 4.00 op en om 4.30 trok ik de deur achter me dicht. Toen ik ruimschoots op tijd op het station van Dordrecht aankwam zag ik dat ‘mijn’ trein van 4.53 niet reed.
One train down.
De eerst volgende trein zou betekenen dat ik te laat op Schiphol aan zou komen dus liep ik op mijn gemak terug naar huis. Het was inmiddels bijna 5 uur. Ik liep naar binnen om de sleutel van onze trouwe, altijd rijdende, ons nooit in de steek latende Volvo 850 station te pakken. Ik stapte in en starte de auto. Starte de auto. De auto. De a…………….klik.
One car down.
Een lege accu doordat de achterklep niet goed was afgesloten. Geen paniek. Mijn vrouw was met de kinderen naar Griekenland dus kon ik haar auto pakken. Een Alfa Romeo 147 twee liter QV (voor de kenners). Een stuk minder betrouwbaar maar niet deze ochtend. Tik en starten. Nog steeds ruim op tijd en zonder stress reed ik richting Papendrecht. Op de Papendrechtse brug wilde ik van 4 naar 5 schakelen…wilde ik van 4 naar 5 schakelen….wilde ik van 4 naar 5 schakelen….wilde ik van 4 naar 5 schakelen. Dat ging dus niet. De koppeling lag er uit en gelukkig kon ik de auto van de brug laten rollen om haar vervolgens in een woonwijk te parkeren.
Two cars down.
Het was inmiddels half zes. En voor zessen rijden er nog geen taxi’s. Die moet je vantevoren reserveren. Toch lukte me het een taxi te regelen. Hij wilde me echter niet naar Rotterdam brengen. En hij wilde ook mijn Volvo niet starten met startkabels. Dus liet ik mij weer op het station afzetten om te kijken of er misschien daar taxi of andere trein mogelijkheden waren. Niets.
One Cab down.
Het was inmiddels 5.45 en ik had nog een eigen vervoer mogelijkheid. Mijn 30 jaar oude Yamaha XS 650 motorfiets. Ik liep naar binnen trok mijn motorpak over mijn kleding aan en vertrok richting Schiphol op mijn oude, trouwe, altijd startende Japanse dame. Precies op tijd ontmoette ik mijn directeur op de afgesproken plek in de aankomsthal. Het eerste wat hij zei was:
‘Mooi op tijd.’ Om me vervolgens van top tot teen te bekijken en me te vragen of ik met het vliegtuig was.
‘Nee’ zei ik. Ik ben NIET met het vliegtuig. Ook niet met de trein. Niet met de Volvo en ook niet met de Alfa. Nee. Zeker niet met de taxi. Ik ben met de motor.
Mijn hele verhaal met een steeds groter wordende glimlach aanhorend, vroeg hij me of het niet in me op was gekomen om NIET te komen.
Nee. Dat was NIET in me opgekomen.
DO or DO not. There is NO TRY.
The show must go on.
So………
Show up.
Wat een verhaal! Zou die helm maar opzetten. Hoe lang ben je weg?
Zondag terug Piet. Zie ik je maandag weer.
Wat moet je eigenlijk doen in Istanbul?
Ik co-host een TEDx event en geef zelf ook een TED talk.
TED? Ken ik die?
Nee Piet. Dat leg ik morgen wel uit. Ik stuur je wel een telegram. Moet nu echt vliegen.
Succes Cor en doe voorzichtig.
Dankje Piet.
Dag Piet.
Moge Cor. Hoe was je paaszondag?
Heerlijk Piet. Lekker met zijn viertjes. Veel gesnoept en een leuke film gezien. Inside Out. Hij gaat over een meisje die samen met haar ouders verhuist naar San Francisco. Op zich geen bijzonder verhaal maar wat grappig en heel mooi gemaakt. De stemmen in haar kregen een eigen verhaal. Eigenlijk was het ook een heel leerzame film over hoe onze gedachten, gevoelens en gedrag door elkaar beïnvloed worden. Wacht ik zal je de trailer laten zien:
Het zit inderdaad allemaal in je hoofd en dat moet eruit. Heb nog flink nagedacht over wat je me gisteren vertelde over design. Design als in maken; het kunstmatige, actie, het visuele, communicatie, een reflectief proces, een gedachte, transformatie: elke defininitie biedt steekhoudende en bruikbare manieren om de design praktijk te begrijpen door op specifieke kwaliteiten of eigenschappen te focussen. Misschien heb je wel gelijk dat ik een designer ben. Ben met name getriggerd door het transformatieve aspect, van het nu naar het gewenste, van het nu naar het mogelijke. In mijn geval van het materiële naar het geestelijke.
Interessant Piet. Waar ik ook aan moest denken hoe jij “in gesprek” bent met je werk. Ik zou eigenlijk wel eens in jouw hoofd willen kijken als je aan het werk bent. Welke emoties er bij jou aan de knoppen zitten. En weet je Piet, hoe beter ik je leer kennen hoe meer ik er van overtuigd raak dat een museum niet de beste plek voor je werk is. Zeker dit werk roept bij veel mensen denk ik de verkeerde vragen of oordelen op. Ik denk dat veel mensen eerder in verwarring zijn na het zien van dit werk dan dat het ze meeneemt op een reis van het materiële naar het geestelijke. In deze context is misschien de semiotiek interessant, de studie hoe betekenis wordt gegeven. Ik vraag me af of mensen wel begrijpen wat je bedoelt met je werk omdat het iets anders representeert dan wat het is; 30 driekleurige vierkantjes. Veel mensen in een museum stellen zichzelf de vraag wat iets is. Als ze dat bij jouw werk doen komen ze in inderdaad niet verder dan ’30 driekleurige vierkantjes’. Maar stel je eens voor als je de mensen vraagt “Wat gebeurt hier?”, dan krijg je heel veel verschillende verhalen. Dit werk begrijpen betekent dat het ‘iets’ voor iemand betekent. Of zoals David Chandler stelt:
‘We leven niet tussen en verhouden ons tot fysieke objecten en gebeurtenissen. We leven tussen en verhouden ons tot systemen van tekens met betekenis. We zitten niet op een complexe structuur van hout, we zitten op een stoel. Het feit dat we eraan refereren als een stoel betekent dat ie is om op te zitten, het is geen koffietafel. Als we met anderen interacteren gebruiken we geen random gebaren, we gebaren onze hoffelijkheid, ons plezier, ons begrip, onze afkeer. De objecten in onze omgeving, de gebaren en woorden die we gebruiken, ontlenen hun betekenis aan de systemen van tekens waar ze toe behoren.’
En om betekenis te geven aan jouw werk kan het misschien beter niet in een museum hangen.’
Cor! Neem me mee.
Morgen weer Piet. Morgen weer.
Dag Piet.
Moge Cor. Wat heb je daar achter je rug?
Piet ik weet dat je niet van rond houdt maar het is Pasen en ik dacht wat als ik de primaire kleuren waar we het gisteren over hadden nu eens op een ei schilder. Kwam er niet uit. Weet je hoe moeilijk het is een recht vlak op een ronde vorm te schilderen. Ik heb uiteindelijk voor de makkelijke weg gekozen. Alsjeblieft:

Dankjewel! Maar Cor heb je niets beters te doen?
Nou Piet ik deed het omdat ik me afvroeg welk medium jij zou gebruiken als je geen schilder was geweest. Het aantal mensen dat jouw werk zag was natuurlijk maar heel klein en een groot deel van die kleine groep begreep er ook nog eens niets van. Je bent je hele leven al op zoek naar ‘de waarheid’ en als je je werk achter elkaar zet zie je de evolutie. Ik geloof dat je met je keus voor de primaire kleuren en rechte vlakken steeds dichter bij een totale harmonie komt. En wat ik vooral interessant vind aan je laatste werk is dat het niet gevangen zit. Er lijkt beweging in te zitten.
Hoe bedoel je dat?
Nou als ik bijvoorbeeld naar de onderste twee gele vlakjes kijk, lijkt het schilderij door te lopen, van het doek te gaan, de wereld in.
Vind eigenlijk dat het werk nog beter tot zijn recht zou komen als er helemaal geen lijst om zou zitten. Een lijst maakt het een kunstwerk en ik vraag me eigenlijk af of je wel een kunstenaar bent?
Hoe zou je me dan noemen?
Designer.
En wat versta jij daar onder?
Design komt uit het Latijn; de + signare en betekent iets maken, iets onderscheiden met een teken, het betekenis geven, de relatie met andere dingen/gebruikers/goden duiden. Design geeft betekenis aan dingen. Deze definitie plaatst betekenisgeving in het midden van design.
Richard Buchanan stelt dat design zich bezig houdt met de conceptie en planning van de kunstmatige of mens gemaakte wereld: tekens en beelden, fysieke objecten, activiteiten en diensten, en systemen en omgevingen. Zo’n perpectief plaats design binnen het kunstmatige.
Herbert Simon definitie benadrukt actie: “Iedereen die een huidige situatie wil veranderen in een gewenste situatie is een designer.”
John Heskett hanteert een meer traditionele definitie waarin hij het visuele aspect van producten en dingen benadrukt; “design, het concept van visuele vorm.”
George Nelson ziet design als communicatie; “elk ontwerp is op een of andere manier sociale communicatie en wat van belang is, is de emotionele intensiteit waarmee de essentie is verkend en uitgedrukt.”
Donald Schon ziet design als een materiële conversatie met de vormen, ingrediënten en concepten bij het oplossen van een design probleem. Zijn design aanpak is proces gericht en reflectief, de iteratieve kwaliteiten van design benadrukkend.
En wat vind je van de definitie van designer Emilio Ambasz: “Ik ben er altijd van overtuigd geweest dat zowel architectuur als design mythe makende activiteiten zijn.”

En tenslotte design historicus Clive Dilnot. Hij zegt dat design transformeert door de spanning tussen het huidige en het mogelijke te verkennen. Design stelt ons in staat de processen te herkennen waarbij de grenzen van het huidige continue gevormd en hervormd worden.
Cor, je hebt me aan het denken gezet. Misschien moet ik mijn werk niet meer inlijsten.
Tijd voor een eitje Piet. Rood, geel of blauw?
Moge Piet. Je hebt trouwens de groeten van Daniel.
Moge Cor. Daniel?
Daniel is een goede vriend van me en leest elke dag onze gesprekken. Ik kwam hem gisteren toevallig tegen en belandde met zijn gezin aan de eettafel.
Aha. Doe hem de groeten terug.
Zal ik doen Piet. Zeg Piet, we hadden het gisteren over de Sex en de Cash en je vertelde dat je oude meesters kopieerde om de kost te verdienen maar was dat genoeg om rond te komen? Want volgens mij liep de huur van je atelier in Parijs ook gewoon door. Dubbele huur lijkt me duur.
Dat klopt Cor en dat was ook zo. Gelukkig kwam er via andere kanalen ook wat geld binnen. Zo kreeg ik van een makelaar Salomon Slijper geld voor mijn huur en een net pak voor de dansavonden in Hamdorff. Slijper had mijn werk gezien in pension ‘De Linden’. In ruil daarvoor maakte ik hem voor hem een zelfportret. Maar dat is nog niet af.
Zal ik het eens opzoeken? Bedoel je deze:

Ja precies. Op de achtergrond zie je een van de werken waar ik toen aan werkte. Een serie van vijf. Een daarvan sta je nu naar te kijken.

En deze serie van vijf is bijzonder.
Cor, dat is ie zeker. Ik was aan het experimenteren met de primaire kleuren rood, geel en blauw.
Hoe kwam je daar eigenlijk toe?
Onder invloed van de theosofie vond ik dat kleur en vorm vereenvoudigd moesten worden; teruggebracht tot grondvormen en –kleuren, omdat de kunst het geestelijke moet benadrukken en boven de realiteit dient uit te stijgen.
Dat verklaart de abstracte kunst.
Inderdaad Cor. Hoe verder de mens boven de realiteit uitstijgt, des te abstracter de vorm. Mijn visie op kleur is sterk beïnvloed door twee personen. De eerste is ‘christosoof’ Mathieu Schoenmaekers waar ik je gisteren al over vertelde. Hij schreef in 1915 in ‘Het Nieuwe Wereldbeeld’ dat rood , geel en blauw de enige kleuren zijn, omdat alle andere kleuren kunnen worden afgeleid van deze drie.
En wie was die tweede?
Bart van der Leck. Vlak voordat ik Bart ontmoette was hij overgegaan op het werken met enkel primaire kleuren. Bart was tevens mijn biljartmaatje en we bespraken twee keer per week onze theorieën en artikelen. Van der Leck van een man van streven in dezelfde richting.
Hoe kwam een man als van der Leck eigenlijk in Laren terecht?
Van der Leck had al eerder in het gebied gewoond. Voor het eerst in 1907 in de hoop te kunnen werken in Antoon Derkinderens glas-in-loodwerkplaats, die was opgezet naar het model van de middeleeuwse werkplaats. Derkinderens geloofde in het vormen van kunstenaarsgemeenschappen om de grenzen tussen de kunsten op te heffen en een kunst te scheppen die alle vezels van het moderne leven doordringt. Jammer genoeg voor van der Leck wordt Derkinderens benoemd tot directeur van de Rijksacademie en sluit hij de werkplaats net op het moment dat van der Leck in Laren arriveert.
Maar ondanks Derkinderens’ vertrek ‘wonen er heel wat luidjes die zich met het abstracte leven bezighouden’ zoals van Doesburg zo mooi verwoordt.
En zo was het Cor. Laren was een prachtige plek om te wonen, te werken en geïnspireerd te worden.
Goedemiddag Piet. Het voelt als een eeuwigheid geleden dat ik je gesproken heb en toch heb ik je dinsdag nog gezien.
Dat klopt Cor. Ik maakte me toch een beetje zorgen. Niets voor jou om niet even iets van je te laten horen.
Ja sorry Piet. Ik had woensdag en donderdag geen tijd om overdag te komen en was beide dagen vroeg in de avond in slaap gevallen om beide nachten precies om 3 uur wakker te worden. Geen tijd om nog even langs te komen, leek me.
Geef niets Cor. Ben blij dat je er bent en wat heb je daar bij je?
Ah! Ja dat is een tekening van Hugh MacLeod.

Hij heeft een interessante kijk op het kunstenaarschap. Een creatieveling heeft twee jobs: die ene sexy en die andere die de rekeningen betaalt. Balancerend tussen een inkomen om in je basisbehoeften te voorzien en je (geloof)waardigheid. Macleod verdiende zijn inkomen (Cash) met een job bij een reclamebureau maar de Sex was voor hem de cartoons die hij op de achterkant van zijn visitekaartjes maakte.
Ahhhh! Mooi verwoord door Hugh en heel herkenbaar. Toen ik vlak voor het uitbreken van de tweede wereldoorlog in Nederland belandde en niet meer naar Parijs terug kon verbleef ik in Laren.
Laren? Waarom Laren?
Laren was in die tijd de meest levendige culturele plek van Nederland. Ik verbleef er tijdelijk in pension ‘De Linden’ en at elke avond met schrijvers als Jan Greshof, Martinus Nijhoff, Adriaan Roland Holst en filosoof Mathieu Schoenmaekers. Na het eten gingen we vaak naar hotel Hamdorff. Voor mij was Hamdorff een klein Parijs. Een plek waar ik me nog verbonden voelde met de grote stad. Letterlijk ook omdat de uitbater van het hotel, Jan Hamdorff, in 1883 een stoomtram verbinding met Laren en Amsterdam wist te ontsluiten. En die verbinding maakte het mogelijk om mijn ‘Cash’ in Amsterdam te verdienen met het kopiëren van oude meesters in het Rijksmuseum.
En was schilderen dan de Sex?
Nee. Dansen! Weet je hoe ze mij noemden?
Vertel.
De dansende Madonna. Ik denk vanwege mijn schuin naar boven gerichte hoofd en mijn gestileerde passen.
Piet, zullen we een dansje wagen?
Uitstekend idee.
Dag Cor.
Dag Piet.
Cor ik heb toch echt slecht geslapen. Je ging hier gisteren weg met dat Rudolf Steiner me een misbaksel noemde.
Nee Piet dat heb je niet goed begrepen…of misschien heb ik je in beetje verward. Want weet je Piet, je hebt helemaal nooit iets gehoord op jouw brief aan Steiner. Dat weten we uit een brief die jij een jaar later aan van Doesburg schreef. Je noemt ‘de Steinerianen eenzijdig en eigenwijs” Je belooft van Doesburg zelfs “nog wel eens tegen die lui los te branden.” Om er direct aan toe te voegen dat iedereen die zich theosoof of antroposoof noemt, misbaksels zijn . Piet het zijn je eigen woorden!
Stevige taal bezig ik daar Cor. Maar het blijft een feit dat Steiner een paar goede boeken heeft geschreven maar hij maar beter van kunst kan afblijven.
Ik geloof het ook Piet. Kijk ik heb een fotootje meegenomen van een houten beeld dat Steiner maakte in 1919. Het stelt ‘de representant der mensheid in evenwicht voor’.

Prachtig motief maar wat een monster.
Ik begrijp je Piet. Maar misschien dacht Steiner dat ook wel van de tekst in het boekje dat je hem stuurde. Als hij het al gelezen had hoe kon hij zich dan een beeld vormen van de schilderijen die met je theorie corresponderen? Want er stonden geen afbeeldingen van je werk in toch?
Nee Cor dat klopt. Ik begrijp wat je zegt. Maar zelfs als die er bij hadden gezeten vraag ik me af of het kunst was die hem aan had gesproken. Moet je kijken naar dat beeld! Amateuristische, sentimentele troep!
Geen misbaksel?
Nee gewoon troep Cor.
Goedmorgen Piet.
Goedemorgen Cor. Wat heb je daar in je hand?
Je herkent je handschrift zeker. Maar de brief ken je niet. Want hij is van 25 februari 1921 en jij bent uit 1917.

Ik vind het toch zo reuze interessant dat jij dingen uit mijn toekomst kan laten zien. Maar vertel wat is er zo bijzonder aan die brief?
Ik ging op zoek naar bewijs van je persistente geloof in de theosofie en dat heb ik volgens mij gevonden in de vorm van een brief die jij schreef aan Rudolf Steiner.
Aha! Rudolf Steiner was de leider geweest van de theosofische vereniging in Duitsland en had in 1913 de antroposofische beweging gesticht.
Inderdaad. En Steiner maakte een lezingentoernee door Nederland tussen 19 februari en 3 maart 1921 die ruim een maand later werd gevolgd door een cursus waarin Steiner ook een lezing hield over beeldende kunst.
Interessant Cor. Maar wat heeft dat met die brief die je daar in je handen hebt te maken?
Deze brief stuurde je samen met een net door jou geschreven boekje “Le Néo-plasticisme” aan Steiner.
En wat stond er in die brief?
Carel Blotkamp vertaalde de brief, gelukkig. Mijn Frans is niet zo goed.
25/2’21 Paris, rue de Coulmiers 5
Geachte heer,
Aangezien ik verscheidene van uw boeken heb gelezen, zou ik u willen weten of u tijd hebt om mijn hierbij gevoegde brochure “Le Néo-plasticisme” te lezen. Het neoplasticisme realiseert de harmonie door de gelijkwaardigheid van twee uitersten: het Universele en het Individuele. Het eerste door openbaring, het tweede door deductie. Kunst brengt beeldend de evolutie van het leven tot uitdrukking: evolutie van de geest en (maar in tegenovergestelde richting) evolutie van de materie. Het is niet mogelijk een betrekkelijk evenwicht te bereiken dan door de vorm te vernietigen en te veranderen door een nieuw, universeel beeldend middel. Ik zou graag uw ideeën over dit onderwerp willen weten, als u er voor voelt mij te antwoorden. Mijn verontschuldigingen dat ik in het Frans schrijf: ik beheers het Duits onvoldoende. Met gevoelens van de meeste hoogachting,
P. Mondrian.
Wat spannend Cor. En wat was Steiner’s antwoord?
Dat vertel ik je morgen. Ik moet nu echt gaan.
Ahhh. Tipje van de sluier?
Eén woord Piet: ‘misbaksels”
Wat??? Mijn werk???
Piet rustig maar. Morgen vertel ik meer.