Een geweldige plek om te wonen, werken en geïnspireerd te worden.

26 mrt

Moge Piet. Je hebt trouwens de groeten van Daniel.

Moge Cor. Daniel?

Daniel is een goede vriend van me en leest elke dag onze gesprekken. Ik kwam hem gisteren toevallig tegen en belandde met zijn gezin aan de eettafel.

Aha. Doe hem de groeten terug.

Zal ik doen Piet. Zeg Piet, we hadden het gisteren over de Sex en de Cash en je vertelde dat je oude meesters kopieerde om de kost te verdienen maar was dat genoeg om rond te komen? Want volgens mij liep de huur van je atelier in Parijs ook gewoon door. Dubbele huur lijkt me duur.

Dat klopt Cor en dat was ook zo. Gelukkig kwam er via andere kanalen ook wat geld binnen. Zo kreeg ik van een makelaar Salomon Slijper geld voor mijn huur en een net pak voor de dansavonden in Hamdorff. Slijper had mijn werk gezien in pension ‘De Linden’. In ruil daarvoor maakte ik hem voor hem een zelfportret. Maar dat is nog niet af.

Zal ik het eens opzoeken? Bedoel je deze:

zelfportret_voorSalomonSlijper_1918

Ja precies. Op de achtergrond zie je een van de werken waar ik toen aan werkte. Een serie van vijf. Een daarvan sta je nu naar te kijken.

compositiemetkleurvlakjes_pietmondriaan_1917

En deze serie van vijf is bijzonder.

Cor, dat is ie zeker. Ik was aan het experimenteren met de primaire kleuren rood, geel en blauw.

Hoe kwam je daar eigenlijk toe?

Onder invloed van de theosofie vond ik dat kleur en vorm vereenvoudigd moesten worden; teruggebracht tot grondvormen en –kleuren, omdat de kunst het geestelijke moet benadrukken en boven de realiteit dient uit te stijgen.

Dat verklaart de abstracte kunst.

Inderdaad Cor. Hoe verder de mens boven de realiteit uitstijgt, des te abstracter de vorm. Mijn visie op kleur is sterk beïnvloed door twee personen. De eerste is ‘christosoof’ Mathieu Schoenmaekers waar ik je gisteren al over vertelde. Hij schreef in 1915 in ‘Het Nieuwe Wereldbeeld’ dat rood , geel en blauw de enige kleuren zijn, omdat alle andere kleuren kunnen worden afgeleid van deze drie.

En wie was die tweede?

Bart van der Leck. Vlak voordat ik Bart ontmoette was hij overgegaan op het werken met enkel primaire kleuren. Bart was tevens mijn biljartmaatje en we bespraken twee keer per week onze theorieën en artikelen. Van der Leck van een man van streven in dezelfde richting.

Hoe kwam een man als van der Leck eigenlijk in Laren terecht?

Van der Leck had al eerder in het gebied gewoond. Voor het eerst in 1907 in de hoop te kunnen werken in Antoon Derkinderens glas-in-loodwerkplaats, die was opgezet naar het model van de middeleeuwse werkplaats. Derkinderens geloofde in het vormen van kunstenaarsgemeenschappen om de grenzen tussen de kunsten op te heffen en een kunst te scheppen die alle vezels van het moderne leven doordringt. Jammer genoeg voor van der Leck wordt Derkinderens benoemd tot directeur van de Rijksacademie en sluit hij de werkplaats net op het moment dat van der Leck in Laren arriveert.

Maar ondanks Derkinderens’ vertrek ‘wonen er heel wat luidjes die zich met het abstracte leven bezighouden’ zoals van Doesburg zo mooi verwoordt.

En zo was het Cor. Laren was een prachtige plek om te wonen, te werken en geïnspireerd te worden.

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: