Tag Archives: Zuid afrika

Reparatie repertoire

1 sep

reperatierepertoire.001

De afgelopen dagen schrijf ik over mijn  Zuid Afrikaanse ervaringen met mijn VW T2 uit 1979.

Het hele verhaal vind je hier in pdf: NOLTEEVWT2

Na de nacht achter een rode T2 op de tolweg tussen Parijs en Marseille getold te hebben waarbij ik me bij slecht zicht liet leiden door het geluid van de luchtgekoelde twee liter boxermotor wat in werkelijkheid mijn eigen gesnurk was, leek een APK (Algemeen Persoonlijke Keuring) in de vorm van een ochtend meditatie en koud afdouchen een noodzakelijke start van de dag. Het watertekort in Zuid Afrika dwingt mij niet te lang te douchen wat ik met de temperatuur van het douchewater dat als ijspegels op mijn lijf beukt niet heel erg vind. Na mijn Wim Hof training een 4 jaar geleden douche ik elke dag koud af. Je kunt je koude douche maar beter zelf in de hand hebben.

Het heeft vannacht flink geregend. In de plassen zie ik de regenwolken en loop naar de bus. Mijn ochtendglimlach rekt zich nog iets verder uit en ik open het rechterportier om ook daar de wolken in een plasje tussen de pedalen te zien. Een lichte schok schiet door me heen. Water in de bus dat binnen was gekomen via de twee roestplekken aan de onderkant van het raam rubber. De twee enige slechte plekken van de 38 jarige veteraan. Een cosmetische ingreep in de vorm van lichtgrijs gaffertape aan de buitenkant van de bus moest het water buiten houden en de elektriciteit veilig. Of de bus als vanouds zou starten was nog maar de vraag. Ik stak de sleutel in het contact en sloeg een virtueel kruisje op mijn borst. Dit zijn de momenten waar mijn Katholieke opvoeding, doopsel en vormsel zich moeten bewijzen. Ik druk op de startknop links van het stuur maar de motor lijkt al te lopen voordat ik druk. De bus heeft er duidelijk zin in en blijkbaar heeft ook zijn koude douche hem goed gedaan.

Vandaag rijd ik naar Montagu. Via Villiersdorp. maar eerst trakteer ik me op een stevig ontbijt in Kleinmond, een mooie naam om te ontbijten. De plek waar ik ontbijt is ook typisch voor de plaatsen aan de kust. Je rijdt naar beneden richting kust waar zich aan het einde een aantal restaurantjes en winkeltjes bevinden. Zo ook hier. Ik parkeer de bus in het zicht en de afwisselende zonnestralen van de ochtend. De grote cappuccino, het vet van de bacon, de eiwitten en de koolhydraten eindigen zonder protest in een bad van biefstuk en rode wijn. Die laatste gegrilde biefstuk van vannacht heeft de kater snorrend in slaap gehouden. Was het nu zijn gesnor, het geluid van de bus in mijn droom of mijn eigen gesnurk geweest? Niet de behoefte voelend om antwoord te geven op deze driekeuze vraag, vraag ik de rekening en trek mijn Poolse ganzenveren jasje uit. Ik ben op temperatuur. Volgens de weerapp blijft het vandaag droog en ik maak een screendump van de route op mijn Powerbook. Twee alternatieven. Voorlopig kan ik vooruit.

IMG_1074

De benzinemeter van de bus gedraagt zich als een ouderwetse VU meter, heftig van links naar rechts bewegend. In een notitie boekje noteer ik daarom de kilometerstand bij elke tankbeurt. Ik heb uitgerekend dat de bus zo’n 1 op 7,5 rijdt dus houd ik een actieradius aan van 350 kilometer. In Zuid Afrika betekent dat dat je eigenlijk gewoon altijd moet tanken als je een tankstation tegen komt. De tank trekt een draaikolk in mijn Randen voorraad. Gelukkig staat de Euro gunstig.

Het geluid en gedrag van de motor bij terugschakelen, bergop rijden en bij stilstand blijven vraagtekens bij me oproepen. Je vraagt je misschien af wanneer de bus het dan niet doet, vragen oproepen. Misschien ben ik te kritisch maar het gevoel blijft me bekruipen dat er iets niet klopt. Er zijn daardoor teveel momenten dat ik niet echt gelukkig ben in en met de bus. Geluk definieert Gretchen Rubin als ‘je goed en slecht kunnen voelen maar voelen dat het klopt in een context van groei.’ De bus en ik groeien, voelen ons beiden soms goed en slecht maar toch klopt er iets niet. Ik luister nog kritischer en noteer de ingrediënten van de momenten waarop ik denk ‘dit klopt niet’. Zo start de bus vaak veel slechter als ie warm is, loopt ie stationair hoger als ie warm is en stottert en knalt ie bij lagere snelheden…..als ie warm is. Ik hoop dat mijn analyse straks een duidelijke aanwijzing is voor Arno van Wijck en aanleiding voor een doelgerichte en efficiënte greep uit zijn brede en rijke Volkswagen reparatie repertoire.

Nog 68 kilometer naar Villiersdorp.

Wordt vervolgd.

De P van mijn dromen

31 aug

PDROMEN.001.jpeg

De afgelopen dagen schrijf ik over mijn  Zuid Afrikaanse ervaringen met mijn VW T2 uit 1979.

Het hele verhaal vind je hier in pdf: NOLTEEVWT2

In Betty’s Bay waait het. Hard. De wind giert om het huis en na het welkomstdrankje nestel ik me vroeg in het heerlijke hoge bed met 32.421 kussens. Met twee kussens in mijn rug en een op schoot ben ik klaar om een nieuwe parkeerplaats te bezoeken. Ik leg het boek dat ik nu een aantal dagen aan het lezen ben met aandacht en twee handen voor me op het kussen. Het boek kocht ik een jaar of 3 geleden, las er een pagina of 30 in en zette het daarna in de boekenkast om het tijdens mijn verhuizing vlak voor deze vakantie op een stapeltje te leggen van boeken waarvan ik me afvroeg of ik ze ooit nog zou gaan lezen. Als ik je nu de cover laat zien, zul je begrijpen dat ie in de koffer ging;

deautonauten

Het boek gaat over Julio Cortázar en zijn vrouw Carol Dunlop die in 1982 besluiten om in hun rode VW T2 in ruim een maand alle 62 parkeerplaatsen van de tolweg tussen Parijs en Marseille te bezoeken. 2 per dag waar ze per P minstens 2 uur moeten blijven en bij de tweede P overnachten. Niet met het doel om ergens te komen maar om ergens te zijn observeren en beschrijven ze flora, fauna, mensen en voertuigen op een manier die je doet stilstaan en meeneemt in details waar je normaal met 130 km/uur voorbij raast. Waar iedere bezoeker zo snel mogelijk weer door wilt, plegen zij in alle rust hun onderzoek van Parklandia, zoals ze alle P’s en hun bewoners noemen. Typend in of rondom hun rode VWT2 beschrijven ze hun omgeving als ontdekkingsreizigers die nieuw land ontdekken. Toen ik het boek op pagina 188 dichtsloeg met mijn duim nog tussen de pagina’s trok ik de gelukkige conclusie dat ik nog niet op de helft was. Vaak lees ik als de reizigers van de tolweg. Gefocust op het doel en niet op de reis.

Ik moet me inhouden samen met Julio en Carol niet nog een P te bezoeken.

autonautVW.001

De volgende ochtend besluit ik nog een nacht te blijven en wordt uitgenodigd om ‘s avonds met Helene en haar man te braaien. Ik beloof drie goede stukken vlees te halen en een goede fles wijn. In de dierenwinkel koop ik drie kleine kluifjes voor de enthousiaste teckels en leg bij thuiskomst in mijn kamer de drie stukken rund op een bord om ze aan mijn kamertemperatuur te laten wennen. De fles rood lijkt dat ook een goed idee, wat zuurstof. Na 2 jaar afgesloten door het groene glas te hebben getuurd naar voorbij glijdende ogen die je dan toch niet meenamen. Het vlees ligt bloot en mijn glas vult zich met rood. Ik laat de wijn nog even staan en kijk op de klok. Over een uurtje zullen vuur en vocht brandstof zijn voor elkaars verhalen. Een half uur later wordt er op de deur geklopt. Ik open de deur en zie een beveiligingsmeneer met revolver op de heup en een stem die het resultaat moet zijn van vele liters sterke drank vermengd met kubieke meters teer en nicotine. Zijn vriendelijke gezicht vormt een prachtig contrast met de autoriteit van zijn uniform. De boodschap was minder tweeslachtig. Helene en haar man hadden ernstige vertraging opgelopen en zouden niet op tijd zijn voor het diner dus vertrok ik met een glas rood in de hand met Carol en Julio richting een nieuwe P tussen Parijs en Marseille. Eenmaal aangekomen stapte ik uit en trakteerde mijn medereizigers op een stuk gegrild rund vervaardigd met de grilplaat uit mijn kamer. Het vetrandje protesteerde sissend en spugend tegen de hitte van de grillplaat. Ik hoorde en zag het met een opkomend watervalletje in mijn mond aan waarin na de eerste hap een engeltje stond te pissen. De twee uitgeruste achtergebleven, samen zo’n 400 gram zware familieleden leken zich te willen verstoppen achter de fles rood maar de linker was te laat en belandde ook op zijn laatste rustplaats. Julio, Carol en ik vertrokken naar een volgende parkeerplaats.

Twee uur later werd het zingen van de wind aangevuld met een luid en enthousiast “Cooooooooor”. Of ik al gegeten had en nog zin had in wat te snacken. Ik nam mijn halve fles rood mee en liet het derde stuk rood liggen dat ik een aantal uur later na een geweldig gezellige avond als stukje vlees voor het slapen gaan nog even grillde. Ik probeerde nog in te stappen in de rode T2 van Julio en Carol wat zeker gelukt was ik in een rechte lijn richting de schuifdeur was gelopen. Nu hoorde ik de luchtgekoelde boxermotor zijn decibellen verspreiden op de parkeerplaats van mijn dromen en de achterlichten vervagen in het schijnsel van mijn wekkerradio.

Mentale portemoney

30 aug

MENTALEPORTEMONEY.001

De afgelopen dagen schrijf ik over mijn  Zuid Afrikaanse ervaringen met mijn VW T2 uit 1979.

Het hele verhaal vind je hier in pdf: NOLTEEVWT2

Een paar kilometer na de ontmoeting met de jongeman uit 1997 zie ik in de verte een camping direct aan de oceaan. Achterin de bus liggen twee matrasjes en twee wollen dekens en ik besluit op deze geweldige camping te overnachten in de bus. Het hout dat ik meenam moet me in de avond warm houden in de vorm van een lekker vuurtje waarna ik met mijn Poolse ganzenveren jasje letterlijk onder de wol duik om vervolgens met de geur van verbrand hout en de alcoholdampen van een Zuid Afrikaanse Sauvignon Blanc starend naar de sterren lang te blijven luisteren naar het patroon van de op de kust beukende oceaangolven.

Ik stop voor de ophaalpaal (is geen goed Afrikaans maar ik kan even niet op het juiste woord komen) en draai mijn rechterraam omlaag. Het mooie van het rijden in een T2 is dat je je niet hoeft te trainen in het opzetten van een vriendelijke glimlach in situaties waarin je denkt dat een glimlach wellicht een positieve invloed heeft op het verloop van de ervaring. Die glimlach zit er permanent en ontlokte ook een glimlach op het gezicht van de man in uniform die op zijn gemakje richting het open rechterraam liep. Het was 15.45 en hij vroeg me om mijn vergunning. Toen ik hem vertelde dat ik die niet had, antwoordde hij dat ik die moest kopen in het dorpje waar ik net vandaan kwam, waarop ik moest denken aan een zin uit een voorstelling van Hans Teeuwen;

“JA DAAR KOM IK GODVERDOMME NET VANDAAN!”

Ik mag dan in een volgens kenteken ‘personenbus voor 12 m/v’ waar in een vorig leven bejaarden in rond getaxied werden, ik zou mezelf niet bestempelen als racistisch. Dus gooide ik het over een andere boeg. De ‘misschien kun  je een uitzondering maken waar we allebei beter van worden’ optie. Hij had het graag gedaan maar zijn uniform zei nee.

Daar ging mijn slapeloze nacht aan de oceaan en ik bedankte vriendelijk om mijn weg te vervolgen op de goed geasfalteerde kronkelige oceaanweg die na een aantal kilometer het binnenland in trok die nog het meest weg had van de boomloze top van de Ventoux. De harde wind hield ook hier, net als toen op de Ventoux afdaling met mijn carbon Merida racer, beide handen aan het stuur. Een VW T2 is een makkelijke prooi voor de Zuid Afrikaanse wind die zich onzichtbaar en meedogenloos laat voelen en met gemak de 1250 zware bus opzij duwt. Gelukkig is het rustig op de weg en ik besluit voor een zekere oplossing te gaan; een stalen bord waar Guesthouse op staat. Ik draai de bus de lange met kleine steentjes geplaveide oprijlaan op, parkeer, stap uit en loop de richting uit die me gewezen wordt door een bordje ‘reception’. De vier sterren doen mij een maximaal bedrag in mijn gedachten nemen. Nog in onderhandeling zijnde met mijn interne accountant komt er een dame op me af lopen die staccato meldt dat het dinsdag is en winter en ze dus gesloten zijn. En dat op een toon dat ik dat toch had kunnen weten. Hier had zelfs mijn interne accountant niet op gerekend. Ik greep mijn kans en verhoogde het bedrag voor een overnachting voor de nog te vinden slaapplaats.

Het was inmiddels 16.32 Over twee uur is het donker. Ik draai de snelweg weer op en geniet van het geluid van de bus. De wind lijkt ons permanent te duwen of is het die 40% meer vermogen van de nieuwe motor? Met een dikke mentale portemonnee neem ik afslag Betty’s Bay en zie een zelfde bord met ‘B&B Stay at Friends’. Ik verhoog mijn verblijfsbudget met 10% en zie bij de ingang van de B&B dat de ontvangst tussen 16.00 – 18.00 is. Precies op tijd om bij vrienden aan te komen. Ik bel aan en wordt luidkeels begroet door 3 teckels en Helene. De kamer is de helft van de inhoud van mijn mentale portemonnee. Noltee en de T2 slapen vandaag in Betty’s Bay.

IMG_1066.JPG

Het dak is wit.

29 aug

hetdakoswit.001

Op een van de mooiste wegen waar ik ooit heb gereden neem ik een break op een parkeerplaats aan de kust met een fantastisch uitzicht. De bewolking vormt een dreigend duo waar mijn babyblauwe T2 prachtig tegen afsteekt. Misschien is kijken naar de bus nog wel leuker dan er in rijden. Maar misschien heeft dat te maken dat ik als VWT2 luisteraar nog steeds niet helemaal blij ben met de geluiden die de bus maakt. Er staat ‘Speed’ op het chromen deel van de uitlaat en ik maak mezelf wijs dat het terugslaan en klappen van de uitlaat een nieuwe eigenschap is van de gereviseerde motor in combinatie met die ‘sport’ uitlaat. “40 % meer vermogen” roept Arno in mijn herinnering.

Ik loop terug naar de bus en besluit weer geen foto te maken maar de omgeving en het moment eens goed in te laten dalen. Vanuit mijn ooghoek links zie ik een jongeman staan die net als ik niet van het uitzicht richting zee staat te genieten maar dezelfde kant opkijkt als ik, richting bus. Ik ontwaak uit mijn halve droom/verliefdheids stand en kijk zijn richting op. En wat ik zie is een zelfde soort blik. Hij komt op me af lopen en vraagt uit welk jaar de bus komt. Uit welk jaar ben jij? Vroeg ik hem. Hij was uit 97. De bus uit 79 lachte ik hem toe. Ik zag hem rekenen en rekende met hem mee. “De bus was al 18 toen jij geboren werd.” Dan ziet hij er nog goed uit zei hij. Hij kwam uit Paarl en was aan de kust voor een paar dagen met zijn familie die verderop duidelijk meer interesse hadden voor de oceaan.

Dat de bus een betere conversatiestarter is dan starter bij hoge temperaturen bleek ook nu maar weer. En elke keer als ik zo’n gesprekje voer met een medebewonderaar voel ik me een jonge David Attenborough die vol enthousiasme over de bijzondere eigenschappen van een zeldzaam uitstervend soort staat te vertellen. Want ook in Zuid Afrika is de Volkswagen T2 inmiddels een zeldzaamheid. In de bijna 4000 kilometer die ik deze keer in Zuid Afrika reed, heb ik er welgeteld 1 gezien.

Na de tweede startpoging vervolg ik mijn route langs de kust. In de spiegel  zie ik dat de jongeman me tot het eind nakijkt. Het geluid van de motor weerkaatst tegen de van stenen gestapelde vangrail die ons scheidt van de oceaan. 5 minuten later kan ik mijn panodrang niet langer inhouden. Panodrang is niet een vreemde vorm van obstipatie of andere vage darmaandoening maar de behoefte om de bus vast te leggen in zijn prachtige omgeving.

IMG_1042IMG_1043IMG_1047 (1)

Het dak is wit.

De rest is blauw.

VWT2 ik houd van jou.

 

 

Van links naar rechts naar Betty’s Bay

28 aug

linksrechts.001

Lezers die het verhaal willen lezen van hoe ik met mijn VW T2 op een parkeerplaats van de mall in Worchester in Zuid Afrika terecht kwam, klikken hier.

Het blijft nog wennen aan de andere kant instappen. Met de andere kant bedoel ik niet de verkeerde kant want de andere kant in Zuid Afrika is de goede kant. Ervan uitgaande dat je zelf  een auto wilt gaan besturen. Rechts is goed in Zuid Afrika, qua instappen. Rijden doen ze hier voornamelijk links. Enfin met een glimlach en toch even rondkijkend of iemand mijn verkeerde beweging richting het linkerportier had gezien, liep ik richting rechterportier. Zo’n verkeerde beweging voelt een beetje alsof je in de verte een goede vriend van je  ziet, je hebt oogcontact, je steekt je hand omhoog om hem te begroeten en dan pas herkennen je hersenen hem als zijnde niet je vriend. Je kunt dan van alles proberen om die opgestoken hand niet in een begroeting te laten eindigen. Een van de meest gebruikte is de ‘ik ga met mijn handen door mijn haar’ maar je zou de op komst zwaaiende hand ook met de andere hand kunnen laten volgen en er een spontaan ‘ik rek me even uit’ moment van kunnen maken of je gaat gewoon vol in de begroeting en wacht af hoe de ander reageert. Ik heb inmiddels gemerkt dat de laatste strategie de leukste gesprekken oplevert. En ik twijfel of ik deze wil inwisselen voor een bril op sterkte.

Nu had niemand mijn verkeerde move richting stuur gezien. Met mijn nieuwe Logitech pointer was mijn goede voorbereiding op mijn college op de Universiteit van Stellenbosch compleet. Ik hoefde er alleen nog heen te rijden. En daarvoor moet je een auto eerst starten. Zelfs een VW T2. En dat ging veel slechter dan toen ik hem 2 uur daarvoor koud startte bij mijn vertrek in Montagu.

Dit is het moment in het verhaal waarin het belangrijk is nogmaals te benadrukken dat ik weinig autokennis heb. En met autokennis bedoel ik technische autokennis. Kennis over hoe een auto werkt. Weggeman zou autokennis definiëren als alles wat je weet over autotechniek keer alles wat je kan met autotechniek keer alles wat je ooit gedaan hebt met autotechniek en alles wat je wilt met autotechtechniek.

Laten we het erop houden dat mijn autotechniek kennis beperkt is. Maar dat ie met warme motor slechter start dan met koude ‘klopt’ niet. Maar wat het is? Geen idee.

Na een tweede poging start de VW T2 en ik ben weer on the road.

Het is maandagmiddag en ik kom een dag voor mijn college aan in Stellenbosch. Onderweg heeft de VW een keer aardig gehoest in de vorm van flinke knallen uit de uitlaat en slecht stationair lopen bij het stoplicht. Ik vind uiteindelijk een parkeerplek in het met studenten druk bevolkte Stellenbosch. Het schijnt dat vandaag het nieuwe semester weer is begonnen. Op mijn gemak zoek ik waar ik morgen mijn college moet geven en spreek een dame aan die een deur uit komt lopen. Allervriendelijkst toont ze mij de collegezaal. Ik ben in Stellenbosch. Ik weet waar ik moet zijn. Tijd voor een witte wijn.

Na een gezellige avond bij vriendin Didi, die ik ken uit onze tijd in Callitzdorp, tref ik de laatste voorbereidingen voor mijn college. Ik gebruik Didi’s dochter Mignon als proefkonijn om te testen of een aantal dingen uit mijn college hier zouden werken. Ik besluit mijn Kabouter te houden en Arjen Lubach’s Nederland introductie voor de heer Trump achterwege te laten.

Het college, waar ook Frans en Liesbeth bij aanwezig waren, werd ingeleid door het hoofd van de afdeling Visuele Kunsten. Zij had een paar dagen ervoor deze foto met de uitnodiging voor mijn college aan collega’s gestuurd;

vuiliszakje

Ik heb dan ook weinig van haar collega’s gezien 🙂

Later legde ze me uit dat ze getriggerd was door de kop van de post;

killings.001

Het leek me het beste om maar geen uitleg te geven waarom er een klein vuilniszakje aan de muur naast het scherm in een lokaal op HKU hing. Wil je het toch weten, klik dan hier.

Na het college kreeg ik een compliment van mijn vader in de volgende uitspraak “goed gedaan jochie” en een gedetailleerdere uitleg van Liesbeth waarom ze het zo goed vond.

Met een goed gevoel vertrok ik weer alleen met de bus om een paar dagen in mijn eentje kilometers te maken met de bus. Ik had inmiddels besloten dat ik op de terugweg langs Arno zou rijden (de man die een gereviseerde motor in mijn VWT2 had geplaatst) om het slecht starten en het knallen, horten en stoten te laten controleren.

Maar daarvoor moest ik eerst langs de kust.

Op weg naar Betty’s Bay.

IMG_1048

 

 

Maar een keer origineel

26 aug

maareenkeerorigineel.001

Lezers van de post van gisteren scrollen door ‘Tot hier.”

In 2004 kocht ik tegen alle gezinsregels in een Volkswagen T2 uit 1979. Verliefdheid wordt wel eens omschreven als een tijdelijke staat van waanzinnigheid. Ik was waanzinnig verliefd. Op een babyblauwe T2 met wit dak van het bejaardentehuis in Oudtshoorn. Deze stond op de bewuste zaterdag te koop onder een afdak bij Toyota Motors. Had ik er door de weeks getankt, had ie rond gereden met oude van dagen. Maar niet in het weekend. Toen stond ie te koop en ik kocht hem. Hem ja. Een twee liter T2 is mannelijk. Een T1 kan doorgaan als vrouwelijk en een T3 is duidelijk onzijdig. Om van de latere T4 maar te zwijgen. Die overweegt een geslachtsverandering.

Mijn vader en zijn vrouw verhuisden in 2001 naar Zuid Afrika en na ons eerste bezoek in 2003 keerden we in 2004 terug om er een half jaar te blijven. In Calitzdorp 48 kilometer van Oudtshoorn dat je misschien kent van de struisvogel(veren). Menig cancan danseres uit Parijs in het begin van de 20steeeuw zwaaide en zwierde er vrolijk mee op los. Ik vraag me af of het enige indruk gemaakt zou hebben op de mannelijke struisvogels uit de Kleine Karoo.

In ieder geval minder dan de bus op mij maakte. In het halfjaar reden we zo’n 14.000 kilometer in de bus, met als hoogtepunt een ontmoeting met een grote mannetjes olifant in Addo Elephant Park vlakbij Port Elizabeth, een kleine 800 kilometer ten oosten van Kaapstad. Het mannetje stond midden op de weg en liep recht op de bus af. Ik stopte de moter en we draaiden onze ramen open. De olifant liep geruisloos op nog geen meter afstand langs de bus, ons vieren met open mond en hart in de keel achterlatend. “You can leave Africa but Africa never leaves you.” Dus kwamen we een paar jaar later terug om de bus naar Nederland te halen. Aan het eind van de vakantie reden we richting de container in Kaapstad maar op 100 kilometer van Kaapstad besloot de bus dat “he didn’t want to leave Africa” en liep in elkaar. Hij belandde vervolgens bij een garage in Calitzdorp waarvan de eigenaar kort daarop overleed. De garage werd verkocht en de bus werd achter een hek in de tuin van de lokale antiquair gezet om vervolgens door een VW specialist naar Oudtshoorn gesleept te worden. Waarbij de laatste woorden van VW specialist Piet waren: “Cor, jij moe nie wurrie nie. Die Combi sal reg kom.” Piet zou de moter reviseren. Het was augustus 2015. Hij zou in januari 2016 klaar zijn. Dat werd maart 2016, september 2016, november 2016. Cor ging toch een beetje wurrien en na een verhelderend gesprek met de zoon van VW specialist Piet, ook een VW specialist, werd duidelijk dat ik alle reden had om te wurrien. Nu weet ik beter. In Nederland hebben we de klok maar in Zuid Afrika hebben ze de tijd. Pet had alle tijd van de wereld maar  zou de bus nooit afmaken volgens zijn zoon die het zelf ook niet zag zitten. Ik voelde me een beetje een slechte kleinzoon die zijn opa beroerd achterliet op een plek waar je zelf nog niet eens dood gevonden wilde worden. Ik kreeg wel een tip; Arno van Wijck uit Villiersdorp, zo’n 400 kilometer van Oudtshoorn. Na het online lezen van enkele goede recensies besloot ik de bus naar Villiersdorp te laten brengen waar Arno hem binnen drie weken reviseerde, inclusief fotoverslag via Whatsapp. Het is inmiddels februari 2017 en ik was ZAR 51.000 armer. Van mijn resterende spaargeld kocht ik 4 tickets naar Zuid Afrika om nog een keer met zijn vieren in bus naar Addo te gaan. En het leek me slim om zelf al eerder te gaan om de bus eerst goed te testen en in te rijden.

Het is 7 juli en ik land in Kaapstad. Zo’n 100 kilometer van Villiersdorp. Op 18 kilometer van Villiersdorp bekruipt mij een zenuwachtig gevoel in mijn buik. Duizenden randen en kilometers dichterbij mijn droom. Met zijn vieren in de bus naar Addo.

Villiersdorp is zo’n typisch Zuid Afrikaans stadje waar je dwars doorheen rijdt. Met een kerk, een Spar en een drankwinkel. Liesbeth, Frans (mijn pa) en ik reden er zaterdagochtend doorheen en ik vroeg bij de benzinepomp waar Andreno (de naam van het bedrijf van Arno van Wijck) zich bevond. Terug, de grote stopkruising naar links en dan zie je het vanzelf. Eenmaal links herkende ik het in de verte van het filmpje dat Arno me gestuurd had. Het filmpje van mijn gereviseerde bus. Het bewijs dat hij weer reed.

Het filmpje werd mijn antwoord op de vraag “Cor wat ga je van de zomer doen?” Reacties varieerden van “Cool!” (inderdaad 2 liter luchtgekoeld), “Gaaf!” (zeker weten. op wat oppervlakkige roestplekjes ziet hij er voor een 38 jarige heel gaaf uit), “Leuk!” (ja lachen he. Toen Noah en ik Worchester op Churchstreet reden werden we redelijk asociaal ingehaald door een oude, verlaagde, vierdeurs Toyota waarvan het geluid, inclusief Eminem, ruimschoots het motorgeluid van mijn VW T2 overschreed. De Toyota was voorzien van een zwart/grijze special paint van doodskoppen en naakte vrouwen en dit depressieve stukje huisvlijt liep door op de gespierde rechterarm waarvan de vingers nauwelijks zichtbaar waren door een terugkerend thema van doodskoppen en kruizen. Ik kwam met de bus rechts van hem tot stilstand waarop de gevaarlijk uitziende met zelfs in zijn  nek doorlopende tatoos en donkere zonnebril zijn hoofd eerst naar rechts en toen omhoog richtte. Daarvoor moest hij best een redelijk inspanning verrichten door het hoogteverschil tussen zijn verlaagde, asfaltzuigende Toyota en de in hogere sferen bevindende hemelsblauwe VW bus. Zijn blik eindigde bij mijn opgestoken duimpje die naadloos overliep in mijn glimlach van oor tot oor. Zelden heb ik zo’n gezichtstransformatie gezien. Van gangsterrapper waar zelfs Toni Soprano moeite mee gehad zou hebben naar Petje Pietamientje uit de Calvé commercial. Stom he. Hij vond de bus gewoon leuk)

Enfin. Ik was aanbeland bij Andreno. Het was zaterdag en ik wist dat Arno dan niet werkt. Toch hoopte ik een glimp op te vangen van de bus. Helaas. Geen bus. Wel een echt Volkswagen kantoor.

IMG_0818

Ook achter het hek kon ik tussen de vele kevers en combi’s mijn bus niet ontdekken. We reden met de niet verlaagde en smetteloos witte (met teveel chroom volgens Liesbeth) nieuwe Nissan Almera naar Montagu. Zo’n 110 kilometer verderop. Zonder de bus verliet ik Villiersdorp wat voelde als het voor je verjaardag samen met je suikertante kopen van een kado dat je nooit van je ouders zou krijgen maar dat je suikertante nog mee naar huis neemt omdat je pas over een paar dagen ECHT jarig bent. Ik probeerde elke keer mijn hoge verwachtingen aangejaagd door sweet memmories en een melancholisch familiegevoel te temperen wat hopeloos mislukte. Ondanks dat ik nu zelf in het land was waar de bus stond had ik hem nog steeds niet gezien. Hij nam inmiddels mythische afmetingen aan in mijn nog half in ‘heel druk in Nederland-stand’ hoofd. Nog drie nachtjes slapen.

Het is dinsdagmiddag. In de verte zie ik de bus al staan. Dat klinkt als “zie ginds komt de stoomboot ik zie hem al staan” of misschien voelde het zo. Daar stond mijn kado. Een 1250 kilo wegend vakantiegevoel rijkelijk uitgerust met melancholische en memorable emoties. Het raampje stond open en zelfs de sleutel zat erin. Dat kan blijkbaar in Villiersdorp. De bos bloemen op de motorkap ontbrak. Waarschijnlijk omdat de bus geen motorkap heeft. Eenmaal binnen belandde ik in een combinatie van een VW museum, werkplaats en opslag. Arno vertelde de verhalen bij de unieke modellen die hij had staan. Variërend  van de allereerste door Pon ontworpen bus tot een in zuurstok geel  gespoten beach buggy. En onderdelen. Veel onderdelen. Ik kon de het aantal gereviseerde moterblokken niet op twee handen en twee voeten tellen. 40 % meer vermogen en geschikt voor ongelood, vertelde Arno. Hij had het over mijn gereviseerde luchtgekoelde 2 liter moter. “Cool” dacht ik. Dat ging hopelijk voorkomen dat we straks kruipend als een kever de bergen moesten beklimmen. We liepen naar de bus en onderweg meldde Arno nog de uitzonderlijk goede staat van de bus. Het klimaat van de Kleine Karoo is zacht geweest voor de T2. Alleen een in een zuurstof tent bevindende variant in Nederland zou er zou uitzien. “Should he stay or should he go?” Naar Nederland dacht ik dan. Eerst maar eens rijden. Arno starte de bus door er maar naar te kijken en vertelde dat ik eerst moest tanken. (hij was waarschijnlijk vergeten dat hij ZAR 500 op de rekening had gezet voor benzine. Ik in ieder geval wel). Ik ging achter het stuur zitten en vroeg aan mijn pa alle lichten te controleren. Helaas deden de knipperlichten het niet waarop Arno even wat magie toepaste onder het dashboard en hij het weer deed. Mijn bezoek aan zijn museum, werkplaats, magazijn aangevuld met deze magische interventie deden hem nog verder stijgen op de lijst van VW specialisten die weet wat ie doet. Nee laat ik het anders zeggen. Die niet eens meer na HOEFT te denken maar automatisch uit zijn jarenlange repertoire VW mankementen putte. Mijn pa en ik reden vervolgens naar de pomp voor een volle tank loodvrije benzine. Dat was voor het eerst in het leven van de bus. Gulzig  nam de bus de fossiele brandstof tot zich daarbij ondersteund door een fanatieke, goed geïnstrueerde pompbediende die de bus zo vol gooide dat de vulmond bol stond van de benzine. Mijn pa en ik haalde ‘padkos’ bij de Spar aangevuld met een cappuccino to go uit een automaat waar Lavazza op stond.

Met je pa in een bus in Villiersdorp. We keken elkaar aan en staken onze wijsvingers op. Noltwee in een T2.

Alles sal reg kom.

 

“Tot hier.”

Een Volkswagen T2 uit 1979 is niet de ideale plek om diepgaande gesprekken te voeren. Niet omdat je zo hoog zit maar omdat het geluidsniveau dusdanig hoog is, wat nog eens wordt versterkt door het ontbreken van ‘vloer’bedekking. Rijden in een  T2 in Zuid Afrika is met name een kijk en luisterervaring. Eigenlijk gewoon hard werken. rationeel kan ik niet verklaren waarom ik het rijden in zo’n oude auto op de vele stofwegen nu zo leuk vind. De schoonheid van de ervaring zit hem misschien wel helemaal aan de buitenkant. De klassieke opmerking van mijn moeder “schoonheid komt van binnenuit” gaat zeker niet op voor de T2. Vanaf de voorstoel naar achteren kijkend heeft ie zelfs iets weg van een sarcofaag. Maar laat ik niet op de feiten vooruit lopen.

De conversatie bleef dus beperkt. De kwaliteit van de koffie, de padkos en het vergrote vermogen van de T2 bleven echter niet onbesproken. Elke heuvel waar de vorige moter toch zeker moeite mee gehad zou hebben werden nu genomen als Lance Armstrong in zijn betere doop dagen. De T2 had een harttransplantatie gehad en had er duidelijk weer zin in. Het viel zelfs mijn vader op. En als er iemand is die dit rationeel kan beoordelen dan is hij het wel. Wat ik teveel heb aan liefde voor alles wat wielen heeft, heeft hij te weinig. Gewoon niet. Daarentegen heeft hij weer een levenslange passie voor alles wat probeert te overleven in gebieden met weinig water, voeding en veel zon; vetplanten en cactussen. Ook deze rit werd onderbroken door een korte zoektocht in de heuvels van de Kleine Karoo. Binnen een paar minuten verdween mijn pa om even later op zijn knieën te gaan voor een plantje die ik op 20 centimeter niet eens zou herkennen als plant en mijn pa eenvoudig de Latijnse naam oplepelt. Als ik dan toch een overeenkomst moet bedenken voor onze interesses is het dat we allebei van overlevers houden.

Eenmaal goed aangekomen in Montagu begon ik met een grondige inspectie van de T2 en stelde een revalidatie programma op. Daarbij zou ik de hulp nodig hebben van een aantal specialisten. Mijn technische kennis beperkt zich tot het weten waar de tankdop zit en dat handig is omdat je Zuid Afrika niet zelf tankt. Olie peilen kan ik ook. Dat schijnt belangrijk te zijn met een oude T2. Voorwaarde voor de 10.000 kilometer garantie was dat de olie en oliefilter na te zijn ingereden vervangen zouden worden. In de lokale automaterialenzaak kocht ik een oliefilter en vroeg waar ik mijn richtingaanwijzers zou kunnen laten maken. De magie van Arno was toch van korte duur geweest en de knipperlichten bleven nu permanent branden als ik ze richting gaf. En dat is heel onhandig in een land waar ze stopkruispunten hebben zonder stoplichten. Een goedkope en efficiënte manier om verkeer op kruispunten te regelen. Er is een regel; degene die het eerste stil staat mag rijden. Werkt perfect. Maar dan is het wel handig dat men weet waar je naar toe gaat. Ik kan me nog een aantal situaties voorstellen dat het handig is dat ze het wel doen. Jij ook hoor ik je denken. Enfin. Via een lokaal netwerk van specialisten werden richtingaanwijzers, banden en remmen gemaakt en olie en oliefilter vervangen. De revalidatie kon nu echt beginnen en ik kon aan de slag met de cosmetica. Ooit vertelde een autovriend van me “een auto kan maar 1 keer origineel zijn” dus koester ik elk deukje en roestplekje. Geen botox of facelift voor de T2. Zoals ik mijn grijze haren heb verdiend voegen deukjes en oneffenheden juist karakter toe aan de T2.

Na een week van T2 amateur gynaecoloog en make up artist gespeeld te hebben en het aanbrengen van een stukje tapijt in het gat van het koppelingspedaal tegen het schrapende ijzer op ijzer geluid bij elke koppeling, was ik klaar voor de eerste echte testrit van Montagu naar Stellenbosch waar ik 18 juli een college gaf. Onderweg stopte ik in Worchester om in een grote mall een nieuwe pointer te kopen die helaas bij een workshop bij het Rode Kruis overleden was. Gelukkig hadden ze exact dezelfde Logitech waar ik zeer tevreden mee was en het prima deed zolang je hem niet laat vallen. Met mijn Keynote op mijn Powerbook Pro, mijn Logitech pointer en Apple VGA verlengstukje was ik er helemaal klaar voor. De bus ook. Daar stond ie. Gereviseerd en gerevalideerd te genieten in de Zuid Afrikaanse winterzon. Over een uurtje zijn we in Stellenbosch.

Wordt vervolgd

Alles sal reg kom

25 aug

allessalregkom.001

Lezers van de post van gisteren scrollen door ‘Tot hier.”

In 2004 kocht ik tegen alle gezinsregels in een Volkswagen T2 uit 1979. Verliefdheid wordt wel eens omschreven als een tijdelijke staat van waanzinnigheid. Ik was waanzinnig verliefd. Op een babyblauwe T2 met wit dak van het bejaardentehuis in Oudtshoorn. Deze stond op de bewuste zaterdag te koop onder een afdak bij Toyota Motors. Had ik er door de weeks getankt, had ie rond gereden met oude van dagen. Maar niet in het weekend. Toen stond ie te koop en ik kocht hem. Hem ja. Een twee liter T2 is mannelijk. Een T1 kan doorgaan als vrouwelijk en een T3 is duidelijk onzijdig. Om van de latere T4 maar te zwijgen. Die overweegt een geslachtsverandering.

Mijn vader en zijn vrouw verhuisden in 2001 naar Zuid Afrika en na ons eerste bezoek in 2003 keerden we in 2004 terug om er een half jaar te blijven. In Calitzdorp 48 kilometer van Oudtshoorn dat je misschien kent van de struisvogel(veren). Menig cancan danseres uit Parijs in het begin van de 20steeeuw zwaaide en zwierde er vrolijk mee op los. Ik vraag me af of het enige indruk gemaakt zou hebben op de mannelijke struisvogels uit de Kleine Karoo.

In ieder geval minder dan de bus op mij maakte. In het halfjaar reden we zo’n 14.000 kilometer in de bus, met als hoogtepunt een ontmoeting met een grote mannetjes olifant in Addo Elephant Park vlakbij Port Elizabeth, een kleine 800 kilometer ten oosten van Kaapstad. Het mannetje stond midden op de weg en liep recht op de bus af. Ik stopte de moter en we draaiden onze ramen open. De olifant liep geruisloos op nog geen meter afstand langs de bus, ons vieren met open mond en hart in de keel achterlatend. “You can leave Africa but Africa never leaves you.” Dus kwamen we een paar jaar later terug om de bus naar Nederland te halen. Aan het eind van de vakantie reden we richting de container in Kaapstad maar op 100 kilometer van Kaapstad besloot de bus dat “he didn’t want to leave Africa” en liep in elkaar. Hij belandde vervolgens bij een garage in Calitzdorp waarvan de eigenaar kort daarop overleed. De garage werd verkocht en de bus werd achter een hek in de tuin van de lokale antiquair gezet om vervolgens door een VW specialist naar Oudtshoorn gesleept te worden. Waarbij de laatste woorden van VW specialist Piet waren: “Cor, jij moe nie wurrie nie. Die Combi sal reg kom.” Piet zou de moter reviseren. Het was augustus 2015. Hij zou in januari 2016 klaar zijn. Dat werd maart 2016, september 2016, november 2016. Cor ging toch een beetje wurrien en na een verhelderend gesprek met de zoon van VW specialist Piet, ook een VW specialist, werd duidelijk dat ik alle reden had om te wurrien. Nu weet ik beter. In Nederland hebben we de klok maar in Zuid Afrika hebben ze de tijd. Pet had alle tijd van de wereld maar  zou de bus nooit afmaken volgens zijn zoon die het zelf ook niet zag zitten. Ik voelde me een beetje een slechte kleinzoon die zijn opa beroerd achterliet op een plek waar je zelf nog niet eens dood gevonden wilde worden. Ik kreeg wel een tip; Arno van Wijck uit Villiersdorp, zo’n 400 kilometer van Oudtshoorn. Na het online lezen van enkele goede recensies besloot ik de bus naar Villiersdorp te laten brengen waar Arno hem binnen drie weken reviseerde, inclusief fotoverslag via Whatsapp. Het is inmiddels februari 2017 en ik was ZAR 51.000 armer. Van mijn resterende spaargeld kocht ik 4 tickets naar Zuid Afrika om nog een keer met zijn vieren in bus naar Addo te gaan. En het leek me slim om zelf al eerder te gaan om de bus eerst goed te testen en in te rijden.

Het is 7 juli en ik land in Kaapstad. Zo’n 100 kilometer van Villiersdorp. Op 18 kilometer van Villiersdorp bekruipt mij een zenuwachtig gevoel in mijn buik. Duizenden randen en kilometers dichterbij mijn droom. Met zijn vieren in de bus naar Addo.

 

“Tot hier.”

Villiersdorp is zo’n typisch Zuid Afrikaans stadje waar je dwars doorheen rijdt. Met een kerk, een Spar en een drankwinkel. Liesbeth, Frans (mijn pa) en ik reden er zaterdagochtend doorheen en ik vroeg bij de benzinepomp waar Andreno (de naam van het bedrijf van Arno van Wijck) zich bevond. Terug, de grote stopkruising naar links en dan zie je het vanzelf. Eenmaal links herkende ik het in de verte van het filmpje dat Arno me gestuurd had. Het filmpje van mijn gereviseerde bus. Het bewijs dat hij weer reed.

Het filmpje werd mijn antwoord op de vraag “Cor wat ga je van de zomer doen?” Reacties varieerden van “Cool!” (inderdaad 2 liter luchtgekoeld), “Gaaf!” (zeker weten. op wat oppervlakkige roestplekjes ziet hij er voor een 38 jarige heel gaaf uit), “Leuk!” (ja lachen he. Toen Noah en ik Worchester op Churchstreet reden werden we redelijk asociaal ingehaald door een oude, verlaagde, vierdeurs Toyota waarvan het geluid, inclusief Eminem, ruimschoots het motorgeluid van mijn VW T2 overschreed. De Toyota was voorzien van een zwart/grijze special paint van doodskoppen en naakte vrouwen en dit depressieve stukje huisvlijt liep door op de gespierde rechterarm waarvan de vingers nauwelijks zichtbaar waren door een terugkerend thema van doodskoppen en kruizen. Ik kwam met de bus rechts van hem tot stilstand waarop de gevaarlijk uitziende met zelfs in zijn  nek doorlopende tatoos en donkere zonnebril zijn hoofd eerst naar rechts en toen omhoog richtte. Daarvoor moest hij best een redelijk inspanning verrichten door het hoogteverschil tussen zijn verlaagde, asfaltzuigende Toyota en de in hogere sferen bevindende hemelsblauwe VW bus. Zijn blik eindigde bij mijn opgestoken duimpje die naadloos overliep in mijn glimlach van oor tot oor. Zelden heb ik zo’n gezichtstransformatie gezien. Van gangsterrapper waar zelfs Toni Soprano moeite mee gehad zou hebben naar Petje Pietamientje uit de Calvé commercial. Stom he. Hij vond de bus gewoon leuk)

Enfin. Ik was aanbeland bij Andreno. Het was zaterdag en ik wist dat Arno dan niet werkt. Toch hoopte ik een glimp op te vangen van de bus. Helaas. Geen bus. Wel een echt Volkswagen kantoor.

IMG_0818

Ook achter het hek kon ik tussen de vele kevers en combi’s mijn bus niet ontdekken. We reden met de niet verlaagde en smetteloos witte (met teveel chroom volgens Liesbeth) nieuwe Nissan Almera naar Montagu. Zo’n 110 kilometer verderop. Zonder de bus verliet ik Villiersdorp wat voelde als het voor je verjaardag samen met je suikertante kopen van een kado dat je nooit van je ouders zou krijgen maar dat je suikertante nog mee naar huis neemt omdat je pas over een paar dagen ECHT jarig bent. Ik probeerde elke keer mijn hoge verwachtingen aangejaagd door sweet memmories en een melancholisch familiegevoel te temperen wat hopeloos mislukte. Ondanks dat ik nu zelf in het land was waar de bus stond had ik hem nog steeds niet gezien. Hij nam inmiddels mythische afmetingen aan in mijn nog half in ‘heel druk in Nederland-stand’ hoofd. Nog drie nachtjes slapen.

Het is dinsdagmiddag. In de verte zie ik de bus al staan. Dat klinkt als “zie ginds komt de stoomboot ik zie hem al staan” of misschien voelde het zo. Daar stond mijn kado. Een 1250 kilo wegend vakantiegevoel rijkelijk uitgerust met melancholische en memorable emoties. Het raampje stond open en zelfs de sleutel zat erin. Dat kan blijkbaar in Villiersdorp. De bos bloemen op de motorkap ontbrak. Waarschijnlijk omdat de bus geen motorkap heeft. Eenmaal binnen belandde ik in een combinatie van een VW museum, werkplaats en opslag. Arno vertelde de verhalen bij de unieke modellen die hij had staan. Variërend  van de allereerste door Pon ontworpen bus tot een in zuurstok geel  gespoten beach buggy. En onderdelen. Veel onderdelen. Ik kon de het aantal gereviseerde moterblokken niet op twee handen en twee voeten tellen. 40 % meer vermogen en geschikt voor ongelood, vertelde Arno. Hij had het over mijn gereviseerde luchtgekoelde 2 liter moter. “Cool” dacht ik. Dat ging hopelijk voorkomen dat we straks kruipend als een kever de bergen moesten beklimmen. We liepen naar de bus en onderweg meldde Arno nog de uitzonderlijk goede staat van de bus. Het klimaat van de Kleine Karoo is zacht geweest voor de T2. Alleen een in een zuurstof tent bevindende variant in Nederland zou er zou uitzien. “Should he stay or should he go?” Naar Nederland dacht ik dan. Eerst maar eens rijden. Arno starte de bus door er maar naar te kijken en vertelde dat ik eerst moest tanken. (hij was waarschijnlijk vergeten dat hij ZAR 500 op de rekening had gezet voor benzine. Ik in ieder geval wel). Ik ging achter het stuur zitten en vroeg aan mijn pa alle lichten te controleren. Helaas deden de knipperlichten het niet waarop Arno even wat magie toepaste onder het dashboard en hij het weer deed. Mijn bezoek aan zijn museum, werkplaats, magazijn aangevuld met deze magische interventie deden hem nog verder stijgen op de lijst van VW specialisten die weet wat ie doet. Nee laat ik het anders zeggen. Die niet eens meer na HOEFT te denken maar automatisch uit zijn jarenlange repertoire VW mankementen putte. Mijn pa en ik reden vervolgens naar de pomp voor een volle tank loodvrije benzine. Dat was voor het eerst in het leven van de bus. Gulzig  nam de bus de fossiele brandstof tot zich daarbij ondersteund door een fanatieke, goed geïnstrueerde pompbediende die de bus zo vol gooide dat de vulmond bol stond van de benzine. Mijn pa en ik haalde ‘padkos’ bij de Spar aangevuld met een cappuccino to go uit een automaat waar Lavazza op stond.

Met je pa in een bus in Villiersdorp. We keken elkaar aan en staken onze wijsvingers op. Noltwee in een T2.

Alles sal reg kom.