Ze kunnen de pot op.

10 apr

Dag Cor. 

Dag Piet. We hadden het van de week over Holland vanuit de lucht en mijn associatie met jouw, met name latere, werk. Kom ik vanochtend een gedicht tegen van Bert Schierbeek;

vlieg ik

over holland

zie ik

Mondriaan

liggen tussen

sloten, kanalen

en heggen ligt hij

rustig

in zijn eigen schilderij

Prachtig! Wie was dat Bert Schiebeek?

Schierbeek (Glanerbrug28 juni 1918 – Amsterdam9 juni 1996) was een Nederlandse schrijver die aan de wieg stond van de Vijftigers, een belangrijke literaire beweging. Hij schreef eens: ‘De eindeloze velden, doorkliefd met ongehoord rechte sloten en kanalen maakten mij al op zeer jonge leeftijd rijp voor Mondriaan‘. En afgezien van de het feit dat jij blijkbaar een inspiratiebron voor hem was, was zijn positie in het Nederlandse schrijverslandschap misschien wel vergelijkbaar met dat van jou.

Hoe dat zo?

Omdat Schierbeek zich verzette zich tegen traditioneel taalgebruik en literaire patronen. In 1951 publiceerde hij Het boek Ik, dat wordt beschouwd als het eerste Nederlandse experimentele prozaboek. De breuk met de traditie was compleet. De roman lijkt opgebouwd te zijn zonder verhaallijn en uit niet meer dan associaties van woorden en gedachten te bestaan.

In dat verzet zie ik inderdaad een verbinding. Mijn werk was ook een breuk met de traditie. In ieder geval mijn eigen traditie. In die context is mijn werk uit 1917 interessant. Ik snap dat je het als verzet ziet maar het was bovenal een streven naar destructie van de lichamelijkheid. Dit werk:

compositiemetkleurvlakjes_pietmondriaan_1917

is een er een uit een serie van 5. ‘Composities met kleurvlakjes’ waarop de kleurige vierkantjes praktisch los in een wit fond staan of zweven. Maar dat zweven en het ruimtelijke effect dat hierdoor ontstaat bevalt me eigenlijk niet en misschien moet ik de kleurvlakken aan elkaar vastmaken.

Wat vinden je klanten eigenlijk van je destructieve richting?

Een van mijn belangrijkste klanten, H.P.Bremmer, waarvan ik sinds april 1916 een maandelijkse subsidie krijg van vijftig gulden heeft ze alle vijf overgenomen en stemde hem nog redelijk positief. Ik voorzie de Nederlandse ‘kunstpaus’ vier schilderijen van ongeveer zestig bij zestig centimeter maar ik heb het gevoel dat Bremmer, en de Nederlandse kritiek, mijn huidige werk als een eindfase in de kunst zien.

Piet, ik weet gelukkig wel beter. Het luidde juist het begin van een nieuw tijdperk in. Onbewust moet je gedacht hebben “jullie kunnen de pot op”. Je hebt de wereld op zijn kop gezet met je werk. Weet je waar ik nu aan moet denken? 

Laat me raden. R. Mutt?

Hahaha. Inderdaad. Fountain. Het industrieel vervaardigde urinoir – liggend gepresenteerd, betiteld en gesigneerd met “R.Mutt” 1917.

Duchamp zond het in 1917 anoniem voor een expositie te New York, waarvan hij zelf mede-organisator was. Men nam de inzending echter niet serieus en dacht dat het ging om een belediging van de organisatie van de expositie. Het werd daarom geweigerd.

Inderdaad en wist je dat het kunstwerk bijna honderd jaar later, in 2004, door een panel van vijfhonderd kunstkenners verkozen werd tot invloedrijkste kunstwerk van de 20e eeuw.

Terecht. Duchamp was de eerste die een alledaags voorwerp presenteerde als een kunstwerk (een readymade). Dit was een mijlpaal voor de hedendaagse beeldende kunst en Duchamp riep hiermee kunst-filosofische vragen op over de aard en functie van kunst.

Weet je trouwens wie een interessante kijk heeft op de functie van kunst?

Nee. Vertel.

Lees zelf maar Piet. Hier.

 

 

 

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: