Werken laten werken

15 dec

werkenwerken_965.001

Naar aanleiding van mijn post van gisteren waarin ik de term “Preventie van Blindheid” gebruikte, ben ik vandaag in alle vroegte, ik was 04.00 klaar wakker, op zoek gegaan naar de bron. De term komt uit een artikel uit 1983 van Nelson Goodman. Het is een interessante visie op de missie van  musea en sluit goed aan bij waar ik denk dat er kansen zijn om abstracte kunstwerken te laten ‘werken’. Ik heb getracht er een leesbare vertaling van te maken. Het resultaat van 3 uur en 59 minuten lees je hieronder. Het origineel lees je hier.

De eerste indruk die men krijgt van een aantal musea is dat ze net als gevangenissen, ziekenhuizen of bibliotheken werkt.
Deze vergelijkingen zijn niet helemaal gek. Een museum heeft een uitgebreid intelligentie netwerk om de gevangenen vast te houden, te beschermen en een beveiligingssysteem om hun ontsnapping te voorkomen. Of kunnen we een museum beter met een ziekenhuis vergelijken? Waarbij het niet gaat over de hoeveelheid mensen die er verblijven maar om wat er met ze gebeurt als ze in het ziekenhuis verblijven.
Of toch beter met een bibliotheek? Een paar jaar geleden bezocht een oude vriend van mij, professor Hans Trubiemacher,  Mars op verzoek van de Martianen zelf, om hun bibliotheken te evalueren. Ik citeer hier uit een van zijn brieven aan mij:

“Tot twintig jaar geleden hadden de bewoners van de planeet Mars geen bibliotheken. Dus stuurden ze een commissie naar Aarde om hier onze bibliotheken te bekijken om ze vervolgens zelf op Mars op te zetten. Maar er lijkt iets mis gegaan te zijn.
In een typische Mars bibliotheek zijn geen tafels, bureaus of leesruimtes en zelden stoelen. Alleen bewakers. Er zijn geen open boekenplanken en er circuleren geen boeken. In elke leeszaal staan sommige van de belangrijkste boeken tegen de muur op aparte voetstukken. Veilig achter een met sensoren voorziene afscheiding. De pagina’s kunnen met een afstandsbediening worden omgeslagen. Een voor een komen er groepen scholieren in stilte en netjes gegroepeerd voor het boek op het voetstuk staan en geeft een docent een monotone lezing over het desbetreffende boek. In de nieuwere bibliotheken hadden verschillende lezers iPads waar ze swipend door de willekeurige scans van originele boeken scrollde. Elke swipe veroorzaakte een muffe boekengeur die de ruimte vulde. Wat ik echter niet begreep was waarom er in de winkel bij de ingang kleine en onleesbare gipsen reproducties van de meest populaire boeken werden verkocht. Duidelijk is dat de antennes van de Martianen, vanuit ons oogpunt, ergens storing hebben veroorzaakt. Je kunt een bibliotheek niet runnen zoals zij een bibliotheek runnen;  je kunt een bibliotheek niet runnen zoals wij een museum runnen. Rijst de vraag of je een museum kunt runnen zoals zij hun bibliotheek runnen, oftewel zoals wij onze musea runnen.

Bent u er nog?

Een museum is geen gevangenis, ziekenhuis of bibliotheek. Maar wat kan er dan gezegd worden over musea? Deze culturele nieuwsgierigheid, deze institutionele gedrochten? Een deel van wat er gezegd kan worden is te vinden in de jaarverslagen en de toespraken van de leden van kunstraden en stichtingen en de leden van de wetgevende en bestuurlijke organen van overheden. En van het meeste van wat er gezegd wordt, schreeuw ik:

Verlos ons van onze Bewakers!

Wat vaak wordt gezegd is dat musea voor een ontspannen invulling van onze vrije tijd zorgen. Tijd die de vooruitgang van de technologie ons heeft gegeven. Dat musea een humaniserende invloed hebben tegen de over-intellectuele, materialistische strekking van onze tijd. Dat musea jeugdcriminaliteit verminderen door te wijzen op de geestelijke, morele verheffing van de burgers en de gemeenschap. En dat musea door het aantrekken van toeristen banen scheppen, de groeiende kunstmarkt stimuleren en een bijdrage leveren aan de welvaart.

De zaak  gezet in deze voorwaarden is zo vertrouwd dat we vaak vergeten hoe hol het is geworden. Al deze argumenten staan, natuurlijk, buiten de kwestie en sommige zijn gewoon niet waar. Wat hebben tentoonstellingen van Goya’s Disasters of War of Picasso’s Guernica te maken een ontspannen invulling van onze vrije tijd? Beweren dat de musea  onze menselijkheid bevorderen in het licht van de huidige intellectuele en wetenschappelijke ijver suggereert dat wat musea doen niet intellectueel is, en dat wetenschappelijke activiteit niet menselijk is. En voor wat betreft de morele verheffing, er is bewijs dat musea uitstekende uitdagingen voor vandalisme bieden en hebzucht bevorderen. Het enige morele effect van een museum op mij is de verleiding om iets te stelen. En als het musea te doen is om toeristen aan te trekken en te cash flow te stimuleren, wordt dat beter door casino’s gedaan.

Uiteraard worden dergelijke argumenten ontworpen voor diegenen die moeten worden overtuigd: stichtingen, politici, kamers van koophandel, sponsors, en het publiek. Maar laten we ons niet laten misleiden door de mooi schijnende uitdagingen die het tegendeel helpen te rechtvaardigen. Toneelstukken van Shakespeare, de muziek van Bach en Einstein’s stellingen kunnen wel degelijk  plezier geven, onze vrije tijd invullen, ons moraal  verheffen en bijdragen aan de economie; maar voor alle duidelijkheid, dat is niet het punt. Het plezier is schaars. Het punt van het hebben van vrije tijd, van een behoorlijk moreel klimaat, van welvaart ligt in wat deze kan helpen mogelijk te maken. De spelen, de muziek, de mathematische fysica en de kunst stellen niet  de vraag: “Waarom?”; ze geven antwoorden.

Ik ben grondig overtuigd van het grote belang van de missie van het museum. Wat is die missie? We komen er het dichtst bij, denk ik, in de vergelijking met bibliotheken. De missie van bibliotheken en musea is het verzamelen en bewaren van werken en  ze toegangkelijk  maken voor openbaar gebruik. Bibliotheek en museum personeel hebben een enorm potentieel om ons en onze omgeving te transformeren. Zowel bibliotheken als musea zijn fundamenteel educatieve instellingen in plaats van recreatieve instellingen.
Echter  musea worden geconfronteerd met problemen die bibliotheken niet hebben. Ten eerste, de meeste gebruikers van een bibliotheek weten hoe je een boek leest, veel bezoekers aan een museum weten echter niet hoe je de werken daar moet bekijken. En ten tweede, de werken in een museum moeten worden bekeken onder zware en afstompende beperkingen.

Als het museum, ondanks zijn handicaps, geen manieren vindt om het publiek te laten en leren zien, zijn de andere functies van het museum zinloos en zijn de werken als slapende boeken in een onleesbare taal. Het museum moet functioneren als een instelling voor de preventie en genezing van blindheid om de werken te laten werken.
En het laten werken van de werken is de belangrijkste missie van het museum.

 

 

 

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: