Over Schoonheid, Status, Schuld, Stress en $lim.

24 dec

In het boek ‘Wat is een kunstenaar?’ van Susan Thornton lees en leer ik veel over de wereld van hedendaagse kunst. Het Waarom, Hoe en Wat van 33  kunstenaars. Met een potlood heb ik naast de tekst Simon Sinek’s woorden Why, How of What geschreven bij respectievelijk de drijfveren, het proces en beschrijvingen van de werken zelf. Ik was op zoek naar kunstenaars met een congruente Golden Circle en tot nu toe heb ik twee Golden Circles gevonden, die van de Chinese kunstenaar Ai Weiwei en fotografe Cindy Sherman. Als ik een rijke kunstverzamelaar was zou ik hun werk kopen. Waarom? Omdat ik ze geloof. Om met Sinek’s woorden te spreken;

‘You don’t buy what they do but why they do it.’

En omdat ik het werk mooi vind. Het zijn beloftes van geluk. Om met de woorden van de Franse filosoof Stendahl te spreken.

De Golden Circle’s van beide kunstenaars sluiten aan bij die van mij….of moet ik zeggen bij de Golden Circle die ik zou willen hebben wat een andere reden kan zijn voor een verzamelaar om kunst te kopen. Een stuk identiteit kopen, het werk zegt namelijk iets over mij en ik iets over het werk. De aanschaf van een kunstwerk is het lidmaatschap van een kunstclub. (0n)gewild word je met de aanschaf onderdeel van een tribe. Als ik het zo bekijk weet ik zeker dat ik liever onderdeel ben van  Ai Weiwei’s tribe dan bijvoorbeeld Jeff Koons’ tribe waar Donald Trump zo maar lid van zou kunnen zijn.

Bij hedendaagse kunst komt de schoonheid niet alleen voort uit het kunstwerk zelf maar ook uit het idee, het proces of de drijfveren van de kunstenaar. Met dit in gedachte keek ik eens naar mijn eigen drijfveren voor de aanschaf van drie kunstwerken.

Het eerste verhaal gaat over een schilderij van mijn opa. Hij was een Dordtse impressionist. Sommige noemden hem ook wel de Dordtse Breitner, voor wie dat iets zegt. Hier een actiefoto:

cornolteedentoom

En het schilderij gaat om een zelfportret. Het hing op de verkooptentoonstelling die kunsthistoricus  Bert Jintes had georganiseerd ter gelegenheid van de expositie in het Papendrechts museum en het tegelijkertijd uitkomen van zijn boek over Cor Noltee. Na de overhandiging van het eerste exemplaar aan mijn oma werd de familie uitgenodigd om naar Berts galerie te komen. Verbaasd over de toentertijd zeer hoge prijzen liep ik tot achterin de galerie waar ik kijkend naar het laatste schilderij als verstijfd bleef stilstaan. Met het kippenvel van mijn nek tot aan mijn  enkels. De laatste keer dat ik zo geraakt werd door een artiest was tijdens het concert van Jeff Buckley op Lowlands. Toen ik dit verhaal voor het eerst schreef vond ik dat wel een mooie titel voor deze post; Last Goodbye, het prachtige nummer van Buckley’s enige officiële CD ‘Grace’.

Na het zien van het schilderij, een zelfportret van mijn opa waar hij ongeveer net zo oud was als ik toen, besloot ik het te kopen. Helaas zat er al een stickertje naast het schilderij geplakt wat aangaf dat het al gereserveerd was. Ik liep naar Bert en vertelde mijn verhaal en dat ik het wilde kopen. Hoe ik aan die 5.000 gulden moest komen bedacht ik later wel. Hij glimlachte en zei: ‘Ik bel wel even.’Vijf minuten laten kwam hij terug en zei dat potentiële koper het een prachtig verhaal vond en het mij gunde om er vervolgens aan toe te voegen of het schilderij nog tot eind januari mocht blijven hangen. Dat vond ik geen probleem. Kon ik  nog even sparen….lees een list verzinnen om aan die 5.000 gulden te komen. Ik kocht het uiteindelijk ‘op de zaak.’

Eind januari op een donderdag belde Bert dat ik het schilderij zaterdag kon komen ophalen. Als ik eind van de middag kwam, konden we nog een wijntje drinken. Zaterdag om 16.30 stapte ik met mijn 7 jarige dochter De Rode Deur binnen. Op de Voorstraat in Dordrecht. Schuin tegenover het huis waar mijn opa en oma jarenlang hadden gewoond. Na het wijntje vroeg Bert hoe ik ‘Opa’ ging meenemen. ‘Gewoon samen dragen, he Noëlle.’ Mijn dochter knikte bevestigend waarop Bert voorstelde om er dan toch wel een deken overheen te doen. Die zou hij later die week dan wel bij mijn moeder ophalen.

Daar stond ik dan, in de deuropening met opa onder een deken tussen mijn kleine dochter en mij in in de straat waar mijn grootouders hadden gewoond. Ik zei tegen Bert: ‘Het is net of ik Opa weer mee neem.’ Bert lachte. Het was ons Last Goodbye. Ik heb Bert nooit meer gezien.

Maandag werd ik gebeld door zijn vrouw. Bert was zaterdag nacht overleden. Zijn taak zat er op. Cor was bij Cor. Althans zo voelde dat.

En dit is het schilderij:

cornolteezelfportret

Waarom ik het werk kocht? Ten eerste omdat ik het echt prachtig vond. Het kleurgebruik en de techniek zijn heel bijzonder. Zijn neus lijkt met een streek gemaakt en hij heeft hier niet zijn  gebruikelijke alpinopet op en peuk in zijn hoofd. Ten tweede kocht ik het, achteraf bezien, wellicht ook uit statusoverweging. Een opvallende actie waarmee ik zei; “Het gaat goed met de zaken.” Als derde zou ik kunnen bedenken dat het mijn eerste positieve connectie met een zelfportret van mijn opa was. Misschien omdat ik alleen zelfportretten kende waar hij een stuk ouder was. Deze waren vaak donker en somber en deze was licht en zacht van karakter en uitstraling. Hij heeft hier een licht melancholische glimlach om de mond. Heel wat anders dan het donkere, sombere zelfportret dat mij als klein ventje jarenlang streng had aangekeken op de gang bij ons thuis.

Of kocht ik het onbewust vanuit een schuldgevoel gekocht omdat ik ooit een schilderij dat ik van mijn moeder had gekregen, met haar goedkeuren had verkocht?

Schoonheid, Status en Schuldgevoel. Drie S-en. Voor Angst kan ik even geen S-woord bedenken. De S die het dichts bij die emotie past is Stress. Ook mooi.

De aanschaf van mijn  opa’s zelfportret scoort nader bezien hoog op alle 4 de S-en.  Ik ga vandaag eens nadenken over hoe mijn eerste aangekochte moderne kunstwerk scoort op de de 4 S-en. Een werk van Hans Giesen. Een werk dat laag scoort op de 5de S die ik net nog bedacht. De S van $lim.

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: