“It cannot be seen, cannot be felt,
Cannot be heard, cannot be smelt,
It lies behind stars and under hills,
And empty holes it fills,
It comes first and follows after,
Ends life, kills laughter.”
Ik schreef al eens eerder over de waarde van Een Idee. Een verhaal dat een idee eigenlijk niets waard is. Althans niet zo heel veel. Het gaat om het prototype. Het tastbare dat je kunt delen. Toch wil ik dat wat nuanceren want soms heb je een idee waar je echt van houdt. Je kunt het niet ‘uitleggen’ maar het voelt goed, ‘precious’ zou Gollem het noemen. Het klopt. Je wilt het beschermen en dicht bij je houden. Het is nog te kwetsbaar om bloot te stellen aan de invloeden van buitenaf. Het is als een klein hoopje zand in de palm van je hand. Je houdt je hand dicht bij je hart en je draait je rug tegen de wind zodat de wind geen vat krijgt op je hoopje. Je andere hand leg je als een dakje over je andere hand. Zonder het zand te raken. Zo bescherm je het tegen de regen en de neerdalende, nieuwsgierige blikken die willen weten wat jij daar met zoveel moeite probeert te beschermen. Het is hard werken en je moet vooral niet gaan knijpen want dan loopt het zand tussen je vingers op de grond. De liefde voor het idee verandert in angst voor het verliezen.
Maar hoe waardevol is je idee als je het niet kunt delen?
Bestaat het dan eigenlijk wel?
Wordt een idee niet pas waardevol als je er samen met anderen mee aan de slag gaat?
Als je het deelt en er vorm aan geeft.
Share if you care.

