Er is hoop

14 aug

Het werk van de Deense kunstenaar Jeppe Hein nodigt uit om te spelen en met andere mensen in contact te komen. 

Met een gezonde dosis humor wil hij mensen raken en verleiden om elkaars ervaringen te delen. Mijn ervaring met zijn werk ‘Three wishes for you (Love, Hope, Faith) 2021 wil ik graag met jullie delen. Getipt door onze kunstbuurbroeder Ap bekeken mijn vrouw en ik vorige week de tweede editie van de Biënnale Kunst in de Heilige Driehoek, samengesteld door Hendrik Driessen, voormalig directeur van De Pont in Tilburg, en Rebecca Nelemans, kunsthistorica, schrijver en tentoonstellingsmaker. In en te midden van drie kloosters word je adem benomen en een glimlach ontlokt door de omgeving en de werken. Op aanwijzen van Ap waren we achteraan begonnen om in alle rust 4 videowerken van Bill Viola te zien. Tijdens de koffie erna las ik in het programmaboekje welke werken er op de volgende locatie te zien waren. Ik las over Anish Kapoor en Jeppe Hein. Over die laatste:

‘Als een feestelijke verrassing hangen de ballonnen onder het plafond. Voor het grijpen – of toch net niet? Licht en vrolijk, glanzend en spiegelend roepen ze even het kind in ons wakker’

Na het serene, contemplatieve moment met twee werken van marmer van Kapoor in de gebedsruimte van de nonnen was het kind in mij wel toe aan het speelkwartier. Hoorde ik daar een bel?

De lucht betrok weer die wisselvallige dag en op de achtergrond begeleidde de  regendruppels op het grind ons richting de ruimte waar het werk van Hein hing.

Mijn vrouw liep voor me in de tussenruimte direct door naar de binnenplaats waar een werk was geïnstalleerd in de voormalige waterput. Ik stond nog even te hannesen met mijn mondkapje alvorens de tussenruimte te betreden. In de ruimte van ongeveer 3 bij 5 meter was links een trap omhoog en hingen rechts in de hoek de drie ballonnen tegen het plafond. Ik liep ernaartoe en bekeek ze van een afstandje en zag in hun spiegeling dat bij de ingang meer mensen de ruimte betraden. Het werk deed me denken aan de grote spiegelende ballonnen honden en bloemen van Jeff Koons die ik had gezien in het Gugenheim in Bilbao en Fondazione Prada in Milaan en ik vroeg me af of de ballonnen vast zaten aan het plafond. Uitgenodigd door de kunstenaar in de introtekst pakte ik een van de drie lintjes en bewoog het heeeeel zachtjes naar beneden.

Je kent misschien het televisiespel nog waar de deelnemer licht door de knieën gebogen een van de vallende stokken probeert te vangen en dan mist. Op het moment dat ik het lintje had aangeraakt leek het alsof ik in die televisieshow was beland. Het knoopje waar het lintje aan vast zat viel voor me op de grond en een lichte siddering ging door mijn lijf. Ik schrok me kapot. Om me een fractie van een seconde later te beseffen dat dit natuurlijk de bedoeling was van de kunstenaar; ‘Jeppe Hein nodigt uit om te spelen en met andere mensen in contact te komen……Licht en vrolijk, glanzend en spiegelend roepen ze even het kind in ons wakker’. Nou ik was KLAAR wakker. Klaar om te spelen. Ik was beland in een vrijwillige poging tot het overwinnen van overbodige obstakels. Ik bekeek het knoopje van de ballon en zag dat er een heeeeeel klein magneetje in zat, maar hoe kreeg ik dat weer aan die ene nog steeds aan het plafond hangende ballon?? Ik keek naar links en schatte in of ik staand op de trap bij de ballon kon. Een keiharde zoemer klonk in mijn hoofd als het teken van een foute oplossing. Mijn volgende idee was het lint met knoopje met een tegen de zwaartekracht in bewegende slingerbeweging van mijn rechterarm tegen het magneetje van de aan de plafond hangende ballon te gooien en het kunstwerk zo weer in originele staat te brengen zodat het klaar was voor een volgende deelnemer. Ik schatte mij kansen klein in, heel klein en op het moment dat ik de slingerbeweging wilde inzetten klonk er een streng en resoluut “Meeeeeeneeeeeeeeeerrr”.

Was het de stem van de hoofdnon die als een vangnet op mij neerdaalde en mij deed bevriezen als een betrapt jochie met zijn hand in de koekjestrommel? Was het de stem van mijn kleuterjuf die me ooit vertelde dat ik te oud was voor de waterbak? Nee, het was de stem van de suppoost die mij met vuurspugende ogen boven haar mondkapje aankeek en haar “Meeeeeeneeeeeeeeeerrr” nog eens herhaalde maar mij nu recht aankeek. Ze was een kop kleiner maar het leek toch echt alsof ze op me neer keek van grote hoogte. Gelukkig kon ze mijn van schrik opengevallen mond niet zien vanachter mijn mondkapje en het wegslikken van mijn angst niet horen. Ik was blij dat ik net naar de wc was geweest. ‘Jeppe Hein nodigt uit om te spelen en met andere mensen in contact te komen……Licht en vrolijk, glanzend en spiegelend roepen ze even het kind in ons wakker’.

Ahaaaaa dacht ik, voor de tweede maal wakker geschud door Jeppe Hein, dit is onderdeel van het werk. Zij hoort erbij. Ik trok mijn hand met koekje terug uit de koekjestrommel en nam een hap. “Is dit niet juist de bedoeling van de kunstenaar?” zei ik. Ze knipperde een paar keer met haar ogen en zei “Dit is respectloos naar de kunstenaar. Ik zal uw naam moeten noteren.”

Me nu volledig overgevend aan het spel waarin ik was beland, pakte ik het papier en de pen uit haar handen en schreef mijn naam in grote leesbare letters op, inclusief 06 nummer. Ik overhandigde haar het papier en wachtte de volgende stap af. “Loopt u mee naar het kantoor dan bekijken we hoe we dit gaan afhandelen.” Mijn twijfel of dit nu wel echt bij het werk hoorde was nu volledig verdwenen en met een grote grijns liep ik als Randel P. McMurphy (Jack Nicholson)  achter nurse Ratched aan. One flew over the cucckoo’s nest. Ik riep op afstand naar mijn vrouw dat ik even mee moest en zo terug zou zijn. “Volgt u mij maar. U bent de vierde vandaag” zei ze.  Als een ondeugende puppy volgde ik op een halve meter. We liepen een 60 meter richting het poortgebouwtje aan de rand van het klooster. “Wacht maar even hier.” Ze zette me in de imaginaire hoek met een ezels muts op. Ik was benieuwd wie de drie andere waren geweest en wachtte in spanning af naar wat het volgende ‘level’ van dit spel ging brengen waarop er een lange man met een ladder uit het poortgebouwtje verscheen en op me af liep. Hij legde zijn hand even geruststellend op mijn schouder en zei “Je bent de vierde vandaag” om vervolgens met ladder in de ene hand en het ballon lint in de andere richting Love, Hope, Faith te wandelen.

“Komt u mee?” was geen vraag maar een bevel. Ik liep nu naast haar en zei “Geweldig hoe u in uw rol blijft.” Ze keek me nog steeds streng aan. “Echt heel goed!” vulde ik nog een keer echt gemeend aan. Zonder te reageren stiefelde ze richting de twee achtergebleven ballonnen. Daar aangekomen had de lange man zijn trap inmiddels naast het trapgat gepositioneerd. “Om nog meer ellende te voorkomen en meneer te behoeden voor een val in het gat met ladder en al, houd ik de trap maar even stevig vast.” Zei ik. Mijn onzichtbare glimlach en samengeknepen pretoogjes  zochten contact met de suppoost die me aankeek maar geen spier verrekte. Deze vrouw verdiende een Oscar. Mijn vrouw had zich inmiddels ook bij ons gevoegd. Zo kon zij ook meemaken hoe ik mijn uiterste best deed om deze performance met respect voor de kunstenaar en het klaarwakkere kind in mij in stand te houden.

Met in mijn ene hand het programmaboekje en de andere stevig om de ladder geklemd hoorde ik de suppoost luid en duidelijk gebiedend “Iedereen deze ruimte verlaten, het kunstwerk wordt hersteld” roepen. Iedereen werd streng naar buiten gekeken en de twee zware deuren vielen in het slot. De stilte echode in de ruimte. Het moment van de verrijzenis van het kunstwerk was aangebroken. Alleen de invallende zonnestraal ontbrak maar ik hoorde toch echt engelen zingen. Met een hand aan de ladder en in de andere het magneetknoopje met lint rees de lange man omhoog. Met een soepele beweging klikte hij het knoopje aan de ballon. Dit leek me een uitstekend moment voor de suppoost om me uit naam van de kunstenaar te bedanken voor mijn deelname. Toen dat niet kwam zei ik “U heeft vast en zeker een theaterachtergrond”. Waarop zei haar hoofd licht kantelde en zei “Nee hoor, maar bedankt voor alle complimentjes.” Ze opende de deur en liet ons vrij. 

“Zoooooo die was echt goed!” zei ik enthousiast tegen mijn vrouw die me vervolgens hoogst verbaasd aankeek en zei “Nee joh, die was bloedserieus die speelde helemaal geen rol.” Waarop ik haar probeerde uit te leggen dat de suppoost 100% zeker onderdeel was van het werk en dat ik een van de vier was geweest die de uitnodiging van Jeppe Hein ‘om te spelen en met andere mensen in contact te komen’ met duim en wijsvinger trekkend aan een ballon lint had aangenomen. “Als dat zo was geweest had ze je moeten belonen en niet als een klein kind moeten straffen.” 

“Nee ze volgde een script. Zeker weten.” 

“Echt niet.”

“Zeker wel.”

Al welles en nietesend liepen we tegen de looprichting naar de uitgang en werden we vriendelijk aangesproken door een dame met koffiekan en boodschappentrolley. Of we het allemaal konden vinden. Ik vertelde dat ik net onderdeel was geweest van het werk van Jeppe Hein en dat ik het zo geweldig goed vond hoe de suppoost in haar rol bleef en het script volgde. “Script volgde?” vroeg ze. De dame bleek de vrijwilligerscoördinator te zijn en zei “Nee hoor, er is geen script, we werken met zoveel vrijwilligers.” Vanuit mijn ooghoek trok mijn vrouw een heel blik ‘zie je wel’ open om de vrijwilligerscoördinator de cover van het programmaboekje te laten zien, waarop ze met een mix van verontwaardiging en verbazing zei “Ja, die is heel misleidend. Een fijne dag nog.”

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: